Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 april 2024 nr. OWB/44324005, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor proof of principle-projecten en proof of concept-projecten in het kader van het Biotech Booster programma (Subsidieregeling Biotech Booster)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvrager: kennisinstelling, innovatief startersbedrijf of Biotech Booster B.V. die, al dan niet namens een samenwerkingsverband, optreedt als aanvrager van de subsidie;
- AGVV: Verordening (EU) 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187/1);
- Biotech Booster programma: het programma waar de fondsbeheerders van het Nationaal Groeifonds middelen voor hebben toegekend op basis van de beoordeling van de adviescommissie NGF van 5 april 2022 van het voorstel Biotech Booster van 29 oktober 2021 en de beoordeling van de adviescommissie NGF van juni 2025;
- consortiumovereenkomst: schriftelijke ondertekende overeenkomst waarin de afspraken van een samenwerkingsverband met betrekking tot een project zijn vastgelegd;
- experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de AGVV;
- fundamenteel onderzoek: fundamenteel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 84, van de AGVV;
- haalbaarheidsstudie: haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de AGVV;
- hogeschool: hogeschool als genoemd in onderdeel g van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de AGVV;
- innovatief startersbedrijf: startersbedrijf als bedoeld in artikel 2, onderdeel 80, van de AGVV;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kennisinstelling: universiteit, UMC, hogeschool, Nederlands Kanker Instituut, Stichting Nederlandse Wetenschappenlijk Onderzoek Instituten, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- Ondernemerspanel Biotech Booster: panel van drie tot vijf ondernemers dat advies uitbrengt over de in te dienen subsidieaanvragen voor proof of concept-projecten, en wiens leden door Biotech Booster B.V. worden gekozen uit een pool van onafhankelijke ondernemers met expertise in de biotechnologie;
- onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352/9);
- onderzoeksorganisatie: entiteit die voldoet aan de definitie, opgenomen in artikel 2, onderdeel 83, van de AGVV, alsmede de definitie, opgenomen in onderdeel 16, onder ff, van het OO&I steunkader;
- OO&I-steunkader: mededeling van de Commissie inzake een Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2014, C 198);
- project: een samenhangend geheel van activiteiten dat aansluit bij het doel van de subsidieregeling en de activiteiten bedoeld in artikelen 7 en 13;
- proof of principle: idee dat op wetenschappelijke gronden zou kunnen werken, maar waarvan de praktische werking nog moet worden aangetoond;
- proof of concept: idee waarvan de proof of principle is aangetoond en dat ontwikkeld kan worden tot een praktisch uitvoerbaar proces of product;
- samenwerkingsverband: samenwerking van ten minste twee partijen die zijn aangesloten bij een thematisch cluster;
- startersbedrijf: kleine onderneming die voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in artikel 22, tweede lid, van de AGVV;
- TC: een landelijk samenwerkingsverband van publieke en private partijen, een zogenoemd thematisch cluster, op een vooraf bepaald thema in de biotechnologie, geïnitieerd in het kader van het Biotech Booster programma;
- TC-coördinator: coördinerende en adviserende entiteit die samenwerking binnen de eigen TC en tussen TC’s faciliteert en stimuleert en mensen met elkaar verbindt om behoeften, kansen en ideeën samen te laten komen en projecten verder te ontwikkelen;
- TC-overeenkomst: consortiumovereenkomst tussen partners van één of meer TC’s;
- UMC: academisch ziekenhuis als genoemd in onderdeel j van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- universiteit: universiteit als genoemd in de onderdelen a of b van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Artikel 3. Doel van de regeling
Deze regeling heeft als doel om door het verstrekken van subsidies aan proof of principle-projecten en proof of concept-projecten binnen het Biotech Booster programma, de maatschappelijke impact en het rendement van valorisatie van wetenschappelijk onderzoek te verhogen en hiermee het Nederlandse OO&I-ecosysteem van de biotechnologie te versterken.
Artikel 4. Subsidieverstrekking proof of principle-projecten en proof of concept-projecten
De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken voor een proof of principle-project of een proof of concept-project.
Voor een proof of principle-project bedraagt de subsidie ten hoogste € 200.000,–.
Voor een proof of concept-project bedraagt de subsidie ten hoogste € 1.900.000,–.
Artikel 5. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de eerste aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel a, een totaalbedrag beschikbaar van € 19.500.000,–.
Het subsidieplafond voor de eerste aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel a, bedraagt:
- a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
- b. € 9.500.000,– voor proof of concept-projecten.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de tweede aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel b, een totaalbedrag beschikbaar van € 4.900.000,–.
Het subsidieplafond voor de tweede aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel b, bedraagt:
- a. € 3.000.000,– voor proof op principle-projecten; en
- b. € 1.900.000,– voor proof of concept-projecten.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel c, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.
Het subsidieplafond voor de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel c, bedraagt:
- a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
- b. € 13.300.000,– voor proof of concept-projecten.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel d, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.
Het subsidieplafond voor de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel d, bedraagt:
- a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
- b. € 13.300.000,– voor proof of concept-projecten.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de vijfde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel e, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.
Het subsidieplafond voor de vijfde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel e, bedraagt:
- a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
- b. € 13.300.000,– voor proof of concept-projecten.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de zesde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel f, een totaalbedrag beschikbaar van € 21.400.000,–.
Het subsidieplafond voor de zesde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel f, bedraagt:
- a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
- b. € 11.400.000,– voor proof of concept-projecten.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de zevende aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel g, een totaalbedrag beschikbaar van € 21.400.000,–.
Het subsidieplafond voor de zevende aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel g, bedraagt:
- a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en
- b. € 11.400.000,– voor proof of concept-projecten.
Het subsidieplafond voor de aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel h, zal door wijziging van deze regeling aan deze regeling worden toegevoegd. Daarbij wordt eveneens een onderverdeling gemaakt tussen het bedrag dat beschikbaar is voor proof of principle-projecten, en het bedrag dat beschikbaar is voor proof of concept-projecten.
Artikel 6. Algemene bepalingen subsidieaanvraag
De subsidie voor een proof of principle-project wordt, al dan niet namens een samenwerkingsverband, aangevraagd door:
- a. een kennisinstelling; of
- b. een innovatief startersbedrijf van wie de economische activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd rechtstreeks en onmiddellijk voortkomen uit kennis uit onderzoek van een kennisinstelling, hetgeen blijkt uit een overeenkomst gesloten tussen het innovatieve startersbedrijf en de kennisinstelling.
De subsidie voor een proof of concept-project wordt aangevraagd door Biotech Booster B.V, namens een samenwerkingsverband.
De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de aanvrager, ongeacht welke samenwerkingspartner feitelijk is belast met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
Op grond van deze regeling kan subsidie worden aangevraagd:
- a. in de eerste aanvraagronde van 13 mei 2024 tot en met 30 september 2024;
- b. in de tweede aanvraagronde van 1 maart 2025 tot en met 30 mei 2025;
- c. in de derde aanvraagronde van 2 maart 2026 tot en met 15 september 2026;
- d. in de vierde aanvraagronde van 1 maart 2027 tot en met 15 september 2027;
- e. in de vijfde aanvraagronde van 1 maart 2028 tot en met 15 september 2028;
- f. in de zesde aanvraagronde van 1 maart 2029 tot en met 14 september 2029;
- g. in de zevende aanvraagronde van 1 maart 2030 tot en met 13 september 2030;
- h. in de achtste aanvraagronde, gedurende een periode die op een later moment door wijziging van deze regeling aan deze regeling wordt toegevoegd.
Aanvragen die buiten een in het vierde lid bedoelde aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.
Paragraaf 2. Proof of principle-projecten
Artikel 7. Subsidiabele activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten binnen een proof of principle-project:
- a. fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 25 van de AGVV;
- b. innovatie-activiteiten voor kleine- en middelgrote ondernemingen als bedoeld in artikel 28 van de AGVV;
- c. activiteiten van startersbedrijven als bedoeld in artikel 22 van de AGVV.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als wordt voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 22, 25 of 28 van de AGVV.
Het tweede lid is niet van toepassing indien de subsidieontvanger aan te merken is als een onderzoeksorganisatie die niet-economische activiteiten verricht.
Subsidie wordt enkel verstrekt voor activiteiten die op de doelstellingen van de subsidieregeling gericht zijn.
Artikel 8. Subsidiabele kosten
De voor subsidie in aanmerking komende kosten hebben betrekking op de activiteiten, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
Subsidie voor loonkosten van eigen personeel niet in vaste dienst van de aanvrager en eventuele samenwerkingspartners bedraagt maximaal een derde van de totale projectkosten.
De subsidiabele kosten, genoemd in het tweede lid worden vastgesteld op niveau van de subsidieontvanger of, indien sprake is van een samenwerkingsverband, voor het samenwerkingsverband als geheel.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.