Wet van 22 mei 2024, houdende regels ten behoeve van de kinderopvang op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet kinderopvang BES)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, gelet op de grote armoedeproblematiek en achterstandenproblematiek op het terrein van ontwikkelen en leren en het belang om de kwaliteit van kinderopvang in Caribisch Nederland te verbeteren, wenselijk is om regels te stellen over kinderopvang op Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- beroepskracht: persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een kindercentrum, bezoldigd is en belast is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen;
- beroepskracht in opleiding: degene die in dienst van de houder van een kindercentrum en ten behoeve van het praktijkdeel van de opleiding belast is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen bij een kindercentrum;
- bestuurscollege: bestuurscollege als bedoeld in artikel 36 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- buitenschoolse opvang: kinderopvang voor kinderen in de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd evenals gedurende vrije dagen of middagen en in schoolvakanties;
- dagdeel: periode van ten minste vier aaneengesloten uren in de ochtend, middag, avond of nacht;
- dagopvang: kinderopvangopvang voor kinderen in de leeftijd van 0 tot en met de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang overdag wordt geboden;
- expertisecentrum onderwijszorg: rechtspersoon als genoemd in artikel 28, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;
- exploitatievergunning: door het openbaar lichaam verleende vergunning voor het exploiteren van een kindercentrum of gastouderopvang;
- gastouder: degene van achttien jaar of ouder die gastouderopvang biedt;
- gastouderopvang: kinderopvang in een gezinssituatie die betrekking heeft op gelijktijdige opvang van ten hoogste zes kinderen, waaronder begrepen de bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn van de gastouder of zijn partner die de leeftijd van tien jaar nog niet heeft bereikt,waarbij de opvang plaatsvindt:
- a. op het woonadres van de gastouder, dan wel
- b. op het woonadres van een van de ouders van de kinderen voor wie de gastouder opvang biedt;
- houder: natuurlijk persoon van achttien jaar of ouder of rechtspersoon die een kindercentrum exploiteert;
- kind: persoon als bedoeld in artikel 3 van de Wet kinderbijslagvoorziening BES;
- kindercentrum: voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, niet zijnde gastouderopvang;
- kinderopvang: bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;
- kinderopvangovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tussen de ouder en de houder van het kindercentrum of de gastouder over de opvang van een kind van de ouder in dat kindercentrum of door die gastouder;
- kinderopvangvergoeding: vergoeding voor de kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 3.2;
- Onze Minister: Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
- openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
- ouder: bloed- of aanverwant in opgaande lijn of pleegouder van een kind als bedoeld in artikel 3 van de Wet kinderbijslagvoorziening BES;
- ouderbijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid;
- stagiair: degene die een opleiding volgt, waarvan het praktijkdeel een beperkt deel van de totale studieduur is, belast is met werkzaamheden bij de houder ten behoeve van het praktijkdeel van de opleiding en geen beroepskracht in opleiding is;
- verklaring omtrent het gedrag: verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES;
- programma voor voorschoolse educatie: programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot het onderwijs kunnen worden toegelaten.
Artikel 1.2. Reikwijdte
Deze wet is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Hoofdstuk 2. Kwaliteit
§ 1. Vergunningplicht
Artikel 2.1. Exploitatievergunning
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege:
- a. een kindercentrum of een gastouderopvang te exploiteren; of
- b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
Een aanvraag voor een vergunning of een verlenging of wijziging daarvan wordt door de houder van een kindercentrum of gastouder ingediend bij het bestuurscollege.
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Het bestuurscollege stelt een kwaliteitscommissie in, die adviseert over het al dan niet verlenen van een vergunning, verlenging of wijziging daarvan.
Ten behoeve van de advisering, bedoeld in het vierde lid, verzoekt het bestuurscollege:
- a. een op grond van artikel 5.1, eerste lid, aangewezen ambtenaar te onderzoeken of de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bij of krachtens deze wet gestelde regels, bedoeld in dit hoofdstuk; en
- b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
Bij of krachtens eilandsverordening worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
- a. de aanvraag en registratie van een vergunning, verlenging of wijziging daarvan;
- b. het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid;
- c. de kwaliteitscommissie.
§ 2. Kwaliteitseisen kinderopvang
Artikel 2.2. Kinderopvangovereenkomst
Opvang door een houder van een kindercentrum of een gastouder geschiedt op basis van een kinderopvangovereenkomst.
Een houder van een kindercentrum of een gastouder sluit een kinderopvangovereenkomst met een ouder die daarom verzoekt, tenzij sprake is van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen omstandigheid.
Indien geen kinderopvangovereenkomst tot stand komt of de kinderopvangovereenkomst wordt opgezegd omdat de houder van het kindercentrum of de gastouder weigert het kind op te vangen, kan de ouder zich voor bemiddeling wenden tot de onafhankelijke organisatie, bedoeld in artikel 2.9, tweede lid.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de kinderopvangovereenkomst.
Artikel 2.3. Verantwoorde kinderopvang
Een houder van een kindercentrum of gastouder biedt verantwoorde kinderopvang, waaronder wordt verstaan:
- a. het in een veilige en gezonde omgeving bieden van emotionele veiligheid aan kinderen;
- b. het bevorderen van de persoonlijke en sociale competentie van kinderen;
- c. de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen;
- d. het spelenderwijs en doelgericht stimuleren van taalvaardigheden, rekenvaardigheden, motorische vaardigheden en sociaal-emotionele vaardigheden ten behoeve van een doorlopend ontwikkelingsproces voor kinderen.
De houder van een kindercentrum of gastouder draagt er zorg voor dat de uitvoering van het pedagogisch beleid en het veiligheids- en gezondheidsbeleid, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk is vastgelegd en wordt geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de in het eerste lid genoemde aspecten van verantwoorde kinderopvang.
Het bestuurscollege draagt zorg voor begeleiding en ondersteuning aan de houder van een kindercentrum of gastouder bij het aanbieden van verantwoorde kinderopvang, waaronder pedagogische ondersteuning en advies.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderwerpen en taken waarover het bestuurscollege voor begeleiding en ondersteuning aan de houder van een kindercentrum of gastouder of pedagogische ondersteuning en advies zorgdraagt, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen de openbare lichamen.
Artikel 2.4. Kwaliteit kinderopvang kindercentrum
Een houder van een kindercentrum:
- a. organiseert de kinderopvang op zodanige wijze;
- b. voorziet het kindercentrum zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en materieel;
- c. draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling; en
- d. voert een zodanig pedagogisch, veiligheids-, gezondheids-, educatief en organisatiebeleid;
dat een en ander redelijkerwijs leidt tot verantwoorde kinderopvang.
Ter uitvoering van het eerste lid besteedt een houder van het kindercentrum in ieder geval aantoonbaar aandacht aan:
- a. het aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie;
- b. de groepsgrootte;
- c. het dagritme en een gevarieerd activiteitenprogramma;
- d. de herkenbaarheid van ruimtes en personen;
- e. de opleidingseisen, scholingseisen en ervaringseisen waaraan beroepskrachten voldoen;
- f. de voorwaarden waaronder en de mate waarin beroepskrachten in opleiding en stagiairs kunnen worden belast met de verzorging, opvoeding en bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen;
- g. het volgen van de ontwikkeling van kinderen en het signaleren van bijzonderheden, waaronder door middel van een begeleidingsplan indien bijzonderheden worden gesignaleerd;
- h. het voorkomen van ontwikkel- en leerachterstanden door het programma af te stemmen op wat kinderen nodig hebben.
Een houder van een kindercentrum past een programma voor voorschoolse educatie toe bij kinderen die gebruikmaken van dagopvang.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de voorwaarden voor verantwoorde kinderopvang bij een kindercentrum waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen dagopvang, buitenschoolse opvang, die betrekking kunnen hebben op:
- a. de veiligheid en de gezondheid;
- b. de minimale opleidingseisen, scholingseisen en ervaringseisen voor beroepskrachten;
- c. de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs;
- d. het aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie;
- e. de groepsgrootte, en de herkenbaarheid van ruimtes en personen;
- f. het pedagogisch beleid en de pedagogische praktijk;
- g. het educatieve beleid in het kader van het voorkomen en bestrijden van ontwikkel- en leerachterstanden, waaronder voorschoolse educatie;
- h. de accommodatie en de inrichting van de ruimte die bestemd is voor kinderopvang;
- i. de beschikbare ruimte voor kinderen;
- j. kwaliteitszorg en de professionele kwaliteitscultuur;
- k. het dagritme en het gevarieerde activiteitenprogramma;
- l. het volgen van de ontwikkeling van kinderen en het signaleren van bijzonderheden, waaronder door middel van een begeleidingsplan indien bijzonderheden worden gesignaleerd.
Bij of krachtens eilandsverordening worden nadere regels gesteld omtrent de voorwaarden voor kinderopvang, die betrekking kunnen hebben op:
- a. het taalniveau van een beroepskracht;
- b. aanvullende opleidingseisen, scholingseisen en ervaringseisen voor een beroepskracht;
- c. gezonde voeding;
- d. lokale partners met wie de houder van een kindercentrum afspraken maakt ten behoeve van de optimale ontwikkeling van kinderen.
Artikel 2.5. Beperkingen gastouderopvang
Gastouderopvang wordt niet geboden door degene:
- a. van wie een of meer kinderen onderworpen zijn aan ondertoezichtstelling of voorlopige ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES, die met betrekking tot een of meer van zijn kinderen is ontheven uit het ouderlijk gezag als bedoeld in artikel 266 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES of die met betrekking tot een of meer van zijn kinderen is ontzet van het gezag als bedoeld in artikel 269 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES; of
- b. die ten behoeve van de opvang van kinderen in enigerlei vorm personeel in dienst heeft.
Artikel 2.6. Kwaliteit kinderopvang gastouder
Een gastouder:
- a. organiseert de werkzaamheden op zodanige wijze;
- b. voorziet de opvang zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van materieel;
- c. voert een zodanig pedagogisch, gezondheids-, veiligheids- en educatief beleid;
dat een en ander redelijkerwijs leidt tot verantwoorde kinderopvang.
Ter uitvoering van het eerste lid besteedt een gastouder in ieder geval aantoonbaar aandacht aan:
- a. het dagritme en een gevarieerd activiteitenprogramma;
- b. de opleidingseisen, scholingseisen en ervaringseisen waaraan de gastouder moet voldoen;
- c. het volgen van de ontwikkeling van kinderen en het signaleren van bijzonderheden, waaronder door middel van een begeleidingsplan indien bijzonderheden worden gesignaleerd;
- d. het voorkomen van ontwikkel- en leerachterstanden door het programma af te stemmen op wat kinderen nodig hebben;
- e. de groepsgrootte.
Een gastouder maakt gebruik van de begeleiding en ondersteuning voor het aanbieden van verantwoorde kinderopvang zoals wordt aangeboden door het bestuurscollege.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de voorwaarden voor verantwoorde kinderopvang bij een gastouder, die betrekking kunnen hebben op:
- a. veiligheid en gezondheid;
- b. de minimale opleidingseisen, scholingseisen en ervaringseisen waaraan de gastouder voldoet;
- c. het volgen van de ontwikkeling van kinderen en het signaleren van bijzonderheden, waaronder door middel van een begeleidingsplan indien bijzonderheden worden gesignaleerd;
- d. het activiteitenprogramma;
- e. de groepsgrootte.
Bij of krachtens eilandsverordening kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de voorwaarden voor gastouderopvang, met betrekking tot:
- a. de accommodatie, de beschikbare ruimte voor kinderen en de inrichting van de ruimte die bestemd is voor gastouderopvang;
- b. lokale partners met wie de gastouder afspraken maakt ten behoeve van de optimale ontwikkeling van kinderen;
- c. gezonde voeding;
- d. het taalniveau van de gastouder;
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.