Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 5 juni 2024, nr. 46087565 houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan initiatieven in het kader van digitaal afstandsonderwijs 2024 (Subsidieregeling digitale school 2024)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-06-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 71 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 71 van de Wet op de expertisecentra en artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken voor:

Artikel 4. Coalitievorming
1.

Een coalitie bestaat uit minimaal één school, vertegenwoordigd door het bevoegd gezag, en twee samenwerkingsverbanden, welke geografisch een logische samenhang hebben.

2.

Een samenwerkingsverband kan bij ten hoogste één coalitie aansluiten.

Artikel 5. Beschikbaar bedrag
1.

In 2024 is voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling in totaal € 23.520.000,– beschikbaar.

2.

Per aanvraag is € 1.470.000,– beschikbaar.

Artikel 6. Subsidieaanvraag
1.

De subsidieaanvraag kan door de penvoerder worden ingediend van 20 augustus 2024 vanaf 09.00 uur tot en met 20 september 2024 tot 15.00 uur. Aanvragen die op of na 20 september 2024 15.00 uur worden ingediend, worden afgewezen.

2.

De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl. In het aanvraagformulier is opgenomen:

3.

Bij de aanvraag wordt een samenwerkingsovereenkomst gevoegd, die is opgesteld en ondertekend door degene die daartoe bevoegd is, met gebruikmaking van het model dat daartoe is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl. De samenwerkingsovereenkomst bevat een ondertekende verklaring van alle partijen die deelnemen aan de coalitie dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat zij de gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording van de besteding van de subsidie op verzoek aan de penvoerder zullen verstrekken.

Artikel 7. Selectie
1.

De minister verstrekt aan ten hoogste 16 penvoerders subsidie op grond van deze regeling.

2.

Een coalitie wordt als voorloper aangemerkt indien bij de coalitie ten minste één school is aangesloten die in het schooljaar 2022/2023 of in het schooljaar 2023/2024 al over een structureel aanbod beschikte om thuiszittende jeugdigen met digitaal afstandsonderwijs te ondersteunen en dat kan aantonen met een beschrijving van het aanbod van digitaal onderwijs in de schoolgids of het schoolondersteuningsplan, aan leerlingen die daar niet tijdens het reguliere programma gebruik van maken.

3.

De minister geeft per provincie voorrang aan één voorloper. Het betreft de voorloper met het grootste aantal leerlingen in de deelnemende samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie. Hierbij wordt uitgegaan van het vastgesteld aantal leerlingen in het primair onderwijs op peildatum 1 februari 2023 en het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs op basis van de voorlopige telling van 1 oktober 2023 in het voortgezet onderwijs die bij DUO is geregistreerd.

4.

Indien er na toepassing van het derde lid nog provincies zijn van waaruit geen aanvraag is gehonoreerd, wordt in die provincies subsidie verstrekt aan de penvoerder van de coalities met een volledige aanvraag met het grootste aantal leerlingen op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen in het primair onderwijs op 1 februari 2023 en in het voortgezet onderwijs op 1 oktober 2023 in de samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie.

5.

Indien na toepassing van het derde en vierde lid de 16 plaatsen nog niet zijn vervuld, wordt vervolgens voorrang gegeven aan de volledige aanvraag van de penvoerder van de coalitie met het grootste aantal leerlingen op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen in het primair onderwijs op 1 februari 2023 en in het voortgezet onderwijs op 1 oktober 2023 in de samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie.

6.

Voor de toepassing van dit artikel is bepalend welke provincie de penvoerder bij de aanvraag, bedoeld in artikel 6, heeft vermeld.

Artikel 8. Verplichtingen subsidie
1.

De penvoerder zendt voor 21 april 2025 een plan van aanpak aan DUS-I, dat voldoet aan het bepaalde in artikel 9. Voor het indienen van het plan van aanpak wordt gebruik gemaakt van het format dat beschikbaar wordt gesteld op www.dus-i.nl.

2.

De penvoerder deelt de kennis die binnen de coalitie wordt opgedaan als gevolg van deelname aan deze regeling indien daarom wordt verzocht.

3.

Indien de samenstelling van de coalitie wijzigt meldt de penvoerder dit onverwijld aan de minister, onverminderd het bepaalde in artikel 5.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

4.

De penvoerder werkt mee aan een praktijk- en monitoringsonderzoek van de digitale schoolvoorziening.

5.

De penvoerder werkt mee aan een monitoringsbezoek in het kader van de voortgang van de digitale schoolvoorziening.

Artikel 9. Plan van aanpak
1.

Het plan van aanpak omvat:

2.

Voor het plan van aanpak wordt gebruik gemaakt van het format dat is bekengemaakt op www.dus-i.nl.

Artikel 10. Beoordeling plan van aanpak
1.

De minister meldt de penvoerder uiterlijk op 1 juli 2025 of het plan van aanpak, bedoeld in artikel 9, volledig en voldoende helder is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het beoordelingskader opgenomen in bijlage 1, horende bij deze regeling.

2.

Indien het plan van aanpak niet voldoet aan de gestelde eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt eenmaal gelegenheid geboden om het plan van aanpak aan te passen.

3.

Indien het plan van aanpak na afloop van de op basis van het tweede lid geboden herstelmogelijkheid niet is aangepast, of na aanpassing nog steeds niet voldoet aan de gestelde eisen, wordt de subsidie lager vastgesteld.

Artikel 11. Verlening, vaststelling en verantwoording
1.

Subsidie op grond van deze regeling wordt verleend binnen 13 weken na sluiting van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.

2.

De minister verstrekt bij de verlening ambtshalve een voorschot van 100%. Het voorschot wordt in vier delen uitbetaald in december 2024, in september 2025, in september 2026 en september 2027. De betaling in 2024 bedraagt € 345.000. De betalingen in 2025, 2026 en 2027 bedragen ieder € 375.000.

3.

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.

4.

De penvoerder toont aan de hand van een eindrapportage aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De eindrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2028 toegezonden aan DUS-I.

5.

Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en aan de daaraan verbonden verplichtingen is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

6.

In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, stelt de minister de subsidie vast binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.

7.

Indien de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan de penvoerder bekostiging wordt verstrekt.

8.

Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school of samenwerkingsverband.

Artikel 12. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van de publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 juni 2029.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling digitale school 2024.

Bijlage 1. Beoordelingskader plan van aanpak

Deze bijlage behoort bij artikel 10 van de Subsidieregeling digitale school 2024

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.