Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 12 maart 2024, nr. 1502027, houdende regels voor subsidieverstrekking ter ondersteuning van het invoeren van het praktijkgerichte vak in de gemengde leerweg en theoretische leerweg van het vmbo (Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
- gemengde leerweg: gemengde leerweg als bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel d, van de WVO 2020;
- mbo-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;
- minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
- pilot: pilot als bedoeld in:
- a. artikel 3, 13, 21 of 29 van de Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl; of
- b. artikel 3 of 11 van de Aanvullende subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl;
- pilotschool: school of vavo-instelling waarvan aan het bevoegd gezag subsidie is verstrekt voor een pilot;
- praktijkgericht vak: vak waarin leerlingen middels meerdere en verschillende levensechte en realistische opdrachten bij of voor opdrachtgevers (bedrijven of instellingen) kennis en vaardigheden leren toe te passen;
- school: school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
- schooljaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend;
- vavo-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover die uit ’s Rijks kas bekostigde opleidingen voortgezet algemeen volwassenonderwijs verzorgt;
- vestiging: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de WVO 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de WVO 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de WVO 2020;
- theoretische leerweg: theoretische leerweg als bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a, van de WVO 2020;
- vmbo: onderwijs als bedoeld in artikel 2.22 van de WVO 2020;
- WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking praktijkgericht vak
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 3. Doel en reikwijdte subsidie
Op aanvraag van het bevoegd gezag van een school of vavo-instelling kan de minister voor de schooljaren 2024–2025 tot en met 2027–2028 subsidie verstrekken voor het aanbieden van een praktijkgericht vak in de gemengde leerweg of de theoretische leerweg van het vmbo.
De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt onderscheiden in subsidie ten behoeve van:
- a. pilotscholen; en
- b. overige scholen en vavo-instellingen.
Subsidie aan een pilotschool wordt verstrekt voor het aanbieden van een praktijkgericht vak in de theoretische leerweg.
Artikel 4. Subsidieaanvraag
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend:
- a. van 25 maart 2024 tot en met 22 april 2024 voor de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026;
- b. van 15 januari 2025 tot en met 17 februari 2025 voor de schooljaren 2025–2026 en 2026–2027; en
- c. van 15 januari 2026 tot en met 17 februari 2026 voor de schooljaren 2026–2027 en 2027–2028.
Te laat ingediende aanvragen worden afgewezen.
Het bevoegd gezag van een pilotschool kan voor een vestiging slechts subsidie aanvragen voor de schooljaren volgend op het schooljaar waarin de pilot is afgerond.
Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl.
Artikel 5. Beslistermijn
De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 4.
Artikel 6. Betaling
De minister betaalt het subsidiebedrag in twee gelijke jaarlijkse termijnen.
§ 2. Subsidie pilotscholen
Artikel 7. Toepassingsbereik
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidies als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a.
Artikel 8. Te subsidiëren activiteiten
De subsidie wordt verstrekt voor
- a. het continueren en, voor zover relevant, het doorontwikkelen van een praktijkgericht vak van de schoolvestiging die het betreft, als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de theoretische leerweg;
- b. het vrij roosteren van leraren voor deelname aan de activiteiten en vervangen van die leraren; en
- c. het aansluiten bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd in het tweede lid, voor het doorontwikkelen van het praktijkgerichte vak in de vestiging.
Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, valt in ieder geval het onderhouden en zo nodig intensiveren van een in het kader van die pilot:
- a. opgebouwd netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio; en
- b. opgebouwde samenwerking met het mbo;
De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:
- a. de inzet van een extra docent of onderwijsondersteuner voor het praktijkgerichte vak, onder meer bij het ondersteunen van docenten in de klas;
- b. het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van opdrachten en het opbouwen en onderhouden van contacten met vervolgonderwijs en bedrijfsleven;
- c. het aanschaffen van lesmateriaal voor de leerlingen om opdrachten uit te voeren; en
- d. het reizen door leerlingen van en naar een locatie van een regionaal bedrijf of instelling.
Artikel 9. Subsidiebedrag en aanvraag
De subsidie bedraagt € 50.000 per vestiging. Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag alleen een activiteitenplan zoals bedoeld in artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Een bevoegd gezag mag ten hoogste één aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indienen per vestiging.
Artikel 10. Subsidieplafond
Voor de subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is voor de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026 in totaal een bedrag beschikbaar van € 7.450.000,-.
In het geval dat door subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf niet alle daarvoor beschikbare middelen worden uitgeput, kan het resterende bedrag geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan het subsidieplafond, bedoeld in artikel 16, eerste lid.
Artikel 11. Subsidieverplichtingen
De onderwijsinstelling ontwikkelt het praktijkgerichte vak gedurende twee jaar en biedt het twee jaar aan aan de doelgroep van de licentie waarvoor zij een aanvraag heeft gedaan.
Het bevoegd gezag dat de subsidie, bedoeld in artikel 8, ontvangt, zendt op uiterlijk 1 oktober 2026 een eindrapportage aan de Minister.
Artikel 12. Besteding en verantwoording
Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 11, is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.
De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
§ 3. Subsidie overige scholen
Artikel 13. Toepassingsbereik
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidies als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, en artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c.
Artikel 14. Te subsidiëren activiteiten overige scholen
Subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten:
- a. het opstarten met en doorontwikkelen van het praktijkgerichte vak als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de gemengde leerweg of de theoretische leerweg;
- b. het opbouwen en onderhouden van een netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio;
- c. het opzetten of intensiveren van een samenwerking met het mbo ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van het praktijkgerichte vak;
- d. de vervanging voor het vrij roosteren van onderwijspersoneel, opdat zij scholing kunnen volgen en ontwikkelactiviteiten kunnen uitvoeren in het kader van het praktijkgerichte vak; en
- e. het aansluiten bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd het tweede lid, voor het doorontwikkelen van het examenprogramma praktijkgerichte vak en de invoering van dit vak in de vestiging.
De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:
- a. de inzet van een extra docent of onderwijsondersteuner voor het praktijkgerichte vak, onder meer bij het ondersteunen van docenten in de klas;
- b. het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van opdrachten en het opbouwen en onderhouden van contacten met vervolgonderwijs en bedrijfsleven;
- c. het aanschaffen van lesmateriaal voor de leerlingen om opdrachten uit te voeren; en
- d. het reizen door leerlingen van en naar een locatie van een bedrijf of instelling.
Artikel 15. Subsidiebedrag en aanvraag
De subsidie bedraagt € 25.000 per aanvraag voor een vestiging voor het aanbieden van het praktijkgerichte vak in de gemengde leerweg en € 75.000 per aanvraag per vestiging voor het aanbieden van het praktijkgerichte vak in de theoretische leerweg. Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag alleen een activiteitenplan zoals bedoeld in artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Een bevoegd gezag mag ten hoogste één aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indienen per vestiging.
Artikel 16. Subsidieplafond en wijze van verdeling van de beschikbare middelen
Voor de subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is voor de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026 in totaal een bedrag beschikbaar van € 14.688.000,–.
In het geval dat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend is om alle aanvragen voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, toe te wijzen, worden de binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt.
In het geval dat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend is om alle aanvragen voor de subsidie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, toe te wijzen, worden de binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt, waarbij aanvragen voor elk van de licentiegebonden vakken Bouwen, Wonen & Interieur, Groen, Horeca, Bakkerij & Recreatie, Media, Vormgeving & ICT, Maritiem en Techniek, Mobiliteit & Transport en Produceren, Installeren & Energie voorrang krijgen, met een maximum van 10 plekken per licentiegebonden praktijkgericht vak. In afwijking van artikel 11, eerste lid, biedt een onderwijsinstelling waarvan de aanvraag voor een licentiegebonden praktijkgericht vak is toegewezen, dit vak aan vanaf het eerste schooljaar waarvoor zij subsidie krijgt.
De subsidiebedragen voor de schooljaren 2026–2027 en 2027–2028 worden op een later moment bekend gemaakt.
Artikel 17. Subsidieverplichtingen
De onderwijsinstelling ontwikkelt het praktijkgerichte vak gedurende twee jaren en biedt het minimaal één jaar aan aan de doelgroep van de licentie waarvoor zij een aanvraag heeft gedaan.
Het bevoegd gezag dat de subsidie, bedoeld in artikel 14, ontvangt, zendt:
- a. indien het een subsidie betreft als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, op uiterlijk 1 oktober 2026 een eindrapportage aan de Minister;
- b. indien het een subsidie betreft als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, op uiterlijk 1 oktober 2027 een eindrapportage aan de Minister; en
- c. indien het een subsidie betreft als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, op uiterlijk 4 oktober 2028 een eindrapportage aan de Minister.
Artikel 18. Besteding en verantwoording
Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.
De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 19. Hardheidsclausule
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling in bijzondere gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 20. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029.
Artikel 21. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 6a. Subsidieplafonds schooljaren 2025–2028
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is:
- a. voor de schooljaren 2025–2026 en 2026–2027 in totaal een bedrag beschikbaar van € 10.500.000; en
- b. voor de schooljaren 2026–2027 en 2027–2028 in totaal een bedrag beschikbaar van € 11.638.000.
§ 2. Subsidie pilotscholen
§ 3. Subsidie overige scholen
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.