← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 4 september 2024, nr. WJZ/86218195, houdende regels over het verstrekken van een specifieke uitkering aan provincies ten behoeve van PAS-melders (Regeling provinciale maatregelen PAS-melders 2024)

Geldende tekst a fecha 2024-09-06

Gelet op de artikelen 2a, eerste lid, onder d, en 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering
1.

De minister kan aan een provincie op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken voor maatregelen die met voldoende zekerheid een oplossing bieden voor gemelde PAS-projecten en getroffen worden in de periode vanaf de inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december 2026.

2.

Een maatregel als bedoeld in het eerste lid komt slechts in aanmerking voor een uitkering als voor het bieden van een oplossing voor een gemeld PAS-project niet meer middelen worden besteed dan de waarde van de onderneming waarvoor de melding is gedaan, met een maximum van € 2.000.000, zoals bepaald door een onafhankelijke taxateur.

3.

Als de oplossing het kopen van onroerende goederen omvat, kan de uitkering alleen worden verstrekt voor de waardedaling van de onroerende goederen door functieverandering of gebruiksbeperkingen. De uitkering bedraagt maximaal 85% van het aankoopbedrag.

4.

Een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan inhouden dat de provincie een subsidie verstrekt aan ondernemingen waarvoor de melding is gedaan. De subsidie kan worden verstrekt voor verwerving van stikstofdepositieruimte, omschakeling, de reductie van stikstofemissie of verplaatsing.

5.

Een subsidie als bedoeld in het vierde lid bedraagt per gemeld PAS-project voor:

6.

Het tweede lid geldt niet voor een subsidie als bedoeld in het vierde en vijfde lid.

7.

De uitkering kan alleen worden verstrekt voor de kosten van verplichtingen die door de provincie zijn of worden aangegaan na de inwerkingtreding van deze regeling.

8.

De uitkering wordt niet verstrekt voor:

Artikel 3. Uitkeringsplafond

Het uitkeringsplafond bedraagt in totaal € 226.900.000, inclusief de omzetbelasting waarvoor de provincie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds voor compensatie in aanmerking komt.

Artikel 4. Beschikbaar budget per aanvraagperiode, maximumbedrag per aanvraag en wijze van verdeling
1.

Een provincie kan in de periodes, genoemd in de tabel, telkens één aanvraag indienen. Voor elke periode geldt het daarbij genoemde beschikbare budget en maximumbedrag per aanvraag, beide inclusief de compensabele omzetbelasting, bedoeld in artikel 3.

Aanvraagperiode Beschikbaar budget Maximumbedrag per aanvraag
9 september 2024 9 uur tot 4 oktober 2024 17 uur € 94,8 miljoen € 7,9 miljoen
3 februari 2025 9 uur tot 28 februari 2025 17 uur € 46,15 miljoen € 4,615 miljoen
1 september 2025 9 uur tot 30 september 2025 17 uur € 46,15 miljoen € 4,615 miljoen
2 februari 2026 9 uur tot 27 februari 2026 17 uur € 39,8 miljoen € 3,98 miljoen
2.

Het beschikbare budget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3.

Als een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt voor de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als dag van binnenkomst.

Artikel 5. Aanvraag
1.

De aanvraag bevat in ieder geval:

2.

Het aangevraagde bedrag kan maximaal 5% apparaatskosten bevatten.

3.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.

Artikel 6. Beslistermijn, verlening en voorschot
1.

De minister geeft binnen zes weken na het indienen van de aanvraag een beschikking omtrent verlening van de uitkering.

2.

De beschikking vermeldt het bedrag van de uitkering en het bedrag van de compensabele omzetbelasting dat wordt toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds.

3.

De minister betaalt binnen 12 weken na de verzending van de beschikking een voorschot van 100%.

Artikel 7. Verplichtingen met het oog op een doelmatige besteding
1.

De provincie spant zich ervoor in om de uitkering te besteden op de meest kostenefficiënte wijze per gemeld PAS-project.

2.

De provincie houdt bij de besteding van de middelen rekening met haar voornemens voor het landelijk gebied en de opgaven voor stikstof, natuur, water en klimaat.

Artikel 8. Verplichtingen als de uitkering is verstrekt voor waardedaling onroerende goederen
1.

Voor zover de uitkering is verstrekt voor de waardedaling, bedoeld in artikel 2, derde lid, stelt de provincie de minister in één keer voor de hele uitkering, uiterlijk 15 juli 2029 gelijktijdig met de jaarlijkse verantwoording, bedoeld in artikel 12, eerste lid, in kennis van de aankoopwaarde en van de opbrengst- of restwaarde van die goederen.

2.

De aankoopwaarde en de restwaarde van de betrokken goederen worden bepaald door een onafhankelijke taxateur. Het rapport van de taxateur over de restwaarde wordt door de provincie verstrekt bij de inkennisstelling, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9. Andere verplichtingen
1.

De provincie neemt bij de besteding van de uitkering het Unierecht met betrekking tot mededinging, aanbesteding en staatssteun in acht.

2.

De provincie informeert de minister op verzoek over de voortgang van de maatregelen waarvoor de uitkering is verstrekt.

3.

De provincie zorgt ervoor dat de verkregen stikstofdepositieruimte die zij niet vóór de vaststelling van de uitkering gebruikt voor de in artikel 2, eerste lid, bedoelde maatregelen, beschikbaar blijft om te worden opgenomen in de SSRS-bank, bedoeld in art. 17a.6 van de Omgevingsregeling.

4.

De minister kan in de beschikking tot verlening verplichtingen opleggen over de wijze van vastlegging van de gegevens die zijn gebruikt bij het in kaart brengen van de effecten van de maatregelen waarvoor de uitkering is verstrekt.

5.

De minister kan in de beschikking tot verlening andere verplichtingen opleggen in het belang van het legaliseren van de projecten, bedoeld in artikel 22.21, eerste lid, van de Omgevingswet.

Artikel 10. Periode voor afronden maatregelen
1.

De minister bepaalt in de beschikking tot verlening tot wanneer de maatregelen kunnen worden uitgevoerd.

2.

De minister kan voor een of meer maatregelen de in het eerste lid bedoelde periode en de termijn, genoemd in artikel 8, eerste lid, op verzoek van de provincie eenmalig verlengen met ten hoogste vier jaar.

Artikel 11. Verwerking van gegevens
1.

De minister kan voor een beoordeling van de juistheid van de informatie die is verstrekt bij de indiening van aanvragen op grond van deze regeling gebruikmaken van de daarvoor noodzakelijke gegevens die zijn opgenomen in registraties op grond van de volgende wettelijke voorschriften:

2.

De minister kan gegevens die in het kader van deze regeling zijn verstrekt:

Artikel 12. Verantwoording en vaststelling
1.

De provincie legt jaarlijks verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Nadat de minister de relevante verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, heeft ontvangen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, stelt de minister de uitkering binnen 22 weken na die ontvangst ambtshalve vast.

Artikel 13. Inwerkingtreding en horizonbepaling
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn aangevraagd, verleend of vastgesteld.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling provinciale maatregelen PAS-melders 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.