Beleidsregel van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 27 maart 2024, over daadwerkelijk herstel van schade en het aanbieden van een vaste vergoeding en een aanvullende vaste vergoeding (Beleidsregel schadeafhandeling Tijdelijke wet Groningen)
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- Instituut: Instituut Mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet;
- wet: Tijdelijke wet Groningen.
Artikel 2. Daadwerkelijk herstel
Het Instituut biedt de aanvrager ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet en artikel 1a.1, eerste lid, van de Regeling Tijdelijke wet Groningen, de mogelijkheid aan om zijn schade af te handelen door de te treffen maatregelen in natura uit te voeren of de door de aanvrager gemaakte redelijke kosten voor daadwerkelijk herstel van de schade te vergoeden, tot een maximum van € 60.000.
Indien de aanvrager kiest voor deze mogelijkheid verricht het Instituut geen onderzoek naar het causaal verband tussen de door de aanvrager gemelde fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs mijnbouwschade kan zijn als bedoeld in artikel 177a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of de gasopslag bij de Norg of de gasopslag bij Grijpskerk.
Bij de toepassing van dit artikel zijn de voorwaarden, genoemd in artikel 2.8, tweede lid, onderdelen a, d en f, van de werkwijze, van toepassing.
Het Instituut stelt een werkwijze vast voor de uitvoering van dit artikel. Het Instituut stelt daarbij een ruime termijn vast waarbinnen de aanvrager na toekenning van het recht op daadwerkelijk herstel, de schade kan laten herstellen en vergoeding van daarmee gemoeide kosten van het Instituut kan vragen.
Artikel 3. Herhaalschade
Het Instituut stelt een werkwijze vast op basis waarvan het een eenmalige vaste vergoeding aanbiedt indien een aanvrager als gevolg van een nieuwe aardbeving als bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de werkwijze nieuwe schade lijdt als bedoeld in artikel 1 van de wet.
Het Instituut verklaart artikel 2.10 van de werkwijze van overeenkomstige toepassing op de keuze voor daadwerkelijk herstel, bedoeld in artikel 2, en ontwikkelt een werkwijze over de omgang met nieuwe schade die zich voordoet na de afronding van de individuele maatwerkbeoordeling, bedoeld in hoofdstuk 2a van de werkwijze.
In afwijking van het tweede lid vergoedt het Instituut binnen de termijn, bedoeld in artikel 2, vierde lid, bij de toepassing van artikel 2 ook de redelijke kosten van nieuwe schade die binnen die termijn is ontstaan of opgemerkt, binnen het maximum van € 60.000.
Artikel 4. Vaste vergoeding
Het Instituut draagt er zorg voor dat de vaste vergoeding, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van de werkwijze wordt verhoogd naar € 10.000.
Het Instituut kan in de werkwijze regels opnemen met betrekking tot gevallen waarin een afwijkend bedrag wordt aangeboden, indien aanbieding van het bedrag van € 10.000 evident niet redelijk is voor het object waaraan schade wordt gemeld.
Het Instituut kan in de werkwijze opnemen dat de aanvrager onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid heeft om terug te komen op zijn keuze voor de vaste vergoeding.
Artikel 5. Aanvullende vaste vergoeding
Het Instituut ontwikkelt een werkwijze met betrekking tot een aanvullende vaste vergoeding om verschillen die zijn ontstaan door aanpassingen in de wijze van afhandeling van fysieke schade zo veel mogelijk te beperken. De aanvullende vaste vergoeding bedraagt ten hoogste € 10.000.
Het Instituut kan daarbij voorwaarden stellen voor het verstrekken van deze vergoeding.
Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6. Overgangsrecht
Deze beleidsregel is, met uitzondering van artikel 3, tweede lid voor zover dat betrekking heeft op de individuele maatwerkbeoordeling, van toepassing op aanvragen waarop op 14 december 2023 nog geen besluit is genomen en op besluiten die op die datum nog niet onherroepelijk zijn.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2024, met uitzondering van de artikelen 1, 2, eerste tot en met derde lid, 4 en 6, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze beleidsregel wordt geplaatst en terugwerken tot en met 14 december 2023.
Artikel 8. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel schadeafhandeling Tijdelijke wet Groningen.
Gelet op artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de artikelen 2, derde lid, en 10, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen en artikel 1a.1, eerste lid, van de Regeling Tijdelijke wet Groningen;
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.