Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 7 juni 2024, nr. WJZ/ 46102628, tot vaststelling van regels met betrekking tot de aanvraag en veiling van vergunningen voor digitale radio-omroep DAB in laag 6 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB laag 6)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-06-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op 3.11 van de Telecommunicatiewet, 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2. Beschikbare vergunningen

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de in bijlage 1 weergegeven vergunningen beschikbaar om op grond van deze regeling te worden verdeeld.

Hoofdstuk 3. De aanvraagfase

§ 1. Eisen aan de aanvraag en aanvrager

Artikel 3. Indiening van de aanvraag
1.

Degene die voor een vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in bij de minister.

2.

De aanvraag kan van 20 juni 2024 tot en met 31 juli 2024 worden ingediend per aangetekende post of door middel van persoonlijke overhandiging op het volgende adres en met de volgende adressering:

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur

t.a.v. Projectteam uitgifte radio-omroepvergunningen

Emmasingel 1

9726 AH Groningen.

3.

De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, vindt uitsluitend plaats op werkdagen tussen 10.00 uur en 12.00 uur of tussen 14.00 uur en 16.00 uur. Na de overhandiging ontvangt de aanvrager een bewijs van ontvangst dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst.

Artikel 4. Aanvrager is rechtspersoon
1.

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet verder aan de volgende eisen:

3.

Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 5. Toestemming van het Commissariaat voor de Media

De aanvrager beschikt over toestemming als bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 6. Vorm en inhoud van de aanvraag
1.

Een rechtspersoon dient ten hoogste één aanvraag in.

2.

In de aanvraag wordt door de aanvrager per allotment vermeld op hoeveel vergunningen de aanvraag betrekking heeft.

3.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 2 opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

4.

De aanvraag wordt in de Nederlandse taal gesteld.

5.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden die zijn opgesteld krachtens het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

6.

In afwijking van het vierde lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits zij vergezeld gaan van een Nederlandse of Engelse vertaling.

Artikel 7. Informatieplicht aanvrager

De aanvrager informeert de minister op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, uiterlijk binnen vijf werkdagen nadat die hem bekend zijn geworden over wijzigingen met betrekking tot:

§ 2. De zekerheidstelling

Artikel 8. Zekerheidstelling door de aanvrager
1.

De aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 2.000,– per vergunning die hij aanvraagt.

2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot en met:

3.

De aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op de in artikel 3, tweede lid, bedoelde einddatum:

Artikel 9. Terugstorten waarborgsom en teruggave bankgarantie aanvragen die niet worden behandeld, zijn afgewezen of geweigerd
1.

Binnen twee weken nadat de aanvrager zijn aanvraag heeft ingetrokken, dan wel nadat de minister overeenkomstig artikel 10, vijfde lid, heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag op grond van artikel 11 heeft afgewezen, of de aanvraag heeft geweigerd op grond van 3.18 van de wet:

2.

In het geval van een gedeeltelijke afwijzing, bedoeld in artikel 11, derde lid, of een gedeeltelijke intrekking, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, wordt enkel het deel van de waarborgsom of bankgarantie dat betrekking heeft op de gedeeltelijke afwijzing of gedeeltelijke intrekking teruggestort dan wel vervallen verklaard.

3.

Indien de minister een waarborgsom geheel of gedeeltelijk terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a respectievelijk tweede lid vergoedt hij tegelijkertijd de rente over het teruggestorte bedrag, berekend vanaf de dag na de dag dat de minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het bedrag door de minister wordt teruggestort.

§ 3. Beslissingen tijdens de aanvraagfase

Artikel 10. Verzuim en verzuimherstel
1.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in de artikelen 5, 6 en 8 gestelde voorschriften, deelt de minister de aanvrager dit mee en stelt hij hem in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2.

De aanvrager heeft de gelegenheid het verzuim te herstellen tot en met 16:00 uur op de tiende werkdag na de dag waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd.

3.

De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel worden ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid.

4.

De aanvrager heeft de gelegenheid verzuim ten aanzien van de waarborgsom te herstellen met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a.

5.

Indien het verzuim niet is hersteld binnen de termijn en op de wijze, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 11. Afwijzing aanvraag
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag volledig af, indien niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en 4.

2.

De minister kan een aanvraag afwijzen als:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.