Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 17 juni 2024, nr. IENW/BSK-2024/160167, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, eerste lid, 4, 6, zesde lid, 8, 9, 10, eerste, tweede en vierde lid, 13, 15, vierde lid, 22, tweede lid, 23, derde lid, 24, derde lid, en 26 van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten gericht op investeringen in oplaad- en tankinfrastructuur en emissievrije voer- en werktuigen ten behoeve van de overstap naar emissievrije voer- en werktuigen, teneinde de emissie van CO2 en luchtverontreinigende stoffen te verminderen.

Artikel 1.3. Algemene afwijzingsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een subsidieaanvraag afgewezen als de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is en:

Hoofdstuk 2. Zero-emissie mobiliteit

Paragraaf 2.1. Waterstof in mobiliteit

Artikel 2.1.1. Begripsbepalingen
Artikel 2.1.2. Doel van de subsidie

Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen in waterstoftankstations, emissievrije waterstofvoertuigen voor wegvervoer, en emissievrije logistieke waterstofwerktuigen teneinde een bijdrage te leveren aan de ambitie uit het Klimaatakkoord van 50 waterstoftankstations in 2025, aan de behoefte aan waterstofvoertuigen in de transportmarkt en aan het verminderen van de emissie van CO2 en luchtverontreinigende stoffen door vervoer.

Artikel 2.1.3. Subsidiabele activiteiten
1.

De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij deze paragraaf, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor projecten gericht op de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer, waaronder in dit hoofdstuk ook een multimodaal waterstoftankstation wordt begrepen, in combinatie met de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren.

2.

In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde combinatie kan ook subsidie worden verstrekt voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen of retrofitting van één of meerdere werktuigen, waardoor deze als emissievrije logistieke waterstofwerktuigen kwalificeren.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid kan subsidie worden verstrekt voor uitsluitend de aanschaf van één of meerdere waterstofvoertuigen of waterstofwerktuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen of werktuigen, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien de exploitant die deelneemt aan het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2.1.4, reeds een waterstoftankstation exploiteert, dat voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.1.10a, eerste lid, onderdeel e en, voor zover het een openbaar toegankelijk waterstoftankstation betreft, onderdeel f, of daartoe met de werkzaamheden is aangevangen.

4.

Voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid geldt een basisafname van ten minste 300 kilogram waterstof per dag, waarvan minimaal de helft wordt behaald door de aanschaf van nieuwe emissievrije zware waterstofvoertuigen of retrofitting van zware vervoermiddelen.

5.

De aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation als bedoeld in het eerste lid kan over de looptijd van de regeling de investering van ten hoogste drie mobiele waterstofopslagen omvatten die:

Artikel 2.1.4. Aanvrager
1.

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de penvoerder van een samenwerkingsverband van ondernemingen die elk afzonderlijk:

2.

Tot het samenwerkingsverband behoren ten minste een exploitant van een waterstoftankstation en een onderneming die actief is in transport of logistiek.

3.

Een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen kan geen deel uitmaken van het samenwerkingsverband.

Artikel 2.1.5. Subsidiabele kosten
1.

Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36bis, 56ter of 56quater van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.

2.

Indien loonkosten op grond van het eerste lid voor subsidie in aanmerking komen, worden de kosten van de gewerkte uren berekend op basis van een uurtarief voor directe loonkosten.

3.

Het uurtarief voor de directe loonkosten wordt bepaald door de directe loonkosten per jaar te delen door het aantal contracturen per jaar.

4.

Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede of derde lid, voor zover het betreft de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen, of voor retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrij lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.