Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 11 maart 2024, kenmerk 3778259-1062120-PG, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van aanvullende seksuele gezondheidszorg (Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidszorg)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-12-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Toepasselijkheid Awb en Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
1.

Op uitkeringen verstrekt op grond van deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:37 tot en met 4:39, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56, 4:57 en 4:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

2.

Op uitkeringen verstrekt op grond van deze regeling zijn de begrippen bijdragen van derden, eigen bijdrage en kosten, bedoeld in artikel 1.1 en hoofdstuk 5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.3. Activiteiten waarvoor een uitkering wordt verstrekt

De minister kan per kalenderjaar op aanvraag een uitkering verstrekken aan een coördinerende GGD voor activiteiten in het kader van aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie in de regio waarbinnen de coördinerende GGD werkzaam is.

Artikel 1.4. Dienst van algemeen economisch belang

Vervallen

Hoofdstuk 2. Verlening

Artikel 2.1. Aanvraag tot verlening
1.

De aanvraag tot verlening van een uitkering kan jaarlijks tot uiterlijk 13 weken voor de aanvang van het jaar waar de uitkering betrekking op heeft door de coördinerende GGD worden ingediend tot en met 30 september 2033.

2.

De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid wordt een aanvraag tot verlening van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, en artikel 4.1, voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 op uiterlijk 1 mei 2024 ingediend.

4.

De coördinerende GGD consulteert de GGD’en in diens regio over de aanvraag.

5.

Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

6.

De aanvraag vergezeld van:

Artikel 2.2. Verlening en bevoorschotting
1.

De minister beslist binnen 13 weken na ontvangst op de aanvraag.

2.

Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval het bedrag van de uitkering, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend, de activiteiten waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.

3.

De minister verleent bij het besluit tot verlening van de uitkering een voorschot van 100%, dat in één keer wordt betaald.

Hoofdstuk 3. Soa-zorg en seksualiteitshulpverlening

Artikel 3.1. Nadere invulling activiteiten hoofdstuk 3
1.

Activiteiten in het kader van seksualiteitshulpverlening, zijn:

2.

Activiteiten in het kader van soa-zorg, met betrekking tot de daarbij genoemde soa, zijn:

Artikel 3.2. Hoogte van de uitkering
1.

De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, met uitzondering van activiteiten bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2024 ten hoogste:

2.

De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, bedraagt voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 ten hoogste:

3.

De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste:

4.

De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste:

5.

De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.

Artikel 3.3. Voorwaarden
1.

De soa-zorg en seksualiteitshulpverlening zijn afgestemd op de collectieve preventie en de curatieve gezondheidszorg.

2.

Seksualiteitshulpverlening is gericht op personen jonger dan 25 jaar.

3.

Soa-zorg is gericht op:

4.

Diagnostiek als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel b en c, wordt uitgevoerd in een geaccrediteerd laboratorium gericht op de gezondheidszorg.

5.

Soa-diagnostiek ten behoeve van soa-zorg wordt verricht ten behoeve van het stellen van een diagnose bij:

6.

Diagnostiek ten behoeve van PrEP-zorg wordt verricht in het kader van het startconsult of het vervolgconsult, bedoeld in artikel 4.1, onder a, ten behoeve van het stellen van een diagnose voor hiv, syfilis, chlamydia, gonorroe, hepatitis-c en, indien diagnostiek hiernaar geïndiceerd is, de nierfunctie.

Artikel 3.4. Verplichtingen

De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van diens regio zorg voor dat in het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.