Besluit van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 15 september 2024 nr. 2024-0000024769, tot het vaststellen en uitvoeren van het erkend stelsel van kwaliteitsverklaringen voor de bouw en tot het verlenen van mandaat en machtiging aan de toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw (Besluit erkend stelsel en uitvoering, mandaat en machtiging)
Gelet op artikel 4.3, eerste lid, onder a van de Omgevingswet, de artikelen 1.2 en 2.15 en bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving, en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gezien de schriftelijke instemming van het bestuur van de toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw overeenkomstig artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht d.d. 1 mei 2024;
BESLUIT:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- b. wet: Omgevingswet;
- c. besluit: Besluit bouwwerken leefomgeving;
- d. erkend stelsel: een door de minister erkend stelsel van kwaliteitsverklaringen voor de bouw, als bedoeld in artikel 2.15 van het besluit;
- e. beoordelingsrichtlijn: een grondslag voor certificatie;
- f. kwaliteitsverklaring bouw: kwaliteitsverklaring bouw als bedoeld in bijlage I van het besluit;
- g. instituut: geaccrediteerde, onafhankelijke en deskundige instelling, als bedoeld in bijlage I van het besluit die is aangewezen door de minister en kwaliteitsverklaringen afgeeft binnen het erkende stelsel;
- h. schemabeheerder: geaccrediteerde, onafhankelijke en deskundige instelling, die beoordelingsrichtlijnen ontwikkelt en beheert binnen het erkende stelsel;
- i. toelatingsorganisatie: toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw als bedoeld in artikel 7ak van de Woningwet;
- j. verordening bouwproducten: verordening (EU) 2011/305 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PbEU 2011 L88/5).
Hoofdstuk 2. Erkend stelsel
Artikel 2. Inhoud erkend stelsel
Kwaliteitsverklaringen waarvan de afgifte voldoet aan de in het derde lid genoemde voorwaarde worden geachte te zijn afgegeven onder het erkend stelsel.
De minister wijst instituten aan die kwaliteitsverklaringen bouw mogen afgeven;
De minister stelt aan de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid voorwaarden over de eisen en procedures die door de aangewezen instituten moeten worden gehanteerd bij de afgifte van kwaliteitsverklaringen bouw.
Hoofdstuk 3. Bepalingen ten aanzien van uitvoering?
Artikel 3. Voorwaarden afgifte kwaliteitsverklaringen bouw
De minister kan op een aanvraag van een schemabeheerder een beoordelingsrichtlijn aanwijzen die:
- a. voldoet aan de technische regels uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en duurzaamheid en de voorschriften inzake het gebruik die bij of krachtens het besluit zijn gesteld;
- b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
- c. aansluit bij reeds tot het erkend stelsel toegelaten beoordelingsrichtlijnen; en
- d. voldoet aan de voorwaarden van het aanwijzingskader, bedoeld in het vijfde lid.
De minister toetst een door een aangewezen instituut afgegeven kwaliteitsverklaring en erkent dat die:
- a. aansluit op een al tot het stelsel aangewezen beoordelingsrichtlijn;
- b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
- c. een uniek nummer heeft dat is afgegeven door een aangewezen instituut;
- d. de door de aangewezen instelling afgegeven verklaring aan één rechtspersoon is toegewezen onder de voorwaarde dat deze verklaring niet overdraagbaar is; en
- e. voldoet aan de voorwaarden van het aanwijzingskader, bedoeld in het zesde lid.
De minister kan een aanwijzing van een beoordelingsrichtlijn schorsen of intrekken als deze niet meer voldoet aan het bepaalde in het eerste lid.
De minister kan een erkenning van een afgegeven kwaliteitsverklaring schorsen of intrekken als deze niet meer voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.
De minister kan het aanwijzen van een instituut schorsen of intrekken als deze niet meer voldoet aan het bepaalde in het artikel 2, eerste lid.
Voor de uitvoering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 2 en het eerste en tweede lid van artikel 3, maakt de minister gebruik van een aanwijzingskader dat bekend is gemaakt op www.officielebekendmakingen.nl en op de website van de toelatingsorganisatie is gepubliceerd.
Artikel 4. Openbaar register
De minister houdt een openbaar register bij van de beoordelingsrichtlijnen binnen het stelsel, die voldoen aan artikel 3, eerste lid.
De minister houdt een openbaar register bij van de aangewezen instituten en van de erkende kwaliteitsverklaringen, bedoeld in artikel 2.15 van het besluit, die voldoen aan artikel 3, tweede lid.
Bij zwaarwegende signalen omtrent de betrouwbaarheid van een kwaliteitsverklaring van de in artikel 3, tweede lid, bedoelde criteria, kan de minister een onderzoek gelasten en de publicatie van die kwaliteitsverklaring voor een periode van maximaal twee maanden opschorten.
Voor het goed functioneren van het stelsel van kwaliteitsverklaringen licht de minister het betreffende aangewezen instituut en de Raad voor Accreditatie in over de zwaarwegende signalen, het onderzoek en over de opschorting van de publicatie als bedoeld in het derde lid.
Binnen de in het derde lid bepaalde termijn meldt het aangewezen instituut aan de minister en de Raad voor Accreditatie de uitkomst van het nader onderzoek, als bedoeld in het derde lid.
De minister besluit na de uitkomst van het nader onderzoek als bedoeld in het derde lid of de erkenning van de kwaliteitsverklaring wordt ingetrokken en of de publicatie van de kwaliteitsverklaring wordt doorgehaald.
Artikel 5. Financiering
Voor de aanwijzing, bedoeld in artikel 2, onder g, is het instituut vergoeding verschuldigd aan de minister.
Voor de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 3, eerste en 4, eerste lid, is de schemabeheerder een vergoeding verschuldigd aan de minister.
Voor de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en 4, tweede lid, is het aangewezen instituut een vergoeding verschuldigd aan de minister.
De tarieven voor de vergoedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden bekend gemaakt op www.officielebekendmakingen.nl en zijn te vinden op de website van de toelatingsorganisatie.
Hoofdstuk 4. Mandaat en machtiging
Artikel 6. Bevoegdheden
Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend om namens de minister de volgende bevoegdheden uit te oefenen en de taken uit te voeren:
- a. het aanwijzen van een instituut, schorsen of intrekken van deze aanwijzing, bedoeld in de artikelen 1, onder g, en artikel 3, vijfde lid;
- b. het stellen van voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
- c. het aanwijzen, schorsen of intrekken van een beoordelingsrichtlijn als bedoeld in artikel 3, eerste en derde lid;
- d. het beoordelen, erkennen, schorsen of intrekken van kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 3, tweede en vierde lid;
- e. het vaststellen en bekendmaken van het aanwijzingskader als bedoeld in artikel 3, zesde lid;
- f. het bijhouden en zorgdragen voor de bekendmaking van de aangewezen beoordelingsrichtlijnen, aangewezen instituten en erkende kwaliteitsverklaringen, bedoeld in artikel 4; en
- g. het innen van een vergoeding en het bekend maken van de tarieven als bedoeld in artikel 5.
Artikel 7. Beleidsregels
Het op grond van dit besluit verleende mandaat en machtiging ten behoeve van het bestuur van de toelatingsorganisatie omvat mede de bevoegdheid tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 6.
Artikel 8. Nemen van besluiten
Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikelen 6 en 7.
Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend:
- a. om namens de minister een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 6;
- b. verweer te voeren, in geval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in artikel 6;
- c. verweer te voeren in geval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 6; en
- d. een procesbesluit te nemen in het instellen van beroep, hoger beroep alsmede het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening.
Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt machtiging verleend tot het namens de minister afhandelen van klachten, niet zijnde klachten over het bestuur van de toelatingsorganisatie, als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, het voeren van correspondentie, het nemen en doen uitgaan van beslissingen ter zake met inachtneming van de bepalingen in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt machtiging verleend tot het namens de minister behandelen en beantwoorden van burgerbrieven, daarin zo nodig inhoudelijk bijgestaan door beleidsdirecties van het Ministerie van Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordening.
Artikel 9. Ondermandaat
Het verlenen van ondermandaat of machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met het mandaatbesluit van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat of machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal van en aan het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en aan degenen aan wie krachtens dit besluit ondermandaat dan wel machtiging is verleend.
Artikel 10. Ondertekening
Als een besluit wordt genomen bij of krachtens een in dit besluit gemandateerde bevoegdheid, luidt de ondertekening:
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
namens deze: gevolgd door functieaanduiding, handtekening en naam van de gemandateerde.
Het krachtens mandaat of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken vindt plaats op de volgende wijze:
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.