Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 17 juni 2024, nr. IENW/BSK-2024/160167, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
Gelet op artikel 2, eerste lid, 4, 6, zesde lid, 8, 9, 10, eerste, tweede en vierde lid, 13, 15, vierde lid, 22, tweede lid, 23, derde lid, 24, derde lid, en 26 van het Kaderbesluit subsidies I en M;
BESLUIT:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanschaf: verkrijging van de eigendom, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, krachtens koop of financial leasing als bedoeld in paragraaf 3.2 van het Besluit heffing omzetbelasting bij leasing;
- categorie: voertuigcategorie als bedoeld in artikel 4 van verordening (EU) 2018/858;
- groep: groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek;
- grote onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 24, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;
- Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- mkb-onderneming: onderneming in de zin van artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- offerteprijs: prijs inclusief af fabriek opties zoals vermeld in de offerte, verminderd met de daarin begrepen omzetbelasting;
- overeenkomst: schriftelijke overeenkomst tot koop als bedoeld in artikel 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een schriftelijke overeenkomst tot financial leasing als bedoeld in paragraaf 3.2 van het Besluit heffing omzetbelasting bij leasing;
- referentievoertuig: vervoermiddel van dezelfde categorie, of zelfde soort logistiek werktuig als genoemd in bijlage 3, dat aan reeds van kracht zijnde toepasselijke Unienormen voldoet en dat zonder de steun zou zijn aangeschaft;
- RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
- verordening (EU) 2018/858: verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L151);
- verordening 2023/1804: verordening (EU) 2023/1804 van het Europese Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europese Parlement en de raad (PbEU 2023, L234).
Artikel 1.2. Doel van de regeling
Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten gericht op investeringen in oplaad- en tankinfrastructuur en emissievrije voer- en werktuigen ten behoeve van de overstap naar emissievrije voer- en werktuigen, teneinde de emissie van CO2 en luchtverontreinigende stoffen te verminderen.
Artikel 1.3. Algemene afwijzingsgronden
In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een subsidieaanvraag afgewezen als de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is en:
- a. voor zover er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, punt achttien, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- c. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend; of
- d. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Hoofdstuk 2. Zero-emissie mobiliteit
Paragraaf 2.1. Waterstof in mobiliteit
Artikel 2.1.1. Begripsbepalingen
- basisafname: gemiddelde afname door nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen van deelnemers aan het samenwerkingsverband;
- dagcapaciteit: aantal kilogram waterstof dat een waterstoftankstation per dag kan laten tanken;
- directe loonkosten: het totaal van het bruto loon volgens de loonstaat, de vakantie-uitkering, de niet van winst afhankelijke eindejaarsuitkering of dertiende maand, de werkgeverslasten bestaande uit werkgeversdeel pensioenpremie, WW-premie, WIA/WAO-premie en bijdrage Zorgverzekeringswet, en de overige werkgeverspremies voor werkloosheids- en ziektekostenuitkeringen;
- emissievrij licht waterstofvoertuig: een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat zich als waterstofvoertuig kwalificeert;
- emissievrij logistiek waterstofwerktuig: emissievrij waterstofwerktuig als genoemd in bijlage 3, dat voor het gebruik uitsluitend waterstof gebruikt als energiedrager;
- emissievrij zwaar waterstofvoertuig: een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat zich als waterstofvoertuig kwalificeert;
- hernieuwbare waterstof: waterstof als bedoeld in artikel 2, punt 102 quater, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- locatie: de postcode van de locatie waar het waterstoftankstation is of wordt aangelegd;
- maximummassa: de technisch toelaatbare maximummassa van een vrachtwagen in beladen toestand;
- maximummassa van de combinatie: de maximummassa die, voor zover het N3-voertuig, bedoeld in bijlage 3 betreft, mag worden uitgerust met een of meer aanhangwagens of opleggers, wordt vermeerderd met de technisch toelaatbare maximummassa van de aanhangwagens of opleggers in beladen toestand die het voertuig maximaal mag trekken;
- mobiele waterstofopslag: een aanhangwagen van categorie O2 of O3 volgens verordening (EU) 2018/858, met daarop een reservoir waarin waterstof onder druk gasvormig of vloeibaar wordt opgeslagen, zoals bijvoorbeeld een tubetrailer of een multiple energy gas container (MEGC);
- multimodaal waterstoftankstation: waterstoftankstation dat geschikt is voor het leveren van waterstof aan vrachtvervoer over de weg en aan ten minste één van de volgende vervoersmodaliteiten:
- i. spoorvervoer;
- ii. vervoer over de binnenwateren;
- iii. zeevervoer;
- nieuw emissievrij waterstofvoertuig: emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig waarvan, blijkens vermelding in het kentekenregister, de datum eerste toelating, de datum eerste inschrijving in Nederland en de datum tenaamstelling gelijk zijn;
- nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig: emissievrij logistiek waterstofwerktuig waarvan uit de offerte op basis waarvan het werktuig wordt aangeschaft, blijkt dat dit niet eerder is gebruikt;
- offerte: formeel, schriftelijk, aanbod tot het sluiten van een overeenkomst voor de aanschaf van een nieuw emissievrij waterstofvoertuig of nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig, opgesteld op verzoek van de aanvrager;
- retrofitting: het aanpassen van vervoermiddelen of werktuigen waardoor deze als emissievrije vervoermiddelen of emissievrije werktuigen zijn te kwalificeren;
- stedelijk knooppunt: stedelijk knooppunt als bedoeld artikel 2, punt 72 van Verordening (EU) 2023/1804;
- tankpunt: een tankfaciliteit voor de levering van een vloeibare of gasvormige alternatieve brandstof via een vaste installatie, waaraan slechts één voertuig tegelijk kan worden bijgetankt;
- verordening (EU) 2018/858: Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L151);
- verordening 2023/1804: Verordening (EU) 2023/1804 van het Europese Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europese Parlement en de raad (PbEU 2023, L234);
- waterstoftankstation: een vaste installatie, bestaande uit een of meer tankpunten, om vervoermiddelen van waterstof te voorzien;
- waterstofvoertuig: een voertuig dat voor de voortbeweging waterstof gebruikt als energiedrager;
- zero-emissiezone: nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s die het bevoegd gezag heeft ingesteld door middel van een verkeersbesluit en het plaatsen van het bijbehorende verkeersbord C22c en onderbord C22c1;
- zwaar wegvervoer: wegvervoer door voertuigen van categorie M3, N2 of N3 volgens verordening (EU) 2018/858.
Artikel 2.1.2. Doel van de subsidie
Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen in waterstoftankstations, emissievrije waterstofvoertuigen voor wegvervoer, en emissievrije logistieke waterstofwerktuigen teneinde een bijdrage te leveren aan de ambitie uit het Klimaatakkoord van 50 waterstoftankstations in 2025, aan de behoefte aan waterstofvoertuigen in de transportmarkt en aan het verminderen van de emissie van CO2 en luchtverontreinigende stoffen door vervoer.
Artikel 2.1.3. Subsidiabele activiteiten
De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij deze paragraaf, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor projecten gericht op de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer, waaronder in dit hoofdstuk ook een multimodaal waterstoftankstation wordt begrepen, in combinatie met de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren.
In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde combinatie kan ook subsidie worden verstrekt voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen of retrofitting van één of meerdere werktuigen, waardoor deze als emissievrije logistieke waterstofwerktuigen kwalificeren.
In afwijking van het eerste en tweede lid kan subsidie worden verstrekt voor uitsluitend de aanschaf van één of meerdere waterstofvoertuigen of waterstofwerktuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen of werktuigen, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien de exploitant die deelneemt aan het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2.1.4, reeds een waterstoftankstation exploiteert, dat voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.1.10a, eerste lid, onderdeel e en, voor zover het een openbaar toegankelijk waterstoftankstation betreft, onderdeel f, of daartoe met de werkzaamheden is aangevangen.
Voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid geldt een basisafname van ten minste 300 kilogram waterstof per dag, waarvan minimaal de helft wordt behaald door de aanschaf van nieuwe emissievrije zware waterstofvoertuigen of retrofitting van zware vervoermiddelen.
De aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation als bedoeld in het eerste lid kan over de looptijd van de regeling de investering van ten hoogste drie mobiele waterstofopslagen omvatten die:
- a. worden gebruikt voor het leveren van waterstof aan het waterstoftankstation waarop de aanvraag van het samenwerkingsverband betrekking heeft; en
- b. dienen als voorraadvat van het waterstoftankstation.
Artikel 2.1.4. Aanvrager
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door de penvoerder van een samenwerkingsverband van ondernemingen die elk afzonderlijk:
- a. zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en
- b. een vestiging in Nederland hebben.
Tot het samenwerkingsverband behoren ten minste een exploitant van een waterstoftankstation en een onderneming die actief is in transport of logistiek.
Een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen kan geen deel uitmaken van het samenwerkingsverband.
Artikel 2.1.5. Subsidiabele kosten
Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36bis, 56ter of 56quater van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.
Indien loonkosten op grond van het eerste lid voor subsidie in aanmerking komen, worden de kosten van de gewerkte uren berekend op basis van een uurtarief voor directe loonkosten.
Het uurtarief voor de directe loonkosten wordt bepaald door de directe loonkosten per jaar te delen door het aantal contracturen per jaar.
Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede of derde lid, voor zover het betreft de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen, of voor retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrij lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.