Tijdelijke wet van 17 juli 2024 inzake invoering van een belasting op marktinkomsten van inframarginale elektriciteitsproductie overeenkomstig verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PbEU 2022, L 261 I) (Tijdelijke wet inframarginale elektriciteitsheffing)
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- accountant: registeraccountant of accountant-administratieconsulent die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep;
- afvalstof: afvalstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 10, van verordening 2022/1854;
- balanceringsdienstverlener: balanceringsdienstverlener als bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (PbEU 2019, L 158);
- balanceringsenergiemarkt: markt voor balanceringsenergie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 11, van verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (PbEU 2019, L 158);
- belastbare marktinkomen: marktinkomsten als bedoeld in artikel 3, die belastbaar zijn overeenkomstig artikel 7;
- biomassabrandstoffen: biomassabrandstoffen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, van verordening 2022/1854;
- certificaat van oorsprong: certificaat van oorsprong als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel bb, van de Elektriciteitswet 1998;
- compensatiehandel: compensatiehandel als bedoeld in artikel 2, onderdeel 27, van verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (PbEU 2019, L 158);
- directe lijn: directe lijn als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ar, van de Elektriciteitswet 1998;
- eindafnemer: eindafnemer van elektriciteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel 14, van verordening 2022/1854;
- elektriciteitsmarkten: elektriciteitsmarkten als bedoeld in artikel 2, onder 9, van richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van richtlijn 2012/27/EU (PbEU 2019, L 158);
- elektriciteitsnet: net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998;
- garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit: garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel x, van de Elektriciteitswet 1998;
- heffingstijdvak: periode als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
- Inframarginale energiebron: energiebron als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening 2022/1854;
- marktinkomsten: marktinkomsten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 5, van verordening 2022/1854;
- marktinkomstenverslag: marktinkomstenverslag als bedoeld in artikel 11;
- producent: producent als bedoeld in artikel 2, onderdeel 38, van richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van richtlijn 2012/27/EU (PbEU 2019, L 158);
- productie-installatie: elektriciteitsproductie-installatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 28, van verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (PbEU 2019, L 158);
- redispatching: redispatching als bedoeld in artikel 2, onderdeel 26, van verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (PbEU 2019, L 158);
- rijksbelastingdienst: rijksbelastingdienst, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- verordening 2016/631: verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net (PbEU 2016, L 112);
- verordening 2022/1854: verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PbEU 2022, L 261 I).
Hoofdstuk 2. Belastingplichtige, belastbaar feit, heffingstijdvak, heffingsgrondslag en tarief
Artikel 2. inframarginale elektriciteitsheffing
Onder de naam inframarginale elektriciteitsheffing wordt een belasting geheven van producenten van elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Artikel 3. belastbaar feit
De inframarginale elektriciteitsheffing wordt geheven over de marktinkomsten uit elektriciteit die in Nederland is opgewekt met behulp van een inframarginale energiebron of steenkool, met een productie-installatie met een geïnstalleerd vermogen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening 2016/631 vanaf 1 megawatt en die is ingevoed op het elektriciteitsnet of een directe lijn.
Onder Nederland wordt mede verstaan de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland bedoeld in artikel 1 van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee.
Voor de toepassing van de inframarginale elektriciteitsheffing worden onder marktinkomsten niet verstaan:
- a. marktinkomsten uit elektriciteit als bedoeld in het eerste lid die is opgewekt binnen een demonstratieproject als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van verordening 2022/1854;
- b. marktinkomsten uit elektriciteit als bedoeld in het eerste lid, die door een balanceringsdienstverlener is aangeboden op de balanceringsenergiemarkt en daar is geactiveerd;
- c. inkomsten met betrekking tot elektriciteit als bedoeld in het eerste lid, uit de compensatie voor redispatching en compensatiehandel.
Artikel 4. heffingstijdvak
De inframarginale elektriciteitsheffing wordt geheven over marktinkomsten uit elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, die door de producent is opgewekt en ingevoed met ingang van 1 december 2022 tot 1 juli 2023.
De inframarginale elektriciteitsheffing wordt verschuldigd op het tijdstip waarop het heffingstijdvak eindigt.
Artikel 5. heffingsgrondslag
De inframarginale elektriciteitsheffing wordt geheven over de som van de belastbare marktinkomsten uit door de producent in de kalendermaanden van het heffingstijdvak opgewekte en ingevoede elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, welke som blijkt uit het marktinkomstenverslag.
In afwijking van het eerste lid blijkt de som van de belastbare marktinkomsten:
- a. indien een nieuw marktinkomstenverslag is ingediend overeenkomstig artikel 14 uit dat nieuwe marktinkomstenverslag;
- b. indien Onze Minister voor Klimaat en Energie ambtshalve de som van de belastbare marktinkomsten heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 15 uit die ambtshalve vaststelling.
Artikel 6. tarief
De inframarginale elektriciteitsheffing bedraagt 90% van de som van de belastbare marktinkomsten uit elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, die door de producent is opgewekt en ingevoed in de kalendermaanden van het heffingstijdvak.
Hoofdstuk 3. Berekening belastbare marktinkomsten
Artikel 7. belastbare marktinkomsten uit in een kalendermaand opgewekte en ingevoede elektriciteit
De belastbare marktinkomsten uit door de producent in een kalendermaand opgewekte en ingevoede elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn gelijk aan de som van de belastbare marktinkomsten uit door de producent in een kalendermaand uit elk van de energiebronnen waarvoor ingevolge artikel 9 een afzonderlijk vrijgesteld bedrag geldt, opgewekte en ingevoede elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Indien de belastbare marktinkomsten uit door de producent in een kalendermaand uit een energiebron waarvoor ingevolge artikel 9 een afzonderlijk vrijgesteld bedrag geldt, opgewekte en ingevoede elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kleiner zijn dan nul, worden deze voor die kalendermaand op nihil gesteld.
De belastbare marktinkomsten uit door de producent in een kalendermaand uit een energiebron waarvoor ingevolge artikel 9 een afzonderlijk vrijgesteld bedrag geldt, opgewekte en ingevoede elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden berekend volgens de formule:
BM = sHE(uur) x (GME(uur) – VB)
waarin
BM staat voor: belastbare marktinkomsten uit door de producent in een kalendermaand uit een energiebron waarvoor ingevolge artikel 9 een afzonderlijk vrijgesteld bedrag geldt, opgewekte en ingevoede elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, uitgedrukt in euro’s
sHE(uur) staat voor: de som van de hoeveelheden door de producent in de kalendermaand per uur uit de energiebron, bedoeld in artikel 9, opgewekte en ingevoede elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, minus de hoeveelheid van deze elektriciteit die is ingezet voor redispatch of compensatiehandel, uitgedrukt in megawatturen
GME(uur) staat voor: gemiddelde marktinkomsten per megawattuur uit door de producent in de kalendermaand per uur uit de energiebron opgewekte en ingevoede elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedoeld in artikel 8, uitgedrukt in euro’s per megawattuur
VB staat voor: vrijgesteld bedrag van de marktinkomsten voor de energiebron, bedoeld in artikel 9, uitgedrukt in euro’s per megawattuur.
Indien de door de producent in een kalendermaand uit een energiebron waarvoor ingevolge artikel 9 een afzonderlijk vrijgesteld bedrag geldt, opgewekte en ingevoede elektriciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is opgewekt met behulp van een hybride productie-installatie die gebruikmaakt van energiebronnen waarvoor het vrijgestelde bedrag, bedoeld in artikel 9, verschilt, wordt bij de berekening, bedoeld in het derde lid, de hoeveelheid per uur met deze productie-installatie opgewekte en ingevoede elektriciteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, berekend op basis van de verhouding van de aandelen van de in de kalendermaand uit deze energiebronnen opgewekte elektriciteit.
Indien de elektriciteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is opgewekt met behulp van een hybride productie-installatie als bedoeld in het vierde lid, wordt het aandeel van de in de kalendermaand opgewekte elektriciteit:
- a. voor biomassabrandstoffen of een andere inframarginale energiebron, die tevens is een hernieuwbare energiebron als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel t, van de Elektriciteitswet 1998, gesteld op de hoeveelheid elektriciteit waarvoor garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit voor de betreffende kalendermaand zijn uitgegeven;
- b. voor steenkool of een inframarginale energiebron, die niet is een hernieuwbare energiebron als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel t, van de Elektriciteitswet 1998, gesteld op de hoeveelheid elektriciteit waarvoor certificaten van oorsprong voor de betreffende kalendermaand zijn uitgegeven.
Indien voor de met behulp van een hybride productie-installatie als bedoeld in het vijfde lid, in een kalendermaand opgewekte elektriciteit geen garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of certificaten van oorsprong zijn uitgegeven, wordt het aandeel van de in de kalendermaand opgewekte elektriciteit:
- a. voor biomassabrandstoffen of een andere inframarginale energiebron, die tevens is een hernieuwbare energiebron als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel t, van de Elektriciteitswet 1998, gesteld op de op basis van de krachtens artikel 77 van de Elektriciteitswet 1998 gestelde regels met betrekking tot het meten vastgestelde hoeveelheid;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.