Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit namens de Minister voor Natuur en Stikstof van 12 maart 2024 tot vaststelling van het Specifiek interventiebeleid natuurwetgeving (IB03-SPEC 08, versie 05)
De Minister voor Natuur en Stikstof,
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 18.6 van de Omgevingswet, artikel 6, zevende lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en het Algemeen Interventiebeleid NVWA 2024;
Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:
1. Onderwerp
Het specifiek interventiebeleid natuurwetgeving beschrijft, binnen de kaders van het Algemeen Interventiebeleid NVWA 2024 (AIB), de klassenindeling van en interventies voor de beoordeling van specifieke overtredingen van de wetgeving in het domein natuur.
De NVWA voert in het domein natuur allereerst inspecties uit om illegale handel in beschermde dier- en plantensoorten en producten daarvan tegen te gaan en legale handel te reguleren (onder andere CITES). De NVWA houdt ook toezicht op de handel en het bezit van invasieve exoten genoemd op de Unielijst. Voor dit onderdeel van het domein natuur heeft de NVWA uitsluitend een inspectietaak en geen interveniërende taak. Bestuurlijke interventies vinden plaats door RVO.nl.
Daarnaast zijn er controles op de import van hout en houtproducten uit landen waarmee de EU een Voluntary Partnership Agreement heeft afgesloten in het kader van Forest Law Enforcement, Governance and Trade(FLEGT), en op het op de markt brengen van hout, papier en pulp en houten meubels in het kader van de EU-houtverordening.
Het natuurbeleid is in 2017 deels gedecentraliseerd van rijksoverheid naar de provincies. De provincies, in bepaalde gevallen de gemeentes, geven vergunningen, verklaringen van geen bezwaar en ontheffingen af ten aanzien van ruimtelijke ingrepen en handel in bepaalde dier- en plantsoorten. In bepaalde specifieke gevallen is de rijksoverheid het bevoegd gezag voor vergunningverlening en handhaving. In deze gevallen kan de NVWA optreden.
Overtredingen die door de inspecteur/toezichthouder worden waargenomen en die niet in deze beleidsregel zijn opgenomen, worden voorgelegd aan de Afdeling Expertise van de Divisie Regie & Expertise van de Directie Handhaven teneinde een interventie te bepalen.
2. Definities en wettelijke basis
In aanvulling op de definities en begrippen uit het AIB gelden de onderstaande definities.
2.1. Definities en afkortingen
2.2. Wettelijke basis
In het domein natuur gelden zowel internationale, EU- als nationale regels. De belangrijkste wettelijke bepalingen die van belang zijn voor dit specifiek interventiebeleid zijn neergelegd in:
3. Werkwijze
3.1. Het bepalen van de ernst van de overtreding
Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het AIB.
De ernst van de overtreding en de toe te passen interventie worden onder andere bepaald door de omvang van het risico op ernstige tot geringe gevolgen voor de kwaliteit of diversiteit van de natuur, de herstelbaarheid daarvan en of er sprake is van calculerend en/of bewust risiconemend gedrag. Hoe groter het risico, des te hoger wordt de overtreding geclassificeerd.
Voor bepaalde zware overtredingen kan het effectiever zijn om niet (meteen) een bestraffende sanctie toe te passen maar eerst te waarschuwen. Voor overtredingen van CITES en IUS betekent dit het volgende:
Indien het overtredingen betreft die snel en eenvoudig kunnen worden hersteld en een gering risico opleveren voor aantasting van natuurwaarden, wordt een officiële waarschuwing (OW) gegeven in plaats van een bestraffende sanctie. De geconstateerde feiten en het eventueel uitgevoerde herstel worden in zulke gevallen vastgelegd. Veel van dergelijke overtredingen worden gepleegd door particulieren, waarbij na het opheffen van de overtreding, er geen noodzaak is om een herinspectie uit te voeren.
Bij beschermde dieren en planten die niet opgenomen zijn op de Rode Lijsten wordt in principe afgeweken van het interventiebeleid en wordt de overtreding beoordeeld als middelzwaar. De omstandigheden tijdens de inspectie zijn echter leidend.
3.2. Het bepalen van interventies bij een overtreding
De Omgevingswet kan zowel bestuurs- als strafrechtelijk worden gehandhaafd. Hieronder wordt het palet van mogelijke bestraffende sancties en corrigerende interventies weergegeven.
Overtredingen van bepaalde bepalingen bij of krachtens de Omgevingswet leveren een economisch delict als bedoeld in de Wet op de economische delicten (Wed) op.
De Minister voor Natuur en Stikstof is bevoegd om bij enkele overtredingen van de Omgevingswet een bestuurlijke boete op te leggen (art. 18.15a Omgevingswet). In die specifieke gevallen is RVO.nl gemandateerd voor overtredingen met beschermde en invasieve soort en maakt de NVWA een rapport van bevindingen op voor RVO.nl.
Op basis van de Omgevingswet is de Minister voor Natuur en Stikstof bevoegd om bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die gericht zijn op het herstel van de gevolgen van de overtreding of het voorkomen van verdere overtreding(en).
De bestuursrechtelijke handhaving namens de Minister voor Natuur en Stikstof, geschiedt door zowel RVO.nl als de NVWA. De taakverdeling tussen RVO.nl en de NVWA daarbij is als volgt:
3.3. Herinspectie
Na het constateren van een zware of middelzware overtreding kan een extra inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of gemaakte afspraken over het opheffen van de overtreding zijn nagekomen.
4. Divers
Deze beleidsregel vervangt het op 19 december 2023 vastgestelde Specifiek interventiebeleid natuurwetgeving (IB03-SPEC 08, versie 04). Deze beleidsregel is herzien naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 01 januari 2024.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Specifiek interventiebeleid NVWA natuurwetgeving (IB03-SPEC08, versie 05)’.
Deze beleidsregel treedt in werking op 4 april 2024.
De bijlage van deze beleidsregel is te vinden op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (www.nvwa.nl/interventiebeleid).
Bijlage
Gepubliceerd op www.nvwa.nl/interventiebeleid.
Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.