Tijdelijke regeling van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering van 14 juni 2024 nr. 2024-0000349322, houdende subsidie maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor het Caribisch deel van het Koninkrijk

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Financiën, de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister voor Klimaat en Energie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op deartikelen 3 en 4, eerste lid, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, vierde en zevende lid, 7, derde lid, 8, eerste en tweede lid, 10, 11, 14, en 20 van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidiedoel

De minister kan subsidie verstrekken voor initiatieven in het Caribisch deel van het Koninkrijk ten behoeve van nazaten van tot slaaf gemaakten, die in navolging van de gemaakte excuses voor het trans-Atlantisch slavernijverleden één of meer van de volgende doelen dienen:

Artikel 3. Subsidieplafond
1.

De minister stelt in de periode 11 augustus 2025 tot en met 6 maart 2028 € 29.333.333,33 beschikbaar, welk bedrag wordt verdeeld in door de minister vast te stellen aanvraagtijdvakken met voor elk van die aanvraagtijdvakken en de Caribische delen van het Koninkrijk afzonderlijk vast te stellen subsidieplafonds.

2.

Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 4, tweede lid, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 1.260.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 900.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 210.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 150.000.

3.

Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 4, derde lid, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 2.190.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 1.800.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 365.000 en het tweede aanvraagtijdvak € 300.000.

4.

Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 4, vierde lid, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 5.110.000 en in het tweede aanvraagtijdvak € 3.600.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 851.666 en in het tweede aanvraagtijdvak € 600.000.

5.

Het subsidieplafond voor de aanvraagtijdvakken, genoemd in artikel 4, vijfde lid, bedraagt in het eerste aanvraagtijdvak € 7.873.333 en in het tweede aanvraagtijdvak € 6.600.000. Dit betekent voor elk eiland van het Caribisch deel van het Koninkrijk in het eerste aanvraagtijdvak € 1.312.222 en in het tweede aanvraagtijdvak € 1.100.000.

Artikel 4. Aanvraagtijdvakken
1.

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken.

2.

Een subsidieaanvraag op grond van artikel 5, eerste lid, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak 11 augustus 2025, 09:00 uur CET, tot 12 september 2025, 17:00 uur CET, of het tweede aanvraagtijdvak van 2 november 2026, 09:00 uur CET tot 12 januari 2027, 17:00 uur CET.

3.

Een subsidieaanvraag op grond van artikel 5, tweede lid, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 1 december 2025, 09:00 uur CET, tot 12 januari 2026, 17:00 uur CET, of het tweede aanvraagtijdvak van 10 januari 2028, 09:00 uur CET, tot 6 maart 2028, 17:00 uur CET.

4.

Een subsidieaanvraag op grond van artikel 5, derde lid, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 1 april 2026, 09:00 uur CET, tot 1 juni 2026, 17:00 uur CET, of het tweede aanvraagtijdvak van 1 juni 2027, 09:00 uur CET, tot 29 juli 2027, 17:00 uur CET.

5.

Een subsidieaanvraag op grond van artikel 5, vierde lid, wordt ingediend in het eerste aanvraagtijdvak van 1 april 2026, 09:00 uur CET, tot 1 juni 2026, 17:00 uur CET, of het tweede aanvraagtijdvak van 1 april 2027, 09:00 uur CET, tot 7 juni 2027, 17:00 uur CET.

Artikel 5. Subsidiecategorieën
1.

De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten met een maximale looptijd van 1 jaar voor het professionaliseren van aanvragers die werkzaam zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk die werken ten behoeve van de doelen, genoemd in artikel 2.

2.

De minister kan subsidie verstrekken voor kleinschalige maatschappelijke initiatieven met een maximale looptijd van 1 jaar in het Caribisch deel van het Koninkrijk en die bijdragen aan de doelen, genoemd in artikel 2.

3.

De minister kan subsidie verstrekken voor middelgrote maatschappelijke initiatieven met een maximale looptijd van 4 jaar in het Caribisch deel van het Koninkrijk en die bijdragen aan de doelen, genoemd in artikel 2.

4.

De minister kan subsidie verstrekken voor grootschalige maatschappelijke initiatieven met een maximale looptijd van 4 jaar in het Caribisch deel van het Koninkrijk en die bijdragen aan de doelen, genoemd in artikel 2.

Artikel 6. Hoogte van subsidie
1.

De subsidie op grond van artikel 5, eerste lid, bedraagt USD 10.000,–.

2.

De subsidie op grond van artikel 5, tweede lid, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van minimaal USD 10.000,– tot USD 25.000,–.

3.

De subsidie op grond van artikel 5, derde lid, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van minimaal USD 25.000,– tot USD 125.000,–.

4.

De subsidie op grond van artikel 5, vierde lid, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van minimaal USD 125.000,– en ten hoogste USD 500.000,–.

Artikel 7. Subsidiabele activiteiten
1.

Voor subsidies op grond van artikel 5, eerste lid, komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:

2.

Voor subsidies op grond van artikel 5, tweede, derde en vierde lid, komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:

3.

Onverminderd het tweede lid, komen voor subsidies op grond van artikel 5, vierde lid, uitsluitend projecten in aanmerking met een blijvende of langdurige impact of met een groot bereik die het slavernijverleden en de gedeelde geschiedenis zichtbaar maken.

Artikel 8. Subsidiabele kosten
1.

Voor subsidie komen in aanmerking:

2.

Onverminderd het eerste lid, komen voor activiteiten op grond van artikel 5, tweede, derde en vierde lid, voor subsidie in aanmerking:

3.

Voor zover de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaan uit kosten van externe opdrachten met een waarde van ten minste USD 50.000, zijn deze kosten slechts subsidiabel indien zij marktconform zijn, wat wordt aangetoond aan de hand van:

4.

Een uurtarief van een externe adviseur bedraagt maximaal USD 135, exclusief btw.

5.

Voor zover activiteiten zijn uitgevoerd door de hiernavolgende partijen, zijn uitsluitend de directe loonkosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vrijwilligersvergoeding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subsidiabel:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.