← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 12 maart 2024, nr. 1502027, houdende regels voor subsidieverstrekking ter ondersteuning van het invoeren van het praktijkgerichte vak in de gemengde leerweg en theoretische leerweg van het vmbo (Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl)

Geldende tekst a fecha 2024-07-04

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking praktijkgericht vak

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 3. Doel en reikwijdte subsidie
1.

Op aanvraag van het bevoegd gezag van een school of vavo-instelling kan de minister voor de schooljaren 2024–2025 tot en met 2027–2028 subsidie verstrekken voor het aanbieden van een praktijkgericht vak in de gemengde leerweg of de theoretische leerweg van het vmbo.

2.

De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt onderscheiden in subsidie ten behoeve van:

3.

Subsidie aan een pilotschool wordt verstrekt voor het aanbieden van een praktijkgericht vak in de theoretische leerweg.

Artikel 4. Subsidieaanvraag
1.

Een subsidieaanvraag kan worden ingediend:

2.

Te laat ingediende aanvragen worden afgewezen.

3.

Het bevoegd gezag van een pilotschool kan voor een vestiging slechts subsidie aanvragen voor de schooljaren volgend op het schooljaar waarin de pilot is afgerond.

4.

Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl.

Artikel 5. Beslistermijn

De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 4.

Artikel 6. Betaling

De minister betaalt het subsidiebedrag in twee gelijke jaarlijkse termijnen.

§ 2. Subsidie pilotscholen

Artikel 7. Toepassingsbereik

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidies als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a.

Artikel 8. Te subsidiëren activiteiten
1.

De subsidie wordt verstrekt voor

2.

Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, valt in ieder geval het onderhouden en zo nodig intensiveren van een in het kader van die pilot:

3.

De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:

Artikel 9. Subsidiebedrag en aanvraag
1.

De subsidie bedraagt € 50.000 per vestiging. Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

2.

In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag alleen een activiteitenplan zoals bedoeld in artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

3.

Een bevoegd gezag mag ten hoogste één aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indienen per vestiging.

Artikel 10. Subsidieplafond
1.

Voor de subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is voor de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026 in totaal een bedrag beschikbaar van € 7.450.000,-.

2.

In het geval dat door subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf niet alle daarvoor beschikbare middelen worden uitgeput, kan het resterende bedrag geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan het subsidieplafond, bedoeld in artikel 16, eerste lid.

Artikel 11. Subsidieverplichtingen
1.

De onderwijsinstelling ontwikkelt het praktijkgerichte vak gedurende twee jaar en biedt het twee jaar aan aan de doelgroep van de licentie waarvoor zij een aanvraag heeft gedaan.

2.

Het bevoegd gezag dat de subsidie, bedoeld in artikel 8, ontvangt, zendt op uiterlijk 1 oktober 2026 een eindrapportage aan de Minister.

Artikel 12. Besteding en verantwoording
1.

Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 11, is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

2.

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.

3.

De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

§ 3. Subsidie overige scholen

Artikel 13. Toepassingsbereik

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op subsidies als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, en artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c.

Artikel 14. Te subsidiëren activiteiten overige scholen
1.

Subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten:

2.

De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:

Artikel 15. Subsidiebedrag en aanvraag
1.

De subsidie bedraagt € 25.000 per aanvraag voor een vestiging voor het aanbieden van het praktijkgerichte vak in de gemengde leerweg en € 75.000 per aanvraag per vestiging voor het aanbieden van het praktijkgerichte vak in de theoretische leerweg. Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

2.

In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag alleen een activiteitenplan zoals bedoeld in artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

3.

Een bevoegd gezag mag ten hoogste één aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indienen per vestiging.

Artikel 16. Subsidieplafond en wijze van verdeling van de beschikbare middelen
1.

Voor de subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is voor de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026 in totaal een bedrag beschikbaar van € 14.688.000,–.

2.

In het geval dat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend is om alle aanvragen voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, toe te wijzen, worden de binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt.

3.

In het geval dat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend is om alle aanvragen voor de subsidie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, toe te wijzen, worden de binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt, waarbij aanvragen voor elk van de licentiegebonden vakken Bouwen, Wonen & Interieur, Groen, Horeca, Bakkerij & Recreatie, Media, Vormgeving & ICT, Maritiem en Techniek, Mobiliteit & Transport en Produceren, Installeren & Energie voorrang krijgen, met een maximum van 10 plekken per licentiegebonden praktijkgericht vak. In afwijking van artikel 11, eerste lid, biedt een onderwijsinstelling waarvan de aanvraag voor een licentiegebonden praktijkgericht vak is toegewezen, dit vak aan vanaf het eerste schooljaar waarvoor zij subsidie krijgt.

4.

De subsidiebedragen voor de schooljaren 2026–2027 en 2027–2028 worden op een later moment bekend gemaakt.

Artikel 17. Subsidieverplichtingen
1.

De onderwijsinstelling ontwikkelt het praktijkgerichte vak gedurende twee jaren en biedt het minimaal één jaar aan aan de doelgroep van de licentie waarvoor zij een aanvraag heeft gedaan.

2.

Het bevoegd gezag dat de subsidie, bedoeld in artikel 14, ontvangt, zendt:

Artikel 18. Besteding en verantwoording
1.

Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

2.

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.

3.

De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 19. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling in bijzondere gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 20. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029.

Artikel 21. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a. Subsidieplafonds schooljaren 2025–2028

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is:

§ 2. Subsidie pilotscholen

§ 3. Subsidie overige scholen

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.