Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 april 2024. Nr. MBO/45666836, houdende een uitleg van de regels voor het aanbieden van oriëntatieprogramma’s aan mbo-studenten op de niveaus 2, 3 en 4

Type Beleidsregel
Publication 2024-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 1.3.5, onderdeel c, 2.2.1, derde lid, onderdeel j, 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, 7.2.7, derde lid, onderdelen c en d, 8.1.1, vijfde lid, en 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, juncto 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechten de artikelen 1.3.1, onderdeel c, 2.2.1, derde lid, onderdeel i, 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, 8.1.1, negende lid en 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Doel, voorwaarden en inhoud van het oriëntatieprogramma

Artikel 2. Doel en inhoud
1.

Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de Minister ten aanzien van het bevoegd gezag van een instelling gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en respectievelijk artikel 10.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, onverminderd de Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen 2022.

2.

Deze beleidsregel verduidelijkt de wijze waarop het bevoegd gezag van een instelling invulling kan geven aan zijn wettelijke taak voor LOB door middel van een oriëntatieprogramma.

3.

Deze beleidsregel heeft betrekking op LOB voor studenten die toelatingsrecht hebben tot een basisberoeps-, vak-, middenkader- of specialistenopleiding.

4.

Een oriëntatieprogramma is bedoeld voor een student die:

Artikel 3. Voorwaarden oriëntatieprogramma
1.

Een oriëntatieprogramma duurt, gelet op artikel 7.2.4a, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, maximaal één studiejaar en de inschrijving geschiedt via een opleidingsdomeininschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

2.

In afwijking van het eerste lid stelt het bevoegd gezag in Bonaire, gelet op artikel 7.4.9, eerste lid, onderdeel c, onder 4, en onderdeel e van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES de studieduur van een beroepsopleiding vast en de inschrijving geschiedt via een opleidingsdomeininschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.

3.

Met het oriëntatieprogramma wordt invulling gegeven aan een deel van de wettelijke LOB-opdracht voor studenten die zich eerst willen oriënteren op het aanbod aan beroepsonderwijs dat bij hen past, voordat zij een keuze maken voor een kwalificatie.

4.

De student die wenst deel te nemen aan een oriëntatieprogramma wordt ingeschreven op het meest passende opleidingsdomein. Indien dit redelijkerwijs niet kan worden bepaald, wordt de student ingeschreven op een willekeurig opleidingsdomein.

5.

Nadat de student een weloverwogen studiekeuze heeft gemaakt, en onverminderd het eerste lid, stroomt de student zo snel mogelijk door naar de gekozen kwalificatie.

6.

Het bevoegd gezag van de instelling draagt ervoor zorg dat een oriëntatieprogramma wordt vormgegeven binnen de maximale wettelijke studieduur. Hierbij neemt het bevoegd gezag de artikelen 7.2.4a en 7.2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs in acht. In geval van een oriëntatieprogramma dat wordt verzorgd door een instelling, als bedoeld in artikel 1.1.1 Wet educatie en beroepsonderwijs BES, zorgt het bevoegd gezag voor een programma dat wordt vormgegeven binnen de door het bevoegd gezag gestelde studieduur.

7.

Het bevoegd gezag neemt artikel 8.1.1c van de Wet educatie en beroepsonderwijs in acht en selecteert niet op basis van motivatie of ogenschijnlijke geschiktheid van de student.

Artikel 4. Inhoud van het oriëntatieprogramma
1.

Nadat de student is ingeschreven op een opleidingsdomein zorgt het bevoegd gezag van de instelling ervoor dat de student onderricht krijgt voor LOB, zodat de student tot een toekomstbestendige studiekeuze kan komen.

2.

Een oriëntatieprogramma kan al dan niet domeinoverstijgend zijn en heeft tot doel om de student via persoonlijke begeleiding en oriënterende activiteiten inzicht te verschaffen in diens talenten, capaciteiten, interesses, het arbeidsmarktperspectief en de beroepspraktijk behorend bij diverse beroepsopleidingen om te komen tot een weloverwogen studiekeuze.

3.

De elementen, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel 1, van het Examen- en kwalificatiebesluit WEB, die bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding aan bod komen, zijn onderdeel van het oriëntatieprogramma.

4.

De generieke onderdelen Nederlands, rekenen, loopbaanoriëntatie en -begeleiding en burgerschap zijn onderdeel van het oriëntatieprogramma en worden dientengevolge aan de student aangeboden. De student wordt voor zover mogelijk in de gelegenheid gesteld relevante keuzedelen te volgen. Het bevoegd gezag mag ook de inhoud van andere kwalificaties, waaronder beroepspraktijkvorming, aanbieden in het kader van loopbaanoriëntatie als dat passend is in het licht van het studiekeuzeproces van de student.

Artikel 5. Voorwaarden voor heroriëntatie binnen de kwalificatie
1.

In afwijking van artikel 3 kan de student die twijfelt aan een reeds gekozen kwalificatie ingeschreven blijven op zijn huidige kwalificatie en zich in het kader van LOB oriënteren op zijn studiekeuze, zolang hij in ieder geval nog één of meer beroepsgerichte onderdelen of eventuele wettelijke beroepsvereisten van zijn kwalificatie volgt.

2.

In afwijking van het eerste lid neemt het bevoegd gezag in overleg met de student uiterlijk drie maanden, nadat is vastgesteld dat de student dat onderwijs niet meer volgt, een beslissing over de inschrijving van de student. Dit gebeurt indien een student geen beroepsonderwijs meer volgt en in het bijzonder de beroepsgerichte onderdelen of de eventuele wettelijke beroepsvereisten niet meer volgt.

3.

De beslissing kan, met instemming van de student, inhouden dat deze wordt ingeschreven op een oriëntatieprogramma, en daarmee een overschrijving naar een opleidingsdomein plaatsvindt, of in een andere kwalificatie.

In plaats van de eerste volzin kan het bevoegd gezag ook een verwijderingsbeslissing, als bedoeld in artikel 8.1.7d, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, nemen. In dat geval maakt het bevoegd gezag de beslissing tot verwijdering schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan de student bekend.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 6. recht op studiefinanciering
1.

Gelet op artikel 8.1.1, vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt uit hoofde van de Wet studiefinanciering 2000 met het oog op een correcte en consistente toekenning van het recht op studiefinanciering de student die is ingeschreven op een opleidingsdomein aangemerkt als te zijn ingeschreven op het hoogste opleidingsniveau waar de student gelet op zijn vooropleiding toegang toe heeft.

2.

Gelet op artikel 8.1.1, negende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES wordt uit hoofde van de Wet studiefinanciering 2000 BESmet het oog op een correcte en consistente toekenning van het recht op studiefinanciering de student die is ingeschreven op een opleidingsdomein aangemerkt als te zijn ingeschreven op het hoogste opleidingsniveau waar de student gelet op zijn vooropleiding toegang toe heeft.

Artikel 7. Intrekking van de brieven uit 2010
1.

De brief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 6 januari 2010 met als onderwerp: ‘In- en doorstroomklassen’ wordt ingetrokken.

2.

De brief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 23 maart 2010 met als onderwerp: ‘Specifieke informatie instroom- en doorstoomklassen’ wordt ingetrokken.

Artikel 8. Evaluatiebepaling
1.

De Minister evalueert de werking en effecten van de beleidsregel in de praktijk.

2.

Een tussentijdse evaluatie vindt plaats eind 2026.

3.

De Minister evalueert de beleidsregel in 2028 voor alle studenten die een oriëntatieprogramma op basis van de opleidingsdomeininschrijving hebben gevolgd.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 augustus 2024.

Artikel 10. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel oriëntatieprogramma mbo.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.