Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming van 3 april 2024, nr. 5178141, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering ter voorkoming van jeugdcriminaliteit in specifieke gebieden met relatief ernstige problematiek (Regeling specifieke uitkering ter voorkoming van jeugdcriminaliteit 2024)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-12-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluiten:

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel en reikwijdte specifieke uitkering
1.

De Ministers kunnen op aanvraag een eenmalige specifieke uitkering verstrekken voor de activiteiten, bedoeld in het derde lid.

2.

Uitsluitend aanvragen van de hierna volgende gemeenten worden in behandeling genomen:

3.

De specifieke uitkering wordt uitsluitend verstrekt voor de hierna volgende activiteiten:

4.

Onder kansrijke en bewezen effectieve interventies, bedoeld in het derde lid, onder c, worden verstaan:

5.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor omzetbelastingen die zijn verschuldigd over kosten voor de activiteiten, bedoeld in het derde lid, voor zover het bedrag daarvan in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 3. Nadere voorwaarden
1.

De probleemanalyse, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, wordt met inachtneming van geldende wet- en regelgeving verricht op het gebied van (online) jeugdcriminaliteit, waaronder de trends op dat gebied binnen het lokale en, waar relevant, het regionale domein met als doel de informatiepositie van de gemeente te verbeteren met betrekking tot de specifieke doelgroep in een bepaald gebied en het kennisniveau van betrokken professionals bij de lokale en, waar relevant, de regionale aanpak te vergroten.

2.

Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, wordt gebruik gemaakt van een programmaondersteuner of een programmacoördinator dan wel allebei. Deze personen:

Artikel 4. Aanvraag specifieke uitkering
1.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Ministers beschikbaar gesteld formulier.

2.

De aanvraag bevat in ieder geval een plan van aanpak en een opgave van het bedrag aan omzetbelasting dat verschuldigd zal zijn over de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid, en dat in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

3.

Het plan van aanpak wordt opgesteld overeenkomstig een door de Ministers beschikbaar gesteld model.

4.

Het plan van aanpak, bedoeld in het tweede lid, omvat in ieder geval:

5.

De aanvraag heeft betrekking op de kosten die worden gemaakt vanaf 1 juli 2024 tot en met 1 juli 2027.

6.

De aanvraag wordt ingediend voor 15 mei 2024.

Artikel 5. Hoogte specifieke uitkering
1.

Voor het verlenen van de specifieke uitkeringen aan de gemeenten is ten hoogste € 30.000.000 beschikbaar in de periode van 1 juli 2024 tot en met 1 juli 2027. Artikel 4:25, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

2.

Een gemeente kan over de gehele periode, bedoeld in het eerste lid, ten hoogste € 1.500.000 inclusief BTW aanvragen, waarbij het compensabele BTW-deel niet aan de gemeente wordt uitgekeerd. De Ministers storten het compensabele BTW-deel in het BTW-compensatiefonds.

Artikel 6. Wijze van verstrekking

Na toewijzing van de aanvraag wordt aan de gemeente het toegekende bedrag in de periode tussen 1 juli 2024 en 1 maart 2027 uitgekeerd in vier delen per kalenderjaar, namelijk:

Artikel 7. Meldplicht

De gemeente die een eenmalige specifieke uitkering heeft ontvangen, is verplicht om onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor die uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht.

Artikel 8. Verplichtingen
1.

De gemeente besteedt de specifieke uitkering binnen de periode die is opgenomen in de beschikking tot verlening daarvan.

2.

De gemeente neemt vanaf 2025 jaarlijks deel aan de monitorings- en evaluatiecyclus met betrekking tot de activiteiten, waarvoor de specifieke uitkering is verleend, alsook de landelijke evaluatie daarvan na verloop van twee jaren.

3.

De gemeente doet jaarlijks binnen de periode die is opgenomen in de verleningsbeschikking aan de Ministers verslag van de voortgang van de activiteiten, waarvoor de specifieke uitkering is verleend.

4.

De gemeente doet uiterlijk op 1 juli 2026 aan de Ministers verslag van de borging van de aanpak en activiteiten binnen de resterende periode en verstrekt daarbij informatie over de toekomstige aanpak en activiteiten. Daarbij wordt in ieder geval inzichtelijk gemaakt op welke wijze:

Artikel 9. Vaststelling en verantwoording
1.

Nadat de Ministers de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben ontvangen, stellen zij de uitkering binnen 22 weken na de laatste termijn overeenkomstig de verlening vast.

2.

De Ministers kunnen de uitkering lager vaststellen, indien:

Artikel 10. Terugvordering

De Ministers kunnen onverschuldigd uitgekeerde bedragen naar aanleiding van een lagere vaststelling van de uitkering als bedoeld in artikel 9, tweede lid, terugvorderen.

Artikel 11. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 mei 2024.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 15 mei 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering ter voorkoming van jeugdcriminaliteit 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 10a. Bestedingstermijn

De gemeente kan een gemotiveerd verzoek indienen tot verlenging van de bestedingstermijn tot uiterlijk 31 december 2026. Verlenging van de bestedingstermijn kan ten hoogste worden verleend tot en met 31 december 2027.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.