Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 22 april 2024, nr. IENW/BSK-2024/124323, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling Luchtvaart in Transitie

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, 8, eerste lid en tweede lid, onderdeel b, 9, 22 en 23, vijfde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M en artikel 36 van verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel en toepassingsbereik van de regeling

Deze regeling heeft als doel:

Artikel 3. Aanvraag
1.

Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld formulier.

2.

Onverminderd artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit bevat een aanvraag de gegevens bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de AGVV.

Artikel 4. Specifieke afwijzingsgronden

Onverminderd de in artikel 11 en 12 van het Kaderbesluit vermelde afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval afgewezen indien:

Artikel 5. Voorschot

Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot verleend van:

Artikel 6. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger doet gedurende de uitvoering van het project, onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 8 van het Kaderbesluit, middels een jaarrapport voor de modules Ondersteunend onderzoek en R&D samenwerkingsprojecten verslag van de voortgang van het project.

Artikel 7. Subsidievaststelling

Onverminderd het bepaalde in artikel 24 van het Kaderbesluit wordt een aanvraag tot subsidievaststelling ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat wordt geplaatst op de website van RVO.

Hoofdstuk 2. Module Ondersteunend Onderzoek (OO)

Artikel 8. Openstelling

Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project voor de module Ondersteunend Onderzoek kan worden ingediend bij RVO:

Artikel 9. Subsidiabele activiteiten

In aanmerking voor subsidie komen onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, als bedoeld in artikel 25, tweede lid, a tot en met d, van de AGVV, waarbij de activiteiten gericht zijn op:

Artikel 10. Subsidieplafond en hoogte van de subsidie
1.

Voor de periode tot en met 31 december 2026 is voor de activiteiten als bedoeld in artikel 9, ten hoogste € 6.250.000,– beschikbaar.

2.

De subsidieverlening wordt gerechtvaardigd op grond van artikel 25, tweede lid, van de AGVV.

3.

De subsidie bedraagt ten hoogste:

tot een maximum van € 1.250.000,– per onderzoeksproject.

4.

In afwijking van artikel 5 wordt gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening in het eerste en in het tweede jaar een voorschot verleend van telkens 40% indien wordt voldaan aan de in de voorschotbeschikking opgenomen voorwaarden.

Artikel 11. Verdeling van het subsidieplafond
1.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

2.

De minister kent aan een project een hoger aantal punten toe naarmate:

3.

De minister kent per onderdeel van het tweede lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe.

4.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

5.

Geen subsidie wordt verleend voor een project dat lager is gerangschikt dan eenzelfde project of aan een project dat minder dan 5 punten toegewezen heeft gekregen op een onderdeel.

6.

Indien onder het desbetreffende subsidieplafond aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, wordt er door de minister geloot.

Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger
1.

Met de uitvoering van het project binnen de Module Ondersteunend Onderzoek wordt gestart binnen dertien weken na goedkeuring van de subsidieaanvraag.

2.

Een project binnen de Module Ondersteunend Onderzoek wordt uitgevoerd binnen vijf jaren na de start van het project.

Hoofdstuk 3. Module Versterken Innovatievermogen MKB (VIM)

Titel 3.1. Kennis- en testvouchers

3.1.1. Verstrekking van een kennis- of testvoucher

Artikel 13. Aanvraag

Een aanvraag voor een kennis- of testvoucher voor de module Versterken Innovatievermogen MKB kan door een MKB-ondernemer worden ingediend bij de RVO:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.