Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 7 juni 2024, nr. WJZ/ 46102628, tot vaststelling van regels met betrekking tot de aanvraag en veiling van vergunningen voor digitale radio-omroep DAB in laag 6 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB laag 6)
Gelet op 3.11 van de Telecommunicatiewet, 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvrager: degene die een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend;
- aanvraagformulier: formulier als bedoeld in artikel 6, derde lid;
- allotment: het gebied dat gelegen is binnen de contouren zoals gevisualiseerd in de bijlage van de vergunning, inclusief het daar genoemde frequentieblok;
- bankgarantie: bankgarantie als bedoeld artikel 8, derde lid, onderdeel b;
- bekendmakingsbesluit: Besluit bekendmaking veiling vergunningen DAB laag 6;
- bod: bod als bedoeld in artikel 26, eerste tot en met derde lid, uitgebracht door een deelnemer via het elektronisch veilingsysteem van de minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem, bestaande uit het aantal vergunningen dat een deelnemer voor de in een biedronde bepaalde prijs wenst te verwerven in het betreffende allotment;
- deelnemer: aanvrager die is toegelaten tot de veiling, bedoeld in hoofdstuk 5;
- exitbod: exitbod als bedoeld in artikel 26, vierde lid;
- minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- niet-winnende deelnemer: deelnemer wiens bod, exitbod of exitbiedingen door de minister niet zijn aangemerkt als winnende biedingen als bedoeld in artikel 28, tweede tot en met vierde lid;
- rente: volgens actual/360 berekende rente op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Short-Term Rate, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%;
- verbonden rechtspersoon: als één aangemerkte rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële radio-omroep;
- vergunning: vergunning voor het gebruik van 1/18e deel van de capaciteit van de frequentieruimte in het allotment waar de vergunning op ziet;
- wet: Telecommunicatiewet;
- winnend bod: bod of exitbod dat als winnend bod is aangemerkt als bedoeld in artikel 28, tweede tot en met vierde lid;
- winnende deelnemer: deelnemer wiens bod, exitbod of exitbiedingen door de minister zijn aangemerkt als winnende biedingen als bedoeld in artikel 28, tweede tot en met vierde lid.
Hoofdstuk 2. Beschikbare vergunningen
Artikel 2. Beschikbare vergunningen
Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de in bijlage 1 weergegeven vergunningen beschikbaar om op grond van deze regeling te worden verdeeld.
Hoofdstuk 3. De aanvraagfase
§ 1. Eisen aan de aanvraag en aanvrager
Artikel 3. Indiening van de aanvraag
Degene die voor een vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in bij de minister.
De aanvraag kan van 20 juni 2024 tot en met 31 juli 2024 worden ingediend per aangetekende post of door middel van persoonlijke overhandiging op het volgende adres en met de volgende adressering:
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
t.a.v. Projectteam uitgifte radio-omroepvergunningen
Emmasingel 1
9726 AH Groningen.
De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, vindt uitsluitend plaats op werkdagen tussen 10.00 uur en 12.00 uur of tussen 14.00 uur en 16.00 uur. Na de overhandiging ontvangt de aanvrager een bewijs van ontvangst dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst.
Artikel 4. Aanvrager is rechtspersoon
De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.
De aanvrager voldoet verder aan de volgende eisen:
- a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, en door de aanvrager is geen faillissement aangevraagd;
- b. aan de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, en door de aanvrager is geen surseance van betaling aangevraagd; en
- c. de aanvrager heeft geen akkoord buiten faillissement in de zin van artikel 370 van de Faillissementswet aangeboden, en aan de aanvrager is geen herstructureringsdeskundige in de zin van artikel 371 van de Faillissementswet aangewezen.
Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
Artikel 5. Toestemming van het Commissariaat voor de Media
De aanvrager beschikt over toestemming als bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.
Artikel 6. Vorm en inhoud van de aanvraag
Een rechtspersoon dient ten hoogste één aanvraag in.
In de aanvraag wordt door de aanvrager per allotment vermeld op hoeveel vergunningen de aanvraag betrekking heeft.
De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 2 opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.
De aanvraag wordt in de Nederlandse taal gesteld.
Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden die zijn opgesteld krachtens het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
In afwijking van het vierde lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits zij vergezeld gaan van een Nederlandse of Engelse vertaling.
Artikel 7. Informatieplicht aanvrager
De aanvrager informeert de minister op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, uiterlijk binnen vijf werkdagen nadat die hem bekend zijn geworden over wijzigingen met betrekking tot:
- a. de gegevens die de aanvrager heeft verstrekt in het aanvraagformulier;
- b. de gegevens en bescheiden die het aanvraagformulier vergezellen;
- c. overige in deze regeling gestelde eisen aan de aanvrager.
§ 2. De zekerheidstelling
Artikel 8. Zekerheidstelling door de aanvrager
De aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 2.000,– per vergunning die hij aanvraagt.
De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot en met:
- a. in geval van afwijzing of een gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag, de datum van de afwijzing;
- b. in geval van intrekking of een gedeeltelijke intrekking van de aanvraag, twee weken nadat die intrekking door de minister is ontvangen;
- c. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, de datum van het besluit om de aanvraag niet te behandelen;
- d. in geval van toewijzing van de aanvraag, de datum waarop de totaalprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, volledig is betaald.
De aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op de in artikel 3, tweede lid, bedoelde einddatum:
- a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer (IBAN): NL41INGB0705001199, BIC: INGBNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, Directie Mens en Middelen, onder vermelding van ‘Veiling DAB laag 6’; of
- b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage 3, is ontvangen op het in artikel 3, tweede lid, genoemde adres.
Artikel 9. Terugstorten waarborgsom en teruggave bankgarantie aanvragen die niet worden behandeld, zijn afgewezen of geweigerd
Binnen twee weken nadat de aanvrager zijn aanvraag heeft ingetrokken, dan wel nadat de minister overeenkomstig artikel 10, vijfde lid, heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag op grond van artikel 11 heeft afgewezen, of de aanvraag heeft geweigerd op grond van 3.18 van de wet:
- a. stort de minister, indien de aanvrager een waarborgsom heeft verstrekt, de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager, of
- b. stuurt de minister, indien de aanvrager een bankgarantie heeft verstrekt, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van de betreffende aanvrager, en een kopie van deze schriftelijke verklaring aan de betreffende aanvrager.
In het geval van een gedeeltelijke afwijzing, bedoeld in artikel 11, derde lid, of een gedeeltelijke intrekking, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, wordt enkel het deel van de waarborgsom of bankgarantie dat betrekking heeft op de gedeeltelijke afwijzing of gedeeltelijke intrekking teruggestort dan wel vervallen verklaard.
Indien de minister een waarborgsom geheel of gedeeltelijk terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a respectievelijk tweede lid vergoedt hij tegelijkertijd de rente over het teruggestorte bedrag, berekend vanaf de dag na de dag dat de minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het bedrag door de minister wordt teruggestort.
§ 3. Beslissingen tijdens de aanvraagfase
Artikel 10. Verzuim en verzuimherstel
Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in de artikelen 5, 6 en 8 gestelde voorschriften, deelt de minister de aanvrager dit mee en stelt hij hem in de gelegenheid het verzuim te herstellen.
De aanvrager heeft de gelegenheid het verzuim te herstellen tot en met 16:00 uur op de tiende werkdag na de dag waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd.
De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel worden ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid.
De aanvrager heeft de gelegenheid verzuim ten aanzien van de waarborgsom te herstellen met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a.
Indien het verzuim niet is hersteld binnen de termijn en op de wijze, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.
Artikel 11. Afwijzing aanvraag
Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag volledig af, indien niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en 4.
De minister kan een aanvraag afwijzen als:
- a. naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure;
- b. de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 7; of
- c. de aanvrager niet voldoet aan een vordering als bedoeld in artikel 18.7, eerste lid, van de wet.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.