Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 juni 2024, nr. WJZ/46649123, houdende vaststelling van beleidsregels inzake subsidiëring ter stimulering van de onderzoeksinfrastructuur voor E-RIHS voor cultuurgoederen in Nederland (Besluit vaststelling Beleidskader subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS cultuurgoederen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-07-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7.1 juncto artikel 7.7, tweede lid, van de Erfgoedwet en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Vaststellen beleidskader

Het Beleidskader subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS cultuurgoederen wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2. Subsidieplafond
1.

Voor subsidieverstrekking op grond van dit besluit is in 2024 in totaal een bedrag van € 300.000,– beschikbaar.

2.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verdeelt het beschikbare bedrag door middel van een onderlinge afweging van de aanvragen aan de hand van de in de bijlage bij dit besluit opgenomen afwegingscriteria.

Artikel 3. Afwijkingen Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
1.

In afwijking van artikel 3.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt de subsidie op grond van het in artikel 1 bedoelde beleidskader aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op https://www.cultureelerfgoed.nl.

2.

In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, worden subsidie aan bekostigde onderwijsinstellingen verleend en ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na de indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.

Artikel 4. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

2.

Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat het besluit van toepassing blijft ten aanzien van subsidies die vóór deze datum op grond van het besluit zijn verstrekt.

Artikel 5. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling Beleidskader subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS cultuurgoederen.

Beleidskader subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS cultuurgoederen

Deze bijlage behoort bij het Besluit vaststelling Beleidskader subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS cultuurgoederen.

Het Beleidskader subsidie onderzoeksinfrastructuur E-RIHS cultuurgoederen (hierna: het beleidskader) regelt de voorwaarden waaronder de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister) subsidie kan verstrekken voor de activiteiten die in het beleidskader omschreven zijn. De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling) is van toepassing op dit beleidskader.

1. Inleiding

De European Research Infrastructure Heritage Science (hierna: E-RIHS) biedt de Europese gemeenschap van erfgoedonderzoekers een internationaal netwerk voor uitwisseling van expertise, onderzoeksfaciliteiten en -data.

E-RIHS richt zich op drie domeinen: roerend erfgoed (naar de definitie, opgenomen in artikel 1.1 van de Erfgoedwet: cultuurgoederen), gebouwd en archeologisch erfgoed. Het is de bedoeling om in de toekomst een Nederlands consortium op te richten als partner van E-RIHS. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (hierna: RCE) is hiervoor de coördinator.

Tijdens de oprichtingsfase van dit consortium subsidieert de Minister een aantal projecten om de Nederlandse infrastructuur te versterken in voorbereiding op E-RIHS Nederland (voorbeelden hiervan zijn te vinden op de website https://www.E-RIHS.nl). Op basis van dit beleidskader wordt in 2024 subsidie verstrekt voor projecten om de onderzoeksinfrastructuur in Nederland te versterken. De projecten moeten specifiek zijn gericht op cultuurgoederen, met uitzondering van archeologisch erfgoed (zie nader ‘3. Te subsidiëren activiteiten’ hieronder).

In dit beleidskader wordt onder cultuurgoederen verstaan: cultuurgoederen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. Dit zijn roerende zaken die deel uitmaken van cultureel erfgoed. In de praktijk worden cultuurgoederen ook wel ‘roerend erfgoed’ genoemd.

2. Doelgroep en weigeringsgronden

Dit beleidskader richt zich nadrukkelijk op samenwerkingsverbanden waarin ook kleinere musea en andere erfgoedinstellingen participeren. Hierdoor zijn zowel de relevantie en de inbedding van het onderzoek binnen het erfgoedveld, als de uitwisseling van expertise, onderzoeksfaciliteiten en onderzoeksdata en de samenwerking met het erfgoedveld gewaarborgd.

Op grond van dit beleidskader kan subsidie worden aangevraagd door Nederlandse erfgoed- of onderzoeksinstellingen die zich bezig houden met cultuurgoederen. Onder erfgoedinstellingen vallen bijvoorbeeld musea, archieven en instellingen die (historische) collecties beheren die toegankelijk zijn voor publiek. Onder onderzoeksinstellingen vallen bijvoorbeeld universiteiten en kennisinstituten.

De subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend indien de desbetreffende instelling een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is (zoals een stichting of een besloten vennootschap), of een rechtspersoon is die krachtens publiekrecht is ingesteld (zoals een openbare universiteit).

Op grond van het beleidskader wordt geen subsidie verstrekt aan:

Partijen die op grond van dit beleidskader geen subsidie kunnen aanvragen, kunnen wel deelnemen aan een samenwerkingsverband, bijvoorbeeld door de inbreng van arbeidsuren of door het beschikbaar stellen van data of collecties.

3. Te subsidiëren activiteiten

Op grond van dit beleidskader kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd voor projecten die aan de volgende randvoorwaarden voldoen:

Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking de redelijke kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project. Binnen deze kaders zijn bijvoorbeeld de kosten voor de volgende activiteiten subsidiabel:

Niet-subsidiabel zijn:

4. Subsidieplafond en verdeling beschikbare middelen

Voor de subsidieverstrekking op grond van dit besluit is voor het jaar 2024 een bedrag beschikbaar van in totaal € 300.000,–. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag aan de hand van een rangschikking van de aanvragen op basis van de hieronder genoemde criteria. Daarbij komen de aanvragen die het hoogst scoren op deze criteria, het eerst in aanmerking voor subsidie.

Bij het beoordelen van de subsidieaanvragen worden de volgende criteria gehanteerd:

De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld door de Minister, die zich bij de voorbereiding van zijn besluitvorming laat bijstaan door een begeleidingsgroep. De begeleidingsgroep bestaat uit minimaal drie en maximaal vijf leden die allen de aanvragen beoordelen aan de hand van een gestandaardiseerd formulier met de voornoemde criteria en een daaraan gekoppeld puntensysteem. De begeleidingsgroep wordt gevormd door leden van de E-RIHS.nl werkgroep en andere leden, die samen een evenwichtige vertegenwoordiging van het domein van roerend erfgoed vormen. De leden vertegenwoordigen verschillende expertises (bijvoorbeeld op het gebied van inventaris, wereldculturen, moderne en hedendaagse kunst) vanuit verschillende functies (bijvoorbeeld restauratoren, conservatoren) en expertise op het gebied van digitalisering. Leden van de begeleidingsgroep beoordelen niet de projecten waar zij of hun organisatie zelf bij betrokken zijn.

De aanvragen worden gerangschikt op basis van het aantal toegekende punten. De Minister besluit op de aanvragen op basis van de rangschikking, waarbij aanvragen met een hoger aantal punten voorrang hebben op aanvragen met een lager aantal punten. Een aanvraag kan alleen geheel worden gehonoreerd. Indien aan twee of meer aanvragen een gelijke score is toegekend en niet al deze aanvragen binnen de grenzen van het subsidieplafond kunnen worden toegekend, wordt voorrang verleend aan de aanvragen met het hoogste subsidiebedrag. Als een aanvraag gelet op het beschikbare budget niet geheel kan worden gehonoreerd, komt de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking die geheel kan worden gehonoreerd voor subsidie in aanmerking.

5. Hoogte van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt minimaal € 10.000,– en maximaal € 60.000,– per subsidieaanvraag. Aanvragen die onder het minimale of boven het maximale subsidiebedrag uitkomen, komen niet voor subsidie in aanmerking.

De maximale hoogte van het subsidiebedrag laat de totale projectkosten vanzelfsprekend onverlet. Omdat voor het aanvragen van subsidie op grond van dit beleidskader als aanvraageis geldt dat de penvoerder en deelnemende partijen in het samenwerkingsverband aantonen dat zij zich actief inzetten voor het project via een inbreng in geld, in natura of in arbeidsuren (zie nader paragraaf 6 hieronder), kunnen de projectkosten vanzelfsprekend hoger liggen dan € 60.000,–.

6. Aanvraagprocedure en aanvraageisen

De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat in afwijking van artikel 3.1 van de Kaderregeling door de RCE bekend is gemaakt op de website van de RCE, https://www.cultureelerfgoed.nl. Een subsidieaanvraag wordt ingediend door een penvoerder, namens de deelnemende partijen in het samenwerkingsverband. Elke penvoerder kan slechts één aanvraag doen.

De penvoerder dient de aanvraag in via subsidies@cultureelerfgoed.nl. Een subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 2 september 2024 tot en met 16 september 2024. Een aanvraag die buiten dit aanvraagtijdvak wordt ingediend, wordt afgewezen.

Voor de subsidieaanvraag gelden de volgende eisen:

7. Subsidieverstrekking

De Minister beslist op een aanvraag binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak. Indien de aanvraag voor subsidie in aanmerking komt, wordt de subsidie verleend. Bij bekostigde onderwijsinstellingen wordt – in afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling – niet direct vastgesteld. De Minister verstrekt een voorschot van 100% dat ineens wordt uitbetaald. Het verantwoordingsregime en de wijze waarop vaststelling plaatsvindt, zijn afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag en van de vraag of de subsidieontvanger een bekostigde onderwijsinstelling is. Zie hierover nader paragraaf 9 hieronder.

8. Subsidieverplichtingen

Voor de subsidieontvanger gelden in aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling, waarin onder meer de meldingsplicht is opgenomen, de volgende verplichtingen ten aanzien van het project en de projectresultaten.

De bijdrage van E-RIHS.nl aan het project moet worden benoemd in alle publicaties of andere publieke uitingen rondom het project, zoals persberichten, webpagina's, e-communicatie, promotiefilms of video’s, advertenties in de media, posters, folders en brochures over het project. De penvoerder zal alle redelijke inspanningen leveren om ervoor te zorgen dat de andere partijen in het samenwerkingsverband hetzelfde doen. Verder dient de bijdrage van E-RIHS.nl aan het project te worden erkend door waar mogelijk het logo van E-RIHS.nl te gebruiken.

De penvoerder zorgt ervoor dat de projectresultaten toegankelijk worden gemaakt via een hyperlink op de website van E-RIHS.nl. De penvoerder levert de benodigde informatie hiervoor aan via e-rihs@cultureelerfgoed.nl. Vervolgens plaatst de penvoerder op alle webpagina's die door de penvoerder worden gehost in verband met het project een hyperlink naar E-RIHS.nl en zal alle redelijke inspanningen leveren om ervoor te zorgen dat andere partijen in het samenwerkingsverband hetzelfde doen.

Voor het overige gebruiken de penvoerder en de andere partijen in het samenwerkingsverband de naam of het logo van E-RIHS.nl niet op een manier die het imago van E-RIHS.nl kan schaden of negatieve publiciteit kan veroorzaken.

Tot slot spannen de penvoerder en de andere partijen in het samenwerkingsverband zich in om met E-RIHS.nl samen te werken om het project onder de aandacht te brengen en te promoten. Dergelijke activiteiten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het verstrekken van informatie en afbeeldingen voor een speciale projectpagina op E-RIHS.nl en het geven van presentaties over het project tijdens een jaarlijkse Partner Dag en andere gelegenheden.

De subsidieontvanger is verplicht om de resultaten van het project voor eenieder vrij beschikbaar te stellen. De subsidieontvanger is bovendien verplicht om ervoor te zorgen dat eventuele bijeenkomsten die over de resultaten van het project worden georganiseerd, vrij toegankelijk zijn.

9. Verantwoording en vaststelling

Indien de verleende subsidie minder dan € 25.000,– bedraagt, stelt de Minister de subsidie ambtshalve vast binnen 22 weken na de datum, waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. De ontvanger van de subsidie toont op verzoek van de Minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

Indien de verleende subsidie meer dan € 25.000,– bedraagt, dient de subsidieontvanger binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe door de RCE beschikbaar wordt gesteld. Daarbij toont de subsidieontvanger aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De Minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag om vaststelling.

Indien de subsidieontvanger een bekostigde onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 9.1 van de Kaderregeling, zijn de bovengenoemde passages over de verantwoording en vaststelling van subsidies tot € 25.000,– en de verantwoording en vaststelling van subsidies vanaf € 25.000,– niet van toepassing. De verantwoording van de subsidies aan bekostigde onderwijsinstellingen geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met gebruikmaking model G, onderdeel 1 als bedoeld in bijlage 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In dit geval wordt de subsidie – in afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling – ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na de ontvangst van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode. De bekostigde onderwijsinstelling toont op verzoek van de Minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen. Het eventueel niet aangewende deel van de subsidie kan, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

10. Uitvoerbaarheidstoets

De RCE heeft dit beleidskader als uitvoerbaar beoordeeld.

11. Regeldruk

Met de uitvoering van dit beleidskader zijn administratieve lasten gemoeid voor subsidieaanvragers. Onder administratieve lasten wordt hier verstaan: alle investeringen en (tijds)inspanningen die een subsidieaanvrager levert om te voldoen aan verplichtingen van de overheid, voortvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid. Hieronder is een analyse van de regeldruk opgenomen. Het beleidskader is aan het Adviescollege toetsing regeldruk (hierna: ATR) ter advisering voorgelegd. Het ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Geschat wordt dat er in 2024 maximaal 10 subsidieaanvragen worden ingediend. Een subsidieaanvraag bestaat uit een aanvraagformulier met algemene gegevens over de aanvrager en overige partijen uit het samenwerkingsverband, een activiteitenplan, een begroting (inclusief financieel dekkingsplan), een bankafschrift, indien van toepassing en relevant, een oprichtingsakte/statuten, en indien van toepassing een uittreksel van de Kamer van Koophandel. De formats voor het indienen van een subsidieaanvraag zijn toegespitst op de criteria en de overige subsidievereisten die gesteld zijn vanuit het beleidskader en de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. Naar verwachting zal een aanvrager in totaal ongeveer 24 uur nodig hebben voor het indienen van een subsidieaanvraag. Het gaat enerzijds om het opstellen en uitwerken van een activiteitenplan en bijhorende begroting (inclusief het uitwerken van de rolverdeling en bijdrage van alle partijen uit het samenwerkingsverband aan het project). Anderzijds gaat het om administratieve werkzaamheden voor het verzamelen van de vereiste documenten, het kennisnemen van verplichtingen, het invullen van het aanvraagformulier en indiening van de documenten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.