Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 11 maart 2024, kenmerk 3778259-1062120-PG, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van aanvullende seksuele gezondheidszorg (Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidszorg)
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvullende seksuele gezondheidszorg: soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en PrEP-zorg;
- collectieve preventie: taken van het college van burgemeester en wethouders op het gebied van preventie als bedoeld in de Wet publieke gezondheid;
- coördinatie: het ten behoeve van de regio van de desbetreffende coördinerende GGD op planmatige wijze inrichten van het aanbod van aanvullende seksuele gezondheidszorg en waarborgen dat de aanvullende seksuele gezondheidszorg voldoet aan de voorwaarden en verplichtingen volgend uit deze regeling;
- coördinerende GGD: instelling die in stand houdt of de instellingen die in stand houden:
- a. de GGD van de gemeente Amsterdam, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Noord-Holland en Flevoland;
- b. de GGD Gelderland-Zuid, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Overijssel en Gelderland;
- c. de GGD Groningen, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Friesland, Drenthe en Groningen;
- d. de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag, werkzaam binnen de regio die bestaat uit het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer;
- e. de GGD Rotterdam-Rijnmond, werkzaam binnen de regio die bestaat uit het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van het deel van de provincie Zuid-Holland genoemd onder onderdeel d;
- f. de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Zeeland en Noord-Brabant;
- g. de GGD Zuid-Limburg, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincie Limburg;
- h. de GGD Regio Utrecht, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincie Utrecht;
- curatieve gezondheidszorg: zorg die wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
- exploitatieresultaat: de som van de gerealiseerde bijdragen van derden, de in het besluit tot verlening vermelde begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage als deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage en de verleende uitkering verminderd met de gerealiseerde kosten;
- GGD: gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
- minister: de Minister voor Medische Zorg;
- PrEP: Pre Expositie Profylaxe, een medicijn ter preventieve behandeling van hiv;
- PrEP-zorg: counseling bij PrEP-gebruik;
- regiobrede meerjarenvisie: een omschrijving die betrekking heeft op de regio waarvoor een coördinerende GGD verantwoordelijk is van de visie en doelen, alsmede het benoemen en motiveren van activiteiten, in relatie tot de aanvullende werking op de curatieve gezonheidszorg en collectieve preventie;
- RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport genoemd in artikel 2 van de Wet op het RIVM;
- seksualiteitshulpverlening: in aanvulling op de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie, verlenen of doen verlenen van hulpverlening met betrekking tot de seksuele gezondheid;
- soa: een of meer van de volgende seksueel overdraagbare infecties:
- a. chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv;
- b. voor zover dit geïndiceerd is hepatitis B, hepatitis C, trichomonas of herpes genitalis;
- soa-zorg: in aanvulling op de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie, verlenen of doen verlenen van zorg met betrekking tot soa;
- uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 1.2. Toepasselijkheid Awb en Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Op uitkeringen verstrekt op grond van deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37 tot en met 4:39, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56, 4:57 en 4:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Op uitkeringen verstrekt op grond van deze regeling zijn de begrippen bijdragen van derden, eigen bijdrage en kosten, bedoeld in artikel 1.1 en hoofdstuk 5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.3. Activiteiten waarvoor een uitkering wordt verstrekt
De minister kan per kalenderjaar op aanvraag een uitkering verstrekken aan een coördinerende GGD voor activiteiten in het kader van aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie in de regio waarbinnen de coördinerende GGD werkzaam is.
Artikel 1.4. Dienst van algemeen economisch belang
Vervallen
Hoofdstuk 2. Verlening
Artikel 2.1. Aanvraag tot verlening
De aanvraag tot verlening van een uitkering kan jaarlijks tot uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het jaar waar de uitkering betrekking op heeft door de coördinerende GGD worden ingediend tot en met 30 september 2033.
De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.
In afwijking van het eerste en tweede lid wordt een aanvraag tot verlening van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, en artikel 4.1, voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 op uiterlijk 1 mei 2024 ingediend.
De coördinerende GGD consulteert de GGD’en in diens regio over de aanvraag.
Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
De aanvraag vergezeld van:
- a. een document waarin de coördinerende GGD de uitkomsten van de consultatie beschrijft; en
- b. een document waarin de coördinerende GGD een regiobrede meerjarenvisie beschrijft.
Artikel 2.2. Verlening en bevoorschotting
De minister beslist binnen 13 weken na ontvangst op de aanvraag.
Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval het bedrag van de uitkering, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend, de activiteiten waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.
De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100%, dat in één keer wordt betaald.
Hoofdstuk 3. Soa-zorg en seksualiteitshulpverlening
Artikel 3.1. Nadere invulling activiteiten hoofdstuk 3
Activiteiten in het kader van seksualiteitshulpverlening, zijn:
- a. het signaleren van hulpvragen met betrekking tot seksuele gezondheid;
- b. het verrichten van eenvoudige psychosociale en somatische diagnostiek;
- c. het geven van informatie en advies;
- d. het voorschrijven van en behandelen met geneesmiddelen;
- e. het verwijzen ter behandeling van complexe hulpvragen;
- f. het registreren van gegevens ten behoeve van beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie en seksualiteitshulpverlening.
Activiteiten in het kader van soa-zorg, met betrekking tot de daarbij genoemde soa, zijn:
- a. indicatiestelling, anamnese, lichamelijk onderzoek, counseling, voorlichting en afname van lichaamsmateriaal voor soa-diagnostiek;
- b. het uitvoeren of laten uitvoeren van soa-diagnostiek ten behoeve van soa-zorg;
- c. het periodiek uitvoeren of laten uitvoeren van diagnostiek ten behoeve van PrEP-zorg;
- d. de behandeling van en op indicatie verwijzing ter behandeling van chlamydia, gonorroe, syfilis of trichomonas; de verwijzing ter behandeling van hiv, hepatitis C of hepatitis B;
- e. het registeren van gegevens over de zorg, bedoeld onder a tot en met d, ten behoeve van surveillance en onderzoek naar de aanwezigheid van soa en beleidsvorming op het gebied van collectieve preventie en soa-bestrijding.
Artikel 3.2. Hoogte van de uitkering
De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, met uitzondering van activiteiten bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2024 ten hoogste:
- a. € 15.325.628,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
- b. € 5.970.037,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
- c. € 2.431.367,– voor de GGD Groningen;
- d. € 3.873.168,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
- e. € 5.317.241,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
- f. € 4.966.233,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
- g. € 2.683.808,– voor de GGD Zuid-Limburg;
- h. € 1.903.453,– voor de GGD Regio Utrecht.
De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, bedraagt voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 ten hoogste:
- a. € 727.199,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
- b. € 244.466,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
- c. € 104.064,– voor de GGD Groningen;
- d. € 164.496,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
- e. € 281.332,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
- f. € 230.972,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
- g. € 118.849,– voor de GGD Zuid-Limburg;
- h. € 143.022,– voor de GGD Regio Utrecht.
De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste:
- a. € 17.778.322,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
- b. € 6.828.466,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
- c. € 2.792.228,– voor de GGD Groningen;
- d. € 4.444.823,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
- e. € 6.240.765,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
- f. € 5.749.337,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
- g. € 3.092.084,– voor de GGD Zuid-Limburg;
- h. € 2.339.811,– voor de GGD Regio Utrecht.
De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste:
- a. € 17.067.189,12 voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
- b. € 6.555.327,36 voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
- c. € 2.680.538,88 voor de GGD Groningen;
- d. € 4.267.030,08 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
- e. € 5.991.134,40 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
- f. € 5.519.363,52 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
- g. € 2.968.400,64 voor de GGD Zuid-Limburg;
- h. € 2.246.218,56 voor de GGD Regio Utrecht.
De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.
Artikel 3.3. Voorwaarden
De soa-zorg en seksualiteitshulpverlening zijn afgestemd op de collectieve preventie en de curatieve gezondheidszorg.
Seksualiteitshulpverlening is gericht op personen jonger dan 25 jaar.
Soa-zorg is gericht op:
- a. personen die behoren tot groepen in de samenleving met een verhoogd risico op een soa;
- b. personen die in het kader van de bron- en contactopsporing gewaarschuwd zijn voor een soa;
- c. personen met klachten die wijzen op een soa;
- d. personen jonger dan 25 jaar;
- e. personen die slachtoffer zijn geworden van verkrachting of seksueel geweld.
Diagnostiek als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel b en c, wordt uitgevoerd in een geaccrediteerd laboratorium gericht op de gezondheidszorg.
Soa-diagnostiek ten behoeve van soa-zorg wordt verricht ten behoeve van het stellen van een diagnose bij:
- a. personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a tot en met c en e, met betrekking tot ten minste:
- 1°. gonorroe;
- 2°. syfilis; en
- 3°. hiv op opt-out basis.
- b. personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, met betrekking tot gonorroe.
- c. personen, bedoeld in het derde lid, met betrekking tot chlamydia, ten minste in het geval dat een cliënt klachten heeft die wijzen op een chlamydia-infectie of indien een cliënt gewaarschuwd is door een partner met een chlamydia-infectie met klachten.
Diagnostiek ten behoeve van PrEP-zorg wordt verricht in het kader van het startconsult of het vervolgconsult, bedoeld in artikel 4.1, onder a, ten behoeve van het stellen van een diagnose voor hiv, syfilis, chlamydia, gonorroe, hepatitis-c en, indien diagnostiek hiernaar geïndiceerd is, de nierfunctie.
Artikel 3.4. Verplichtingen
De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van diens regio zorg voor dat in het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt:
- a. sprake is van inspanningen om personen te bereiken die ondervertegenwoordigd zijn in de soa-zorg en seksualiteitshulpverlening;
- b. bij soa-zorg, sprake is van een optimaal vindpercentage soa;
- c. van personen, bedoeld in artikel 3.3, tweede en derde lid, geen betalingen worden verlangd;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.