Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 februari 2024 tot vaststelling van het Specifiek interventiebeleid vlees (IB01-SPEC 25, versie 01) en tot intrekking van het Specifiek interventiebeleid NVWA vleesketen (IB03-SPEC 81, versie 01)

Type Beleidsregel
Publication 2024-03-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8.1 van de Wet dieren, artikel 6, zevende lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en hetAlgemeen interventiebeleid NVWA 2024;

Besluit:

Artikel 1

Het Specifiek interventiebeleid vlees (IB01-SPEC 25, versie 01), als bedoeld in de bijlage van deze beleidsregel, wordt vastgesteld.

Artikel 2

Het Specifiek interventiebeleid NVWA vleesketen (IB03-SPEC 81, versie 01) wordt ingetrokken.

Artikel 3

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Specifiek interventiebeleid vlees (IB01-SPEC 25, versie 01)’.

Artikel 4

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 13 januari 2024.

Bijlage. als bedoeld in artikel 1

1. Onderwerp

Het specifieke interventiebeleid vlees beschrijft binnen de kaders van het algemeen interventiebeleid de interventiegrenzen voor specifieke overtredingen m.b.t. voedselveiligheid, hygiëne, bouwkundige zaken, identificatie- en registratieverplichtingen op die onderdelen van de wetgeving die gelden voor dit werkterrein.

Dit interventiebeleid is voor een aantal zaken gekoppeld aan het gemeenschappelijk interventiebeleid IB01-SPEC19; het uitgangspunt is één en dezelfde benadering voor alle bedrijven, zowel erkende als geregistreerde.

Het gedeelte over gehakt vlees, vleesbereidingen, separatorvlees en vleesproducten (vallend onder de Warenwet) bevindt zich nog steeds in IB01-SPEC19.

Voor het specifiek interventiebeleid met betrekking tot de chemische en microbiologische eisen, alsmede met betrekking tot etikettering van levensmiddelen wordt verwezen naar:

IB01-SPEC 06 interventiebeleid etikettering levensmiddelen

IB01-SPEC 07 interventiebeleid levensmiddelen laboratorium microbiologie

IB01-SPEC 09 interventiebeleid eet- en drinkwaren laboratorium chemie

Zowel voor het specifiek interventiebeleid dierlijke bijproducten als voor gehakt vlees, vleesbereidingen, separatorvlees en vleesproducten wordt verwezen naar:

IB01-SPEC 19 gezamenlijk interventiebeleid Industriële Productie

2. Wettelijke basis

Op het werkterrein van vlees (voedselveiligheid, hygiëne, bouwkundige zaken, identificatie- en registratieverplichtingen) gelden zowel Europese als Nationale regels. De belangrijkste regels zijn:

1 Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden.

2 Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne

3 Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong

4 Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong

5 Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen

6 Verordening (EG) nr. 2075/2005 van de Commissie van 5 december 2005 tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de officiële controles op Trichinella in vlees

7 Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong

3. Begrippen

Definities

Voor de definities wordt verwezen naar het algemeen interventiebeleid NVWA.

Gebruikte afkortingen

4. Benodigdheden

nvt

5. Werkwijze

5.1. Algemeen

In het algemeen interventiebeleid NVWA zijn de kaders beschreven wanneer welke interventies worden ingezet.

Voor het specifiek interventiebeleid vlees wordt deze lijn ook gevolgd en zijn de soorten overtredingen zoveel mogelijk ingedeeld in de klassen B, C en D. Overtredingen in klasse A (complexe fraude) horen thuis bij de IOD.

De volgende uitgangspunten worden hierbij gehanteerd:

Er zijn verschillende soorten normen. Sommige hebben rechtstreeks betrekking op het (eind)product (bijv. contaminanten / GGO’s / additieven / verboden materialen / ongewenste stoffen), andere zijn gericht op de wijze van productie of op de inrichting waar de productie plaatsvindt.

In het interventiebeleid is de waardering van de overtreding gebaseerd op twee pijlers.

Pijler 1: de ernst van de wetsovertreding

Pijler 2: de omstandigheden

Deeerste pijler is de ernst van de wetsovertreding. De belangrijkste wegingsfactor hier is het gezondheidsrisico voor mens, dier of milieu dat het gevolg is van de overtreding. Het gaat daarbij niet om de kans dat het risico zich zal verwezenlijken, maar om de aard (ernst) van het gevaar dat ontstaat als het risico zich verwezenlijkt.

Om een meer algemene lijn neer te zetten voor de ernst van de overtreding is een veilig (eind)product het uitgangspunt. Dit kan dus zowel een eindproduct als een halffabrikaat of een grondstof zijn. De veiligheid heeft betrekking op diergezondheid en volksgezondheid, zoals vastgelegd in artikel 14 en 15 van de Algemene levensmiddelenverordening.

(Eind)productnormen

De normen die rechtstreeks betrekking hebben op het (eind)product (bijvoorbeeld contaminanten / ggo’s / additieven / verboden materialen / ongewenste stoffen), vallen in twee groepen uiteen. Enerzijds zijn er normen die de grens vormen tussen wel of geen risico voor de gezondheid van mens of dier of het milieu. Overschrijding van zo’n norm is een potentieel risico en daarmede een ernstige overtreding.

Anderzijds zijn er ook normen die gebaseerd zijn op wat gangbaar dan wel realistisch haalbaar is bij een goede bedrijfsvoering (GMP), waarbij de norm strenger is dan de grens tussen wel of geen gevaar voor de gezondheid van mens, dier of milieu. Overschrijding van zo’n norm is in het algemeen niet direct een potentieel risico en wordt daarom niet beschouwd als een ernstige overtreding, tenzij de overschrijding extreem is.

Daarbij zijn drie mogelijkheden:

In alle andere gevallen andere gevallen is er – behoudens bijzondere gevallen – sprake van een overtreding of geringe overtreding.

Bij de beoordeling wordt nagegaan of de wetsovertreding incidenteel dan wel structureel is. Dit is van belang om een wetsovertreding aan te merken als ernstige overtreding of niet. Vaststellen kan geschieden op basis van feitelijke waarneming en/of interview en/of documentencontrole. De volgende uitgangspunten kunnen daarvoor gehanteerd worden:

Incidenteel: waarneming op dat moment, eenmalig voorkomend, geen aanwijzing dat het vaker voor komt

Structureel: Vastgesteld wordt dat de situatie geen incident is maar:

Een afwijking van de wettelijke norm kan door zijn structurele karakter ernstig zijn.

De tweede pijler wordt gevormd door omstandigheden die samenhangen met de verantwoordelijke voor de wetsovertreding. Hierbij valt te denken aan nalatigheid dan wel weigerachtigheid om een overtreding op te heffen, en recidive. Dit heeft geen invloed op de ernst van de wetsovertreding maar eventueel wel op de te nemen interventie, de follow up na overtreding en de interventie bij recidive.

Het structurele karakter van een overtreding (niet zijnde een ernstige of geringe overtreding) kan aangetoond worden wanneer er voor een derde keer sprake is van eenzelfde overtreding, die op zichzelf alleen tot een schriftelijke waarschuwing zou leiden. In dat geval is het verzamelen van verdere feiten en omstandigheden niet nodig ter onderbouwing van het structurele karakter van de overtreding en zal een Proces-verbaal of boeterapport opgemaakt worden. Bij het voor de tweede maal constateren van een zelfde overtreding kan alleen een boeterapport of Proces-verbaal worden opgemaakt, indien er aanvullende feiten en omstandigheden geconstateerd worden. Deze feiten moeten door de inspecteur duidelijk omschreven worden, zodat deze aanvullende omschrijving in het boeterapport of Proces-verbaal opgenomen kan worden.

5.2. Basis gemeenschappelijke interventies voedselveiligheid

5.2.1. Basis

Het specifiek interventiebeleid vlees wordt toegepast overeenkomstig de tabel onder 1.3 (afhandeling overtredingen) van de nota uitgangspunten interventiebeleid NVWA

5.2.2. Boeterapport (BR) of Proces-verbaal (PV)

In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste EU-regelgeving, de corresponderende Nederlandse regelgeving en bijbehorende sanctie.

Het uitgangspunt is dat bestuursrecht wordt toegepast. Het strafrecht wordt slechts toegepast in sommige speciale gevallen.

5.2.3. Specifiek interventiebeleid vlees

In bijlage 1 zijn voor de overtredingen de interventiegrenzen en de specifieke interventies opgenomen voor die ‘vleeszaken’ die vallen onder de Wet dieren. Binnen de Nederlandse wetgeving valt een tweedeling waar te nemen tussen vleesbedrijven/werkzaamheden die vallen onder de Wet Dieren (EZ; Bijlage III, sectie I t/m IV, 853/2004) en vleesbedrijven/werkzaamheden die vallen onder de Warenwet (VWS).

Bijlage I is modulair opgebouwd:

Module A: Basisvoorwaarden

Module B: HACCP / interne controles

Module C: Overige eisen

Module D: Specifieke eisen per type bedrijf

Module E: Rechtstreekse levering

5.2.4. Werkwijze bij permanent/frequent toezicht op bedrijven (o.a. slachthuizen)

In bedrijven waar de NVWA met grote regelmaat 1‘Met grote regelmaat’: hieronder vallen alle slachthuizen en daarnaast die vleesbedrijven waar de NVWA tenminste 3 keer per week officiële controles uitvoert (= alle werkzaamheden, inclusief exportcertificering en afgifte geleidebiljetten) aanwezig is voor toezichthoudende taken, is de kans op het aantreffen van een overtreding groot. Daarom wordt, als verbijzondering van het algemeen interventiebeleid en het gestelde in paragraaf 3.2.1, in dit geval de volgende werkwijze toegepast: wetsovertredingen worden altijd vastgelegd op de betreffende controlelijsten. Op de lijst worden ook de afspraken vastgelegd over het verhelpen van de overtredingen, de geboden nalevingshulp en de corrigerende interventies. Deze lijsten worden besproken met het bedrijf. Het bedrijf tekent voor gezien en krijgt een afschrift van de lijst.

Indien er overtredingen klasse B (ernstige gevolgen) zijn geconstateerd, worden altijd direct corrigerende interventies opgelegd die moeten leiden tot het opheffen van de overtreding. Tijdens het bespreken van de controlelijst wordt een mondelinge waarschuwing gegeven, die schriftelijk wordt bevestigd bijvoorbeeld op de controlelijst slachthuis. Het bedrijf wordt gewezen op de consequenties bij het niet nakomen van de afspraak. Wordt de overtreding niet adequaat verholpen, dan krijgt de overtreding een structureel karakter en wordt tevens een sanctionerende interventie als een BR toegepast. Wanneer ondanks herhaalde BR de overtreding blijft bestaan (structureel karakter), dient in overleg met de leidinggevende overgegaan te worden tot aanvullende (corrigerende) bestuursrechtelijke maatregelen, zoals het verhogen van de frequentie van het toezicht.

Indien er overtredingen klasse C (gevolgen niet ernstig, niet gering) zijn geconstateerd, worden – zo nodig – corrigerende interventies opgelegd die moeten leiden tot het opheffen van de overtreding. Tijdens het bespreken van de controlelijst wordt een mondelinge waarschuwing gegeven, die schriftelijk op de controlelijst wordt bevestigd. Wordt de overtreding, ondanks herhaalde mondelinge waarschuwingen, nog steeds niet adequaat verholpen, dan krijgt de overtreding een structureel karakter en wordt een maatregel als een SW genomen. Indien het bedrijf, ondanks herhaalde schriftelijke waarschuwingen de overtreding nog steeds niet adequaat heeft verholpen, wordt overgegaan tot het toepassen van een sanctionerende interventie: BR. Wanneer ondanks herhaalde BR de overtreding structureel blijft bestaan, dient in overleg met de leidinggevende overgegaan te worden tot aanvullende (corrigerende) bestuursrechtelijke maatregelen, zoals het verhogen van de frequentie van het toezicht.

In onderstaand schema is aangegeven welke interventies bij bedrijven, waar de NVWA met grote regelmaat aanwezig is voor toezichthoudende taken, opgelegd worden.

6. Registratie en archivering

Nvt.

7. Interventie

Nvt.

8. Arbo, milieu en veiligheid

Nvt.

9. Diversen

9.1. Relatie tussen interventiebeleid en onderhoud van erkenningen

Een erkend bedrijf voldoet in principe aan de eisen die gesteld worden in de Verordeningen (EG) nr. 852/2004, 853/2004. Deze voorwaarden zijn immers voor de verlening van de erkenning getoetst. In verband met het onderhoud van erkenningen vinden regelmatig controles plaats: goed scorende bedrijven worden 1x per jaar bezocht en slecht scorende bedrijven worden vaker gecontroleerd (herinspecties), eventueel gevolgd door het opstarten van de intrekkingsprocedure. De afweging of aan de eisen van de verordening wordt voldaan, wordt gemaakt door de uitvoerder van de inspectie.

Wanneer echter tijdens het reguliere toezicht in EG erkende bedrijven, waar de NVWA met grote regelmaat 2‘Met grote regelmaat’: hieronder worden die bedrijven verstaan waar de VWA permanent toezicht uitoefen, ofwel tenminste 3 keer per week een bedrijf bezoekt voor officiële controles (alle werkzaamheden, inclusief exportcertificering) aanwezig is voor toezichthoudende taken, blijkt dat de erkenning op onderdelen niet functioneert, dan wordt de werkwijze toegepast zoals beschreven in 5.2.4 Werkwijze bij permanent toezicht op bedrijven.

Bij de overige erkende bedrijven is het algemeen en specifiek interventiebeleid van toepassing.

9.2. Bijlagen

Bijlage 1: gemeenschappelijk interventiebeleid voedsel- en voederveiligheid dier en industrie.

Bijlage 2: overzicht EU-regelgeving, corresponderende Nederlandse regelgeving en sanctie PV of BR.

Bijlage 1. gemeenschappelijk interventiebeleid voedsel- en voederveiligheid dier en industrie

Indeling van de tabel:

Bijlage 2. overzicht EU-regelgeving, corresponderende Nederlandse regelgeving en sanctie PV of BR.

Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.