Wet van 13 maart 2024, houdende tijdelijke regels inzake specifieke wettelijke voorzieningen voor het uitvoeren van onderzoeken door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst naar landen met een offensief cyberprogramma tegen Nederland of Nederlandse belangen alsmede voorzieningen inzake de mogelijkheid tot vaststelling van een nieuwe eindtermijn voor gebruik door de diensten van in het kader van hun taakuitvoering met bijzondere bevoegdheden verworven bulkdatasets en de invoering van een bindende toets ex ante van verleende toestemmingen voor de real time interceptie van verkeers-en locatiegegevens (Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen)

Type Wet
Publication 2024-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in aanvulling op en deels in afwijking van hetgeen in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 is bepaald, randvoorwaarden te scheppen waarbinnen de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op een effectieve wijze onderzoek kunnen doen naar landen met een offensief cyberprogramma tegen Nederland of Nederlandse belangen, met onder meer als doel beter zicht te krijgen op de daarmee samenhangende bekende en verborgen dreigingen, de door deze landen gehanteerde werkwijzen en de specifieke aandachtsgebieden waarop die dreigingen zich richten, te voorzien in tijdelijke regels inhoudende de mogelijkheid tot vaststelling van een nieuwe eindtermijn voor gebruik door de diensten van in het kader van hun taakuitvoering met bijzondere bevoegdheden verworven bulkdatasets en de invoering van een bindende toets ex ante van verleende toestemmingen voor de real time interceptie van verkeers-en locatiegegevens alsmede te voorzien in de mogelijkheid van bindend toezicht door de afdeling toezicht van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en de mogelijkheid van beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling Advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Definitiebepaling

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Tijdelijke voorzieningen in verband met het onderzoek van de AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma

Paragraaf 1. Reikwijdte en van toepassingsverklaring hoofdstuk 2

Artikel 2
1.

In het kader van de in artikel 8, tweede lid, onder a en d, onderscheidenlijk 10, tweede lid, onder a, c en e, van de Wiv 2017 aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst onderscheidenlijk de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in het belang van de nationale veiligheid opgedragen taak, zijn de diensten belast met het verrichten van onderzoek naar landen met een offensief cyberprogramma tegen Nederland of Nederlandse belangen.

2.

Op de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak is de Wiv 2017 van toepassing met inachtneming van het bepaalde in dit hoofdstuk.

3.

In een verzoek om toestemming, alsmede een verzoek om verlenging van een toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in paragraaf 3.2.5 van de Wiv 2017 wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 29, tweede lid, van die wet tevens vermeld of daarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in dit hoofdstuk.

Paragraaf 2. De uitoefening van de toetsbevoegdheid door de toetsingscommissie

Artikel 3
1.

Indien de toetsingscommissie van oordeel is dat met betrekking tot de aan haar voorgelegde toestemming ten onrechte is bepaald dat daarmee uitvoering wordt gegeven aan deze wet, doet zij daarvan terstond mededeling aan Onze betrokken Minister. Bij de aansluitende toetsing van de door Onze betrokken Minister verleende toestemming laat ze het bepaalde in deze wet buiten toepassing.

2.

De toetsingscommissie doet van een oordeel, inhoudende rechtmatigheid van een door Onze betrokken Minister verleende toestemming, waarbij toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 2, derde lid, terstond mededeling aan de afdeling toezicht. De mededeling betreft het uniek identificerend kenmerk van de aanvraag, datum toestemming en datum oordeel.

3.

Bij de mededeling, bedoeld in het tweede lid, kan de toetsingscommissie de afdeling toezicht wijzen op mogelijk voor het toezicht relevante aandachtspunten in verband met de uitvoering van de verleende toestemming.

Paragraaf 3. Verkennen van geautomatiseerde werken en enkele nadere voorzieningen inzake de bevoegdheid tot binnendringen in een geautomatiseerd werk

Artikel 4
1.

In afwijking van het bepaalde in artikel 45, derde lid, van de Wiv 2017 wordt de toestemming voor de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onder a, van die wet verleend door het hoofd van de betrokken dienst. Het bepaalde in de artikelen 32, tweede lid, en 36, eerste lid, van de Wiv 2017 vindt geen toepassing met betrekking tot die toestemming.

2.

Het hoofd van de betrokken dienst doet van een verleende toestemming als bedoeld in het eerste lid terstond mededeling aan de afdeling toezicht. De mededeling blijft beperkt tot het uniek identificerend kenmerk van de aanvraag en de datum van toestemming.

Artikel 5
1.

Bij een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 45, derde lid, juncto eerste lid, onder b, van de Wiv 2017 blijft het bepaalde in artikel 45, vierde lid, aanhef en onder a, van die wet buiten toepassing.

2.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 45, achtste lid, van de Wiv 2017, omvat de verleende toestemming tevens de bevoegdheid om, voor de duur van de verleende toestemming, binnen te dringen in een ander geautomatiseerd werk dat door de desbetreffende persoon of organisatie in gebruik is voor zover dat in de plaats treedt van of een aanvulling is op het geautomatiseerde werk waar oorspronkelijk de toestemming voor is verleend.

3.

Van de toepassing van het tweede lid wordt terstond mededeling gedaan aan de afdeling toezicht.

Paragraaf 4. Verkenning ten behoeve van OOG-interceptie, OOG-interceptie en GDA op OOG-metadata

Artikel 6
1.

De diensten zijn bevoegd met het oog op toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wiv 2017, tot het met een technisch hulpmiddel aftappen, ontvangen, opnemen en afluisteren van elke vorm van telecommunicatie of gegevensoverdracht door middel van een geautomatiseerd werk ongeacht waar een en ander zich bevindt, met het uitsluitende doel vast te stellen op welke gegevensstromen een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van die wet, betrekking dient te hebben.

2.

De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid mag slechts worden uitgeoefend, indien door Onze betrokken Minister daarvoor op een daartoe strekkend verzoek toestemming is verleend aan het hoofd van de dienst. De toestemming wordt verleend voor een periode van ten hoogste een jaar en kan telkens op een daartoe strekkend verzoek worden verlengd voor eenzelfde periode.

3.

De artikelen 36 en 37 van de Wiv 2017 zijn van overeenkomstige toepassing op de door Onze betrokken Minister verleende toestemming als bedoeld in het tweede lid. De toetsingscommissie doet van een oordeel, inhoudende rechtmatigheid van een door Onze betrokken Minister verleende toestemming terstond mededeling aan de afdeling toezicht. De mededeling betreft de operatienaam, datum toestemming en datum oordeel. Bij de mededeling kan de toetsingscommissie de afdeling toezicht wijzen op mogelijk voor het toezicht relevante aandachtspunten in verband met de uitvoering van de verleende toestemming.

4.

Artikel 26, vijfde lid, van de Wiv 2017 blijft buiten toepassing.

5.

De artikelen 52 en 53 van de Wiv 2017 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de uitvoering van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, waarvoor op grond van het tweede lid toestemming is verleend. Artikel 36 van de Wiv 2017 is van overeenkomstige toepassing op een door Onze betrokken Minister verleende toestemming als bedoeld in artikel 53, tweede lid, van die wet.

6.

Onze betrokken Minister of namens deze het hoofd van de dienst wijst bij besluit aan hem ondergeschikte ambtenaren aan die bij uitsluiting van anderen kennis mogen nemen van de ingevolge de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, verworven gegevens ten behoeve van het aldaar vermelde doel. De gegevens worden niet verwerkt voor andere doeleinden. Na een periode van ten hoogste zes maanden worden de desbetreffende gegevens voor zover deze niet bijdragen aan het doel van de verwerking vernietigd. Van de vernietiging wordt aantekening gehouden.

7.

De diensten kunnen de gegevens die zijn verworven met de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid uitsluitend aan een inlichtingen- of veiligheidsdienst van een ander land verstrekken ten behoeve van het in het eerste lid vermelde doel. Artikel 89, tweede lid, van de Wiv 2017 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de verstrekking, behoudens een dringende en gewichtige reden niet eerder plaatsvindt dan vijf dagen nadat de afdeling toezicht omtrent de verleende toestemming is geïnformeerd.

8.

Onverminderd het bepaalde in dit artikel wordt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid voor de toepassing van de Wiv 2017 als bijzondere bevoegdheid aangemerkt.

Artikel 7

Bij de toepassing van de in artikel 26, tweede en vijfde lid, van de Wiv 2017 neergelegde voorwaarde in verband met de uitvoering van de in artikel 48, eerste lid, van die wet, geregelde bevoegdheid tot onderzoeksopdrachtgerichte interceptie, worden de navolgende aspecten betrokken:

Artikel 8

In afwijking van het bepaalde in artikel 36, eerste lid, van de Wiv 2017 wordt een door Onze betrokken Minister verleende toestemming als bedoeld in artikel 50, vierde lid, van die wet niet voor toetsing voorgelegd aan de toetsingscommissie. Artikel 32, tweede lid, van die wet blijft buiten toepassing.

Paragraaf 5. Bijschrijfmogelijkheid bij toepassing artikel 47 en 54 Wiv 2017

Artikel 9
1.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 47, zevende lid, van de Wiv 2017, omvat de verleende toestemming tevens de bevoegdheid om, voor de duur van de verleende toestemming, de telecommunicatie te ontvangen of op te nemen aan de hand van na de toestemmingverlening bekend geworden andere nummers of technische kenmerken die in gebruik worden genomen door de desbetreffende persoon of organisatie.

2.

Van de toepassing van het eerste lid wordt terstond mededeling gedaan aan de afdeling toezicht.

Artikel 10
1.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 54 van de Wiv 2017 omvat een verleende toestemming tevens de bevoegdheid voor de dienst om:

2.

Van de toepassing van het eerste lid wordt terstond mededeling gedaan aan de afdeling toezicht.

Paragraaf 6. Inlichtingen-uitwisseling toetsingscommissie en afdeling toezicht

Artikel 11
1.

De toetsingscommissie en de afdeling toezicht zijn met het oog op een effectieve uitvoering van de aan hen in het kader van deze wet opgedragen taak bevoegd tot het verstrekken van inlichtingen aan elkaar omtrent bevindingen die bij de uitvoering van de aan de toetsingscommissie onderscheidenlijk afdeling toezicht opgedragen taken zijn gebleken en blijft beperkt tot die inlichtingen die voor de uitvoering van de aan de toetsingscommissie onderscheidenlijk afdeling toezicht opgedragen taken noodzakelijk zijn. De verstrekking van inlichtingen die betrekking hebben op personen met wier medewerking door de diensten gegevens worden verzameld blijft achterwege.

2.

Van de toepassing van het eerste lid doen de toetsingscommissie onderscheidenlijk de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verslag in het verslag als bedoeld in artikel 35, derde lid, juncto artikel 132 onderscheidenlijk artikel 132 van de Wiv 2017.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.