Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 28 augustus 2024, nr. WJZ/ 26374198, tot vaststelling van een regeling voor de verstrekking van subsidie voor het verplaatsen van veehouderijen met piekbelasting op natuurgebieden (Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting)
Hoofdstuk 1. Algemeen
Hoofdstuk 1. Algemeen
Hoofdstuk 3. Bedrijfsverplaatsing
Artikel 3.1. Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- –. modernisering: investering in een bouwwerk of voorziening, die voor de veehouderijonderneming nieuwe productietechnologie is of bestemd is ter vervanging van een aanwezige bouwwerk of voorziening, waarbij de betrokken productie of technologie fundamenteel gewijzigd wordt;
- –. vervanging bestaand bouwwerk: vervanging van een bouwwerk of een deel daarvan door een ander bouwwerk of een deel daarvan waarbij het doel, de functie en de uitvoering van het betreffende bouwwerk gelijkwaardig blijft.
Artikel 3.2. Subsidiabele activiteiten
De minister kan een veehouderijonderneming op aanvraag subsidie verstrekken voor:
- a. de verplaatsing van een veehouderijonderneming naar een hervestigingslocatie; en
- b. investeringen op de hervestigingslocatie in verband met de in onderdeel a bedoelde verplaatsing van de veehouderijonderneming.
Artikel 3.3. Vereisten hervestigingslocatie
De aanvrager vangt binnen vierentwintig maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening de veehouderijonderneming aan op een door hem gekozen hervestigingslocatie.
De termijn, genoemd in het eerste lid, kan op verzoek van de aanvrager eenmalig met zes maanden worden verlengd, indien aannemelijk is dat de aanvrager niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn de veehouderijonderneming kan aanvangen op de hervestigingslocatie.
Van aanvangen van de veehouderijonderneming op de hervestigingslocatie is sprake als:
- a. deze locatie door de veehouder is geregistreerd met een uniek registratienummer;
- b. door de aanvrager landbouwhuisdieren worden gehouden op de hervestigingslocatie;
- c. het uniek registratienummer van de te verlaten veehouderijlocatie is beëindigd.
De hervestigingslocatie voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
- a. de hervestigingslocatie bevindt zich in een land dat op het moment van het indienen van de aanvraag de status van lidstaat van de Europese Unie heeft;
- b. het uitoefenen van de veehouderijonderneming door de verplaatsende veehouder past binnen de planologische functie van de hervestigingslocatie; en
- c. de stikstofvracht op een overbelast Natura 2000-gebied, op de hervestigingslocatie, berekend op basis van het toegestane aantal landbouwhuisdieren op grond van de voor de hervestigingslocatie verleende vergunning of toestemming van het bevoegd gezag, bedraagt minder dan 2.500 mol stikstof per jaar.
Indien de hervestigingslocatie zich bevindt buiten het grondgebied van de lidstaat Nederland, zijn het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, onderdeel c, niet van toepassing.
Artikel 3.4. Vereisten te verlaten veehouderijlocatie
Er is sprake van een verplaatsing van een veehouderijonderneming als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a, indien de veehouderijonderneming aanvangt als bedoeld in artikel 3.3, derde lid, op een hervestigingslocatie, waarbij de te verlaten veehouderijlocatie wordt gesloten.
Van een sluiting van de te verlaten veehouderijlocatie is sprake:
- a. indien niet langer landbouwhuisdieren worden gehouden op de te verlaten veehouderijlocatie;
- b. indien de dierlijke meststoffen zijn verwijderd van de te verlaten veehouderijlocatie;
- c. al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving:
- 1°. indien de veehouderijonderneming bij het bevoegd gezag een omgevingsrechtelijke melding heeft gedaan dat op de te verlaten veehouderijlocatie niet langer landbouwhuisdieren worden gehouden door de veehouderijonderneming; of
- 2°. indien het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit voor de te verlaten veehouderijlocatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de te verlaten veehouderijlocatie landbouwhuisdieren te houden;
- d. indien de veehouder beschikt over een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor de te verlaten veehouderijlocatie, deze vergunning is ingetrokken, tenzij onderdeel e van toepassing is;
- e. in het geval de veehouder voornemens is om op de locatie na de sluiting andere activiteiten te gaan verrichten, het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder een besluit heeft genomen:
- 1°. op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van die activiteiten, met een maximum van 15% van de stikstofemissie van de activiteiten waarvoor voorheen toestemming was verleend,
- 2°. waarbij voor zover het besluit een wijziging van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit betreft de vergunninghouder wordt verplicht om de toestemming voor de stikstofemissie van de andere activiteiten te laten intrekken ten behoeve van een of meer Natura 2000-gebieden, wanneer hij niet langer gebruik maakt van die toestemming;
- f. indien het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente binnen de grenzen waarvan de te verlaten veehouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de veehouder in behandeling heeft genomen om het omgevingsplan zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een veehouderijonderneming kan worden gevestigd;
- g. indien de veehouder zich met gebruikmaking van de in bijlage 3 bij de regeling opgenomen modelovereenkomst met de Staat der Nederlanden heeft verbonden om:
- 1°. niet langer op de te verlaten veehouderijlocatie landbouwhuisdieren te houden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;
- 2°. zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de te verlaten veehouderijlocatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie landbouwhuisdieren worden gehouden; en
- h. indien de voor de veehouderijonderneming op de te verlaten veehouderijlocatie gebruikte bouwwerken zijn afgebroken en verwijderd.
De minister kan ontheffing verlenen van het vereiste, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, voor zover de veehouder de bouwwerken langdurig gaat gebruiken voor andere activiteiten dan voor de veehouderijonderneming, mits het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet binnen twaalf maanden na aanvang op de hervestigingslocatie met dat gebruik heeft ingestemd.
Artikel 3.5. Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor hoofdstuk 3 bedraagt € 90.000.000.
Indien blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag zo nodig aan het subsidieplafond toegevoegd voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3.2.
Artikel 3.6. Subsidiecomponenten
De subsidie omvat:
- a. een bijdrage in verband met de kosten van het demonteren van de bij de te verlaten veehouderlocatie aanwezige bouwwerken of voorzieningen met het oog op het hergebruik op de hervestigingslocatie;
- b. een bijdrage in verband met de kosten van het verhuizen van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken, voorzieningen of landbouwhuisdieren naar de hervestigingslocatie;
- c. een bijdrage in verband met het op de hervestigingslocatie opbouwen van de bij de te verlaten veehouderijlocatie te demonteren en verhuizen bouwwerken of voorzieningen;
- d. een bijdrage in verband met het overnemen van bestaande bouwwerken of vervanging van bestaande bouwwerken op de hervestigingslocatie; en
- e. een bijdrage in verband met het terugbrengen van de te verlaten veehouderijlocatie naar een uit milieuoogpunt bevredigende toestand door de op de te verlaten veehouderijlocatie gebruikte bouwwerken af te breken en te verwijderen;
- f. een bijdrage in verband met een investering op de hervestigingslocatie ten behoeve van de verplaatsing van de veehouderijonderneming, die leidt tot modernisering ten opzichte van de bouwwerken of voorzieningen die ten tijde van het indienen van de aanvraag om subsidie aanwezig zijn op de te verlaten veehouderijlocatie;
- g. een bijdrage in verband met de kosten voor de inhuur van deskundigen die direct verbonden zijn met de uitvoering van de bedrijfsverplaatsing.
De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste € 25.000 per aanvraag.
Artikel 3.7. Bijdrage demonteer-, verhuis-, en opbouwkosten
De in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a, b en c, bedoelde bijdrage bedraagt 100 procent van de werkelijke kosten:
- a. voor het demonteren en verhuizen van bouwwerken en voorzieningen van de te verlaten veehouderijlocatie naar de hervestigingslocatie, alsmede voor de kosten voor het opbouwen van de genoemde bouwwerken of voorzieningen op de hervestigingslocatie;
- b. voor het verhuizen van landbouwhuisdieren, tractoren of landbouwwerktuigen van de te verlaten veehouderijlocatie naar de hervestigingslocatie.
Onder de kosten voor het opbouwen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt mede verstaan de kosten voor de aanleg of vervanging van voor de te verhuizen bouwwerken benodigde onderdelen die niet, of niet zonder schade van betekenis, kunnen worden verwijderd van de te verlaten veehouderijlocatie.
Onder de kosten voor het verhuizen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt mede verstaan de kosten voor de opslag en stalling van bouwwerken, voorzieningen, tractoren, landbouwwerktuigen of landbouwhuisdieren, voor de maximale duur van 31 dagen, totdat zij kunnen worden verhuisd naar, en in gebruik kunnen worden genomen op, de hervestigingslocatie.
Artikel 3.8. Bijdrage overnemen bestaande bouwwerken en vervangen bouwwerken op de hervestigingslocatie
De in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel d, bedoelde bijdrage voor het overnemen van bestaande bouwwerken op de hervestigingslocatie en het vervangen van bouwwerken op de hervestigingslocatie wordt bepaald door de som van:
- a. 100 procent van de koopsom van de bouwwerken op de hervestigingslocatie tot een maximum van 100 procent van de marktwaarde van deze bouwwerken;
- b. 100 procent van de kosten van vervanging van de te vervangen bouwwerken op de hervestigingslocatie; en
- c. 100 procent van de onlosmakelijk met de overname van de bouwwerken op de hervestigingslocatie verbonden proceskosten, bedoeld in het zesde lid;
tot maximaal de vervangingswaarde van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken die in eigendom zijn van de subsidieontvanger.
Indien de subsidieontvanger op grond van artikel 3.4, derde lid, een ontheffing heeft gekregen voor het afbreken en verwijderen van een bouwwerk, wordt de vervangingswaarde van het betreffende bouwwerk niet meegenomen in het bepalen van de hoogte van de vervangingswaarde van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken, bedoeld in het eerste lid.
De in het eerste lid bedoelde bijdrage voor het overnemen of vervangen van bouwwerken op de hervestigingslocatie heeft alleen betrekking op de productiecapaciteit van deze bouwwerken tot maximaal 100 procent van de productiecapaciteit van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken.
Een bijdrage voor vervanging van een bestaand bouwwerk op de hervestigingslocatie wordt alleen verleend voor een bouwwerk dat voor meer dan de helft is afgeschreven ten tijde van het indienen van de subsidieaanvraag.
Voor het bepalen van de mate van afschrijving, bedoeld in het vierde lid, wordt gebruik gemaakt van de op het moment van indienen van de subsidieaanvraag meest actuele publicatie van het handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij.
Onder de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde proceskosten wordt verstaan:
- a. de kosten voor de notaris;
- b. verschuldigde overdrachtsbelasting in verband met het verkrijgen van een zakelijk recht op de op de hervestigingslocatie aanwezige bouwwerken, voor zover deze overdrachtsbelasting betrekking heeft op de productiecapaciteit van de aanwezige bouwwerken op de hervestigingslocatie tot maximaal 100 procent van de productiecapaciteit van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken;
- c. kadastrale kosten;
- d. leges voor vergunningen en planologische procedures voor de hervestigingslocatie;
- e. kosten van de bouwkundige keuring van de bouwwerken;
- f. kosten voor de vertaling, bedoeld in artikel 3.20, tweede lid, onderdeel e.
Indien een subsidieontvanger op grond van het eerste lid in aanmerking komt voor subsidie voor de overname of vervanging van bouwwerken, komt de subsidieontvanger niet in aanmerking voor subsidie voor het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bouwwerken, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a, b en c.
Een door een taxateur opgesteld taxatierapport van de in het eerste lid bedoelde marktwaarde van de op de hervestigingslocatie aanwezige bouwwerken, erfgrond, cultuurgrond en bedrijfswoning of van de in het eerste lid bedoelde vervangingswaarde van de bouwwerken op de te verlaten veehouderijlocatie, voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in bijlage 2 bij de regeling.
Artikel 3.9. Bijdrage sloopkosten ten behoeve van het terugbrengen van de te verlaten veehouderijlocatie naar een uit milieuoogpunt bevredigende toestand
De in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel e, bedoelde bijdrage bedraagt 100 procent van de werkelijke kosten voor het slopen en verwijderen van de op de te verlaten veehouderijlocatie aanwezige bouwwerken, tot een maximum van € 45,– per vierkante meter, van het totaal van de te slopen en te verwijderen bouwwerken.
Indien op grond van artikel 3.6, eerste lid, onderdeel a, een subsidieontvanger in aanmerking komt voor subsidie voor het demonteren van een bouwwerk, teneinde dit bouwwerk te verhuizen en weer op te bouwen op de hervestigingslocatie, komt de subsidieontvanger niet in aanmerking voor subsidie op grond van artikel 3.6, eerste lid, onderdeel e, voor het slopen van hetzelfde bouwwerk.
Onvoorwaardelijk ontvangen gelden voor bij de sloop vrijgekomen materialen die worden vervreemd door de subsidieontvanger, worden verrekend met de subsidie die wordt ontvangen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onderdeel e.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.