Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 3 juni 2024, nr. IENW/BSK-2024/151875, houdende regels voor het verstrekken van een specifieke uitkering ter stimulering van circulaire en CO2-reducerende maatregelen in de grond-, weg- en waterbouw (Tijdelijke regeling specifieke uitkering duurzame en circulaire infrastructuur)
Gelet op artikel 17, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, de artikelen 4, eerste en tweede lid, en 5, onderdelen a tot en met h, van de Kaderwet subsidies I en M en artikel 2, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;
BESLUIT:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- compensabele btw: verschuldigde omzetbelasting die op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds in aanmerking komt voor compensatie;
- GWW-werken: werken binnen de grond-, weg- en waterbouw ten behoeve van het algemeen nut in Nederland;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- MKI: milieukostenindicator, zijnde het instrument waarmee de milieueffecten van GWW-werken in een geldbedrag worden uitgedrukt;
- referentieproject: vergelijkingseenheid voor een GWW-werk waarbij geen innovatieve of duurzame maatregelen worden toegepast;
- uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet;
- verrekenbare btw: verschuldigde omzetbelasting die op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 in aanmerking komt voor verrekening;
- TRL: trl-level zoals gedefinieerd in bijlage 2.1 bij de Mededeling van de Europese Commissie van 26 juni 2012, COM(2014) 341.
Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderwet subsidies I en M en Kaderbesluit subsidies I en M
De artikelen 6, eerste en vierde lid, 8, derde lid, onderdelen a, b en e, 10, 11, 12, aanhef en onderdelen b tot en met i en k, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, e en f, en tweede lid, 18, 21, 23, eerste lid, 24, eerste lid, en 26 van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een uitkering die op grond van deze regeling wordt verstrekt.
Artikel 3. Doel van de regeling
Deze regeling heeft tot doel gemeenten en provincies te stimuleren bij GWW-werken innovatieve of duurzame maatregelen toe te passen ter bevordering van vermindering van CO2-uitstoot en een circulaire economie.
Artikel 4. Activiteiten
De minister kan een uitkering verstrekken voor activiteiten gericht op innovatieve of duurzame maatregelen bij:
- a. aanleg en onderhoud van wegverharding of bestrating in de openbare ruimte;
- b. aanleg en onderhoud van bruggen, tunnels of viaducten;
- c. aanleg en onderhoud van wegmeubilair als bedoeld in bijlage 1, waterkeringen of riolering.
Artikel 5. Aanvrager
Een uitkering op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door een gemeente of provincie.
In afwijking van het eerste lid kan een uitkering worden aangevraagd door een samenwerkingsverband van gemeenten of provincies.
Artikel 6. Kosten die in aanmerking komen voor een uitkering
Voor de activiteiten bedoeld in artikel 4 komen voor een uitkering in aanmerking de meerkosten van de duurzame of innovatieve maatregelen die worden ingezet ten opzichte van een referentieproject.
Kosten die niet in aanmerking komen voor uitkering zijn:
- a. kosten waarvoor reeds subsidie of een uitkering is verstrekt;
- b. verrekenbare btw en compensabele btw.
Artikel 7. Uitkeringsplafond en wijze van verdeling
Het uitkeringsplafond bedraagt € 9.000.000 inclusief compensabele btw.
Het uitkeringsplafond bedraagt gedurende de aanvraagperiode bedoeld in artikel 9, tweede lid:
- a. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel a: € 3.500.000;
- b. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel b: € 4.000.000;
- c. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel c: € 1.500.000.
Indien een subsidieplafond, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld indien sprake is van onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdeel b of c.
Indien een subsidieplafond, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld indien sprake is van onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdeel a of c.
Indien een subsidieplafond, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld indien sprake is van onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdeel a of b.
De minister verdeelt de beschikbare gelden op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 8. Hoogte van de uitkering
De uitkering, vermeerderd met compensabele btw, bedraagt ten hoogste € 30 per gereduceerde euro MKI tot een maximum van € 400.000 per aanvrager.
Artikel 9. Aanvraag
De minister kan een uitkering op aanvraag verstrekken.
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 juli 2024 tot en met 20 december 2024.
Een aanvrager dient bij de minister een aanvraag om een uitkering in door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is op de website duurzame-infra.nl.
Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens:
- a. de gegevens van de contactpersoon;
- b. het bedrag van de aangevraagde uitkering;
- c. een beschrijving van de te nemen duurzame of innovatieve maatregelen inclusief projectbeschrijving en planning;
- d. een opgave waaruit blijkt welke reductie in MKI de maatregel of maatregelen hebben ten opzichte van het referentieproject;
- e. een kostenspecificatie van de activiteit die inzicht biedt in de meerkosten ten opzichte van het referentieproject;
- f. een opgave van de bedragen aan verrekenbare btw en compensabele btw;
- g. een beschrijving waaruit blijkt dat de maatregel TRL 7, 8 of 9 is;
- h. een beschrijving waaruit blijkt dat de maatregel:
- i. het gebruik van bouwmaterialen of grondstoffen vermindert;
- ii. de levensduur van objecten verlengt;
- iii. op ten minste een van de volgende doelen is gericht:
- 1°. het sluiten van de kringloop door hergebruik of recyclage van materialen;
- 2°. het vervangen van duurzame of hernieuwbare materialen, onderdelen of grondstoffen door minder milieubelastende alternatieven, of
- 3°. het vervangen van niet hernieuwbare materialen of grondstoffen door duurzame of hernieuwbare alternatieven;
- i. een ingevuld factsheet over kennisdeling waarvan het format beschikbaar is op de website duurzame-infra.nl/spuk-kci.
Artikel 10. Afwijzingsgronden
De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
- a. de opdracht voor de activiteiten is verleend voor de aanvraag van de uitkering;
- b. de aanvraag betrekking heeft op de inzet van elektrisch materieel, de opwek van groene energie, de aanleg van groenvoorzieningen, straatmeubilair, sportvelden of speelvelden.
Artikel 11. Verlening
Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval:
- a. de activiteiten waarvoor de uitkering wordt verleend;
- b. het bedrag van de uitkering;
- c. de wijze waarop het bedrag van de uitkering is bepaald;
- d. de periode waarvoor de uitkering wordt verleend; en
- e. het bedrag dat betrekking heeft op de compensabele btw-component en dat is toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds.
Artikel 12. Verplichtingen ontvanger
De activiteiten waarvoor een uitkering is verstrekt, zijn uiterlijk binnen vier kalenderjaren na het jaar van de verlening van de uitkering afgerond.
Binnen drie maanden na afronding van de activiteiten stelt de ontvanger de ervaringen en de resultaten beschikbaar via een aanpassing van het factsheet over kennisdeling en een beleidsrapportage, waarvan de formats beschikbaar zijn op de website duurzame-infra.nl/spuk-kci.
Artikel 13. Bevoorschotting en betaling
Gelijktijdig met de beschikking tot verlening van de uitkering verleent de minister een voorschot van 100% van de uitkering.
Artikel 14. Verantwoording
De ontvanger, waaronder elke ontvanger in een samenwerkingsverband, legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze, bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
Artikel 15. Vaststelling
De minister stelt de uitkering vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 14, heeft plaatsgevonden.
Indien een beschikking tot vaststelling van de uitkering niet uiterlijk op 31 december van het jaar, bedoeld in het eerste lid, kan worden gegeven, kan de minister de termijn voor het nemen van het besluit omtrent vaststelling van de uitkering eenmaal met dertien weken verlengen.
Artikel 16. Evaluatie
De minister publiceert uiterlijk op 1 juni 2029 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de uitkering in de praktijk.
Artikel 17. Inwerkingtreding en horizonbepaling
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 juni 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn aangevraagd.
Artikel 18. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering duurzame en circulaire infrastructuur.
Bijlage 1. bij artikel 4, onderdeel c, van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering duurzame en circulaire infrastructuur
- •. Bewegwijzeringsborden
- •. Drips / matrixborden / toeritdosering / wegkantsystemen
- •. Portalen en uithouders (verkeerskundige draagconstructie)
- •. Verkeersborden en flessenpaal
- •. Lichtmasten
- •. Geleiderails
- •. Geluidschermen
- •. Hectometerborden
- •. Bermpaaltjes
- •. Faunaraster
- •. Hemelwaterafvoer
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.