Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 29 februari 2024, nr. 5202197, houdende de vaststelling van de kwalificatiestructuur en de aanwijzing van politieopleidingen en overige opleidingen (Regeling politieonderwijs)
Gelet op artikel 86, tweede lid, en artikel 87, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012;
Besluit:
Artikel 1. Kwalificatiestructuur politieonderwijs
Het stelsel van kwalificatiedossiers is vastgesteld en de kwalificatiedossiers zijn in bijlage I bij deze regeling opgenomen.
Artikel 2. Politieopleidingen met een diploma
De politieopleidingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, subonderdeel 1°, van de Politiewet 2012, worden als volgt aangewezen:
- a. De opleiding ter verkrijging van het diploma Politieagent GGP (niveau 4);
- b. De opleiding ter verkrijging van het diploma Rechercheur (niveau 6);
- c. De opleiding ter verkrijging van het diploma Politieagent (niveau 6);
- d. De opleiding ter verkrijging van het diploma Wijkagent (niveau 6);
- e. De opleiding ter verkrijging van het diploma Politieleider (niveau 6);
- f. De combinatie van de opleiding pre-master recherchekunde en de opleiding ter verkrijging van het diploma Master of Criminal Investigation (niveau 7).
De vereisten waaraan voldaan moet worden om het diploma te behalen voor een opleiding als bedoeld in het eerste lid, zijn neergelegd in het bijbehorende kwalificatiedossier in bijlage I bij deze regeling.
Artikel 3. Politieopleiding die leidt tot een deeldiploma
De politieopleiding, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, subonderdeel 2°, van de Politiewet 2012, wordt als volgt aangewezen:
de opleiding ter verkrijging van het diploma Politiemedewerker Specifieke Inzet.
De vereisten waaraan voldaan moet worden om het deeldiploma te behalen, zijn neergelegd in het bijbehorende kwalificatiedossier in bijlage I bij deze regeling.
Artikel 4. Politieopleidingen die leiden tot een certificaat
De politieopleidingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, subonderdeel 3°, van de Politiewet 2012, worden aangewezen in bijlage II bij deze regeling.
De vereisten waaraan voldaan moet worden om het certificaat te behalen zijn neergelegd in het bijbehorende kwalificatiedossier in bijlage I bij deze regeling.
Artikel 5. Overige opleidingen
De overige opleidingen, bedoeld in artikel 74, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Politiewet 2012, worden aangewezen in bijlage III bij deze regeling.
Artikel 6. Intrekking Regeling landelijke politieopleidingen PO2002
De Regeling landelijke politieopleidingen PO2002 wordt ingetrokken.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2023.
Artikel 8. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling politieonderwijs.
Bijlage I
Kwalificatiedossiers behorende bij de Regeling politieonderwijs
1. Kwalificatiedossier Aanrijdingsselecteur
De verkeersspecialist selecteert de juiste informatie bij een ernstig verkeersongeval; hij wint informatie in over het ongeval en geeft advies/instructie met betrekking tot de behandeling van het ongeval aan een BPZ collega ter plaatse. Ook coördineert de verkeersspecialist ernstige verkeersongevallen op de PD. Hierbij controleert/beoordeelt hij het dossier van een ernstig verkeersongeval op kwaliteit en volledigheid voor behandeling door het OM. Dit gebeurt binnen een context van menselijk leed (zwaar gewonden of doden) waarbij snel beslissingen genomen moeten worden en emoties een rol kunnen spelen.
II. Examenvereisten
II. Examenvereisten
De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijhorende gedragsindicatoren.
De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijhorende gedragsindicatoren.
Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer. Voor de Adviseur bewaken en beveiligen is er één kerntaak: Adviseren van bevoegd gezag.
3. Kwalificatiedossier Afname celmateriaal tbv DNA onderzoek
3. Kwalificatiedossier Afname celmateriaal tbv DNA onderzoek
De functionaris neemt zelfstandig celmateriaal (wangslijm en hoofdhaar) van een vrijwillige donor af en verpakt dit zonder dat hierbij contaminatie optreed. Hij werkt volgens de FT normen en draagt hierbij zelf de verantwoordelijkheid voor alle benodigde hulpmiddelen. De functionaris vult de documentstroom in en relateert deze aan de afname van het celmateriaal.
II. Examenvereisten
II. Examenvereisten
Kwalificatievereisten geven aan wat de student moet laten zien om te voldoen aan de eisen van de kwalificatie op het niveau van startbekwaamheid. De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijbehorende gedragsindicatoren.
Kwalificatievereisten geven aan wat de student moet laten zien om te voldoen aan de eisen van de kwalificatie op het niveau van startbekwaamheid. De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijbehorende gedragsindicatoren.
Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer. In het geval van de Algemeen Commandant (hierna: AC) is er één kerntaak: Zorgdragen voor de preparatie van en leiding geven aan een expliciet SGBO.
Een werkproces bestaat uit een aantal samenhangende activiteiten die horen bij een kerntaak. Die activiteiten hebben een begin, een eind en leiden tot een duidelijk resultaat. De kerntaak van de AC kent drie werkprocessen.
5. Kwalificatiedossier AVIM Hulpofficier van Justitie
5. Kwalificatiedossier AVIM Hulpofficier van Justitie
Examenvereisten
6. Kwalificatiedossier AVIM Aangewezen Ambtenaar
Examenvereisten
7. Kwalificatiedossier Bachelor Politiekunde
Het politieonderwijs leidt in grote lijnen op voor drie soorten beroepen, de Politieman/ -vrouw, de Rechercheur en de Politiechef. Dit kwalificatiedossier (KD) betreft het politieberoep Politieman/-vrouw. Dit beroep wordt uitgeoefend op meerdere kwalificatieniveaus. De kwalificatie waar het in dit dossier om gaat, bevindt zich op kwalificatieniveau 6, conform het NLQF.
Het politieonderwijs leidt in grote lijnen op voor drie soorten beroepen, de Politieman/ -vrouw, de Rechercheur en de Politiechef. Dit kwalificatiedossier (KD) betreft het politieberoep Politieman/-vrouw. Dit beroep wordt uitgeoefend op meerdere kwalificatieniveaus. De kwalificatie waar het in dit dossier om gaat, bevindt zich op kwalificatieniveau 6, conform het NLQF.
In deel A wordt onder A.1 het politieberoep Politieman/-vrouw op NLQF-niveau 6 beschreven. Onder A.2 wordt ingegaan op de herijkte competenties van de vakbekwame Politieman/ -vrouw op hbo-niveau, zoals geformuleerd in Schakelen in Verantwoordelijkheid (februari 2011)1Voluit: Schakelen in Verantwoordelijkheid. Beroepen van de politie herijkt. Politieonderwijsraad, 2011. Hierna: Schakelen. en vastgesteld door de Minister van Veiligheid en Justitie (juni, 2011). Daarbij wordt de verbinding gemaakt met het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP).
In deel B is onder deel B.1 het ongedeelde diploma Bachelor Politiekunde vermeld en het bijbehorende kwalificatieprofiel. Daarbinnen bestaan differentiatiemogelijkheden. Onder andere is er de differentiatie Recherchekunde (30C). Door het onderscheiden van een eigenstandig beroep Rechercheur vindt hieromtrent heroverweging plaats (zie deel D.2 van dit KD en het KD Bachelor Recherchekunde). Onder deel B.2 is het deeldiploma Algemene Opsporingsbekwaamheid en Politiële Vorming (AOPV) vermeld. Onder deel B.3 zijn ook geen certificaten van na- en bijscholing vermeld.
In deel C zijn de examenvereisten beschreven van het diploma Bachelor Politiekunde. Deze examenvereisten zijn gereconstrueerd vanuit de bestaande examineringspraktijk. Examenvereisten zoals beoogd onder deel C dienen een aanmerkelijke concretisering van de kwalificatieprofielen in te houden. Formulering dient zodanig te gebeuren dat leerwegneutrale examinering mogelijk wordt. Deel C is onderwerp van ontwikkelwerk (zie deel D.2 van dit KD).
Deel A. Beroep en beroepsprofiel
Deel A. Beroep en beroepsprofiel
De beroepskolom Politieman/ -vrouw heeft betrekking op meerdere vakgebieden en werkterreinen in het LFNP. Het beroep van Politieman/-vrouw wordt uitgeoefend in dikwijls sterk verschillende en wisselende omstandigheden en in uiteenlopende functies. In Schakelen (2011) heeft de Politieonderwijsraad een balans opgemaakt van veranderingen in het werk van de politie en de (benodigde) doorwerking daarvan in de beroepsprofielen van de politie. Het centrale thema bleek het toenemend belang van intelligence. De samenleving wordt complexer en minder kenbaar door globalisering, digitalisering en toenemende sociaal-culturele diversiteit. De aard en afbakening van het beroep van Politieman/ -vrouw wordt beïnvloed door een verschuiving van politietaken naar andere publieke uitvoeringsdiensten (gemeentelijke bijvoorbeeld) en soms ook naar particuliere beveiligingsdiensten. Enerzijds leidde dit tot een inperking van de politietaak, anderzijds vergrootte het de noodzaak tot samenwerken en het belang van een functionele, nodale oriëntatie.
De beroepskolom Politieman/ -vrouw heeft betrekking op meerdere vakgebieden en werkterreinen in het LFNP. Het beroep van Politieman/-vrouw wordt uitgeoefend in dikwijls sterk verschillende en wisselende omstandigheden en in uiteenlopende functies. In Schakelen (2011) heeft de Politieonderwijsraad een balans opgemaakt van veranderingen in het werk van de politie en de (benodigde) doorwerking daarvan in de beroepsprofielen van de politie. Het centrale thema bleek het toenemend belang van intelligence. De samenleving wordt complexer en minder kenbaar door globalisering, digitalisering en toenemende sociaal-culturele diversiteit. De aard en afbakening van het beroep van Politieman/ -vrouw wordt beïnvloed door een verschuiving van politietaken naar andere publieke uitvoeringsdiensten (gemeentelijke bijvoorbeeld) en soms ook naar particuliere beveiligingsdiensten. Enerzijds leidde dit tot een inperking van de politietaak, anderzijds vergrootte het de noodzaak tot samenwerken en het belang van een functionele, nodale oriëntatie.
A.2. Beroepsprofiel
Het volledige beroepsprofiel van de vakbekwame Politieman/ -vrouw op NLQF-niveau 6 is na te lezen in Schakelen in Verantwoordelijkheid (2011: 70–72). De vermelde competenties zijn als gevolg van de herijking in belangrijke mate nieuw, deels geconcretiseerd en slechts nog in beperkte mate hetzelfde als het beroepsprofiel dat werd vastgesteld in het jaar 1999. Nieuw geformuleerde competenties betreffen onder andere actuele juridische kennis en vaardigheden (strafrecht, bestuursrecht, civiel recht, internationale wet- en regelgeving) en het adequaat opstellen van dossiers, rapportages en adviezen, niet alleen in het Nederlands maar ook in een vreemde taal. Verder zijn het gebruik van (digitale) informatiebronnen benadrukt en het vermogen daar trends uit af te leiden en het toenemende belang van het kunnen ‘schakelen’. Op het terrein van de opsporing zijn diverse nieuwe competenties verwoord, onder andere op het terrein van de digitale recherche, sociale media en in internationaal verband. Adequaat kunnen omgaan met een overvloed aan informatie blijkt onontbeerlijk, alsook het vermogen om intelligence-gestuurd te handelen.
Het volledige beroepsprofiel van de vakbekwame Politieman/ -vrouw op NLQF-niveau 6 is na te lezen in Schakelen in Verantwoordelijkheid (2011: 70–72). De vermelde competenties zijn als gevolg van de herijking in belangrijke mate nieuw, deels geconcretiseerd en slechts nog in beperkte mate hetzelfde als het beroepsprofiel dat werd vastgesteld in het jaar 1999. Nieuw geformuleerde competenties betreffen onder andere actuele juridische kennis en vaardigheden (strafrecht, bestuursrecht, civiel recht, internationale wet- en regelgeving) en het adequaat opstellen van dossiers, rapportages en adviezen, niet alleen in het Nederlands maar ook in een vreemde taal. Verder zijn het gebruik van (digitale) informatiebronnen benadrukt en het vermogen daar trends uit af te leiden en het toenemende belang van het kunnen ‘schakelen’. Op het terrein van de opsporing zijn diverse nieuwe competenties verwoord, onder andere op het terrein van de digitale recherche, sociale media en in internationaal verband. Adequaat kunnen omgaan met een overvloed aan informatie blijkt onontbeerlijk, alsook het vermogen om intelligence-gestuurd te handelen.
Een citaat uit Schakelen op pg. 70 gaat als volgt: “De Bachelor Politiekunde is als allround operationeel expert en drager van het geweldsmonopolie volledig executief inzetbaar in zowel alle politiële kerntaken van handhaving tot en met opsporing als in het mobiliseren, organiseren of coördineren van de afstemming daarvan op de bevoegdheden van gelijksoortige ketenpartners. Hij/zij is in veranderlijke en hectische situaties verantwoordelijk voor het eigen brede handelen en een adequate doorverwijzing naar specialisten of effectieve samenwerking met ketenpartners. Op basis van het analyseren en evalueren van omgevingsontwikkelingen en scenario’s en de combinatie van lokale en nodale ‘intelligence’ zorgt hij/zij voor duurzame veiligheidsarrangementen en een proactieve aanpak van criminaliteit. Zowel het brede en tegelijkertijd gedifferentieerde taakgebied als de operationele positie in een bepaalde keten van handhaving of opsporing vraagt om cognitieve flexibiliteit, ofwel het vermogen om in het politiële handelen – zowel intern als extern – permanent te switchen tussen invalshoeken, opties, benaderingen, uitvoerders, rechtsgebieden. Politiewerk op dit niveau stelt hoge eisen aan balanceren tussen ‘street wise’ en ‘science wise’ handelen, het beantwoorden en realiseren van de verantwoordelijkheidsvraag en het winnen van gezag.”
Deel B. Kwalificaties
Deel B. Kwalificaties
Een Politiekundige Bachelor kan:
Een Politiekundige Bachelor kan:
De competenties in het kwalificatieprofiel hebben betrekking op de onderstaande positie, taken en te bereiken resultaten. In deel C zijn deze uitgewerkt in examenvereisten.
De Bachelor Politiekunde is een zelfstandig functionerende agent die in staat is een complexe situatie, in een veranderlijke omgeving, af te handelen. Hij/ zij overziet de situatie, signaleert, analyseert, adviseert en onderscheidt daarbij hoofd- en bijzaken. Bij het signaleren denkt de bachelor buiten traditionele kaders. Bij het adviseren, op diverse niveaus, draagt hij/ zij bij aan creatieve en wellicht onconventionele oplossingen. De bachelor kan systematisch, probleemoplossend optreden en hierbij snel schakelen. De bachelor kan de samenhang tussen verschillende domeinen van het politievak overzien. Hij bezit onderzoeksvaardigheden en kan wetenschappelijk onderzoek vertalen naar de beroepspraktijk. De bachelor werkt zelfstandig, regisseert grote projecten, coacht collega’s en adviseert het management. Hij/zij is in het korps de schakel tussen de collega-dienders op straat en de leidinggevenden. Hij heeft een groot maatschappelijk besef en kan de positie van de politie en andere actoren inschatten. Hij werkt (multidisciplinair) samen met cruciale netwerkpartners en kan hierbij het concept van gemeenschappelijke veiligheidszorg hanteren.
B.2. Deeldiploma’s
Het deeldiploma Algemene Opsporingsbekwaamheid en Politiële vorming (AOPV), dat per 1 januari 2015 deel uitmaakt van alle kwalificatiedossiers politieonderwijs vanaf NLQF-niveau 2 t/m NLQF-niveau 6, is bedoeld als ‘vaste voet’ van het politieonderwijs en staat voor een algemene basis van kennis, inzicht, vaardigheden en houding met betrekking tot wat politiewerk in de Nederlandse democratie en rechtstaat inhoudt, hoe de politie is georganiseerd en wat politiewerk vereist van individuele beroepsbeoefenaren. Het deeldiploma sluit aan op het referentiekader generieke competenties dat verwoordt met welke bagage studenten vanuit het voortgezet onderwijs het politieonderwijs binnenkomen.
Het deeldiploma Algemene Opsporingsbekwaamheid en Politiële vorming (AOPV), dat per 1 januari 2015 deel uitmaakt van alle kwalificatiedossiers politieonderwijs vanaf NLQF-niveau 2 t/m NLQF-niveau 6, is bedoeld als ‘vaste voet’ van het politieonderwijs en staat voor een algemene basis van kennis, inzicht, vaardigheden en houding met betrekking tot wat politiewerk in de Nederlandse democratie en rechtstaat inhoudt, hoe de politie is georganiseerd en wat politiewerk vereist van individuele beroepsbeoefenaren. Het deeldiploma sluit aan op het referentiekader generieke competenties dat verwoordt met welke bagage studenten vanuit het voortgezet onderwijs het politieonderwijs binnenkomen.
Het deeldiploma AOPV is opgebouwd uit vier thema’s:
B.3. Certificaten van na- en bijscholing
Er zijn geen certificaten van na- en bijscholing bij deze kwalificatie.
Er zijn geen certificaten van na- en bijscholing bij deze kwalificatie.
Deel C. Examenvereisten
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.