Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 27 maart 2024, nr. OVO/43595480, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor techniekonderwijs in het vmbo (Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028)
Gelet op artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
- basisschool: basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
- bedrijf: iedere organisatie, ongeacht haar rechtsvorm, die economische activiteiten uitoefent;
- beroepsgericht vmbo: derde en vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerwegen en de gemengde leerweg van het vmbo, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van de WVO 2020;
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- extern personeel: personeel als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC, dat bij een school is tewerkgesteld zonder benoeming;
- GPL: gemiddelde personeelslast, geraamd op basis van de meest recente CAO VO.
- intern personeel: personeel als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC, dat is benoemd bij een school;
- leerling: leerling als bedoeld in artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022, die op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, als werkelijk schoolgaand op een school stond ingeschreven;
- minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
- mbo-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1 van de WEB.
- penvoerder: penvoerder als bedoeld in artikel 1.5;
- praktijkonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de WVO 2020;
- RIO: Registratie Instellingen en Opleidingen;
- samenwerkingsovereenkomst: ondertekende overeenkomst tussen alle betrokken partijen van de techniekregio of de techniekluwe regio;
- school: school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC;
- techniekluwe regio: regio als bedoeld in artikel 3.1;
- techniekregio: regio als bedoeld in artikel 2.1;
- techniekonderwijs:
- a. beroepsgericht vmbo in de techniekprofielen bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport of produceren, installeren en energie, bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid, en 2.27, tweede lid, van de WVO 2020;
- b. beroepsgericht vmbo in de techniekprofielen maritiem en techniek en media, vormgeving en ICT, bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid van de WVO 2020;
- c. beroepsgericht vmbo in de doorlopende leerroute vmbo-mbo, voor zover het de technische routes betreft, bedoeld in artikel 2.107a van de WVO 2020;
- d. de praktijkgerichte programma’s bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport, produceren installeren en energie, maritiem, media vormgeving en ICT, Techniek & Innovatief Vakmanschap, als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling pilot praktijkgericht programma voor gl en tl;
- e. technische keuzevakken of profielmodules die gelieerd zijn aan één van de technische profielen, bedoeld onder a, b, of c, binnen een leerweg van het vmbo op een school;
- f. techniekonderwijs dat binnen het praktijkonderwijs plaatsvindt;
- g. technisch beroepsgericht onderwijs en technische en technologische componenten binnen de Caribbean Vocational Qualification-structuur in het derde en vierde leerjaar, voor zover dit onderwijs op Caribisch Nederland plaatsvindt;
- h. beroepsgericht vmbo in scholen als bedoeld in artikel 1 van de WEC in de profielen bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport of produceren, installeren en energie, als bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid, van de WVO 2020;
- techniekprofiel: profielen bedoeld onder artikel 2.26, tweede lid onder a tot en met e, of profielen bedoeld onder artikel 2.27, tweede lid, onder a tot en met e, van de WVO 2020;
- vestiging: hoofd- of nevenvestiging van een school, herkenbaar door het zescijferige nummer in het RIO;
- vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.93 van de WVO 2020;
- vso: voortgezet speciaal onderwijs dat wordt gegeven aan een school als bedoeld in artikel 1 van de WEC;
- WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 1.2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 1.3. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2028 subsidie verstrekken aan een penvoerder van een techniekregio of een techniekluwe regio om in regioverband vorm te geven aan toekomstbestendig, dekkend en kwalitatief hoogstaand techniekonderwijs binnen het beroepsgericht vmbo waarbij wordt gestimuleerd en gefaciliteerd dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met techniek.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
- a. kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 6.2 van de WVO 2020, artikel 90 van de WEC en artikel 2.2.1, vierde lid, van de WEB;
- b. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage voor de betreffende scholen;
- c. activiteiten die voor het tijdstip van indienen van de aanvraag reeds hebben plaatsgevonden; of
- d. activiteiten waarvoor de minister reeds subsidie heeft verstrekt op grond van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo of een andere ministeriële regeling.
In afwijking van de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn voor gewijzigde aanvragen als bedoeld in artikel 1.9, tweede lid, ook de kosten subsidiabel die vanaf 1 januari 2025 vooruitlopend op de subsidieverlening zijn gemaakt ten aanzien van de uitvoering van het activiteitenplan.
Artikel 1.4. Cofinanciering
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling geldt als voorwaarde dat er sprake is van cofinanciering door een of meerdere bedrijven van ten minste 10% van het subsidiabele deel van de totale meerjarenbegroting van het project. De cofinanciering is in geld, of in geld waardeerbaar.
De penvoerder staat garant voor de cofinanciering.
Artikel 1.5. Penvoerderschap
Het bevoegd gezag van één van de vmbo-vestigingen van een school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 die deel uitmaakt van de regio die één of meer beroepsgerichte techniekprofielen aanbiedt, treedt namens de partijen in de samenwerkingsovereenkomst in een techniekregio op als penvoerder.
Het bevoegd gezag van een beroepsgericht vmbo die deel uitmaakt van de regio treedt namens de partijen in de samenwerkingsovereenkomst in een techniekluwe regio op als penvoerder.
Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
Bij de aanvraag wordt een door alle partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder over de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
Artikel 1.6. Subsidieaanvraag
Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier dat is bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.
In afwijking van de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag:
- a. een regiovisie die bestaat uit:
- 1°. een omschrijving van de samenstelling van de regio en de onderbouwing daarvan;
- 2°. een analyse van de leerlingenontwikkeling voor de periode 2025–2035;
- 3°. een analyse van de regionale arbeidsmarkt voor de periode 2025–2028 en een visie voor de langere termijn die ten minste de periode 2025–2035 omvat;
- 4°. een concrete omschrijving van het regionale doel met betrekking tot de dekking, toekomstbestendigheid en kwaliteit van het techniekonderwijs in het vmbo op basis van de analyses; en
- 5°. een beschrijving van binnen de regio belangrijke thema’s en hoe hier in de regio aandacht aan wordt besteed, waaronder in ieder geval:
- i. het aantrekken en ontwikkelen van technisch schoolpersoneel;
- ii. het tegengaan van genderstereotyperingen en bevorderen van inclusie in de techniek;
- iii. het ontwikkelen en toepassen van technologie in het kader van duurzaamheid;
- b. een door alle aan de regio deelnemende partijen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid of artikel 3.1, tweede lid, ondertekende samenwerkingsovereenkomst, inclusief de machtiging, bedoeld in artikel 1.5, derde lid;
- c. een activiteitenplan voor de periode 2025–2028 op hoofdlijnen; en
- d. een begroting op hoofdlijnen, als bedoeld in artikel 1.12, vierde lid.
De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 1 september 2024 09:00 uur tot en met 1 oktober 2024, 16:00 uur. Aanvragen ingediend na 1 oktober 2024, 16:00 uur, worden afgewezen.
Artikel 1.7. Beoordeling subsidieaanvraag
Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, opgenomen in bijlage 1.
Subsidie wordt slechts verleend indien de aanvraag voldoet aan alle criteria, opgenomen in bijlage 1.
Artikel 1.8. Beoordeling activiteitenplan
De minister stelt een onafhankelijke adviescommissie in die de minister adviseert over de uitwerking van het activiteitenplan bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, en de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 1.11, eerste en tweede lid.
De uitwerking van het activiteitenplan en de voortgangsrapportage worden beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, opgenomen in bijlage 2. De adviescommissie geeft een positief advies wanneer de uitwerking van het activiteitenplan voldoet aan alle criteria opgenomen in bijlage 2.
Indien de adviescommissie een negatief advies geeft over de uitwerking van het activiteitenplan kan de penvoerder binnen 30 dagen na het ontvangen van het advies een gewijzigde uitwerking van het activiteitenplan indienen. Indien de adviescommissie de gewijzigde uitwerking opnieuw een negatieve beoordeling geeft, verwerkt zij in haar advies aan de minister mogelijke consequenties verbonden aan deze beoordeling.
Artikel 1.9. Besluitvorming en gewijzigde aanvraag
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.