Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 augustus 2024, kenmerk 3960009-1070155-MEVA, houdende regels voor de verstrekking van subsidie ter ondersteuning van samenwerkingsverbanden bij het inrichten van een vernieuwde opleidingsstructuur (Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging)
Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- AGB-code: Algemene Gegevens Beheer-code van een zorgaanbieder zoals geregistreerd in het AGB-register dat wordt beheerd door Vektis;
- de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op deminimissteun;
- erkend leerbedrijf: bedrijf of organisatie die bevoegd is om beroepspraktijkvorming te verzorgen, als bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een erkenning heeft als bedoeld in artikel 1.5.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- Kamer van Koophandel: Kamer van Koophandel als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Kamer van Koophandel;
- minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- onderwijsinstelling:
- a. instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 of artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; of
- b. instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- opleiding:
- a. beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; of
- b. opleiding als bedoeld in artikel 7.3a of 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- opleidingsstructuur: onderlinge samenwerking tussen zorgaanbieders en onderwijsinstellingen in de wijkverpleging gericht op het organiseren van een regionaal dekkend netwerk van opleidingen in de wijkverpleging met als doel het vergroten van de opleidingscapaciteit;
- toelatingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders;
- vernieuwde opleidingsstructuur: nieuwe of doorontwikkelde opleidingsstructuur waarbinnen leerlingen worden opgeleid ten behoeve van het bieden van zorg in de wijkverpleging;
- wijkverpleging: verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering, geleverd bij cliënten thuis waarvoor zij op grond van een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Zorgverzekeringswet recht hebben op verstrekking of vergoeding;
- zorgaanbieder: rechtspersoon die bedrijfsmatig zorg of welzijn verleent, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig zorg en of welzijn verlenen of doen verlenen, alsmede een natuurlijk persoon die beroepsmatig zorg en of welzijn verleent;
- zorgverzekeraar: zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Zorgverzekeringswet;
Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling
Op subsidies verstrekt op grond van deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van artikel 10.1 en 7.2.
De subsidie is een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel c, onder 1° van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 3. Doel van de regeling
Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten ten behoeve van de totstandkoming van vernieuwde opleidingsstructuren die bijdragen aan het vergroten van de opleidingscapaciteit in de wijkverpleging.
Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
De minister kan op aanvraag aan een penvoerder subsidie verstrekken ten behoeve van het samenwerkingsverband voor het organiseren en het voeren van overleg en het schrijven van een breed gedragen plan waarbij de activiteiten bijdragen aan het realiseren van het doel van de regeling, bedoeld in artikel 3.
De activiteiten dienen uiterlijk 1 oktober 2025 te zijn afgerond.
Artikel 5. Samenwerkingsverband
Een samenwerkingsverband bestaat uit ten minste:
- a. twee zorgaanbieders in de wijkverpleging waaronder de penvoerder; en
- b. een onderwijsinstelling die een opleiding verzorgt, blijkens de Registratie Instellingen en Opleidingen.
Artikel 6. Penvoerder en andere zorgaanbieder in de wijkverpleging
De penvoerder treedt op als subsidieaanvrager namens een samenwerkingsverband en is verantwoordelijk voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
Subsidie wordt enkel verstrekt indien de penvoerder en ten minste een andere zorgaanbieder in de wijkverpleging, beschikken over een toelatingsvergunning en AGB-code.
In afwijking van het tweede lid, kan subsidie worden verstrekt indien naar het oordeel van de minister is aangetoond dat het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste twee zorgaanbieders in de wijkverpleging, waaronder de penvoerder.
Indien de penvoerder mbo-leerlingen begeleidt, wordt subsidie enkel verstrekt indien het een erkend leerbedrijf betreft.
Artikel 7. Hoogte van de subsidie
De subsidie bestaat uit:
- a. € 13.000 per deelnemer in het samenwerkingsverband tot een maximum van € 78.000; en
- b. een vast bedrag van € 22.500 per samenwerkingsverband.
Artikel 8. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2024 € 7.5000.000.
De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, met dien verstande dat wanneer de penvoerder krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst geldt.
Artikel 9. Aanvraag tot subsidieverlening
Een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ingediend in de periode van 30 september 2024 tot en met 31 oktober 2024.
De minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de periode, bedoeld in het eerste lid.
In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van:
- a. een opgave van het nummer waarmee de penvoerder en de andere zorgaanbieder in de wijkverpleging geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel;
- b. een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door alle deelnemers in het samenwerkingsverband; en
- c. een de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening.
Indien de penvoerder of de andere zorgaanbieder in de wijkverpleging, niet beschikt over een toelatingsvergunning en een AGB-code, gaat de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van:
- a. een contract tussen een zorgverzekeraar en de betreffende zorgaanbieder, waaruit blijkt dat er in 2024 zorg wordt ingekocht bij deze zorgaanbieder in combinatie met factuur en betaalbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat zorgprestaties in 2024 zijn geleverd; of
- b. een schriftelijke verklaring van een zorgverzekeraar aan de betreffende zorgaanbieder in combinatie met een factuur en betaalbewijs in de vorm van een bankafschrift waaruit blijkt dat zorgprestaties in 2024 zijn geleverd.
De penvoerder gebruikt een door de minister vastgesteld formulier voor de aanvraag tot subsidieverlening, de de-minimisverklaring, de samenwerkingsovereenkomst en het activiteitenplan, bedoeld in artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 10. Bevoorschotting
De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 100% dat in een keer wordt betaald.
Artikel 11. Administratieplicht
De penvoerder zorgt ervoor dat een ordentelijke administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden nagegaan dat de activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, daadwerkelijk zijn verricht.
In de administratie wordt in ieder geval bijgehouden middels gespreksverslagen welke overleggen zijn gevoerd tussen de deelnemers van het samenwerkingsverband in het kader van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
De administratie wordt op overzichtelijke, controleerbare en doelmatige wijze ingericht.
De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na de vaststelling bewaard.
Artikel 12. Afwijzingsgronden
De minister wijst een subsidieaanvraag in ieder geval af als:
- a. aan het samenwerkingsverband al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten op grond van deze of een andere regeling;
- b. als er geen de-minimisverklaring bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt meegestuurd; en
- c. indien door het aangevraagde subsidiebedrag het maximale bedrag aan de-minimissteun per onderneming wordt overschreden.
Artikel 13. Verantwoording en vaststelling
De penvoerder toont aan de hand van een activiteitenverslag aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.
In aanvulling op artikel 7.6 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, gaat de aanvraag tot vaststelling vergezeld van een breed gedragen plan ondersteund door de deelnemers in het samenwerkingsverband.
De penvoerder gebruikt voor de aanvraag tot vaststelling en het aanleveren van het breed gedragen plan een door de minister vastgesteld formulier.
Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 1 januari 2026 ingediend.
Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en aan de daaraan verbonden verplichtingen is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
Artikel 14. Hardheidsclausule
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 15. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum publicatie in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 augustus 2029.
Artikel 16. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.