Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 april 2024, kenmerk 3796593-1063655-DMO, houdende stimulering van activiteiten ten behoeve van het implementeren en opschalen van digitale en hybride processen in zorg en ondersteuning (Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Op subsidies verstrekt op grond van deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van artikel 10.1 van die regeling.

Artikel 3. Doel van de regeling
1.

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten ten behoeve van het transformeren en anders organiseren van zorg- of ondersteuningsprocessen zodat aanbieders:

2.

Aan het hoofddoel zoals omschreven in het eerste lid kan worden bijgedragen door het nastreven van de volgende subdoelen:

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten

De minister kan op aanvraag voor maximaal drie jaar subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van het doel van de regeling en die betrekking hebben op:

Artikel 5. Subsidieaanvrager

De minister kan subsidie verstrekken aan:

Artikel 6. Subsidiabele kosten
1.

Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking:

Artikel 7. Hoogte van de subsidie
1.

Het maximale percentage subsidie voor investering in of exploitatie van een innovatiecluster is 50% van de in aanmerking komende kosten, met inachtneming van artikel 27, zesde en negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij het maximale percentage subsidie voor in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 27, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening 20% bedraagt.

2.

Het maximale percentage subsidie voor proces- en organisatie-innovatie bedraagt, met inachtneming van artikel 29, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, 50% van de in aanmerking komende kosten, waarbij het maximale percentage subsidie voor in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 29, derde lid, onder b en c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening 20% bedraagt.

3.

Het maximale percentage subsidie voor opleidingsactiviteiten bedraagt, met inachtneming van artikel 31, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, 50% van de in aanmerking komende kosten.

4.

Het minimumbedrag aan subsidie voor investering in of exploitatie van een innovatiecluster, proces- en organisatie-innovatie en opleidingsactiviteiten tezamen is € 25.000 en het maximumbedrag is € 750.000.

5.

Het maximumbedrag aan subsidie voor strategievorming is € 25.000.

6.

De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de werkelijk gemaakte kosten.

7.

In afwijking van het zesde lid kan de hoogte van de personele kosten worden berekend op basis van de laagste trede van de functieschaal of salarisschaal van de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst.

Artikel 8. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond bedraagt:

2.

De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.

Artikel 9. Subsidieaanvraag
1.

Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2.

De subsidieaanvraag kan worden ingediend:

3.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de subsidieaanvraag, niet zijnde een aanvraag waarbij uitsluitend subsidie wordt aangevraagd voor strategievorming, vergezeld van een verklaring van een inkoper, ondertekend door een daartoe bevoegd persoon van de inkoper.

4.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de subsidieaanvraag ingediend door een clusterorganisatie of penvoerder vergezeld van een verklaring tot samenwerking ondertekend door de deelnemers aan het innovatiecluster respectievelijk het samenwerkingsverband.

5.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de subsidieaanvraag ingediend door een individuele aanbieder vergezeld van een bewijs dat deze een aanbieder is.

6.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de subsidieaanvraag voor strategievorming vergezeld van:

Artikel 10. Advies

Bij aanvragen vanaf € 125.000 wint de minister advies in bij de adviescommissie STOZ.

Artikel 11. Voorwaarden en weigeringsgronden
1.

Van digitale of hybride processen in zorg of ondersteuning kan bewezen worden dat deze processen en de daarbij noodzakelijke gebruikte toepassingen een substantiële impact hebben gehad:

2.

Digitale of hybride processen in zorg of ondersteuning zijn niet primair gericht op:

3.

Een innovatiecluster bestaat uit in ieder geval een aanbieder en een inkoper.

4.

Indien een aanvraag wordt ingediend ten behoeve van een samenwerkingsverband en de penvoerder een aanbieder is, bestaat het samenwerkingsverband uit een inkoper en ten minste twee aanbieders.

5.

Indien een aanvraag wordt ingediend ten behoeve van een innovatiecluster of samenwerkingsverband en de penvoerder of de clusterorganisatie een rechtspersoon is zonder winstoogmerk, niet zijnde een aanbieder, dienen minstens een inkoper en ten minste vijf aanbieders aangesloten te zijn.

6.

De aanvraag voor subsidie en het bij die subsidieaanvraag gevoegde activiteitenplan voor investering in of exploitatie van een innovatiecluster, proces- en organisatie-innovatie of opleidingsactiviteiten voldoen, in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, aan de beoordelingscriteria, bedoeld in de bijlage bij deze regeling.

7.

De minister wijst een subsidieaanvraag in ieder geval af als:

Artikel 12. Verplichtingen

In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is de subsidieontvanger verplicht:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.