Regeling activiteitenprogramma’s creatieve industrie
gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, besluit vast te stellen de navolgende regeling, houdende regels voor het verstrekken van tweejarige subsidies aan instellingen voor de uitvoering van een activiteitenprogramma ter bevordering van de kwaliteit van de creatieve industrie.
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begrippen
De in deze regeling gehanteerde begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, met dien verstande dat wordt verstaan onder:
-
- Het fonds: het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie;
-
- Bestuur: de directeur-bestuurder van het fonds, als bedoeld in artikel 5 van de statuten;
-
- Creatieve industrie: het werkterrein van de ontwerpende disciplines vormgeving, architectuur en digitale cultuur, inclusief mogelijke cross-overs tussen deze disciplines;
-
- Koninkrijk: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
-
- Culturele instelling: een non-profit-, privaatrechtelijke rechtspersoon met een ondersteunende, producerende of initiërende functie binnen de creatieve industrie zoals een lab of werkplaats, een platform of een presentatieplek;
-
- Aanvrager: een culturele instelling die op grond van deze regeling een subsidieaanvraag doet bij het fonds;
-
- Activiteit: een in het activiteitenprogramma opgenomen activiteit die bijdraagt aan de hoogwaardige kwaliteit, ontwikkeling en professionalisering van de hedendaagse creatieve industrie binnen het Koninkrijk;
-
- Activiteitenprogramma: een reeks van met elkaar samenhangende activiteiten, die gespreid over de looptijd van twee kalenderjaren worden uitgevoerd. De onderdelen kunnen verschillen in opzet en uitvoering, maar dragen gezamenlijk bij aan de missie, visie en verdere ontwikkeling van de instelling of organisatie.
-
- Kerntaak: de primaire activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de instelling;
-
- Rijkscultuurfondsen: Fonds Podiumkunsten, Nederlands Filmfonds, Nederlands Letterenfonds, Mondriaan Fonds, Fonds voor Cultuurparticipatie, het fonds;
-
- Financieringsmix: de combinatie van alle vormen van financiering, inclusief de aan het Stimuleringsfonds gevraagde bijdrage en eigen inkomsten;
-
- Eigen inkomsten: onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten verstaan, die zijn terug te vinden in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening: Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
- a. Publieksinkomsten; en
- b. Overige inkomsten, zijnde:
- –. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
- –. indirecte opbrengsten; en
- –. overige bijdragen.
- –. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
- –. overige bijdragen uit publieke middelen;
- –. rentebaten;
- –. bijdragen in natura; waaronder kapitalisatie van eigen uren;
- –. kapitalisatie van vrijwilligers;
- –. waardering vrijkaarten; en
- –. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
Artikel 2. Taakopvatting van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie
De taak van het fonds is om, vanuit het culturele perspectief, de rijke ontwerptraditie die Nederland heeft te continueren en te vernieuwen door het proces van experimenteren, onderzoeken en maken te stimuleren en goed opdrachtgeverschap te bevorderen.
Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie verstrekt, in overeenstemming met zijn statuten en volgens bepalingen vastgesteld in de wet en subsidieregelingen, subsidies aan natuurlijke personen en rechtspersonen die bijdragen aan het bevorderen van hoogwaardige kwaliteit, ontwikkeling en professionalisering van de hedendaagse creatieve industrie binnen het Koninkrijk.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen
Artikel 3. Reikwijdte en doelstelling Regeling Activiteitenprogramma’s creatieve industrie
Het fonds kan op grond van deze regeling tweejarige subsidies verstrekken aan culturele instellingen en organisaties binnen het Koninkrijk, die vanuit hun kerntaak met een activiteitenprogramma bijdragen aan de hoogwaardige kwaliteit, ontwikkeling en professionalisering van de hedendaagse creatieve industrie binnen het Koninkrijk.
Met deze regeling wordt invulling gegeven aan de onderstaande beleidsdoelstellingen van het fonds:
- a. bevorderen van (de ontwikkeling van) ontwerpkwaliteit;
- b. bevorderen van de inzet van ontwerpkracht bij maatschappelijke opgaven;
- c. bevorderen van een gezonde en vernieuwende ontwerpinfrastructuur; en
- d. stimuleren van experiment, onderzoek, reflectie en debat;
Artikel 4. Subsidieplafond
Een subsidie wordt altijd verleend onder de voorwaarde dat door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende gelden aan het fonds ter beschikking worden gesteld.
Het bestuur stelt bij bestuursbesluit tweejaarlijks het subsidieplafond vast.
Het besluit zoals bedoeld in het tweede lid wordt bekendgemaakt op de website van het fonds www.stimuleringsfonds.nl.
Artikel 5. Landsdelen
Binnen deze regeling wordt onderscheid gemaakt tussen vijf landsdelen en het Caribisch deel van het Koninkrijk:
- a. Noord: Friesland, Groningen, Drenthe;
- b. Oost: Gelderland, Overijssel;
- c. Midden: Utrecht, Flevoland;
- d. Zuid: Zeeland, Noord-Brabant, Limburg;
- e. West: Noord-Holland, Zuid-Holland;
- f. het Caribisch deel van het Koninkrijk: de zelfstandige landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
De landsdelen zijn leidend in de prioritering van positief beoordeelde voorstellen, bedoeld in artikel 14.
Artikel 6. Drempelnormen
Een subsidie op grond van deze regeling wordt alleen verstrekt als aan de volgende drempelnormen is voldaan:
-
- de instelling is gevestigd binnen het Koninkrijk en staat ingeschreven in het handelsregister van het betreffende land;
-
- de instelling draagt vanuit zijn kerntaak bij aan de versterking van de domeinen vormgeving, architectuur of digitale cultuur; en
-
- het activiteitenprogramma vormt de kerntaak van de instelling.
Artikel 7. Voorwaarden met betrekking tot financiën en andere subsidierelaties
Op basis van deze regeling kan alleen subsidie worden verstrekt:
- a. als de gevraagde subsidie voor het activiteitenprogramma minimaal € 50.000 en maximaal € 125.000 per kalenderjaar bedraagt; en
- b. als de totale door het Stimuleringsfonds te verstrekken subsidie jaarlijks niet meer bedraagt dan 80% van de lasten die direct samenhangen met de uitvoering van het activiteitenprogramma.
Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote lasten ook subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, maakt de aanvrager dat inzichtelijk binnen de ingediende begroting en licht dat inhoudelijk toe in de aanvraag.
Instellingen die op basis van deze regeling subsidie ontvangen, kunnen gedurende de kalenderjaren waarop deze subsidie betrekking heeft, geen aanspraak maken op subsidiëring op grond van de volgende regelingen van het fonds:
- –. Regeling Vormgeving;
- –. Regeling Architectuur; en
- –. Regeling Digitale cultuur.
Artikel 8. Weigeringsgronden
Er wordt op grond van deze regeling geen subsidie verstrekt als de instelling voor zijn kerntaken in de periode 2025-2028 meerjarig subsidie ontvangt op grond van:
- a. de ministeriële regeling Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2025-2028;
- b. een andere structurele en directe subsidierelatie met de rijksoverheid; of
- c. een regeling van een van de andere rijkscultuurfondsen.
Het bestuur kan subsidie weigeren als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval vallen het tijdig en voor het overige overeenkomstig de subsidieverlening afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het op tijd melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het op de juiste wijze en op tijd verantwoorden van de activiteiten.
Het bestuur kan een subsidie intrekken of wijzigen als de aanvrager niet langer aan de bepalingen in deze regeling voldoet.
Er wordt geen subsidie verleend aan of voor:
- a. activiteiten die al hebben plaatsgevonden of die eerder starten dan het jaar waarop de subsidieperiode betrekking heeft;
- b. aanvragen die niet op tijd zijn ingediend of niet volledig zijn;
- c. onderwijsinstellingen of stichtingen die onderdeel uitmaken van een onderwijsinstelling;
- d. onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen;
- e. studiereizen;
- f. arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;
- g. het verwerven van eigendommen;
- h. reguliere bouw- en restauratiekosten; en
- i. exploitatie van horeca-activiteiten.
Hoofdstuk 3. Subsidieaanvraag
Artikel 9. Wijze van indiening
Het fonds maakt via de website www.stimuleringsfonds.nl bekend binnen welke periode op grond van deze regeling een subsidieaanvraag kan worden ingediend.
De aanvraag voor subsidie wordt ingediend via het aanvraagformulier dat door het fonds op de website beschikbaar wordt gesteld.
Aanvragen worden in de Nederlandse of Engelse taal opgesteld.
De aanvrager geeft in de aanvraag aan voor welk landsdeel, genoemd in artikel 5, subsidie wordt aangevraagd. Dit is het landsdeel waar de instelling statutair is gevestigd op het moment dat de aanvraag binnen deze regeling wordt ingediend.
Artikel 10. Inhoud van de aanvraag
Een aanvraag bestaat uit de in dit artikel genoemde onderdelen. Alleen deze documenten worden beschikbaar gesteld aan de externe adviescommissie:
-
- Een volledig ingevuld aanvraagformulier.
-
- Een uitgewerkt activiteitenprogramma gericht op het eerste kalenderjaar van de periode (maximaal 15 pagina’s inclusief beeldmateriaal; A4-formaat staand; minimale tekstgrootte 10; regelafstand 1,0) met daarin:
- a. een (korte) beschrijving van de missie van de instelling;
- b. een reflectie van maximaal één pagina op de uitvoering van de activiteiten en het functioneren van de instelling in het voorgaande jaar;
- c. een beschrijving en planning van de activiteiten die de instelling in het eerste jaar van de subsidieperiode wil uitvoeren;
- d. een beschrijving van de communicatie- en digitale strategie;
- e. een toelichting op de wijze waarop de instelling zich verhoudt tot de principes van de Code Governance Cultuur.
-
- Een sluitende begroting voor het eerste kalenderjaar van de subsidieperiode volgens het format modelbegroting van deze regeling;
-
- Indien van toepassing, intentieverklaringen van of samenwerkingsovereenkomsten met de belangrijkste partners;
-
- Een digitaal gewaarmerkt uittreksel van maximaal één jaar oud uit het Handelsregister van de Nederlandse Kamer van Koophandel of van een van de Kamers van Koophandel die vallen binnen het Koninkrijk der Nederlanden;
-
- Een representatieve afbeelding, bestemd voor communicatie-uitingen van het fonds, waarvan de benodigde rechten van de afbeelding bij de aanvrager liggen; en
-
- Een document waaruit de financiële positie van de instelling blijkt, bij voorkeur de laatst opgemaakte jaarrekening of – als er geen jaarrekening voorhanden is – een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.
Artikel 11. Indiening van de begroting bij de aanvraag
De begroting geeft een overzicht van de geraamde baten en lasten van de aanvrager voor de uitvoering van het activiteitenprogramma voor het eerste jaar van de subsidieperiode. Bij de inrichting van de begroting houdt de instelling zich aan het model voor de activiteitenbegroting, dat is vastgesteld door het fonds en bekendgemaakt op de website www.stimuleringsfonds.nl.
De begroting bestaat uit vier onderdelen:
- a. een gespecificeerd overzicht van de activiteitenlasten;
- b. een gespecificeerd overzicht van de beheerlasten;
- c. een gespecificeerd overzicht van de baten (financiële dekking waaronder eigen inkomsten); en
- d. een samenvatting van de baten en lasten en het resultaat.
De begroting bevat een postgewijze toelichting. Daarbij wordt ook een toelichting gegeven op de gehanteerde uurtarieven en honoraria in relatie tot de Fair Practice Code.
De begroting bevat een prestatieoverzicht dat een beknopt inzichtelijk kwantitatief overzicht geeft van de te verrichten activiteiten in het eerste jaar van de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd.
Hoofdstuk 4. Subsidieverlening
Artikel 12. Proces van advisering
Getoetst wordt of de aanvraag compleet is en aan de in artikel 6 tot en met 8 gestelde drempelnormen en voorwaarden voldoet.
Aanvragen die compleet zijn en daarnaast voldoen aan de drempelnormen en voorwaarden worden ter advisering voorgelegd aan een externe, onafhankelijke adviescommissie.
Bij de formulering van het advies over het wel of niet verlenen van een subsidie baseert de adviescommissie zich alleen op de door de aanvrager verstrekte stukken.
Een positief advies kan vergezeld gaan van een beargumenteerde aanbeveling over de hoogte van de te verlenen subsidie en van onderbouwde aanbevelingen met betrekking tot de uitvoering dan wel het niet subsidiëren van specifiek genoemde activiteiten.
De adviescommissie hanteert een werkwijze en scoresystematiek overeenkomstig de Werkwijze Adviescommissies. Hierbij geldt de versie zoals gepubliceerd op de website van het fonds op het moment van indienen https://www.stimuleringsfonds.nl/protocollen.
Artikel 13. Beoordelingscriteria
De adviescommissie hanteert bij de beoordeling van een aanvraag de volgende criteria, die in gelijke mate worden gewogen:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.