Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 20 februari 2024 tot vaststelling van het Specifiek interventiebeleid NVWA gewasbeschermingsmiddelen en biociden (IB03-SPEC 05, versie 06)
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 82 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, artikel 6, zevende lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en het Algemeen Interventiebeleid NVWA 2024;
Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:
1. Onderwerp
Het specifiek interventiebeleid gewasbeschermingsmiddelen en biociden beschrijft, binnen de kaders van het Algemeen interventiebeleid NVWA 2024 (AIB), de klasseindeling en de interventies voor de specifieke overtredingen van de regelgeving met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen (GBM) en biociden.
Overtredingen die door de inspecteur/toezichthouder worden waargenomen en die niet in deze beleidsregel zijn opgenomen, worden voorgelegd aan de afdeling Expertise van de Directie Handhaven, teneinde een klasseindeling en een interventie te bepalen.
2. Definities en wettelijke basis
Hieronder is een aantal specifieke definities opgenomen in aanvulling op de definities en begrippen uit het AIB.
2.1. Definities
2.2. Wettelijke basis
In het domein gewasbeschermingsmiddelen en biociden gelden zowel Europese als nationale regels. De wettelijke basis voor dit specifieke interventiebeleid is:
3. Werkwijze
3.1. Het bepalen van de ernst van de overtreding
Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het AIB.
Als gevolg van het op de markt brengen en het gebruik van niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden, of het niet volgens de gebruiksvoorschriften toepassen van wel toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en biociden, kan de gezondheid van mensen en dieren worden aangetast. Ook kunnen er schadelijke gevolgen zijn voor het milieu. Uitgangspunt van het specifieke interventiebeleid NVWA gewasbeschermingsmiddelen en biociden is dat de ernst van de gevolgen bepalend is voor de indeling van de overtreding in klassen, ongeacht of die gevolgen direct of pas na verloop van tijd optreden.
Tenzij in dit specifieke interventiebeleid anders is bepaald, geldt het volgende:
Bij het beoordelen van de op te leggen interventie wordt rekening gehouden met de ernst van het gevaar (of risico op gevaar) voor mens, dier en milieu, de mate van herstelbaarheid van de overtreding en of er sprake is van ondermijnend gedrag.
In de bijlage van deze beleidsregel zijn de bepalingen van de geldende wetgeving ingedeeld in een overtredingsklasse met bijbehorende interventie(s). Deze bijlage is in te zien op de internetpagina van de NVWA.
Voor de lichte overtredingen geldt dat na een derde constatering van een overtreding wordt overgegaan naar de interventie die volgt op de constatering van een middelzware overtreding.
3.2. Het bepalen van interventies bij een overtreding
Overtredingen van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden doorgaans bestuurlijk beboet. Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, legt de NVWA deze voor aan het Openbaar Ministerie. Dit volgt uit artikel 94 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het Openbaar Ministerie beslist of het overgaat tot strafrechtelijke afdoening. Strafrechtelijke afdoening is niet voorbehouden aan een vooraf aan te geven overtreding van een bepaald voorschrift, maar kan in beginsel bij alle overtredingen van de bij of krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden gestelde voorschriften noodzakelijk zijn.
De kolommen ‘interventie bij eerste constatering’ en ‘interventie bij herhaalde overtreding’ in de bijlage van dit document vermelden uitsluitend de bestuurlijke boete als bestraffende sanctie die doorgaans wordt toegepast. Dit laat onverlet dat, als een overtreding zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kan worden afgedaan, op grond van de specifieke feiten en omstandigheden kan worden besloten om in plaats van een bestuurlijke boete een proces verbaal op te maken ten behoeve van strafrechtelijke afdoening. Op voorhand is niet in de bijlage van dit document aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een strafrechtelijke bestraffende sanctie. Daarom vormt deze paragraaf een aanvulling op genoemde kolommen in de bijlage.
3.3. Herhaalde overtreding
Er is sprake van een herhaalde overtreding wanneer tijdens een (her)inspectie opnieuw een overtreding van de wetgeving op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt vastgesteld, die bij de overtreder binnen de daaraan voorafgaande periode van twee jaar eerder is geconstateerd.
4. Divers
Deze beleidsregel vervangt het op 19 december 2023 vastgestelde Specifiek interventiebeleid NVWA gewasbeschermingsmiddelen en biociden (IB03-SPEC 05, versie 05). Hiermee komen de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer te vervallen en wordt de inhoud van de beleidsregel in overeenstemming gebracht met het Besluit activiteiten leefomgeving.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Specifiek interventiebeleid NVWA gewasbeschermingsmiddelen en biociden (IB03-SPEC 05, versie 06)’.
Deze beleidsregel treedt in werking op 4 april 2024.
De bijlage van deze beleidsregel is te vinden op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (www.nvwa.nl/interventiebeleid).
Bijlage
Gepubliceerd op www.nvwa.nl/interventiebeleid.
Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.