Besluit van 11 april 2024, houdende regels waarmee tijdelijk wordt afgeweken van de Wet basisregistratie personen in het kader van een experiment met beperking van de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen (Besluit experiment dataminimalisatie basisregistratie personen)

Type AMvB
Publication 2024-04-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 oktober 2023, nr. 2023-0000614128;

Gelet op de artikelen 1.10, 1.14, tweede en derde lid, en 4.16a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en zesde lid, van de Wet basisregistratie personen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 februari 2024, nr. W04.23.00314/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 april 2024, nr. 2024-0000130306;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Experiment

Artikel 2.1. Doel en duur

Met het oogmerk om de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie te beperken, vindt voor de periode van vier jaar een experiment als bedoeld in artikel 4.16a van de wet plaats.

Artikel 2.2. Afwijken van de wet
1.

Onverminderd het tweede lid, vindt het experiment plaats overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de wet is bepaald.

2.

In het kader van het experiment wordt afgeweken van de artikelen 1.14, 3.2, 3.3, 3.5, 3.8 en 3.14 van de wet.

Artikel 2.3. Reikwijdte: bewerking gegevens tot informatie
1.

Onze Minister is bevoegd om de algemene en administratieve gegevens te bewerken overeenkomstig de systeembeschrijving, op de volgende, met elkaar te combineren, wijzen:

2.

Een bewerking als bedoeld in het eerste lid heeft tot doel om informatie te verstrekken over:

Artikel 2.4. Reikwijdte: verstrekking van informatie aan overheidsorgaan
1.

Onze Minister verstrekt desgevraagd informatie aan een overheidsorgaan.

2.

Met betrekking tot de verstrekking als bedoeld in het eerste lid, is hetgeen bij of krachtens artikel 3.2 van de wet is bepaald van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat Onze Minister slechts een autorisatiebesluit neemt voor zover:

Artikel 2.5. Reikwijdte: verstrekking van informatie aan derde
1.

Onze Minister verstrekt desgevraagd informatie aan een derde.

2.

Met betrekking tot de verstrekking als bedoeld in het eerste lid, is hetgeen bij of krachtens artikel 3.3 van de wet is bepaald van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat Onze Minister slechts een autorisatiebesluit neemt voor zover:

Artikel 2.6. Reikwijdte: verstrekking van informatie niet dan na convenant
1.

Onze Minister verstrekt geen informatie dan nadat het overheidsorgaan of de derde met hem een convenant als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, heeft gesloten.

2.

Het college van burgemeester en wethouders dat met Onze Minister een convenant als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, heeft gesloten, is bevoegd om de informatie te verstrekken over ingeschrevenen ten aanzien van wie hij verantwoordelijk is voor de bijhouding van de persoonslijst aan een orgaan van de gemeente, voor zover de informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken van het betreffende orgaan.

3.

Het college van burgemeester en wethouders dat met Onze Minister een convenant als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, heeft gesloten, is bevoegd om de informatie te verstrekken over ingeschrevenen ten aanzien van wie hij niet verantwoordelijk is voor de bijhouding van de persoonslijst aan een orgaan van de gemeente, voor zover de informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, genoemd in het besluit, bedoeld in artikel 3.2 van de wet, dat is genomen op verzoek van het betrokken college.

4.

Artikel 3.8, tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op een verstrekking als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.7. Terugmelding
1.

Artikel 2.34 van de wet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het overheidsorgaan dat gerede twijfel heeft over de juistheid van een authentiek gegeven dat aan de informatie ten grondslag ligt hiervan mededeling doet aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente.

2.

Het college van burgemeester en wethouders dat constateert dat er geen aanleiding is geweest voor verbetering, aanvulling of verwijdering van gegevens in de basisregistratie dan wel het plaatsen van een aantekening als bedoeld in artikel 2.26 van de wet en gerede twijfel heeft over de juistheid van de informatie, doet hiervan mededeling aan Onze Minister.

3.

Onze Minister verricht naar aanleiding van een mededeling als bedoeld in het tweede lid, onderzoek naar de juistheid van de informatie.

4.

Onze Minister stelt het college van burgemeester en wethouders dat een mededeling als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan en het overheidsorgaan dat daaromtrent een mededeling als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de mededeling ervan in kennis of deze mededeling aanleiding is geweest voor verbetering van de informatie dan wel voor het verrichten van nader onderzoek naar de juistheid van de informatie.

5.

Indien Onze Minister besluit nader onderzoek in te stellen naar de juistheid van de informatie, stelt Onze Minister het college van burgemeester en wethouders dat daaromtrent een mededeling als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan en het overheidsorgaan dat een mededeling als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, na afloop van het nader onderzoek ervan in kennis of naar aanleiding van de mededeling informatie is verbeterd.

Artikel 2.8. Inhoud convenanten
1.

Onze Minister sluit een convenant:

2.

Een convenant als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, heeft tot doel om afspraken vast te leggen over periodieke overleggen, de beheereisen, technische aansluitvoorwaarden en dienstverleningsafspraken, financiële verplichtingen, de periodiciteit van de monitoring en evaluatie en de wijze waarop het convenant kan worden gewijzigd, opgezegd of beëindigd.

3.

Een convenant als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, heeft tot doel om afspraken vast te leggen over periodieke overleggen, de beheereisen, technische aansluitvoorwaarden en dienstverleningsafspraken, financiële verplichtingen, de periodiciteit van de monitoring en evaluatie en de wijze waarop het convenant kan worden gewijzigd, opgezegd of beëindigd.

Artikel 2.9. Maximum aantal autorisatiebesluiten

Onze Minister neemt ten hoogste 75 autorisatiebesluiten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, en 2.5, tweede lid.

Artikel 2.10. Inrichting, werking en beveiliging
1.

De voorziening voor de bewerking van gegevens, bedoeld in artikel 2.3, is een centrale voorziening.

2.

De verstrekking van informatie, bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5, is onderdeel van de systeembeschrijving.

Artikel 2.11. Rechten van de burger
1.

De artikelen 3.10, 3.11 en 3.22 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van informatie, bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5 en 2.6, tweede en derde lid.

2.

Artikel 18 van de verordening is met betrekking tot de bewerking van gegevens, bedoeld in artikel 2.3, en de verstrekking van informatie, bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5 en 2.6, tweede lid, niet van toepassing.

Artikel 2.12. Kosten

Met betrekking tot de verstrekking van informatie op grond van artikel 2.4 en 2.5, is hetgeen bij of krachtens artikel 1.14 van de wet is bepaald van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.