Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 april 2024 nr. OWB/44324005, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor proof of principle-projecten en proof of concept-projecten in het kader van het Biotech Booster programma (Subsidieregeling Biotech Booster)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-02-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel om door het verstrekken van subsidies aan proof of principle-projecten en proof of concept-projecten binnen het Biotech Booster programma, de maatschappelijke impact en het rendement van valorisatie van wetenschappelijk onderzoek te verhogen en hiermee het Nederlandse OO&I-ecosysteem van de biotechnologie te versterken.

Artikel 4. Subsidieverstrekking proof of principle-projecten en proof of concept-projecten
1.

De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken voor een proof of principle-project of een proof of concept-project.

2.

Voor een proof of principle-project bedraagt de subsidie ten hoogste € 200.000,–.

3.

Voor een proof of concept-project bedraagt de subsidie ten hoogste € 1.900.000,–.

Artikel 5. Subsidieplafond
1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de eerste aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel a, een totaalbedrag beschikbaar van € 19.500.000,–.

2.

Het subsidieplafond voor de eerste aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel a, bedraagt:

3.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de tweede aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel b, een totaalbedrag beschikbaar van € 4.900.000,–.

4.

Het subsidieplafond voor de tweede aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel b, bedraagt:

5.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel c, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.

6.

Het subsidieplafond voor de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel c, bedraagt:

7.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel d, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.

8.

Het subsidieplafond voor de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel d, bedraagt:

9.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de vijfde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel e, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.

10.

Het subsidieplafond voor de vijfde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel e, bedraagt:

11.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de zesde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel f, een totaalbedrag beschikbaar van € 21.400.000,–.

12.

Het subsidieplafond voor de zesde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel f, bedraagt:

13.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de zevende aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel g, een totaalbedrag beschikbaar van € 21.400.000,–.

14.

Het subsidieplafond voor de zevende aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel g, bedraagt:

15.

Het subsidieplafond voor de aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel h, zal door wijziging van deze regeling aan deze regeling worden toegevoegd. Daarbij wordt eveneens een onderverdeling gemaakt tussen het bedrag dat beschikbaar is voor proof of principle-projecten, en het bedrag dat beschikbaar is voor proof of concept-projecten.

Artikel 6. Algemene bepalingen subsidieaanvraag
1.

De subsidie voor een proof of principle-project wordt, al dan niet namens een samenwerkingsverband, aangevraagd door:

2.

De subsidie voor een proof of concept-project wordt aangevraagd door Biotech Booster B.V, namens een samenwerkingsverband.

3.

De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de aanvrager, ongeacht welke samenwerkingspartner feitelijk is belast met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.

4.

Op grond van deze regeling kan subsidie worden aangevraagd:

5.

Aanvragen die buiten een in het vierde lid bedoelde aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

Paragraaf 2. Proof of principle-projecten

Artikel 7. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister kan subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten binnen een proof of principle-project:

2.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als wordt voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 22, 25 of 28 van de AGVV.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing indien de subsidieontvanger aan te merken is als een onderzoeksorganisatie die niet-economische activiteiten verricht.

4.

Subsidie wordt enkel verstrekt voor activiteiten die op de doelstellingen van de subsidieregeling gericht zijn.

Artikel 8. Subsidiabele kosten
1.

De voor subsidie in aanmerking komende kosten hebben betrekking op de activiteiten, bedoeld in artikel 7, eerste lid.

2.

Subsidie voor loonkosten van eigen personeel niet in vaste dienst van de aanvrager en eventuele samenwerkingspartners bedraagt maximaal een derde van de totale projectkosten.

3.

De subsidiabele kosten, genoemd in het tweede lid worden vastgesteld op niveau van de subsidieontvanger of, indien sprake is van een samenwerkingsverband, voor het samenwerkingsverband als geheel.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.