Aanwijzing van de Minister voor Medische Zorg van 19 april 2024, kenmerk 3805336-1064180-PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake het experiment bekostiging van patiëntengroepsgebonden afstemming van zorg en ondersteuning voor specifieke categorieën verzekerden

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-04-29
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 1 maart 2024 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II2023/2024, 31 765, nr. 842) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg over het voornemen om een experiment te starten voor de bekostiging van patiëntengroepsgebonden afstemming van zorg en ondersteuning voor specifieke categorieën verzekerden;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

Artikel 2. Werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op samenwerking tussen zorgaanbieders, voor zover het patiëntengroepsgebonden afstemming betreft en direct ten dienste staat van een of meerdere zorgvormen onder de aanspraken van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 3. Experiment patiëntengroepsgebonden afstemming

De zorgautoriteit voorziet op grond van artikel 58 van de wet met ingang van 1 mei 2024 in een experiment voor de bekostiging van patiëntengroepsgebonden afstemming. De zorgautoriteit stelt een generieke prestatiebeschrijving met een vrij tarief vast, waarbij lumpsum betalingsafspraken mogelijk zijn, voor de in artikel 2 bedoelde zorg.

Artikel 4. Uitgangspunten experiment
1.

Doel van het experiment is om door middel van een generieke prestatiebeschrijving zorgaanbieders de mogelijkheid te geven om invulling te geven aan (regionale) samenwerkingsverbanden die bijdragen aan samenhangende zorg en ondersteuning voor specifieke categorieën verzekerden.

2.

Zorgaanbieders kunnen de prestatie alleen in rekening brengen wanneer hierover een overeenkomst is met een zorgverzekeraar.

3.

De zorgautoriteit neemt bij de inrichting van het experiment als bedoeld in artikel 3 de volgende zaken in acht:

4.

De zorgautoriteit informeert de Minister onmiddellijk indien zij het niet langer verantwoord vindt het experiment onveranderd voort te zetten.

Artikel 5. Looptijd

Het experiment heeft een looptijd van maximaal vijf jaar en eindigt uiterlijk op 1 mei 2029.

Artikel 6. Evaluatie en rapportage

De zorgautoriteit evalueert het experiment zoals bedoeld in het zesde lid van artikel 58 van de wet. Daarnaast rapporteert de zorgautoriteit over de uitslag van het experiment zoals bedoeld in het zevende lid van artikel 58 van de wet aan de Minister. De zorgautoriteit heeft de ruimte hier zelf invulling aan te geven, maar rapporteert in elk geval wel:

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.