Beleidsregel van de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit van 23 mei 2024 over verantwoord spelen (Beleidsregel verantwoord spelen 2024)
Gelet op artikelen 3, 4a, 8, 14a, 15, 23, 27a, 7b, 7c, 7d, 27ja, 30v en 31m van de Wet op de kansspelen, artikelen 1.1 en 4.1 van het Besluit kansspelen op afstand, artikelen 1, 2, 2ab, 3a, 6, 7, 8, 13 en 18 van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, artikelen 4, 10, 12, 14, 16, 17, 19 en 20 van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
Besluit de volgende beleidsregel vast te stellen:
Paragraaf 1. Definities en toepassing
Artikel 1.1. Definities
In deze beleidsregel worden de begripsbepalingen uit het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen gebruikt. Voor het overige wordt verstaan onder:
-
- CRUKS: het centraal register uitsluiting kansspelen als bedoeld in artikel 33h van de wet;
-
- interventiemaatregel: maatregel als bedoeld in artikel 18 van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;
-
- jongvolwassenen: personen in de leeftijd van 18 tot en met 23 jaar;
-
- speelcasino: houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen in een speelcasino als bedoeld in artikel 27g van de wet;
-
- speelautomatenhal: houder van een vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
-
- online aanbieder: houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand als bedoeld in artikel 31 van de wet;
-
- netto-stortingen: stortingen op minus opnames van een speelrekening als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit kansspelen op afstand;
-
- onmatige deelneming aan kansspelen: onmatige deelneming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, waaronder wordt begrepen risicovol spelgedrag dat kan leiden tot kansspelverslaving;
-
- parameter: grootheid in het risicodetectiesysteem op grond waarvan een signaal wordt vastgesteld;
-
- probleemspelers: spelers bij wie het speelgedrag een hoog risico op kansspelverslaving vertoont, door een aanhoudend en toenemend onvermogen om weerstand te bieden aan de drang tot spelen;
-
- recreatieve spelers: spelers bij wie het speelgedrag nauwelijks tot geen verslavingspotentie vertoont;
-
- redelijk vermoeden: redelijk vermoeden van onmatige deelneming aan kansspelen of kansspelverslaving als bedoeld in artikelen 27ja, tweede lid, 30v, tweede lid, en 31m, tweede lid, van de wet, waaronder wordt begrepen op een of meer signalen gebaseerde redelijke twijfel aan het vermogen van de speler om voldoende weerstand te bieden tegen de drang tot onmatige deelneming aan kansspelen of kansspelverslaving;
-
- risicoanalist: functionaris als bedoeld in artikel 7, derde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;
-
- risicoanalyse: analyse van de verslavingsrisico’s van kansspelen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;
-
- risicodetectiesysteem: geheel van methodes en instrumenten voor het registreren en analyseren van het speelgedrag van spelers;
-
- risicopotentieel: categorie van verslavingsrisico van een kansspel;
-
- risicospelers: spelers bij wie het speelgedrag enige kenmerken van kansspelverslaving vertoont;
-
- signaal: intern of extern signaal wijzend op onmatige deelneming aan de vergunde kansspelen of risico’s op kansspelverslaving als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;
-
- spelers: personen die deelnemen aan door de vergunninghouder aangeboden kansspelen of bij de vergunninghouder zijn ingeschreven;
-
- vertegenwoordigers: vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit kansspelen op afstand;
-
- wet: Wet op de kansspelen.
Paragraaf 2. Wervings- en reclameactiviteiten
Artikel 2.1. Toepassing
Deze paragraaf heeft betrekking op de wervings- en reclameactiviteiten van vergunninghouders, tenzij anders is bepaald.
Artikel 2.2. Zorgvuldig en evenwichtig
Onder het op zorgvuldige en evenwichtige wijze vorm geven aan wervings- en reclameactiviteiten als bedoeld in artikel 4a van de wet verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat de wervings- en reclameactiviteiten van een vergunninghouder:
- a. passen binnen de kanalisatiedoelstelling van de wet door consumenten te leiden naar het legale aanbod van kansspelen en weg te houden bij het illegale aanbod van kansspelen;
- b. terughoudend zijn wat betreft vorm, doelgroep, inhoud, strekking, aantal en soort kanalen waarop de wervings- en reclameactiviteiten worden vertoond of aangeboden; en
- c. zich niet uitstrekken tot branchevreemde nevenactiviteiten.
Artikel 2.3. Onmatige deelneming aan kansspelen
Onder het aanzetten tot onmatige deelneming aan kansspelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat de wervings- en reclameactiviteiten van een vergunninghouder:
- a. consumenten overhalen tot het nemen van impulsieve beslissingen om deel te nemen aan kansspelen door middel van aanbiedingen, kortingsacties of bonussen die de kennelijke bedoeling hebben een sterk gevoel van urgentie bij de consument te creëren;
- b. kansspelen aanprijzen als oplossing voor financiële of persoonlijke problemen;
- c. gokken als leefstijl promoten; of
- d. de gevolgen van onmatige deelneming bagatelliseren.
Artikel 2.4. Misleiding
Onder misleidende wervings- en reclameactiviteiten als bedoeld in artikel 4a, derde lid, van de wet verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat in of aan de wervings- en reclameactiviteiten van een vergunninghouder:
- a. een onrealistisch of incorrect beeld van een product of dienst wordt gegeven;
- b. voorwaarden worden verbonden aan de (eenmalige) gratis deelneming aan een kansspel welke voorwaarden het gratis karakter van de deelname tenietdoen;
- c. geen duidelijkheid wordt geboden over de duur van de deelneming aan een kansspel of dat de gratis deelneming aan een kansspel zonder toestemming van de consument automatisch overgaat in betaalde deelneming;
- d. de indruk wordt gewekt dat de consument in het algemeen overwegende invloed kan uitoefenen op de uitkomsten van een door een vergunninghouder aangeboden kansspel;
- e. de indruk wordt gewekt dat de consument in het algemeen overwegende invloed heeft op zijn spelresultaat door het volgen van een training, studie, of (online) cursus;
- f. de indruk wordt gewekt dat de raad van bestuur de wervings- en reclameactiviteiten, de kansspelen of de vergunninghouder heeft goedgekeurd, anders dan de neutrale vermelding dat een vergunninghouder beschikt over een vergunning op grond van de wet; of
- g. de indruk wordt gewekt dat de vergunninghouder beschikt over een Europese vergunning of onder Europees toezicht valt.
Artikel 2.5. Kwetsbare groepen van personen
Onverminderd het bepaalde in artikel 2, derde lid, Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen worden in ieder geval als kwetsbaar aangemerkt consumenten met een verstandelijke beperking, consumenten die een verslaving aan kansspelen hebben of in het verleden hebben gehad en consumenten die niet meer dan het sociaal minimum als bedoeld in artikel 2 van de Toeslagenwet te besteden hebben.
Onverminderd de bij of krachtens de wet gestelde eisen over onder andere het registreren en analyseren van speelgedrag en signalen, acht de raad van bestuur het in overeenstemming met artikel 4a, eerste lid, van de wet, dat een vergunninghouder niet proactief op zoek gaat naar kwetsbaarheden van consumenten als bedoeld in het eerste lid als daar geen wettelijke verplichting en redelijkerwijs ook geen andere aanleiding voor is.
Bij de beoordeling of wervings- en reclameactiviteiten van een vergunninghouder zijn gericht op kwetsbare groepen van personen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, kan de raad van bestuur in ieder geval en in onderlinge samenhang betrekken:
- a. het doel, de inhoud, de vormgeving, de context, het medium en de locatie van de wervings- en reclameactiviteiten;
- b. het product, de dienst, de persoon en de organisatie waarmee de wervings- en reclameactiviteiten worden verricht;
- c. de kwalificatie die de aanbieder van het medium zelf geeft aan de beoogde doelgroep; en
- d. het oordeel van onafhankelijke externe marketingpartijen over dat medium.
Onder wervings- en reclameactiviteiten van een vergunninghouder die gericht zijn op kwetsbare groepen van personen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat:
- a. logo’s, namen van een kansspel of een vergunninghouder, of andere associaties met een vergunninghouder vermeld staan op producten die voor een aanmerkelijk deel door minderjarigen worden gedragen of gebruikt;
- b. logo’s, namen van een kansspel of een vergunninghouder, of andere associaties met een vergunninghouder vermeld staan op producten die aan personen van een kwetsbare groep worden verstrekt; en
- c. fysieke reclame is geplaatst in het zicht van of op locaties die zijn gericht op minderjarigen.
Bij de beoordeling of wervings- en reclameactiviteiten van speelcasino’s, speelautomatenhallen en online aanbieders zijn gericht op personen als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, kan de raad van bestuur in ieder geval en in onderlinge samenhang de in het derde en vierde lid genoemde onderdelen betrekken.
Artikel 2.6. Afstemming reclame op verslavingsrisico
Onder onverantwoorde wervings- en reclameactiviteiten naar aanleiding van de uitkomsten van de risicoanalyse als bedoeld in artikel 3a van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen door een speelcasino, speelautomatenhal of online aanbieder, verstaat de raad van bestuur in ieder geval:
- a. wervings- en reclameactiviteiten met een sterk wervend karakter voor een kansspel waarvan uit de risicoanalyse naar voren is gekomen dat het kansspel een hoog risicopotentieel heeft;
- b. wervings- en reclameactiviteiten die een bij de risicoanalyse geconstateerde risicofactor van het kansspel versterken;
- c. wervings- en reclameactiviteiten die spelers aanzetten tot doorspelen, terwijl uit de risicoanalyse naar voren is gekomen dat het kansspel een hoog risicopotentieel heeft; of
- d. wervings- en reclameactiviteiten die een kansspel presenteren als een betrekkelijk ongevaarlijk kansspel, terwijl uit de risicoanalyse naar voren is gekomen dat het kansspel een hoog risicopotentieel heeft.
Artikel 2.7. Reclame kansspelen op afstand
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.