Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland

Type ZBO-regeling
Publication 2024-03-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) is het accreditatieorgaan voor het Nederlands hoger onderwijs. De NVAO accrediteert associate degree, bachelor- en masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs en beoordeelt instellingen voor hoger onderwijs in een instellingstoets. Voor deze beoordelingen stelt de NVAO een accreditatiekader op.

Het accreditatiekader bevat de standaarden en beslisregels voor de erkenning ITK, de accreditatie nieuwe opleiding, de accreditatie bestaande opleiding en het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs (BKKI). Daarnaast bevat het kader de vereisten waaraan panels voor de genoemde beoordelingen moeten voldoen en beschrijft het de indeling van opleidingen in het visitatierooster. Het kader is een uitwerking van de in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) opgenomen kwaliteitsaspecten. Het volgt tevens de Europese afspraken over inrichting van kwaliteitszorg in het hoger onderwijs zoals vastgelegd in de European Standards and Guidelines for Quality Assurance in the European Higher Education Area (ESG) van 2015.

Het accreditatiekader volgt de lijn van de kaders die de NVAO in 2016 en 2018 heeft opgesteld. Het is gebaseerd op het vertrouwen in de bewezen, hoge kwaliteit van het Nederlands hoger onderwijs. Het eigenaarschap van docenten, studenten en bestuurders voor de kwaliteit van het onderwijs staat daarom centraal in dit kader. De criteria voor accreditatie zijn niet veranderd. Er zijn wel twee belangrijke wijzigingen aangebracht ten opzichte van eerdere kaders.

Het kader is gebaseerd op respect voor de autonomie van de instellingen, die primair verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit. De visie en doelstellingen van de instelling of de opleiding zijn het startpunt van de beoordeling en worden niet inhoudelijk beoordeeld.

Het kader biedt de instellingen de mogelijkheid zelf de beoordeling van bestaande opleidingen ter hand te nemen. Zij kunnen hiertoe zelf een panel samenstellen en een secretaris aanzoeken en deze ter goedkeuring voorleggen aan de NVAO.

De NVAO heeft bij de totstandkoming dit kader ter consultatie voorgelegd aan de koepelorganisaties voor bekostigde en niet-bekostigde instellingen, evaluatiebureaus, studentenorganisaties en werkgeversorganisaties.

1. Panelsamenstelling

Alle beoordelingen die in dit kader zijn beschreven, worden verricht door een commissie van deskundigen zoals in de wet omschreven (artikel 5.2, lid 2, sub b en c van de WHW). De deskundigen zijn onafhankelijke en deskundige experts (peers). In het accreditatiekader wordt deze commissie aangeduid als ‘het panel’. In alle panels is een student-lid opgenomen.

Panels worden ondersteund door een onafhankelijke secretaris die beschikt over de in dit kader genoemde deskundigheden. Bij de (verzwaarde) toets nieuwe opleiding en de instellingstoets bewaakt een procescoördinator van de NVAO de correcte procesgang en oordeelsvorming conform het kader. De procescoördinator verzorgt de contacten tussen het panel en de instelling. Een onafhankelijke secretaris stelt de rapportage op van de beoordelingen.

De NVAO of de organisatie of adviseur die een beoordeling coördineert, draagt zorg voor training van de panelvoorzitter. De panelleden worden voorafgaand aan het locatiebezoek door de procescoördinator of secretaris voorgelicht over het kader en de procedure van de beoordeling, over de taak van het panel en over de van panelleden verwachte attitude tijdens de beoordeling.

1.1. Procedure voor de goedkeuring van panels

Voor de instellingstoets kwaliteitszorg en de (verzwaarde) toets nieuwe opleiding stelt de NVAO zelf een panel samen. Voor de beoordeling van bestaande opleidingen, de tussentijdse toets na drie jaar voor nieuwe opleidingen en de beoordeling van het voldoen aan voorwaarden, beoordeelt de NVAO een voorstel van de instelling voor de panelsamenstelling en de secretaris.

Instellingen dienen voor de goedkeuring van de panelsamenstelling en de secretaris een aanvraag in bij de NVAO. De aanvraag geeft onderbouwd aan welke deskundigheden de panelleden hebben. De aanvraag gaat vergezeld van getekende onafhankelijkheidsverklaringen van de panelleden en de secretaris. De aanvraag dient tijdig voor de geplande beoordeling te zijn ingediend bij de NVAO. De NVAO stelt hiervoor een termijn vast.

1.2. Eisen voor onafhankelijkheid

Voor alle panelleden en secretarissen gelden dezelfde eisen voor onafhankelijkheid. Dit zijn de volgende:

Uitsluitend voor secretarissen geldt dat zij wel in dienst mogen zijn van de organisatie die de beoordeling organiseert.

De beoordeling van onafhankelijkheid van panelleden is de verantwoordelijkheid van de NVAO en onderdeel van de goedkeuring van panels voor bestaande opleidingen. De NVAO voert deze beoordeling uit op basis van informatie die de panelleden, secretarissen en betrokken instellingen aanreiken. Panelleden en secretarissen verklaren daartoe dat zij voldoen aan de eisen voor onafhankelijkheid en geven daarnaast aan of er andere zaken zijn die relevant zijn voor hun onafhankelijkheid.

De NVAO vraagt aan panelleden en secretarissen die zij zelf benoemt voor de (verzwaarde) toets nieuwe opleiding of instellingstoets om, voorafgaand aan hun benoeming, te verklaren dat zij voldoen aan de eisen voor onafhankelijkheid. De NVAO vraagt hen daarbij andere zaken aan te geven die relevant zijn voor hun onafhankelijkheid. De NVAO vraagt aan de betrokken instelling om aan te geven of er zaken zijn die hierop betrekking kunnen hebben.

De NVAO beoordeelt op deze manier of er voldoende waarborgen zijn dat het panel als geheel en de secretaris onafhankelijk hun taak zullen uitvoeren.

1.3. Eisen van deskundigheid

De peers voor de instellingstoets kwaliteitszorg zijn gezaghebbend op bestuurlijk niveau of binnen de ontwikkeling van het hoger onderwijs, auditdeskundig of vertegenwoordigen het maatschappelijk veld. Het panel beschikt gezamenlijk over onderstaande expertises:

Het panel bestaat uit ten hoogste vijf leden, inclusief ten minste één student-lid.

De peers voor opleidingsbeoordelingen zijn onafhankelijk, gezaghebbend in hun vakgebied en

beschikken gezamenlijk over onderstaande deskundigheden:

Het panel bestaat uit ten minste vier leden. Ten minste één student uit het hoger onderwijs maakt deel uit van het panel.

De secretaris beschikt over de volgende deskundigheden:

De secretaris zal periodiek moeten laten zien dat hij/zij bekwaam en vaardig is in het bewaken en begeleiden van visitatieprocessen, het accreditatiekader goed kent en kwalitatief goede rapporten opstelt.

2. Accreditatie nieuwe opleiding

Een instelling die een nieuwe opleiding wil laten accrediteren, vraagt bij de NVAO de toets nieuwe opleiding aan. In deze plantoets beoordeelt een panel van onafhankelijke deskundigen een in redelijke mate van detail uitgewerkt plan voor de opleiding. Dit plan moet voldoende informatie bevatten om het panel in staat te stellen te beoordelen of de opleiding aan de basiskwaliteit voldoet. Op grond van haar rol als ‘poortwachter’ van het stelsel van geaccrediteerd hoger onderwijs stelt de NVAO zelf de panels voor de toets nieuwe opleiding samen en coördineert de beoordeling.

Een locatiebezoek maakt deel uit van de beoordeling. Na afloop van de beoordeling stelt het panel een adviesrapport op waarin het per standaard een gemotiveerd oordeel geeft en dit onderbouwt vanuit de bevindingen tijdens de beoordeling. Tevens neemt het panel een gemotiveerd eindoordeel op in het rapport. Een positieve uitkomst van de toets nieuwe opleiding leidt tot de toekenning van de accreditatie nieuwe opleiding. Deze accreditatie is zes jaar geldig. De NVAO kan aan de accreditatie nieuwe opleiding voorwaarden verbinden. De opleiding moet in dat geval binnen de door de NVAO gestelde termijn aantonen dat zij aan deze voorwaarden voldoet, anders kan de accreditatie worden ingetrokken.

2.1. Beoordelingskader

Standaard 1: De beoogde leerresultaten passen bij het niveau en de oriëntatie van de opleiding en zijn afgestemd op de verwachtingen van het beroepenveld en het vakgebied en op internationale eisen.

De beoogde leerresultaten beschrijven aantoonbaar het niveau (associate degree, bachelor of master) zoals gedefinieerd in het Nederlands kwalificatieraamwerk en de oriëntatie (hbo of wo) van de opleiding. Ze sluiten bovendien aan bij de actuele eisen die vanuit het regionale, het nationale en het internationale perspectief door het beroepenveld en het vakgebied worden gesteld aan de inhoud van de opleiding. Voor zover van toepassing zijn de beoogde leerresultaten tevens in overeenstemming met relevante wet- en regelgeving.

Aanvullende aspecten voor instellingen zonder erkenning ITK

Aangezien de volgende aspecten in de instellingstoets worden beoordeeld, dienen deze voor opleidingen in een instelling zonder erkenning ITK aanvullend te worden beoordeeld:

Standaard 2: Het programma, de onderwijsleeromgeving en de kwaliteit van het docententeam maken het voor de instromende studenten mogelijk de beoogde leerresultaten te realiseren.

De beoogde leerresultaten zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen van) het programma. Hierbij wordt rekening gehouden met de diversiteit van de toegelaten studenten. De docenten zijn zowel inhoudelijk als didactisch voldoende deskundig om de opleiding te verzorgen en geven begeleiding. De onderwijsleeromgeving bevordert dat studenten op actieve wijze deelnemen aan de vormgeving van het eigen leerproces (student-centred).

Indien het onderwijs in een andere taal dan het Nederlands wordt verzorgd, motiveert de opleiding deze keuze. Dit geldt ook indien de opleiding een anderstalige opleidingsnaam hanteert. Docenten beschikken over voldoende beheersing van de taal waarin zij doceren.

Voorzieningen worden niet beoordeeld, tenzij deze specifiek voor de betreffende opleiding zijn getroffen.

Het bovenstaande houdt in dat bij alle opleidingsbeoordelingen, in instellingen met en zonder erkenning ITK, de volgende aspecten worden meegewogen:

Aanvullende aspecten voor instellingen zonder erkenning ITK

Aangezien de volgende aspecten in de instellingstoets worden beoordeeld, dienen deze voor opleidingen in een instelling zonder erkenning ITK aanvullend te worden beoordeeld:

Standaard 3: De opleiding beschikt over een adequaat systeem van toetsing.

De beoordeling is valide, betrouwbaar en voldoende onafhankelijk. De eisen zijn helder voor de studenten. De kwaliteit van de tentaminering en examinering wordt voldoende gewaarborgd en voldoet aan de wettelijke deugdelijkheidsvereisten. De toetsen ondersteunen het eigen leerproces van de student. De examencommissie oefent haar wettelijke taken en bevoegdheden uit.

Standaard 4 wordt in de regel niet beoordeeld in een toets nieuwe opleiding. Het panel beoordeelt deze standaard alleen als er naar de mening van de NVAO sprake is van bestaand onderwijs en er eindwerken zijn om de gerealiseerde leerresultaten te kunnen beoordelen.

Standaard 4: De opleiding toont aan dat de beoogde leerresultaten zijn gerealiseerd.

Het realiseren van de beoogde leerresultaten blijkt uit de uitkomsten van toetsen, de eindwerken en de wijze waarop afgestudeerden in de praktijk of in een vervolgopleiding functioneren.

2.2. Aanvulling voor instellingen zonder erkenning ITK

Als een instelling geen erkenning ITK heeft, beoordeelt het panel tevens de standaarden 5 en 6:

Standaard 5: De huisvesting en de materiële voorzieningen zijn toereikend voor de realisatie van het programma.

De huisvesting van de opleiding en de voorzieningen passen bij de beoogde leerresultaten en de onderwijsleeromgeving.

Standaard 6: De opleiding kent een expliciete en breed gedragen kwaliteitszorg, bevordert de kwaliteitscultuur en is gericht op ontwikkeling.

De opleiding organiseert effectieve periodieke feedback die de realisatie van de beoogde leerresultaten ondersteunt. Bij bestaande opleidingen vinden geëigende verbeteringen plaats naar aanleiding van de uitkomsten van de vorige beoordeling. Hierbij worden passende evaluatie- en meetactiviteiten ingezet. De uitkomsten van deze evaluatie vormen aantoonbaar de basis voor ontwikkeling en verbetering. De opleiding legt intern verantwoording af over de bijdrage van de opleiding aan het realiseren van de strategische doelen van de instelling. Kwaliteitszorg verzekert realisatie van de beoogde leerresultaten. Bij de interne kwaliteitszorg zijn de opleidings- en examencommissies, medewerkers, studenten, alumni en het afnemende beroepenveld van de opleiding actief betrokken. De ontwerpprocessen en de erkenning en borging van de kwaliteit van de opleiding zijn in overeenstemming met de ESG. De opleiding publiceert accurate, betrouwbare en voor de doelgroepen goed toegankelijke informatie over de kwaliteit van de opleiding.

2.3. Toets na drie jaar

Voor nieuwe opleidingen die aangeboden worden door een instelling zonder erkenning ITK, en waarin nog geen feitelijk onderwijs wordt verzorgd, bestaat de verplichting om drie jaar nadat de accreditatie nieuwe opleiding is verleend, de volgende twee kwaliteitsaspecten te laten beoordelen:

De instelling verstrekt binnen uiterlijk drie jaar na het besluit tot verlenen van de accreditatie nieuwe opleiding het adviesrapport van deze beoordeling aan de NVAO. De instelling organiseert de beoordeling. In principe voert hetzelfde panel dat de toets nieuwe opleiding heeft uitgevoerd, de toets na drie jaar uit. De instelling dient dit panel wel voor goedkeuring voor te leggen aan de NVAO. De beoordeling vindt plaats op basis van tussentoetsen of eindwerken waaruit het gerealiseerd niveau blijkt.

2.4. Naam van de opleiding en toevoeging aan de graad

In het rapport van de toets nieuwe opleiding adviseert het panel de NVAO of:

2.5. Oordelen en beslisregels

2.6. Aanvraagprocedure

De instelling vraagt de toets nieuwe opleiding aan bij de NVAO. Deel van de aanvraag is een informatiedossier dat de standaarden van het beoordelingskader volgt. Het informatiedossier is een op zichzelf leesbaar document van beperkte omvang. De NVAO stelt richtlijnen op voor de omvang en inhoud hiervan, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen opleidingen van instellingen met en zonder erkenning ITK.

Het informatiedossier en de bijlagen geven het panel een helder beeld van het plan voor de opleiding. Zij beschrijven de beoogde leerresultaten voor de gehele opleiding, de inrichting van het curriculum, een concept-onderwijs- en examenregeling, de leeromgeving, de toetsing en de samenstelling van het docententeam dat de opleiding zal gaan verzorgen. Voor de eerste 60 EC van de opleiding is alle informatie over de inhoud van de opleiding en de toetsing in concept beschikbaar. Daarnaast zijn voor een aantal onderdelen toetsen uitgewerkt. De opleiding maakt inzichtelijk hoe zij aan het eind van het programma de beoogde leerresultaten zal toetsen.

In het informatiedossier verantwoordt de instelling de keuze voor de opleidingstaal en besteedt daarbij aandacht aan de eisen die vanuit het regionale, het nationale en het internationale perspectief door het beroepenveld en het vakgebied worden gesteld aan de inhoud van de opleiding. Bij opleidingen die volledig in een andere taal dan het Nederlands worden aangeboden, gaat de instelling in op de noodzaak van de keuze voor anderstalig onderwijs voor het realiseren van de beoogde leerresultaten van de opleiding. Het panel geeft in zijn adviesrapport aan of het deze verantwoording navolgbaar acht.

De toets nieuwe opleiding en de accreditatie nieuwe opleiding die bij goed gevolg wordt verkregen, betreffen het geheel van de opleiding, inclusief alle varianten (voltijds, deeltijds en duaal), afstudeerrichtingen en specialisaties, en alle locaties waar de opleiding wordt aangeboden. Indien van toepassing wordt in de toets nieuwe opleiding tevens beoordeeld of de opleiding voldoet aan (wettelijke) beroepsvereisten. De instelling geeft in de aanvraag en het informatiedossier een compleet beeld van al deze aspecten van de opleiding.

3. Verzwaarde toets nieuwe opleiding

Een rechtspersoon die tot het stelsel van geaccrediteerd hoger onderwijs wil toetreden en een geaccrediteerde opleiding wil verzorgen, dient door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend te worden als rechtspersoon voor hoger onderwijs (rpho). De procedure voor deze erkenning bestaat uit twee delen:

De verzwaarde toets nieuwe opleiding kan niet op basis van een associate degree-opleiding worden afgenomen.

Een locatiebezoek maakt deel uit van de verzwaarde toets nieuwe opleiding. Het panel stelt na afloop van de beoordeling een adviesrapport op voor de NVAO dat oordelen bevat op alle standaarden en een gemotiveerd eindoordeel. De NVAO neemt een besluit op basis van dit rapport. Na positieve uitkomst van de verzwaarde toets nieuwe opleiding kan de aanvrager erkenning als rechtspersoon voor hoger onderwijs aanvragen bij het Ministerie van OCW. De aanvrager kan de opleiding pas in CROHO laten registreren als de Minister positief besluit.

3.1. Kader en beslisregels

De beoordeling is geen plantoetsing maar kijkt naar de gerealiseerde kwaliteit. De NVAO beoordeelt de kwaliteit van de opleiding aan de hand van het kader voor bestaande opleidingen inclusief de aanvullingen voor instellingen die geen erkenning ITK hebben.

De volgende beslisregels gelden voor de verzwaarde toets nieuwe opleiding. Alle standaarden moeten voldoende zijn. Het eindoordeel kan alleen positief of negatief zijn.

3.2. Aanvraagprocedure

De aanvraag voor een verzwaarde toets nieuwe opleiding bij de NVAO is onderdeel van de procedure voor erkenning als rechtspersoon voor hoger onderwijs (rpho). De aanvrager stelt hiervoor een informatiedossier op dat vergelijkbaar is met de zelfevaluatie van een bestaande opleiding, inclusief de bijdrage van studenten. De aanvrager voegt aan het dossier een overzicht toe van beschikbare eindwerken of vergelijkbare producten ten behoeve van de toetsing van de gerealiseerde leerresultaten.

De aanvrager onderbouwt in het dossier dat de opleiding voldoet aan de ‘volkomen cycluseis’: het onderwijs wordt door de aanvrager in Nederland verzorgd en er zijn afgestudeerden die het te beoordelen curriculum van de opleiding volledig hebben doorlopen. Pas nadat de NVAO heeft vastgesteld dat de opleiding voldoet aan de ‘volkomen cycluseis’ zal zij een panel samenstellen voor de beoordeling.

De verzwaarde toets nieuwe opleiding en de accreditatie nieuwe opleiding die bij goed gevolg wordt verkregen, betreffen het geheel van de opleiding, inclusief alle varianten (voltijds, deeltijds en duaal), afstudeerrichtingen en specialisaties, en alle locaties waar de opleiding wordt aangeboden. In de verzwaarde toets nieuwe opleiding wordt tevens beoordeeld of de opleiding voldoet aan de daarvoor van toepassing zijnde (wettelijke) beroepsvereisten. De aanvrager geeft in de aanvraag en het informatiedossier een compleet beeld van al deze aspecten van de opleiding.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.