Beleidsregel Wet zorg en dwang

Type ZBO-regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 8
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

Gelet op artikel 59, aanhef en onder a, van de Wmg, heeft de Minister van VWS met brief van 4 juni 2021, met kenmerk 2369290-1009887-PZO, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Deze aanwijzing dateert van 4 juni 2021 en heeft als kenmerk 2369290-1009887-PZO.

Gelet op artikel 59, aanhef en onder a, van de Wmg, heeft de Minister voor Langdurige Zorg en Sport met brief van 18 mei 2022, met kenmerk 3366568-1028982-PZo, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Deze aanwijzing dateert van 18 mei 2022 en heeft als kenmerk 3366568-1028982-PZo.

Gelet op artikel 59, aanhef en onder a, van de Wmg, heeft de Minister voor Langdurige Zorg en Sport met brief van 23 juni 2023, met kenmerk 3599781-1048828-PZo, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Deze aanwijzing dateert van 23 juni 2023 en heeft als kenmerk 3599781-1048828-PZo.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen op het gebied van zorg die wordt geleverd onder de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en valt onder de Zorgverzekeringswet.

Artikel 3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op:

Artikel 4. Prestatiebeschrijvingen

In het kader van deze beleidsregel worden de volgende prestatiebeschrijvingen onderscheiden:

Artikel 5. Specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen

Deze prestatie omvat alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 1 van het Wzd stappenplan door een deskundige van een andere discipline in de extramurale setting. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 1 van het Wzd stappenplan in de extramurale setting door een deskundige van een andere discipline vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Deze prestatie omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

Deze prestatie omvat alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 2, 4 of 5 van het Wzd stappenplan door een deskundige van een andere discipline in de extramurale setting. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 2, 4 of 5 van het Wzd stappenplan in de extramurale setting door een deskundige van een andere discipline vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Deze prestatie kan voor iedere cliënt telkens na het geheel doorlopen van een enkele stap (stap 2, 4 of 5) worden gedeclareerd.

Deze prestatie omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

Deze prestatie omvat alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 1 van het Wzd stappenplan door Wzd-functionaris in de extramurale setting. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 1 van het Wzd stappenplan in de extramurale setting door een Wzd-functionaris vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Deze prestatie omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

Deze prestatie omvat alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 2, 4 of 5 van het Wzd stappenplan door Wzd-functionaris in de extramurale setting. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 2, 4 of 5 van het Wzd stappenplan in de extramurale setting door een Wzd-functionaris vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Deze prestatie kan voor iedere cliënt telkens na het geheel doorlopen van een enkele stap (stap 2, 4 of 5) worden gedeclareerd.

Deze prestatie omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

Deze prestatie omvat alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 1 van het Wzd stappenplan door een bij de zorg betrokken arts in de extramurale setting. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 1 van het Wzd stappenplan in de extramurale setting door een bij de zorg betrokken arts vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Deze prestatie omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

Deze prestatie kan in rekening worden gebracht wanneer de zorgverantwoordelijk zelf geen arts is en onvrijwillige zorg wordt verleend in de categorieën medische handelingen en overige therapeutische maatregelen, beperkingen van de bewegingsvrijheid of insluiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wzd.

Deze prestatie omvat alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 2, 4 of 5 van het Wzd stappenplan door een bij de zorg betrokken arts in de extramurale setting. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 2, 4 of 5 van het Wzd stappenplan in de extramurale setting door een bij de zorg betrokken arts vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Deze prestatie kan voor iedere cliënt telkens na het geheel doorlopen van een enkele stap (stap 2, 4 of 5) worden gedeclareerd.

Deze prestatie omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

Deze prestatie kan in rekening worden gebracht wanneer de zorgverantwoordelijk zelf geen arts is en onvrijwillige zorg wordt verleend in de categorieën medische handelingen en overige therapeutische maatregelen, beperkingen van de bewegingsvrijheid of insluiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wzd.

Deze prestatie omvat alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 2 van het Wzd stappenplan door een niet bij de zorg betrokken deskundige in de extramurale setting. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 2 van het Wzd stappenplan in de extramurale setting door een niet bij de zorg betrokken deskundige vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Deze prestatie omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

Deze prestatie omvat alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 4 of 5 van het Wzd stappenplan door een niet bij de zorg betrokken deskundige in de extramurale setting. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 4 of 5 van het Wzd stappenplan in de extramurale setting door een niet bij de zorg betrokken deskundige vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Deze prestatie kan voor iedere cliënt telkens na het geheel doorlopen van een enkele stap (stap 4 of 5) worden gedeclareerd.

Deze prestatie omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

Deze prestatie omvat alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 4 van het Wzd stappenplan door een onafhankelijke deskundige in de extramurale setting. Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van stap 4 van het Wzd stappenplan in de extramurale setting door een onafhankelijke deskundige vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Deze prestatie omvat onder meer, maar niet uitsluitend:

Het opstellen van een medische verklaring door een ter zake kundige arts ten behoeve van het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg tot het verlenen van een rechterlijke machtiging zoals omschreven in de Wet zorg en dwang.

Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van de medische verklaring voor de rechterlijke machtiging vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Het maximumtarief kan dus in rekening worden gebracht per medische verklaring.

Deze prestaties mag ook in rekening worden gebracht wanneer alle werkzaamheden zijn uitgevoerd, maar er uiteindelijk wordt besloten geen medische verklaring op te stellen.

Het opstellen van een medische verklaring door een ter zake kundige arts ten behoeve van een beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente waarin de betreffende persoon zich bevindt zoals omschreven in de Wet zorg en dwang.

Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van de medische verklaring voor de inbewaringstelling vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Het maximumtarief kan dus in rekening worden gebracht per medische verklaring.

Indien er geen medische verklaring voor een inbewaringstelling wordt opgesteld kan deze prestatie niet in rekening worden gebracht. Hiervoor kan de prestatie ‘Beoordeling tot inbewaringstelling zonder afgifte medische verklaring in het kader van de Wet zorg en dwang’ in rekening worden gebracht, indien wordt voldaan aan alle voorwaarden van die prestatie.

Deze prestatie kan in rekening worden gebracht indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

Alle werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van de beoordeling tot de inbewaringstelling in het kader van de Wet zorg en dwang vallen onder deze prestatiebeschrijving en kunnen niet via andere prestatiebeschrijvingen in rekening worden gebracht.

Het maximumtarief kan dus per beoordeling in rekening worden gebracht.

Bij het verschijnen ter zitting in het kader van de Wet zorg en dwang wordt een zorgverlener door de rechter gevraagd om een toelichting te geven op de meest actuele geestestoestand van de cliënt en de noodzakelijk geachte zorg. Hierdoor wordt de kwaliteit van de rechterlijke beslissing en daarmee de kwaliteit van de zorg geborgd.

De prestatie kan in rekening worden gebracht indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

De prestatie kan per zitting in rekening worden gebracht.

De prestatie Reistoeslag zorgverlener bij verschijnen ter zitting in het kader van de Wet zorg en dwang, per 10 minuten kan alleen in rekening worden gebracht als de zorgverlener reistijd heeft gemaakt om bij de locatie waar de rechtszitting plaatsvindt te verschijnen, ter verantwoording van een medische verklaring in het kader van een rechterlijke machtiging of verlenging van de inbewaringstelling.

De prestatie is ter compensatie van tijd en kan in rekening worden gebracht indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

De prestatie wordt uitsluitend naar evenredigheid van de werkelijke tijd voor deze prestatie in tijdseenheden van tien minuten gedeclareerd. Dit betekent dat de behandeltijd dient te worden afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van tien minuten.

De prestatie ‘Verblijf bij inbewaringstelling voor cliënten met een (vermoeden van een) verstandelijke beperking’ bevat de zorg ten tijde van een gedwongen opname met inbewaringstelling (IBS) aan cliënten met een (vermoeden van een) verstandelijke beperking. De cliënt is aangewezen op crisiszorg, blijkende uit het feit dat:

De prestatie omvat de volgende componenten:

Deze prestatie is declarabel per kalenderdag en kan enkel gedeclareerd worden op dagen dat de cliënt aanwezig is ten tijde van de IBS.

Artikel 6. Totstandkoming maximumtarieven

1.

De totstandkoming van de maximumtarieven is beschreven in het Verantwoordingsdocument 'Onderbouwing maximumtarieven in de Beleidsregel Wet zorg en dwang', welk document als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen.

Bij vaststelling van de maximumtarieven is rekening gehouden met:

2.

Tariefsoort

Er gelden maximumtarieven.

3.

Jaarlijkse indexering

De tarieven worden in beginsel jaarlijks ambtshalve geïndexeerd. Voor wat betreft de loonkosten wordt de index vastgesteld door het Ministerie van VWS. Deze index houdt verband met de CAO-afspraken. Voor wat betreft de materiële kosten wordt aangesloten bij de prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). De op het tarief toe te passen index is het gewogen gemiddelde van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 85,2% loonkosten en 14,8% materiële kosten. Het tarief wordt vastgesteld op basis van een voorcalculatie voor jaar t en de definitieve indices van jaar t–1.

Artikel 7. Intrekken oude beleidsregels

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel Wet zorg en dwang, met kenmerk BR/REG-24140, ingetrokken.

Artikel 8. Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, en citeertitel

De Beleidsregel Wet zorg en dwang met kenmerk BR/REG-24140, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, zal deze beleidsregel in de Staatscourant worden geplaatst.

De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Wet zorg en dwang.

Verantwoordingsdocument. Onderbouwingmaximumtarieven in de beleidsregel wet zorg en dwang

1. Stappenplan Wzd in de extramurale setting

1.1. Inleiding

De Wet zorg en dwang (Wzd) is vanaf 1 januari 2020 in werking getreden. De Wzd regelt de rechten bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening, zoals dementie. Onvrijwillige zorg kan alleen in het zorgplan worden opgenomen aan de hand van een multidisciplinaire besluitvormingsprocedure. Deze multidisciplinaire procedure krijgt vorm via het zogeheten stappenplan Wzd1Artikel 5–11a van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.. Dit stappenplan in de Wzd beschrijft de stappen die de zorgverantwoordelijke moet zetten bij de beoordeling of onvrijwillige zorg noodzakelijk is. In het stappenplan staat ook welke deskundigen de zorgverantwoordelijke daarbij op welk moment moet betrekken en op welke momenten het zorgplan geëvalueerd moet worden. Het doel van het stappenplan is om onvrijwillige zorg te voorkomen, zo snel mogelijk af te bouwen of minder ingrijpende alternatieven in te zetten.

Gezien de aard van de werkzaamheden hebben bepaalde betrokkenen in het Wzd-stappenplan geen direct cliëntcontact. Voor deze betrokkenen bestonden in de oorspronkelijke situatie geen goede bekostigingsmogelijkheden. Dit betreft de Wzd-functionaris, deskundige van een andere discipline, deskundige niet bij de zorg betrokken en de onafhankelijke deskundige.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gevraagd een kostenonderzoek uit te voeren naar de macromeerkosten van de uitvoering van de Wzd binnen en vanuit de extramurale zorgverlening en een advies uit te brengen over een passende bekostiging van deze kosten.

1.2. Onderzoek KPMG

Op verzoek van de NZa heeft KPMG Advisory N.V. een onderzoek uitgevoerd naar de tijdsinzet van de betrokken professionals om het stappenplan uit te voeren2Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/. Ook geeft het onderzoeksrapport de benodigde incidentele en structurele ICT- en opleidingskosten weer, die essentieel zijn voor de in- en uitvoering van de Wzd.

In het onderzoek van KPMG is de zorgverantwoordelijke (en daarmee stap 3) uitgesloten. Reden hiervoor is dat zorgverantwoordelijke een wijkverpleegkundige of casemanager dementie kan zijn. Zij kunnen via de reguliere bekostiging verpleging en verzorging declareren. Zijn/haar taak is het opstellen, vaststellen, uitvoeren, evalueren en zo nodig periodiek aanpassen van een zorgplan. Zij hebben direct contact met de cliënt en kunnen daarom directe uren zorgverlening declareren.

Uit het onderzoek van KPMG kwam de volgende directe en indirecte tijdsinzet per functionaris per stap in het Wzd-stappenplan3Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023, p. 3. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

Daarnaast bleek uit het onderzoek van KPMG dat er sprake was van 314 uur structurele en 407 uur incidentele tijdsinzet ten behoeve van ICT- en opleiding per organisatie, plus € 27.000,– structurele en € 4.000,– incidentele kosten per organisatie die Wzd-zorg levert.

1.3. Resultaten NZa

1.3.1. Financiële impact tijdsinzet professionals stappenplan Wzd

De NZa heeft de resultaten met betrekking tot de tijdsinzet overgenomen van KPMG. Op basis van bij de NZa bekende gegevens over loonkosten, productiviteit en indirecte kosten heeft de NZa berekend wat de financiële impact is van de tijdsinzet van de betrokken zorgprofessionals bij het stappenplan Wzd.

In bijlage 1 zijn de gehanteerde loonkosten voor de diverse professionals weergegeven. Deze loonkosten dateerden oorspronkelijk uit 2020 en zijn geïndexeerd naar 2025 (voorcalculatorisch).

Voor wat betreft de productiviteit is gerekend met een productiviteitspercentage van 80,1%. Dit percentage is tot stand gekomen door de standaard jaarlijkse arbeidsduur van 1.878 uur4CAO VVT (www.fnv.nl/cao-sector/zorg-welzijn/verpleeg-verzorgingshuizen-thuiszorg/cao-verpleeg-verzorgingshuizen-thuiszorg) te delen door 1.504,7 uur. Deze 1504,7 zijn de uren, besteedbaar voor werk, na aftrek van verlof, ziekte, vrijstellingen en opleiding.

Met betrekking tot de opslag indirecte kosten, die van toepassing is bij de specialist ouderengeneeskunde, is het percentage 25,6% gehanteerd. In bijlage 2 staat de onderbouwing van dit percentage beschreven.

Tot slot is ook het opslagpercentage voor gederfd rendement op eigen vermogen (VGREV) van 1,17% toegevoegd aan de loonkosten.

Hieronder zijn de totale kosten van de tijdsinzet per stap van het stappenplan weergegeven:

Op basis van de onderzoeksresultaten van KPMG was het ook mogelijk om de totale kosten van de tijdsinzet per betrokken functionaris te berekenen:

Vervolgens is gekeken naar het aantal cliënten, waarvoor het Wzd-stappenplan gevolgd wordt. De door de respondenten opgegeven data bleken hiervoor niet betrouwbaar, vanwege het lage aantal gegevens en de hoge onderlinge spreiding (0,015–27,0%). De NZa heeft daardoor een onderbouwde inschatting gemaakt van het aantal personen in de extramurale setting, waarvoor het Wzd-stappenplan gevolgd zal worden.

In 2021 kregen zo’n 585.200 cliënten een enkele vorm van wijkverpleging. Echter, niet elk persoon, die een vorm van wijkverpleging ontving, heeft een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking en/of is er sprake van onvrijwillige zorg. We weten dat ongeveer 20% van de personen, die een vorm van wijkverpleging ontving, een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking heeft. Echter, voor niet elke persoon van deze subgroep zal onvrijwillige zorg noodzakelijk zijn en dient het stappenplan doorlopen te worden. We hebben daarom gekeken naar het aandeel cliënten met de leveringsvorm modulair pakket thuis (mpt), waarvoor in het kostenonderzoek Wet zorg en dwang in de Wlz5Kostenonderzoek Wet zorg en dwang. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_637129_22/1/ bleek dat het stappenplan doorlopen diende te worden. Dit aandeel is 5,4%. Op grond van deze gecombineerde gegevens, komen we tot de onderbouwde aanname dat er voor zo’n 5.850 personen in de extramurale setting het stappenplan doorlopen zal worden. Deze aanname is niet onwaarschijnlijk, daar er volgens interne informatie van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) voor het jaar 2021 525 meldingen en in 2022 250 meldingen (voorlopige cijfers d.d. september 2022) zijn gedaan over de inzet van onvrijwillige maatregelen in de extramurale setting.

Op basis hiervan is de jaarlijkse financiële impact van de tijdsinzet als volgt:

1.3.2. Financiële impact ICT- en opleidingskosten

Uit het onderzoek van KPMG bleek dat er sprake was van 314 uur structurele en 407 uur incidentele tijdsinzet ten behoeve van ICT- en opleiding per organisatie, plus € 27.000,– structurele en € 4.000,– incidentele kosten per organisatie die Wzd-zorg levert.

De NZa heeft alle afzonderlijke kostenposten onderzocht en beoordeeld in welke mate deze kostenposten overgenomen dienen te worden, teneinde recht te doen aan de kosten die gepaard gaan met de in- en uitvoering van de Wzd.

Deze analyse resulteerde in de conclusie dat structureel 97 uur en € 5.000,– en incidenteel 54 uur en € 4.000,– aan ICT- en opleidingskosten nodig zijn om de Wzd uit te voeren.

Voor de kosten per uur hebben we onderscheid gemaakt tussen de kosten per uur van de Wzdfunctionaris en de kosten per uur van overig personeel/functionarissen. Dit omdat er specifieke ICT- en opleidingskosten werden gemaakt voor de Wzd-functionaris.

Voor wat betreft de kosten per uur van de Wzd-functionaris is uitgegaan van € 109,60. Dit bedrag is gebaseerd op de totale kosten voor de Wzd-functionaris (€ 1.114,25) gedeeld door de totale tijdsinzet (610 minuten of 10,2 uur).

Voor wat betreft de kosten per uur van het overige personeel is uitgegaan van € 77,19. De onderbouwing van deze kosten per uur is opgenomen in bijlage 3.

Per organisatie resulteert dit in € 15.028,52,– jaarlijkse kosten voor ICT- & opleiding.

Uit gegevens van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) blijkt dat in 2022 zo’n 75–100 zorgaanbieders onvrijwillige zorg leverden. We verwachten een toename van het aantal zorgaanbieders, dat onvrijwillige zorg levert. Dit omdat het aantal cliënten, dat onvrijwillige zorg krijgt, zal toenemen en omdat de bekostiging voor het leveren van onvrijwillige zorg straks geborgd is. De NZa gaat daarom uit van 200 organisaties, die onvrijwillige zorg zullen leveren.

Dit resulteert in de volgende jaarlijkse financiële impact voor de ICT- en opleidingskosten:

1.3.3. Totale financiële impact

De totale financiële impact bedraagt € 24,5 miljoen.

1.4. Prestaties per betrokken professional per stap

Voor de bekostiging van de Wet zorg en dwang in de extramurale setting zijn de volgende prestaties opgesteld:

1.5. Onderbouwing kostprijs per prestatie

De kostprijzen zijn op prijspeil 2024 (voorcalculatorisch).

1.5.1. Deskundige van een andere discipline – stap 1

Prestatie: Uitvoering van het stappenplan Wzd in de extramurale setting door een deskundige van een andere discipline – stap 1

De prestatie is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Opbouw kostprijs:

Totale kostprijs: € 368,62

Voor de opbouw van deze prestatie baseren we ons op de volgende tijdsbesteding6Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

De kostencomponent tijdsinzet is als volgt opgebouwd:

1 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

2 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

De component ICT- en opleidingskosten is als volgt opgebouwd:

Op basis van het kostenaandeel van de functionaris ‘Deskundige van een andere discipline’ van de totale kosten van de tijdsinzet (€ 839,09 / € 3.855,79 = 21,8%) zijn de ICT- en opleidingskosten per cliënt, waarvoor het Wzd-stappenplan doorlopen wordt, verdeeld. Voor de functionaris ‘Deskundige van een andere discipline’ resulteert dit in een bedrag van € 111,77 (€ 513,62 * 21,8%).

Op basis van het aandeel van stap 1 in de totale kosten van de tijdsinzet (€ 325,29 / € 839,09 = 38,8%) is dit bedrag toegerekend aan stap 1. Dit resulteert voor de functionaris ‘Deskundige van een andere discipline’ in stap 1 in een bedrag voor ICT- en opleidingskosten van € 43,33 (€ 111,77 * 38,8%).

1.5.2. Deskundige van een andere discipline – stap 2, 4 of 5

Prestatie: Uitvoering van het stappenplan Wzd in de extramurale setting door een deskundige van een andere discipline – stap 2, 4 of 5

De prestatie is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Opbouw kostprijs:

Totale kostprijs: € 194,73

Voor de opbouw van deze prestatie baseren we ons op de volgende tijdsbesteding7Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

De kostencomponent tijdsinzet is als volgt opgebouwd:

De component ICT- en opleidingskosten is als volgt opgebouwd:

Op basis van het kostenaandeel van de functionaris ‘Deskundige van een andere discipline’ van de totale kosten van de tijdsinzet (€ 839,09 / € 3.855,79 = 21,8%) zijn de ICT- en opleidingskosten per cliënt, waarvoor het Wzd-stappenplan doorlopen wordt, verdeeld. Voor de functionaris ‘Deskundige van een andere discipline’ resulteert dit in een bedrag van € 111,77 (€ 513,62 * 21,8%).

Op basis van het aandeel van de stappen 2, 4 en 5 in de totale kosten van de tijdsinzet is dit bedrag toegerekend aan de stappen 2, 4 en 5.

Stap 2: (€ 177,01 / € 839,09 = 21,1%)

Stap 4: (€ 159,77 / € 839,09 = 19,0%)

Stap 5: (€ 177,01 / € 839,09 = 21,1%)

Dit resulteert in de volgende ICT- en opleidingskosten voor de functionaris ‘Deskundige van een andere discipline’ in de stappen 2, 4 en 5:

Stap 2: € 23,58 (€ 111,77 * 21,1%)

Stap 4: € 21,28 (€ 111,77 * 19,0%)

Stap 5: € 23,58 (€ 111,77 * 21,1%)

Bij deze prestatie hebben we de kosten van stap 2, 4 en 5 gecombineerd. Dit omdat de kosten voor deze stappen redelijk vergelijkbaar waren en dit minder prestaties en daarmee minder administratieve lasten oplevert. Bij het vaststellen van de kostprijs van de prestatie is rekening gehouden met het feit dat stap 5 minder voor zal komen dan stap 4 en stap 2.

De kosten voor de tijdsinzet en voor ICT & opleiding zijn op basis van de volgende verhouding aan de kostprijs toegerekend:

1.5.3. Wzd-functionaris – stap 1

Prestatie: Uitvoering van het stappenplan Wzd in de extramurale setting door een Wzd-functionaris – stap 1

De prestatie is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Opbouw kostprijs:

Totale kostprijs: € 496,79

Voor de opbouw van deze prestatie baseren we ons op de volgende tijdsbesteding8Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

De kostencomponent tijdsinzet is als volgt opgebouwd:

1 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

2 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

De component ICT- en opleidingskosten is als volgt opgebouwd:

Op basis van het kostenaandeel van de Wzd-functionaris van de totale kosten van de tijdsinzet (€ 1.114,25 / € 3.855,79 = 28,9%) zijn de ICT- en opleidingskosten per cliënt, waarvoor het Wzd-stappenplan doorlopen wordt, verdeeld. Voor de Wzd-functionaris resulteert dit in een bedrag van € 148,43 (€ 513,62 * 28,9%).

Op basis van het aandeel van stap 1 in de totale kosten van de tijdsinzet (€ 438,39 / € 1.114,25 = 39,3%) is dit bedrag toegerekend aan stap 1. Dit resulteert voor de Wzd-functionaris in stap 1 in een bedrag voor ICT- en opleidingskosten van € 58,40 (€ 148,43 * 39,3%).

1.5.4. Wzd-functionaris – stap 2, 4 of 5

Prestatie: Uitvoering van het stappenplan Wzd in de extramurale setting door een Wzd-functionaris – stap 2, 4 of 5

De prestatie is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Opbouw kostprijs:

Totale kostprijs: € 260,81

Voor de opbouw van deze prestatie baseren we ons op de volgende tijdsbesteding9Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

De kostencomponent tijdsinzet is als volgt opgebouwd:

De component ICT- en opleidingskosten is als volgt opgebouwd:

Op basis van het kostenaandeel van de Wzd-functionaris van de totale kosten van de tijdsinzet (€ 1.114,25 / € 3.855,79 = 28,9%) zijn de ICT- en opleidingskosten per cliënt, waarvoor het Wzd-stappenplan doorlopen wordt, verdeeld. Voor de Wzd-functionaris resulteert dit in een bedrag van € 148,43 (€ 513,62 * 28,9%).

Op basis van het aandeel van de stappen 2, 4 en 5 in de totale kosten van de tijdsinzet is dit bedrag toegerekend aan de stappen 2, 4 en 5.

Stap 2: (€ 237,46 / € 1.114.25 = 21,3%)

Stap 4: (€ 219,20 / € 1.114,25 = 19,7%)

Stap 5: (€ 219,20 / € 1.114,25 = 19,7%)

Dit resulteert in de volgende ICT- en opleidingskosten voor de functionaris ‘Deskundige van een andere discipline’ in de stappen 2, 4 en 5:

Stap 2: € 31,63 (€ 148,43 * 21,3%)

Stap 4: € 29,20 (€ 148,43 * 19,7%)

Stap 5: € 29,20 (€ 148,43 * 19,7%)

Bij deze prestatie hebben we de kosten van stap 2, 4 en 5 gecombineerd. Dit omdat de kosten voor deze stappen redelijk vergelijkbaar waren en dit minder prestaties en daarmee minder administratieve lasten oplevert. Bij het vaststellen van de kostprijs van de prestatie is rekening gehouden met het feit dat stap 5 minder voor zal komen dan stap 4 en stap 2.

De kosten voor de tijdsinzet en voor ICT & opleiding zijn op basis van de volgende verhouding aan de kostprijs toegerekend:

1.5.5. Arts – stap 1

Prestatie: Uitvoering van het stappenplan Wzd in de extramurale setting door een bij de zorg betrokken arts – stap 1

De prestatie is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Opbouw kostprijs:

Totale kostprijs: € 260,53

Voor de opbouw van deze prestatie baseren we ons op de volgende tijdsbesteding10Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

De kostencomponent tijdsinzet is als volgt opgebouwd:

1 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

2 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

De component ICT- en opleidingskosten is als volgt opgebouwd:

Op basis van het kostenaandeel van de functionaris ‘Arts’ van de totale kosten van de tijdsinzet (€ 826,37 / € 3.855,79 = 21,4%) zijn de ICT- en opleidingskosten per cliënt, waarvoor het Wzd-stappenplan doorlopen wordt, verdeeld. Voor de functionaris ‘Arts’ resulteert dit in een bedrag van € 110,08 (€ 513,62 * 21,4%).

Op basis van het aandeel van stap 1 in de totale kosten van de tijdsinzet (€ 229,90 / € 826,37 = 27,8%) is dit bedrag toegerekend aan stap 1. Dit resulteert voor de functionaris ‘Arts’ in stap 1 in een bedrag voor ICT- en opleidingskosten van € 30,62 (€ 110,08 * 27,8%).

1.5.6. Arts – stap 2, 4 of 5

Prestatie: Uitvoering van het stappenplan Wzd in de extramurale setting door een bij de zorg betrokken arts – stap 2, 4 of 5

De prestatie is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Opbouw kostprijs:

Totale kostprijs: € 233,41

Voor de opbouw van deze prestatie baseren we ons op de volgende tijdsbesteding11Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

De kostencomponent tijdsinzet is als volgt opgebouwd:

De component ICT- en opleidingskosten is als volgt opgebouwd:

Op basis van het kostenaandeel van de functionaris ‘Arts’ van de totale kosten van de tijdsinzet (€ 826,37 / € 3.855,79 = 21,4%) zijn de ICT- en opleidingskosten per cliënt, waarvoor het Wzd-stappenplan doorlopen wordt, verdeeld. Voor de functionaris ‘Arts’ resulteert dit in een bedrag van € 110,08 (€ 513,62 * 21,4%).

Op basis van het aandeel van de stappen 2, 4 en 5 in de totale kosten van de tijdsinzet is dit bedrag toegerekend aan de stappen 2, 4 en 5.

Stap 2: (€ 212,22 / € 826,37 = 25,7%)

Stap 4: (€ 212,22 / € 826,37 = 25,7%)

Stap 5: (€ 172,03 / € 826,37 = 20,8%)

Dit resulteert in de volgende ICT- en opleidingskosten voor de functionaris ‘Deskundige van een andere discipline’ in de stappen 2, 4 en 5:

Stap 2: € 28,27 (€ 110,08 * 25,7%)

Stap 4: € 28,27 (€ 110,08 * 25,7%)

Stap 5: € 22,92 (€ 110,08 * 20,8%)

Bij deze prestatie hebben we de kosten van stap 2, 4 en 5 gecombineerd. Dit omdat de kosten voor deze stappen redelijk vergelijkbaar waren en dit minder prestaties en daarmee minder administratieve lasten oplevert. Bij het vaststellen van de kostprijs van de prestatie is rekening gehouden met het feit dat stap 5 minder voor zal komen dan stap 4 en stap 2.

De kosten voor de tijdsinzet en voor ICT & opleiding zijn op basis van de volgende verhouding aan de kostprijs toegerekend:

1.5.7. Deskundige niet bij de zorg betrokken – stap 2

Prestatie: Uitvoering van het stappenplan Wzd in de extramurale setting door een niet bij de zorg betrokken deskundige – stap 2

De prestatie is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Opbouw kostprijs:

Totale kostprijs: € 326,40

Voor de opbouw van deze prestatie baseren we ons op de volgende tijdsbesteding12Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

De kostencomponent tijdsinzet is als volgt opgebouwd:

1 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

2 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

De component ICT- en opleidingskosten is als volgt opgebouwd:

Op basis van het kostenaandeel van de functionaris ‘Deskundige niet bij de zorg betrokken’ van de totale kosten van de tijdsinzet (€ 582,15 / € 3.855,79 = 15,1%) zijn de ICT- en opleidingskosten per cliënt, waarvoor het Wzd-stappenplan doorlopen wordt, verdeeld. Voor de functionaris ‘Deskundige niet bij de zorg betrokken’ resulteert dit in een bedrag van € 77,55 (€ 513,62 * 15,1%).

Op basis van het aandeel van stap 2 in de totale kosten van de tijdsinzet (€ 288,03 / € 582,15 = 49,5%) is dit bedrag toegerekend aan stap 2. Dit resulteert voor de functionaris ‘Deskundige niet bij de zorg betrokken’ in stap 2 in een bedrag voor ICT- en opleidingskosten van € 38,37 (€ 77,55 * 49,5%).

1.5.8. Deskundige niet bij de zorg betrokken – stap 4 of 5

Prestatie: Uitvoering van het stappenplan Wzd in de extramurale setting door een niet bij de zorg betrokken deskundige – stap 4 of 5

De prestatie is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Opbouw kostprijs:

Totale kostprijs: € 166,65

Voor de opbouw van deze prestatie baseren we ons op de volgende tijdsbesteding13Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

De kostencomponent tijdsinzet is als volgt opgebouwd:

De component ICT- en opleidingskosten is als volgt opgebouwd:

Op basis van het kostenaandeel van de functionaris ‘Deskundige niet bij de zorg betrokken’ van de totale kosten van de tijdsinzet (€ 582,15 / € 3.855,79 = 15,1%) zijn de ICT- en opleidingskosten per cliënt, waarvoor het Wzd-stappenplan doorlopen wordt, verdeeld. Voor de functionaris ‘Deskundige niet bij de zorg betrokken’ resulteert dit in een bedrag van € 77,55 (€ 513,62 * 15,1%).

Op basis van het aandeel van zowel stap 4 als 5 in de totale kosten van de tijdsinzet (€ 147,06 / € 582,15 = 25,3%) is dit bedrag toegerekend aan stap 4 en 5. Dit resulteert voor de functionaris ‘Deskundige niet bij de zorg betrokken’ in stap 4 en 5 in een bedrag voor ICT- en opleidingskosten van € 19,59 (€ 77,55 * 25,3%).

1.5.9. Onafhankelijk deskundige – stap 4

Prestatie: Uitvoering van het stappenplan Wzd in de extramurale setting door een onafhankelijke deskundige – stap 4

De prestatie is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Opbouw kostprijs:

Totale kostprijs: € 559,74

Voor de opbouw van deze prestatie baseren we ons op de volgende tijdsbesteding14Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/:

De kostencomponent tijdsinzet is als volgt opgebouwd:

1 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

2 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

De component ICT- en opleidingskosten is als volgt opgebouwd:

Op basis van het kostenaandeel van de functionaris ‘Onafhankelijk deskundige’ van de totale kosten van de tijdsinzet (€ 493,94 / € 3.855,79 = 12,8%) zijn de ICT- en opleidingskosten per cliënt, waarvoor het Wzd-stappenplan doorlopen wordt, verdeeld. Voor de functionaris ‘Onafhankelijk deskundige’ resulteert dit in een bedrag van € 65,80 (€ 513,62 * 12,8%).

Omdat de functionaris ‘Onafhankelijk deskundige’ alleen in stap 4 betrokken dient te worden, zijn deze kosten € 65,80 één op één toegedeeld aan deze prestatie.

2. Prestaties in het kader van de medische verklaring

2.1. Inleiding

Onderdeel van de wet is de mogelijkheid tot onvrijwillige opname of verblijf. Een medische verklaring van een ter zake kundige arts is noodzakelijk voor een verzoek tot het verlenen van een machtiging van de rechter voor onvrijwillige opname en verblijf of voortzetting van het verblijf. Daarnaast is de medische verklaring noodzakelijk voor een beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester.

Het opstellen van een medische verklaring kan door diverse artsen worden gedaan. De Minister van VWS heeft op 4 juni 2021, middels een brief met kenmerk 2369290-1009887-PZO, een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Op basis hiervan heeft de NZa prestatiebeschrijvingen en tarieven vastgesteld voor werkzaamheden in het kader van de medische verklaring.

2.2. Onderbouwing tarief per prestatie

2.2.1. Medische verklaring in het kader van de Wet zorg en dwang – rechterlijke machtiging

Het maximumtarief voor deze prestatie is opgebouwd uit de volgende elementen:

De prestatie ‘Medische verklaring in het kader van de Wet zorg en dwang – rechterlijke machtiging’ is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Voor de opbouw van deze prestatie gaan we uit van de volgende gemiddelde tijdsbesteding:

Bij deze prestatie wordt dus uitgegaan van een gemiddelde tijdsbesteding van 5 uur.

Het tarief per 60 minuten is als volgt opgebouwd:

2.2.2. Medische verklaring in het kader van de Wet zorg en dwang – inbewaringstelling

Het maximumtarief voor deze prestatie is opgebouwd uit de volgende elementen:

De prestatie ‘Medische verklaring in het kader van de Wet zorg en dwang – inbewaringstelling’ is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Voor de opbouw van deze prestatie gaan we uit van de volgende gemiddelde tijdsbesteding:

Bij deze prestatie wordt dus uitgegaan van een gemiddelde tijdsbesteding van 7 uur voor de ter zake kundige arts.

Voor de ondersteunende/begeleidende zorgverlener wordt bij deze prestatie uitgegaan van een gemiddelde tijdsbesteding van 4,9 uur (70% van 7 uur).

Het tarief per 60 minuten is als volgt opgebouwd:

2.2.3. Beoordeling tot inbewaringstelling zonder afgifte medische verklaring in het kader van de Wet zorg en dwang

Het maximumtarief voor deze prestatie is opgebouwd uit de volgende elementen:

De presentatie ‘Beoordeling tot inbewaringstelling in het kader van de Wet zorg en dwang’ is een integrale prestatie en bevat zowel de direct als de indirect patiëntgebonden tijd.

Voor de opbouw van deze prestatie gaan we uit van de volgende gemiddelde tijdsbesteding:

Bij deze prestatie wordt dus uitgegaan van een gemiddelde tijdsbesteding van 5 uur voor de ter zake kundige arts.

Voor de ondersteunende/begeleidende zorgverlener wordt bij deze prestatie uitgegaan van een gemiddelde tijdsbesteding van 3,5 uur (70% van 5 uur).

Het tarief per 60 minuten is als volgt opgebouwd:

3. Prestaties in het kader van het verschijnen ter zitting

3.1. Verschijnen ter zitting in het kader van de Wet zorg en dwang, per zitting

Voor de opbouw van deze prestatie gaan we uit van de volgende gemiddelde tijdsbesteding:

Het tarief per 60 minuten is als volgt opgebouwd:

3.2. Reistoeslag zorgverlener bij verschijnen ter zitting in het kader van de Wet zorg en dwang, per 10 minuten

De reistoeslag bestaat uit het aantal minuten reistijd keer de kostprijs van een zorgverlener per minuut. De kostprijs per minuut is gebaseerd op 60% van het uurtarief van de specialist ouderengeneeskunde en 40% van het uurtarief van de verpleegkundigen.

4. Prestatie in het kader van verblijf bij inbewaringstelling

4.1. Verblijf bij inbewaringstelling voor cliënten met een (vermoeden van een) verstandelijke beperking

Het maximumtarief voor deze prestatie is gebaseerd op het bestaande tarief voor de prestatie ‘ghz crisiszorg zwaar (Z494)’ zoals omschreven in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis, aangevuld met een opslagpercentage voor gederfd rendement op eigen vermogen (VGREV) van 1,17%. Het tarief is geschoond voor de kosten van geneesmiddelen (€ 0,09 per dag definitief niveau 2021). Kosten van geneesmiddelen vormen geen onderdeel van het integrale dagtarief.

5. Bijlagen

5.1. Bijlage 1: Loonkosten professionals

1 Rapportage onderzoek KPMG Wet zorg en dwang in de extramurale setting (A2100024892) d.d. 12 april 2023, p. 3. Te raadplegen via: puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_740725_22/1/

5.2. Bijlage 2: Onderbouwing Opslag indirecte kosten

In het Onderzoek tariefherijking verpleging en verzorging15Onderzoek tariefherijking verpleging en verzorging – Wijkverpleging Zvw (PwC). Te raadplegen via:puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_3582_22/1/ is rekening gehouden met de volgende opslag voor niet-zorg gebonden kosten:

Bij de totstandkoming van de kostprijzen zijn de kosten voor ICT- en opleiding separaat meegenomen en onderdeel van de kostprijs per prestatie. Daarom is ervoor gekozen om de ‘Overige personeelskosten’ in mindering te brengen op de opslag indirecte kosten. Het gehanteerde percentage voor de opslag indirecte kosten komt daarmee op 25,6%.

5.3. Bijlage 3: Onderbouwing kosten per uur overig personeel

Dit betreft de onderbouwing van de kosten per uur van het overig personeel (niet zijnde de Wzd‑functionaris); kolom A. Hierbij is uitgegaan van de gevonden kosten voor de tijdsinzet van de overige functionarissen (kolom B) en deze te delen door de totale tijdsinzet voor het doorlopen van het stappenplan (kolom C). Dit resulteert in een gemiddelde kosten per uur per functionaris (kolom D). Door het aandeel van de tijdsinzet van iedere functionaris (kolom C) te delen door de totale tijdsinzet (2.131 minuten) en te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten per uur per functionaris (kolom D) ontstaat er in kolom E een aandeel per functionaris van de totale kosten per uur voor overig personeel € 73,83.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)