← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 23 april 2024 nr. VO/37841750, houdende regels voor de subsidieverstrekking aan scholen voor het deelnemen aan het programma Ontwikkelkracht 2024/2025 (Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025)

Geldende tekst a fecha 2024-04-25

Gelet op artikel 71 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 71 van de Wet op de expertisecentra, en artikel 67 van de Wet primair onderwijs BES;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten
1.

De Minister kan aan een bevoegd gezag subsidie verstrekken voor deelname aan activiteiten die worden ontwikkeld in het kader van het programma Ontwikkelkracht.

2.

De subsidie kan worden aangevraagd voor de uitvoering van één of meer van de volgende activiteiten:

3.

Een subsidieaanvraag kan geen betrekking hebben op:

Artikel 4. Aanvraag subsidie
1.

Een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen, voert voorafgaand aan de aanvraag een verkennend gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van een vestiging of meerdere vestigingen te concretiseren en te verkennen of en zo ja bij welk onderdeel van het programma Ontwikkelkracht deze ontwikkelvraag aansluit.

2.

In afwijking van het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met Education Lab Netherlands, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2023/2024 heeft deelgenomen als een co-creërende vestiging in een co-creatielab. Een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag.

3.

In afwijking van het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, voorafgaand aan de aanvraag een evaluatiegesprek met het programmabureau, indien de subsidie wordt aangevraagd voor een vestiging die voor het schooljaar 2023/2024 heeft deelgenomen aan het aspirant-traject expertscholen. Een verslag van dit gesprek wordt opgenomen bij de subsidieaanvraag.

4.

In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, een intakegesprek met de aanbieder van het onderzoeks- en verbetercultuurtraject.

5.

In aanvulling op het eerste lid voert een bevoegd gezag dat subsidie wil aanvragen voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, een intakegesprek met de expertschool die een leertraject aanbiedt.

6.

Een bevoegd gezag kan op basis van deze regeling voor meerdere vestigingen van eigen scholen een aanvraag indienen.

7.

Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, kan ook door een samenwerking subsidie worden aangevraagd. Een samenwerking bestaat uit maximaal vijf vestigingen. De aanvraag voor een samenwerking geschiedt door de penvoerder.

8.

Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b, d of e, kan worden ingediend van 25 april 2024, 9.00 uur, tot en met 28 juni 2024, 16.00 uur.

9.

Een aanvraag voor subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen c en f, kan worden ingediend van 25 april 2024, 9.00 uur, tot en met 28 juni 2024, 16.00 uur en van 1 oktober 2024, 9.00 uur, tot en met 29 november 2024, 16.00 uur.

10.

Subsidieaanvragen die buiten een aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

11.

De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld.

12.

De subsidieaanvraag die namens een samenwerking wordt ingediend door de penvoerder, bedoeld in het zevende lid, bevat:

13.

In de samenwerkingsovereenkomst tussen de penvoerder en de deelnemende partijen, bedoeld in het twaalfde lid, onderdeel a, wordt in ieder geval opgenomen:

14.

De subsidie, bedoeld in het zevende lid, die wordt verstrekt ten behoeve van een samenwerking, wordt verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke vestiging feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.

15.

Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen twee weken na de mededeling van de Minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de subsidieaanvrager. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de betreffende aanvraag buiten behandeling gesteld.

16.

De Minister stelt een model voor de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het twaalfde lid, elektronisch beschikbaar.

Artikel 5. Aanvraagvereisten
1.

De aanvraag bestaat uit een activiteitenplan, waarin onverminderd artikel 3.4 van de Kaderregeling ten minste wordt opgenomen:

Artikel 6. Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een subsidieaanvraag in ieder geval geweigerd:

Artikel 7. Subsidieplafonds en maximaal aantal deelnemende vestigingen per jaar
1.

Voor verstrekking van de subsidie op grond van deze regeling is in totaal een bedrag beschikbaar van € 13.248.770,– voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs.

2.

Per activiteit waarvoor subsidie kan worden aangevraagd zijn ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:

3.

De Minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het plafond zou worden overschreden.

Artikel 8. Subsidiebedrag
1.

Het subsidiebedrag per vestiging in het primair onderwijs voor het schooljaar 2024/2025 bedraagt:

2.

Het subsidiebedrag per vestiging in het voortgezet onderwijs voor het schooljaar 2024/2025 bedraagt:

3.

Voor subsidieontvangers in Caribisch Nederland wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 9. Subsidieverplichtingen
1.

In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:

2.

In aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, worden voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, interne procesbegeleiders aangesteld, die elk een lerarenteam begeleiden bij het traject. Bij vestigingen waar minder dan vijftien onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging voor primair onderwijs betreft of minder dan veertig, indien het een vestiging voor voortgezet onderwijs betreft, dienen alle onderwijsprofessionals in het schoolteam deel te nemen aan de trajecten, met uitzondering van onderwijsprofessionals die een aanstelling hebben van minder dan één dag per week. Bij vestigingen waar op het moment van aanvraag meer dan tachtig onderwijsprofessionals werken, indien het een vestiging in het voortgezet onderwijs betreft, mogen maximaal drie schoolteams van minimaal veertig medewerkers deelnemen aan de trajecten.

3.

De subsidieontvanger is verplicht om de activiteiten uiterlijk in het kalenderjaar 2025 af te ronden.

4.

Voor subsidies vanaf € 125.000 geldt dat de subsidieontvanger op uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het laatste bestedingsjaar een eindverslag zendt over de gehele subsidieperiode aan de Minister. Het eindverslag bestaat uit een activiteitenverslag.

Artikel 10. Vaststelling en verantwoording
1.

Een subsidie waarbij het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 125.000,– bedraagt, wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na indiening van de aanvraag.

2.

De verantwoording van de subsidie, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, of overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES. Indien de activiteiten zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

3.

In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, van de Kaderregeling, wordt een subsidie waarbij het te verstrekken subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt, verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag, en wordt vastgesteld binnen een jaar na de ontvangst van de verantwoording in de jaarverslaggeving over het laatste kalenderjaar van de activiteitenperiode. De Minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.

4.

De verantwoording van de subsidie, als bedoeld in het derde lid, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, of overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES. De verantwoording gaat vergezeld van een activiteitenverslag. Indien de activiteiten zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

5.

De subsidieontvanger toont op verzoek van de Minister door middel van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn. In dit kader vindt in ieder geval een steekproefsgewijze controle door de Minister plaats. Subsidieontvangers verklaren wanneer zij binnen de steekproef vallen welke activiteiten zijn ondernomen met de subsidie.

Artikel 11. Betaling
1.

De Minister bepaalt bij subsidies als bedoeld in artikel 10, eerste lid, het betaalritme van het subsidiebedrag in de beschikking.

2.

De Minister verstrekt bij subsidies als bedoeld in artikel 10, derde lid, een voorschot van 100% dat wordt uitbetaald volgens een betaalritme dat in de beschikking wordt bepaald.

Artikel 12. Hardheidsclausule

De Minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 25 april 2028 dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de subsidies die op grond van de regeling zijn verstrekt.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ontwikkelkracht 2024/2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.