Regeling volmacht personele aangelegenheden CBR 2024

Type ZBO-regeling
Publication 2024-05-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op boek 7, titel 10 van het Burgerlijk Wetboek, artikelen 1, lid 1, en 2, lid 1, sub h van de Ambtenarenwet 2017, de lopende collectieve arbeidsovereenkomst van het CBR,

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Grenzen volmacht
1.

De gevolmachtigde oefent de volmacht niet uit, indien de aard of de inhoud van een stuk een zodanig gewicht heeft dat het door de volmachtverlener behoort te worden afgedaan.

2.

Indien de volmachtverlener een bevoegdheid uitoefent waarvoor deze een volmacht heeft afgegeven, is de gevolmachtigde niet bevoegd tot de uitoefening eenzelfde handeling of een handeling die zich niet verhoudt tot de reeds uitgeoefende bevoegdheid zonder de volmachtgever daarover eerst te raadplegen.

3.

De gevolmachtigde oefent de volmacht niet uit, indien de betrokken personeelsaangelegenheid ook hemzelf betreft.

Artikel 3. Verlenen ondervolmacht
1.

Een gevolmachtigde is niet bevoegd ondervolmacht te verlenen tenzij dit noodzakelijk is voor de praktische uitvoering van zijn volmacht, de aard van de bevoegdheid zich niet tegen ondervolmacht verzet en de gevolmachtigde goedkeuring krijgt van het directielid onder wiens portefeuille de bevoegdheid valt.

2.

Een ondergevolmachtigde is niet bevoegd verder ondervolmacht te verlenen.

3.

De ondervolmacht wordt schriftelijk verleend.

4.

Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op de ondergevolmachtigde.

Artikel 4. Ondertekeningsvolmacht en machtiging
1.

Voor de toepassing van deze regeling wordt onder (onder)volmacht tevens verstaan het ondertekenen van nodige documenten namens het CBR alsmede de machtiging tot uitvoering van andere handelingen die samenhangen met de afgegeven (onder)volmacht.

2.

Een met toepassing van de (onder)volmacht opgemaakt stuk wordt waar mogelijk als volgt ondertekend:

Het CBR, de directie van het CBR,

namens deze:

(functie)

(handtekening) (naam)

3.

Degene die bevoegd is tot het ondertekenen van stukken is ook bevoegd tot het digitaal ondertekenen van stukken.

Artikel 5. Voorbehouden (rechts)handelingen

De directie behoudt de bevoegdheid tot de volgende rechtshandelingen:

Artikel 6. Register
1.

De manager JZ houdt een register bij van alle op grond van deze regeling verleende (onder)volmachten. De manager JZ ziet erop toe dat het register wordt bekendgemaakt;

2.

Bij verlenging, wijziging of beëindiging van een (onder)volmacht wordt een kopie daarvan gezonden aan de manager JZ ter aanpassing van het register.

§ 2. Volmachten

Artikel 7. Bevoegdheid directieleden

De afzonderlijke directieleden hebben – behoudens het bepaalde in artikel 5 – binnen de grenzen van hun portefeuille volmacht ten aanzien van alle bevoegdheden waarover de directie beschikt in het bijzonder:

betreffende alle onder het directielid ressorterende medewerkers.

Artikel 8. Bevoegdheid divisiemanager / manager stafafdeling
1.

De divisiemanagers en managers van de stafafdelingen hebben binnen de grenzen van hun eigen divisie dan wel afdeling en binnen de vastgestelde begroting volmacht ten aanzien van:

Artikel 9. Bevoegdheid direct leidinggevende
1.

De direct leidinggevenden hebben volmacht binnen de grenzen van hun functionele verantwoordelijkheid en binnen de vastgestelde begroting ten aanzien van rechtstreeks onder hen ressorterende medewerkers voor:

2.

De direct leidinggevende is niet bevoegd de volmacht uit te oefenen voor zover dat in strijd is met of overlapt met een handeling die reeds is genomen of waarvan bekend is dat deze zal plaatsvinden op grond van de volmachten genoemd in artikelen 7 en 8.

Artikel 10. Bevoegdheid HR
1.

De manager HR heeft volmacht ten aanzien van:

2.

De medewerker HR-services heeft volmacht ten aanzien van:

Artikel 11. Vervanging
1.

Bij afwezigheid of verhindering van een gevolmachtigde wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering de volmacht uitgeoefend conform de vervangingsregeling.

2.

Bij afwezigheid of verhindering van een gevolmachtigde is de vervanger niet bevoegd tot het verlenen of intrekken van ondervolmacht tenzij deze vervanger een directielid of directie betreft.

§ 3. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12. Evaluatie

De directie evalueert deze regeling iedere twee jaar, voor het eerst uiterlijk 31 december 2025.

Artikel 13. Intrekking

Volmachten verleend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, vervallen met ingang van de dag dat deze regeling in werking treedt.

Artikel 14. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking daarvan in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2024.

Artikel 15. Citeertitel en bekendmaking

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling volmacht personele aangelegenheden CBR 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.