Beleidsregel bestuurlijke boete Wmg 2024
Ingevolge afdeling 6.4. van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete. In deze beleidsregel geeft de NZa nadere invulling aan deze bevoegdheid.
1. Reikwijdte
Deze beleidsregel is van toepassing op alle overtredingen waar de NZa bevoegd is om op grond van de Wmg een bestuurlijke boete op te leggen.
2. Doel van de beleidsregel
Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik wenst te maken van haar bevoegdheid om boetes op te leggen. In deze beleidsregel zal de NZa met name de wijze van vaststelling van de hoogte van de boete nader invullen.
3. Begripsbepalingen
3.1. Omzet
De totale netto jaaromzet1De berekening van de omzet geschiedt in beginsel op de voet van het omzetbegrip van artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. van de overtreder (zoals opgenomen in de jaarrekening) in het jaar voorafgaand aan de boetebeschikking, tenzij deze omzet naar het oordeel van de NZa geen passende beboeting toelaat. Onder dit omzetbegrip valt eveneens een schatting van de omzet, bijvoorbeeld indien deze niet op basis van de door de overtreder verstrekte informatie kan worden bepaald.
3.2. Boetegrondslag
Percentage van de omzet van onderneming. Dit percentage stelt de NZa vast op grond van de waardering van de overtreding in abstracto.
3.3. Basisboete
Voor de beoordeling van de ernst van de overtreding beziet de NZa voorts de context van de overtreding in concreto. Deze toets leidt tot de zogenaamde ernstfactor. Boetegrondslag x ernstfactor resulteert in de basisboete.
3.4. Onderneming
Elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd.
3.5. Rechtsvorm
De rechtsvorm is de juridische vorm van een bedrijf of organisatie. Bijvoorbeeld de BV, NV, stichting en vereniging. Ook de eenmanszaak en Vennootschap Onder Firma (VOF) zijn rechtsvormen.
3.6. Economische activiteit
Iedere activiteit die erin bestaat goederen of diensten op een markt aan te bieden.
4. Algemene bepalingen
5. Systematiek boetetoemeting
6. De waardering van de overtreding in abstracto (boetegrondslag)
7. De waardering van de overtreding in concreto (ernstfactor)
8. Boeteverhogende en -verlagende omstandigheden
9. Vaststellen boete voor opdrachtgever en feitelijk leidinggever
10. Slotbepalingen
Bijlage
In artikel 3.3 van deze beleidsregel is als uitgangspunt bepaald dat de NZa een bestuurlijke boete oplegt, in beginsel is gerelateerd aan de omzet van de onderneming. De vaststelling van dit percentage vindt plaats aan de hand van drie categorieën. Deze bijlage geeft aan in welke categorie de mogelijke overtredingen zijn ingedeeld. Deze indeling is bepaald aan de hand van de zogenaamde kernwaarden en het karakter van de wettelijke bepaling en/of de lagere regelgeving. De bijlage maakt integraal onderdeel uit van deze beleidsregel.
Indeling in categorieën
Zeer zware overtredingen d.w.z. overtredingen van bepalingen die afbreuk doen aan de kernwaarden van de Wmg/Zvw en/of een overtreding zijn van een wet in formele zin (geen lagere regelgeving van de NZa) en/of strafbaar zijn op grond van de WED.
Zware overtredingen d.w.z. overtredingen van bepalingen die indirect raken aan de kernwaarden van de Wmg/Zvw, en beschouwd kunnen worden als een tussencategorie ‘zwaar’.
Minder zware overtredingen d.w.z. overtredingen van bepalingen die indirect raken aan de kernwaarden van de Wmg/Zvw (ondersteunende bepalingen voor de kernwaarden in de Wmg/Zvw).
I. Overtredingen ex artikel 85 Wmg
II. Overtredingen ex artikel 86 Wmg
III. Overtredingen ex artikel 87 Wmg
IV. Overtredingen ex artikel 88 Wmg
IV. Overtredingen ex artikel 89 Wmg
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.