Wet van 14 februari 2024 houdende regels omtrent de instelling van een adviescollege voor de algehele verbetering en beheersing van ICT-projecten en informatiesystemen bij de centrale overheid (Wet Adviescollege ICT-toetsing)

Type Wet
Publication 2025-02-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een adviescollege in te stellen dat de regering en de Staten-Generaal adviseert over de risico’s en slaagkansen van ICT-projecten en informatiesystemen bij de centrale overheid en door kennisoverdracht en kennisbevordering het lerend vermogen daaromtrent bevordert;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

§ 2. Samenstelling en inrichting adviescollege

Artikel 2
1.

Er is een Adviescollege ICT-toetsing.

2.

Het Adviescollege bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden.

3.

De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar.

4.

Ambtenaren of andere personen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een Minister, een zelfstandig bestuursorgaan, de korpschef van politie of de Raad voor de rechtspraak worden niet benoemd tot voorzitter of lid van het Adviescollege.

5.

De artikelen 11 en 12, eerste en derde lid, van Kaderwet adviescolleges zijn van overeenkomstige toepassing op het Adviescollege.

Artikel 3

Artikel 13 van de Kaderwet adviescolleges is van overeenkomstige toepassing op het Adviescollege, met dien verstande dat voor Onze Minister wordt gelezen: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 4
1.

De leden van het Adviescollege hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last en ruggespraak.

2.

Indien in voorkomend geval uit feiten of omstandigheden blijkt dat een van de leden zelf direct of indirect betrokkenheid heeft bij een adviesaanvraag, zal hij zich weerhouden van enige bemoeienis ten aanzien van de adviesaanvraag.

3.

Het Adviescollege stelt een integriteitscode op waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan de wijze waarop wordt omgegaan met een situatie als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 5

Het Adviescollege kan voor de uitvoering of voorbereiding van bepaalde adviezen uit zijn midden commissies instellen.

Artikel 6
1.

Onze Minister voorziet in een ambtelijk secretariaat van het Adviescollege.

2.

Het ambtelijk secretariaat heeft aan het hoofd een secretaris-directeur.

3.

Artikel 15, tweede, vierde en vijfde lid, van de Kaderwet adviescolleges is van overeenkomstige toepassing op het secretariaat, met dien verstande dat voor Onze Minister wordt gelezen: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

§ 3. Taak en verplichtingen van het Adviescollege

Artikel 7
1.

Het Adviescollege heeft ten behoeve van de algehele verbetering van de beheersing van ICT-projecten en informatiesystemen bij de centrale overheid tot taak:

2.

Een verzoek om advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 3° kan eveneens door Onze Minister die verantwoordelijk is voor de ICT-voorziening worden gedaan.

3.

Een advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, over een ICT-project of informatiesysteem kan eveneens door het Adviescollege uit eigen beweging worden uitgebracht. Van een voornemen daartoe stelt het Adviescollege Onze Minister die verantwoordelijk is voor de ICT-voorziening, of, indien het advies ziet op een ICT-project of informatiesysteem van een zelfstandig bestuursorgaan, Onze Minister die het aangaat, en de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis. Dit lid is niet van toepassing op een ICT-project of informatiesysteem van de politie of de Raad voor de rechtspraak.

4.

Een verzoek om advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 3°, over een informatiesysteem van een zelfstandig bestuursorgaan of een verzoek om advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, over een ICT-project of informatiesysteem van de politie of de Raad voor de rechtspraak kan eveneens door respectievelijk het zelfstandig bestuursorgaan, de korpschef van politie of de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak worden gedaan.

5.

Voor het opstellen van adviezen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, stelt het Adviescollege een toetsingskader vast, waarin in ieder geval wordt opgenomen:

6.

Voor de advisering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, stelt het Adviescollege een onderzoeksprotocol vast waarin in ieder geval worden opgenomen:

7.

Het Adviescollege maakt het onderzoeksprotocol openbaar.

Artikel 8
1.

Het Adviescollege bepaalt welke verzoeken om advies in behandeling worden genomen.

2.

Het Adviescollege brengt een advies als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, over een ICT-project of een informatiesysteem van een zelfstandig bestuursorgaan, de politie of de Raad voor de rechtspraak rechtstreeks uit aan respectievelijk het zelfstandig bestuursorgaan, de korpschef van politie of de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.

3.

Indien een advies wordt uitgebracht aan een van beide kamers der Staten-Generaal, zendt het Adviescollege tegelijkertijd een afschrift van het advies aan:

4.

Het Adviescollege kan een naschrift over de maatregelen die zijn voorgesteld ter opvolging van een advies uitbrengen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.

5.

Een naschrift als bedoeld in het vierde lid wordt niet aangemerkt als advies.

Artikel 9
1.

Het Adviescollege maakt een advies als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, binnen twee weken na aanbieding openbaar.

2.

De aanbevelingen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, worden eenmaal per half jaar openbaar gemaakt.

Artikel 10

De artikelen 20 en 21 van de Kaderwet adviescolleges zijn van toepassing op het Adviescollege.

§ 4. Bevoegdheden en verplichtingen van Ministers en zelfstandige bestuursorganen ten aanzien van adviezen

Artikel 11
1.

Onze Minister die verantwoordelijk is voor de ICT-voorziening of een zelfstandig bestuursorgaan verzoekt voor aanvang van een ICT-project het Adviescollege om een advies als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°.

2.

Een advies van het Adviescollege als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, wordt binnen vier weken na ontvangst ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal gezonden door:

3.

Ingeval een advies van het Adviescollege als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, niet wordt opgevolgd, wordt dat, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, met redenen omkleed medegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

4.

Het bereiken van overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad als bedoeld in het derde lid is niet van toepassing op een ICT-project of een informatiesysteem van de Raad voor de rechtspraak.

5.

Onze Minister die verantwoordelijk is voor de ICT-voorziening of een zelfstandig bestuursorgaan kan het Adviescollege verzoeken om nader advies over de risico’s en slaagkans van een ICT-project dat is gestart.

§ 5. Begroting en verantwoording

Artikel 12

De artikelen 25, 28 en 29 van de Kaderwet adviescolleges zijn van toepassing, met dien verstande dat voor Onze Minister wordt gelezen: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

§ 6. Evaluatie

Artikel 13

Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 14

Deze wet is niet van toepassing op de wapensystemen van het Ministerie van Defensie.

Artikel 15

Wijzigt deze wet.

Artikel 16

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 17

Deze wet wordt aangehaald als: Wet Adviescollege ICT-toetsing.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.