Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 maart 2024, nr. 1502262, houdende instelling van een Programmaraad Onderwijsregio’s (Instellingsbesluit Programmaraad Onderwijsregio’s)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Instelling en taak
1.

Er is een commissie, genaamd de Programmaraad Onderwijsregio’s.

2.

De commissie geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de Realisatie-Eenheid op de opdracht van de maatschappelijke opgave van de onderwijsarbeidsmarkt in de onderwijsregio’s, de uitvoeringsstrategie en het realiseren van de beoogde resultaten. De commissie geeft daarbij gevraagd en ongevraagd advies op de inhoud van de opdracht, de uitvoeringsstrategie en het realiseren van de beoogde resultaten. Daarbij houdt de commissie het lange termijnperspectief voor ogen: een goed werkende (regionale) onderwijsarbeidsmarkt.

3.

De commissie heeft tot taak te:

4.

De commissie gaat uit van de thema's die raken aan de maatschappelijke opgave van de onderwijsarbeidsmarkt in de onderwijsregio's. De opdracht wordt via de Realisatie Eenheid aangedragen bij de commissie;

5.

De commissie kan op basis van de signalerende functie ook zelf onderwerpen agenderen voor het BO-Leraren, door tussenkomst van de Realisatie Eenheid.

6.

De voorzitter en de secretaris van de commissie zorgen in afstemming met de directeur van de Realisatie Eenheid voor een plan, waarin in ieder geval de hierboven genoemde elementen zijn opgenomen.

7.

De leden van de commissie zijn te consulteren door de minister in verband met de verplichtingen en afspraken die voortvloeien uit de in dit artikel genoemde taken van de commissie.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag
1.

De commissie bestaat uit een voorzitter en maximaal 13 andere leden.

2.

De voorzitter wordt door de minister benoemd.

3.

De overige leden worden op voordracht van de landelijke organisaties benoemd door de minister.

4.

De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie zoals genomen onder artikel 4.

5.

Bij tussentijds vertrek van een lid kan verantwoordelijke organisatie een ander lid voordragen.

6.

De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4. Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 februari 2024 tot 1 januari 2028.

Artikel 5. Voorzitter commissie

Met ingang van 1 februari 2024 wordt tot voorzitter benoemd: Chris van Meurs.

Artikel 6. Leden commissie
1.

Met ingang van 1 februari 2024 zijn tot lid van de commissie benoemd:

2.

De directeur van en een secretaris uit de Realisatie Eenheid nemen deel aan de Programmaraad maar hebben geen stemrecht.

3.

De minister kan (al dan niet op voordracht) meer leden benoemen als gewijzigde omstandigheden daar aanleiding toe geven dan wel daar vanuit de commissie gemotiveerd om wordt verzocht.

Artikel 7. Secretariaat
1.

De commissie wordt ondersteund door een secretariaat dat wordt verzorgd door de Realisatie Eenheid.

2.

Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie en de directeur van de Realisatie Eenheid.

3.

In het secretariaat wordt verder voorzien door de minister middels de Realisatie Eenheid. Zij zorgt voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden.

Artikel 8. Werkwijze
1.

De commissie stelt in afstemming met de Realisatie-Eenheid haar eigen werkwijze vast.

2.

De commissie kan zich, na toestemming van de minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 9. Informatieplicht

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. De leden van het BO-Leraren kunnen gegevens opvragen via dat overleg.

Artikel 10. Evaluatierapport

De commissie brengt uiterlijk 1 december 2027 zijn evaluatierapport op aan de minister.

Artikel 11. Vergoeding
1.

De voorzitter komt niet in dienst van het rijk, maar aan hem wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op het maximum van schaal 18 van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor rijksambtenaren en een arbeidsduurfactor van 10 uur per week. Met ingang van 1 september 2025 wordt de arbeidsduurfactor vastgesteld op 6 uur per week.

2.

De voorzitter en leden ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren. Deze vergoeding wordt door het secretariaat afgehandeld.

Artikel 12. Kosten van de commissie

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning. De opdrachten worden door het secretariaat afgehandeld.

Artikel 13. Verantwoording

De commissie biedt de minister vóór 1 december 2027 door tussenkomst van de Realisatie-Eenheid een (eind)verslag aan waarin verslag wordt gedaan van de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.

Artikel 14. Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister en betrokkenen binnen het BO-Leraren uitgebracht.

Artikel 15. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het secretariaat zorgt hierbij voor de noodzakelijke ondersteuning.

Artikel 16. Inwerkingtreding
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.

2.

Dit besluit vervalt per 1 januari 2030.

Artikel 17. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Programmaraad Onderwijsregio’s.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.