Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023

Type Reglement
Publication 2024-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1. Definities

In deze Regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Oprichting en (model)statuten stichting
1.

Elke fractie of groep richt onverwijld na haar ontstaan een stichting op. De fractie of groep draagt er zorg voor dat de bij haar behorende stichting deze Regeling naleeft.

2.

De statuten van de stichting zoals op te nemen in de akte van oprichting, evenals iedere daaropvolgende wijziging van de statuten van de stichting, behoeven de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van het Presidium.

3.

Het Presidium is bevoegd tot wijziging van de modelstatuten. Bij wijziging van de Regeling of de modelstatuten bepaalt het Presidium wat de gevolgen van deze wijziging voor de statuten van reeds opgerichte stichtingen zijn, met dien verstande dat een reeds opgerichte stichting verplicht is de statuten te wijzigen overeenkomstig de Regeling of de modelstatuten indien het Presidium daartoe besluit. Het Presidium deelt iedere wijziging van de modelstatuten en de gevolgen daarvan voor de reeds opgerichte stichtingen mee aan de Tweede Kamer.

Artikel 3. Berekening bijdrage en hoogte zetelbedrag
1.

De bijdrage bestaat uit een bedrag per zetel (zetelbedrag) vermenigvuldigd met het zeteltal. Het zetelbedrag wordt voor een stichting behorende bij een fractie gesteld op eenmaal loonschaal 10 (CAO Rijk) en anderhalf loonschaal 13 (CAO Rijk) exclusief overheadkosten overeenkomstig de tarieven opgenomen in de Handleiding Overheidstarieven. Het zetelbedrag wordt voor een stichting behorende bij een groep gesteld op eenmaal loonschaal 10 (CAO Rijk) en eenmaal loonschaal 13 (CAO Rijk) exclusief overheadkosten overeenkomstig de tarieven opgenomen in de Handleiding Overheidstarieven.

2.

Over een gedeelte van een kalenderjaar wordt de bijdrage naar rato van het resterende gedeelte van het kalenderjaar berekend; dit gebeurt per kalenderdag.

3.

Indien een splitsing, samenvoeging, afscheiding of deling plaatsvindt in een kalenderjaar wordt voor de datum van splitsing, samenvoeging, afscheiding of deling uitgegaan van de vermelding van die datum in de Handelingen der Tweede Kamer.

4.

Het zetelbedrag wordt jaarlijks door de Tweede Kamer herzien overeenkomstig de nieuw vastgestelde tarieven, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat het zetelbedrag daarbij niet kan verlagen ten opzichte van voorgaande jaren. Indien het herziene zetelbedrag op basis van de nieuw vastgestelde tarieven uit de Handleiding Overheidstarieven zou verlagen, dan geldt in plaats daarvan het zetelbedrag uit het voorgaande jaar.

5.

In afwijking van het vierde lid kan het zetelbedrag tussentijds worden herzien indien de CAO Rijk gedurende het kalenderjaar wordt gewijzigd. Een positief verschil tussen het oorspronkelijke zetelbedrag en het herziene zetelbedrag wordt vermenigvuldigd met het zeteltal en het resultaat daarvan kan als onderdeel van de bijdrage aan de betreffende stichtingen worden betaald, met dien verstande dat een dergelijke tussentijdse betaling achterwege blijft voor zover in de Handleiding Overheidstarieven reeds met de tussentijdse wijziging van de CAO Rijk rekening is gehouden.

6.

Het zeteltal van een fractie met minder dan zes leden wordt voor de toepassing van het eerste lid vermeerderd met één.

7.

Het zeteltal van een fractie met meer dan vijf maar minder dan elf leden wordt voor de toepassing van het eerste lid vermeerderd met een half.

8.

Het zesde en zevende lid zijn niet van toepassing op een groep.

Artikel 4. Bestemming bijdrage
1.

De bijdrage wordt betaald aan de stichting ten gunste van de fractie of groep en onder de voorwaarde dat door de stichting alle rechten en verplichtingen uit deze Regeling worden aanvaard en nageleefd.

2.

De bijdrage is bestemd ter dekking van de personele en materiële kosten van de bij de stichting behorende fractie of groep in een kalenderjaar, met als doel het functioneren van de fractie of groep te bevorderen door de fractie of groep in staat te stellen de daarvoor naar het redelijk oordeel van het bestuur van de stichting noodzakelijke activiteiten te ontplooien, medewerkers aan te stellen en de daarmee gemoeide kosten te laten bekostigen door de stichting.

3.

De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:

Artikel 5. Bevoorschotting

De bijdrage wordt in twaalf maandelijkse termijnen als voorschot aan de stichting betaald, tenzij het Presidium anders besluit.

Artikel 6. Egalisatiereserve
1.

Elke stichting is, voor zover er een uit de verantwoording blijkend positief exploitatieresultaat is, verplicht dit exploitatieresultaat als egalisatiereserve aan te houden voor toekomstige kosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, ten behoeve van de bij haar behorende fractie of groep. Een uit de verantwoording blijkend positief dan wel negatief exploitatieresultaat komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve van de stichting.

2.

De egalisatiereserve mag niet groter zijn dan € 5.000.000. Bij een uit de verantwoording blijkende overschrijding van de egalisatiereserve wordt het bedrag van de overschrijding van de egalisatiereserve door de stichting terugbetaald aan de Tweede Kamer.

3.

De egalisatiereserve bestaat uit vrij opneembare tegoeden bij bancaire of financiële instelling met een vergunning van De Nederlandsche Bank N.V.

4.

Slechts kosten die overeenkomstig artikel 4, tweede lid, voor een bijdrage in aanmerking komen, mogen ten laste van de egalisatiereserve worden gebracht.

Artikel 7. Trekkingsrechten
1.

De trekkingsrechten worden gesteld op de eindstand per 31 december van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop deze Regeling in werking is getreden. De trekkingsrechten dienen ter dekking van de kosten, bedoeld in artikel 4, tweede lid.

2.

De trekkingsrechten mogen niet worden aangewend voor verhoging van de egalisatiereserve van de stichting. Tevens mag in een kalenderjaar geen beroep worden gedaan op de trekkingsrechten terwijl tegelijkertijd de egalisatiereserve groeit.

3.

Het bestuur van de stichting dient eerst de trekkingsrechten aan te wenden alvorens een uit de verantwoording blijkend negatief exploitatieresultaat ten laste van de egalisatiereserve van de stichting kan worden geboekt.

Artikel 8. Gevolgen van verkiezingen
1.

Indien een fractie als gevolg van verkiezingen nieuw in de Kamer komt, heeft de bij haar behorende stichting vanaf de aanvang van de zitting recht op de bijdrage. Indien een fractie als gevolg van verkiezing niet terug in de Kamer komt, is artikel 13 van toepassing.

2.

Indien het zeteltal van een fractie door verkiezingen wijzigt, gaat de verandering van de bijdrage in:

3.

De vermogensbestanddelen van de stichting behorende bij een fractie blijven na verkiezingen beschikbaar voor de stichting behorende bij:

Artikel 9. Gevolgen van splitsing
1.

Bij een splitsing bedraagt de gezamenlijke bijdrage aan de stichtingen behorende bij de nieuwgevormde fracties tijdens de resterende periode van de zitting ten hoogste de bijdrage aan de stichting behorende bij de oorspronkelijke fractie, en geschiedt de verdeling van de oorspronkelijke bijdrage tussen de betrokken stichtingen naar evenredigheid van het zeteltal van elk van de nieuwgevormde fracties in verhouding tot het zeteltal van de oorspronkelijke fractie. Artikel 3, zesde en zevende lid, is gedurende de resterende periode van de zitting niet op de nieuwgevormde fracties van toepassing. De verdeling van de bonuszetel van de oorspronkelijke fractie tussen de nieuwgevormde fracties geschiedt naar evenredigheid van het zeteltal van elk van de nieuwgevormde fracties in verhouding tot het zeteltal van de oorspronkelijke fractie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.