Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 27 maart 2024, nr. OVO/43595480, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor techniekonderwijs in het vmbo (Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-04-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen
Artikel 1.2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 1.3. Te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2028 subsidie verstrekken aan een penvoerder van een techniekregio of een techniekluwe regio om in regioverband vorm te geven aan toekomstbestendig, dekkend en kwalitatief hoogstaand techniekonderwijs binnen het beroepsgericht vmbo waarbij wordt gestimuleerd en gefaciliteerd dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met techniek.

2.

Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:

3.

In afwijking van de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn voor gewijzigde aanvragen als bedoeld in artikel 1.9, tweede lid, ook de kosten subsidiabel die vanaf 1 januari 2025 vooruitlopend op de subsidieverlening zijn gemaakt ten aanzien van de uitvoering van het activiteitenplan.

Artikel 1.4. Cofinanciering
1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling geldt als voorwaarde dat er sprake is van cofinanciering door een of meerdere bedrijven van ten minste 10% van het subsidiabele deel van de totale meerjarenbegroting van het project. De cofinanciering is in geld, of in geld waardeerbaar.

2.

De penvoerder staat garant voor de cofinanciering.

Artikel 1.5. Penvoerderschap
1.

Het bevoegd gezag van één van de vmbo-vestigingen van een school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 die deel uitmaakt van de regio die één of meer beroepsgerichte techniekprofielen aanbiedt, treedt namens de partijen in de samenwerkingsovereenkomst in een techniekregio op als penvoerder.

2.

Het bevoegd gezag van een beroepsgericht vmbo die deel uitmaakt van de regio treedt namens de partijen in de samenwerkingsovereenkomst in een techniekluwe regio op als penvoerder.

3.

Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

4.

Bij de aanvraag wordt een door alle partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder over de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.

Artikel 1.6. Subsidieaanvraag
1.

Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier dat is bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.

4.

De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 1 september 2024 09:00 uur tot en met 1 oktober 2024, 16:00 uur. Aanvragen ingediend na 1 oktober 2024, 16:00 uur, worden afgewezen.

Artikel 1.7. Beoordeling subsidieaanvraag
1.

Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, opgenomen in bijlage 1.

2.

Subsidie wordt slechts verleend indien de aanvraag voldoet aan alle criteria, opgenomen in bijlage 1.

Artikel 1.8. Beoordeling activiteitenplan
1.

De minister stelt een onafhankelijke adviescommissie in die de minister adviseert over de uitwerking van het activiteitenplan bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, en de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 1.11, eerste en tweede lid.

2.

De uitwerking van het activiteitenplan en de voortgangsrapportage worden beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, opgenomen in bijlage 2. De adviescommissie geeft een positief advies wanneer de uitwerking van het activiteitenplan voldoet aan alle criteria opgenomen in bijlage 2.

3.

Indien de adviescommissie een negatief advies geeft over de uitwerking van het activiteitenplan kan de penvoerder binnen 30 dagen na het ontvangen van het advies een gewijzigde uitwerking van het activiteitenplan indienen. Indien de adviescommissie de gewijzigde uitwerking opnieuw een negatieve beoordeling geeft, verwerkt zij in haar advies aan de minister mogelijke consequenties verbonden aan deze beoordeling.

Artikel 1.9. Besluitvorming en gewijzigde aanvraag

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.