← Geldende tekst · Geschiedenis

Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2023

Geldende tekst a fecha 2023-01-01

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het toekennen van een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

Op grond van artikel 56a, tweede lid, onder a, van de Wmg geeft de Nza op aanvraag toepassing aan artikel 56a, eerste tot en met negende lid, van de Wmg. Gelet op artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg, heeft de Minister van VWS, ten behoeve van de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist als bedoeld in artikel 1, tweede lid van deze beleidsregel, een vijftal aanwijzingen op grond van artikel 7 van de Wmg aan de NZa gegeven. Deze aanwijzingen dateren van 17 september 2012, 17 oktober 2013, 6 juli 2016, 26 juni 2018 en 6 juli 2020 en hebben respectievelijk als kenmerk MC-U-3131142, 132010-106827-MC, 984591-152516-MC,1355023-177350-PZo en 1713658-207569-PZo. Deze aanwijzingen zijn gepubliceerd in de Staatscourant onder nummer 20041, 30705, 36918, 37253 en 37007.

Gelet op artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg, heeft de Minister van VWS, ten behoeve van de ziekenhuisopleidingen als bedoeld in artikel 1.3 van deze beleidsregel, een aanwijzing op grond van artikel 7 van de Wmg aan de NZa gegeven. Deze aanwijzing dateert van 28 juni 2013 en heeft als kenmerk 125996-105636-MC.

Gelet op artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg heeft de Minister van VWS, ten behoeve van de medische opleidingen tot sportarts, klinisch neuropsycholoog en arts voor verstandelijk gehandicapten, een aanwijzing op grond van artikel 7 Wmg aan de NZa gegeven. Deze aanwijzing dateert van 30 juni 2015 en heeft als kenmerk 776201-137544-MC.

Op de beschikbaarheidbijdrage zijn titel 4.2 (‘subsidies’) en 4.4 (‘bestuursrechtelijke geldschulden’) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG van toepassing. De beschikbaarheidbijdrage wordt beschikbaar gesteld uit het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en het Fonds langdurige zorg (Flz).

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

De (medische) vervolgopleidingen waarop deze beleidsregel van toepassing is, zijn te verdelen in twee categorieën:

De vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zijn:

De vervolgopleidingen tot gespecialiseerd verpleegkundige en medisch ondersteunend personeel zijn:

De zorgaanbieder die door de daartoe bevoegde instantie is erkend voor het verzorgen van een (deel van een) (medische) vervolgopleiding.

Bijdrage als bedoeld in artikel 56a Wmg.

Een opleidingsplaats die in aanmerking komt voor een subsidie.

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Full time equivalent (voltijdse plaats).

Het startmoment van de opleiding is dat moment waarop de (medisch) specialist in opleiding met zijn opleiding begint.

Jaar t is het lopende subsidiejaar waarin de opleiding plaatsvindt.

Het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa omschrijft de uniforme

procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verstrekking van alle beschikbaarheidbijdragen door de NZa. Dit kader is ook van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor de (medische) vervolgopleidingen. In enkele gevallen geldt een uitzondering op de uniforme procedure. Deze uitzondering staat dan omschreven in deze beleidsregel.

Artikel 1.12 tot en met 1.23 beschrijven de begripsbepalingen die van toepassing zijn op de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zoals genoemd in artikel 1.2.

Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:

of;

Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:

Het kalenderjaar (jaar t) waarin de (medisch) specialist in opleiding start met de opleiding op een subsidiabele opleidingsplaats.

Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die wordt opgeleid voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.

De registratiecommissies voor medische specialismen zijn:

De opleidingsinstituten zijn instituten die erkenningen afgeven aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2.

Voor enkele opleidingen geldt dat de (medisch) specialist in opleiding niet in dienst is bij een opleidende zorgaanbieder, maar bij een stichting die verantwoordelijk is voor het gehele proces van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding. Deze wordt in deze beleidsregel beschouwd als opleidende zorgaanbieder en is verantwoordelijk voor het gehele proces van aanvragen van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van deze opleidingen.

Deze stichtingen zijn:

Overzicht uit het opleidingsregister van de per opleiding tot (medisch) specialist gerealiseerde opleidingsplaatsen per opleidende zorgaanbieder, uitgesplitst naar instroomplaatsen (medisch) specialist en doorstroomplaatsen (medisch) specialist.

Het aantal uren dat de (medisch) specialist in opleiding feitelijk heeft besteed aan zijn opleiding. Hierbij gaan wij uit van de berekening zoals genoemd in artikel 4.3.

Overzicht van de verdeling van het maximaal aantal instroomplaatsen en bijbehorende fte voor de vervolgopleiding tot (medisch) specialist per specialisme per opleidende zorgaanbieder, als bedoeld in onderdeel D van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.

In de artikelen 1.24 tot en met 1.28 zijn de begripsbepalingen beschreven die van toepassing zijn op de ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3.

Opleidingsplaats voor een natuurlijk persoon die voor de eerste keer aanvangt met een volledige ziekenhuisopleiding bij een opleidende zorgaanbieder.

Natuurlijk persoon die met goed gevolg een volledige ziekenhuisopleiding heeft voltooid bij een erkende opleidende zorgaanbieder en een diploma heeft van het CZO. Dit betreft alle ziekenhuisopleidingen.

De registratiecommissie voor ziekenhuisopleidingen is het College Zorg Opleidingen (CZO).

Het CZO geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3.

De NZa ontvangt van het CZO een opgave van het gerealiseerde aantal ingestroomde en gediplomeerde personen in jaar t uitgesplitst naar ziekenhuisopleidingen en door het CZO erkende zorgaanbieders.

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze zorgaanbieders in aanmerking kunnen komen voor een beschikbaarheidbijdrage voor de bekostiging van (medische) vervolgopleidingen en op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheden om deze beschikbaarheidbijdrage toe te kennen.

Artikel 3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op het door een zorgaanbieder beschikbaar hebben van (medische) vervolgopleidingen als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 1, sub a, b en c van de bijlage.

Artikel 4. Algemeen

De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage aan opleidende zorgaanbieders ter vergoeding van de kosten die de zorgaanbieder daadwerkelijk maakt voor het verzorgen van (medische) vervolgopleidingen, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 1, sub a, b en c van de bijlage.

De NZa verstrekt uitsluitend beschikbaarheidbijdragen aan opleidende zorgaanbieders die door een registratiecommissie als genoemd in artikel 1.17, de opleidingsinstituten als genoemd in artikel 1.18 en 1.19 of het CZO als genoemd in artikel 1.26, erkend zijn om een (medische) vervolgopleiding te verzorgen.

De berekening van de realisatie per (medisch) specialist in opleiding (in fte) vindt plaats volgens de volgende formule:

Aantal uren opleiding volgens de personeels- of salarisadministratie van de zorgaanbieder' gedeeld door ‘uren reguliere werkweek overeenkomstig de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling.

De collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling wordt gehanteerd van de opleidende zorgaanbieder waar de (medisch) specialist in opleiding zijn formeel dienstverband heeft. Het aantal uren dat voor één persoon wordt ingevoerd in de aanvraag mag nooit leiden tot een realisatie hoger dan 1 fte.

Boventallige (medisch) specialisten in opleiding, zoals beschreven in artikel 1.16, komen niet in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage en mogen niet in de berekening van de realisatie worden meegenomen.

In de toelichting van deze beleidsregel worden een aantal rekenvoorbeelden gegeven van hoe het aantal gerealiseerde fte moet worden berekend.

Voor een aantal opleidingen in de ggz bestaat een maximum aantal uren dat een opleideling in opleiding mag zijn per week. Het aantal gerealiseerde fte per opleideling mag niet boven dit maximum uitkomen. Een opleideling mag voor meer uren dan het maximum in dienst zijn bij de opleidende zorgaanbieder, maar deze zorgaanbieder mag voor de uren boven het maximum geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.

De NZa beoordeelt de ontvangen aanvragen aan de criteria gesteld in deze beleidsregel en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.

In aanvulling op het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ gelden de volgende voorwaarden, voorschriften en beperkingen ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen:

Als de rechtbank het faillissement van een zorgaanbieder heeft uitgesproken en een curator heeft aangesteld, dient de curator de aanvraag tot vaststelling namens de failliete zorgaanbieder in. Dit doet de curator voor de subsidiejaren waarvoor de failliete zorgaanbieder nog geen vaststelling heeft ingediend, maar wel een verleningsbeschikking heeft ontvangen. De curator handelt daarbij volgens de voorschriften en voorwaarden uit deze beleidsregel en het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.

Als een failliete zorgaanbieder een aanvraag indient voor de verlening van de beschikbaarheidbijdrage, neemt de NZa deze aanvraag niet in behandeling. Als het faillissement vóór 1 januari van jaar t wordt uitgesproken en de verleningsbeschikking voor jaar t reeds door de NZa is afgegeven, kan de NZa de verleningsbeschikking intrekken en de uitgekeerde voorschotten terugvorderen. Er is dan immers vanwege het faillissement niet opgeleid in jaar t.

Als een juridische fusie tussen of overname van opleidende zorgaanbieders op 1 januari van jaar t plaatsvindt, gaat de NZa in jaar t uit van de gefuseerde zorgaanbieder. De gefuseerde zorgaanbieder dient voor zowel de verlening als de vaststelling van jaar t één aanvraag in op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder. De NZa geeft op basis van deze aanvraag voor zowel de verlening als de vaststelling één beschikking af op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder.

Als een juridische fusie tussen of overname van opleidende zorgaanbieders plaatsvindt na 1 januari van jaar t, gaat de NZa voor de verlening en vaststelling van jaar t uit van de afzonderlijke zorgaanbieders. Beide zorgaanbieders dienen voor zowel de verlening als vaststelling van jaar t een aanvraag in op hun eigen NZa-nummer. De NZa geeft op basis van deze aanvragen voor zowel de verlening als de vaststelling een beschikking per zorgaanbieder af op hun eigen NZa-nummer.

Vanaf het jaar dat volgt op de fusie of overname gaat de NZa voor de verlening en de vaststelling uit van de gefuseerde zorgaanbieder. Dit betekent dat de gefuseerde zorgaanbieder voor zowel de verlening als de vaststelling vanaf het jaar volgend op de fusie of overname één aanvraag moet indienen op het NZa-nummer van de gefuseerde zorgaanbieder.

De vergoedingsbedragen, zoals vastgesteld in de aanwijzing of door de NZa, zijn gedurende de gehele opleiding gekoppeld aan het specialisme waar de betreffende (medisch) specialist is ingestroomd.

Een (medisch) specialist of medisch beroepsbeoefenaar in dienst van het Ministerie van Defensie kan niet instromen op een instroomplaats. (Medisch) specialisten of medisch beroepsbeoefenaren in dienst van het Ministerie van Defensie die hun opleiding zijn gestart vóór het jaar 2022 en waarvoor reeds een beschikbaarheidbijdrage is toegekend, blijven in aanmerking komen voor een beschikbaarheidbijdrage.

De vastgestelde beschikbaarheidbijdrage wordt verrekend met de bevoorschotting. Wanneer de definitieve beschikbaarheidbijdrage hoger uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt de NZa in de vaststellingsbeschikking dat het openstaande bedrag door Zorginstituut Nederland wordt voldaan aan de opleidende zorgaanbieder. Wanneer de definitieve beschikbaarheidbijdrage lager uitvalt dan de bevoorschotting, bepaalt de NZa in de vaststellingsbeschikking dat de opleidende zorgaanbieder het terug te betalen bedrag dient te voldoen aan Zorginstituut Nederland.

Artikel 5. Verlening

De NZa kan op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage verstrekken voor het bekostigen van (medische) vervolgopleidingen. De opleidende zorgaanbieder dient vóór 1 oktober van jaar t–1 de aanvraag voor de verlening van de beschikbaarheidbijdrage in bij de NZa voor instroom, doorstroom en ziekenhuisopleidingen.

Een uitzondering op de deadline van 1 oktober van jaar t–1 is de situatie waarbij de zorgaanbieder gedurende jaar t een opleideling overneemt van een andere zorgaanbieder waardoor er ten tijde van de aanvraagtermijn in jaar t–1 nog niet kon worden voorzien dat er een aanvraag voor de verlening van de beschikbaarheidbijdrage had moeten worden ingediend.

Aanvragen die op of na 1 oktober van jaar t–1 worden ingediend, neemt de NZa tot en met 31 december van jaar t in behandeling. De NZa kent bij de te late aanvragen geen voorschotten toe aan de opleidende zorgaanbieder. Slechts in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 Awb, kan de NZa hiervan afwijken en kan bevoorschotting van overeenkomstige toepassing op de bijzondere gevallen worden toegepast.

Aanvragen die na 31 december van jaar t worden ingediend, neemt de NZa niet in behandeling.

Artikel 6. Berekening verlening beschikbaarheidbijdrage – vervolgopleidingen tot (medisch) specialist

De NZa toetst het door de opleidende zorgaanbieder aangevraagde aantal instroomplaatsen voor (medisch) specialisten aan het verdeelplan. Het aantal opleidingsplaatsen (medisch) specialist per opleiding in de beschikking kan het aantal instroomplaatsen uit het verdeelplan niet overschrijden.

Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen voor (medisch) specialisten van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding niet meegenomen. Instroomplaatsen van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding worden achteraf gefinancierd, zie hiervoor artikel 10.1 sub c.

De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor doorstroomplaatsen (medisch) specialist volgens de overzichten van de registratiecommissies met peildatum 31 oktober van jaar t–1.

Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt voor de (medisch) specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst bij het Ministerie van Defensie een correctie toegepast voor een salariscomponent.

De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, wordt berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa van de Minister ontvangt. Bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage wordt rekening gehouden met de staffel, zoals omschreven in artikel 6, tweede lid, van de aanwijzing4De aanwijzing van 17 september 2012, MC-U-3131142..

In afwijking van artikel 6.5 wordt voor een aantal opleidingen de beschikbaarheidbijdrage waar de zorgaanbieder recht op heeft, berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa heeft vastgesteld. Het betreft de volgende opleidingen:

Deze vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel.

Voor de opleidingen zoals genoemd in artikel 6.6 sub a met uitzondering van de opleiding tot verslavingsarts wordt bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage rekening gehouden met een staffel. De staffel geldt per opleiding op basis van het aantal fte opleidingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 3 staffels:

Staffel
1 0 tot en met 10 fte opleidelingen
2 Vanaf 10 tot en met 23 fte opleidelingen
3 Vanaf 23 fte opleidelingen

De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.

Artikel 7. Berekening verlening beschikbaarheidbijdrage – ziekenhuisopleidingen

De NZa toetst of de aanvragende zorgaanbieder in de opleidingsopgave van het CZO van jaar t–2 voorkomt.

De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor instroomplaatsen en gediplomeerden van ziekenhuisopleidingen, wanneer deze zijn opgenomen in de opleidingsopgave van het CZO van jaar t–2.

De verlening van de beschikbaarheidbijdrage voor de instroomplaatsen van de ziekenhuisopleidingen vindt per medisch beroepsbeoefenaar in opleiding voor aanvang van de opleiding plaats.

De verlening van de beschikbaarheidbijdrage voor de gediplomeerden van de ziekenhuisopleidingen vindt per medisch beroepsbeoefenaar in opleiding na diplomering van de opleiding plaats.

Voor alle ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3 ontvangt de opleidende zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage per gediplomeerde.

Voor de opleidingen tot operatieassistent in service, anesthesiemedewerker in service, radiodiagnostisch laborant in service, radiotherapeutisch laborant in service en klinisch perfusionist ontvangt de opleidende zorgaanbieder tevens een beschikbaarheidbijdrage per instromer.

De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, wordt berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen voor de ziekenhuisopleidingen die de NZa van de Minister ontvangt. De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.

Artikel 8. Bevoorschotting

De op grond van artikel 6 en 7 van deze beleidsregel totaal verleende beschikbaarheidbijdrage wordt voor 85% bevoorschot aan de opleidende zorgaanbieder die haar aanvraag voor 1 oktober van jaar t–1 heeft ingediend. Dit in afwijking van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.

De bevoorschotting vindt in 10 termijnen plaats met de volgende verdeling: januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7% en oktober 8%. In de maanden november en december van jaar t vindt geen bevoorschotting plaats. Dit in afwijking van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.

De feitelijke uitbetaling van de voorschotten gebeurt door Zorginstituut Nederland (ZINL).

Artikel 9. Vaststelling

De opleidende zorgaanbieder moet vóór 1 juni van jaar t+1 de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage bij de NZa aanvragen.

Volgens het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ is iedere opleidende zorgaanbieder die een verleningsbeschikking heeft ontvangen met een bedrag van € 125.000 of meer, bij de aanvraag tot vaststelling verplicht een door een accountant opgesteld assurance-rapport mee te leveren5Ab puc.overheid.nl/nza. Het bedrag aan ziekenhuisopleidingen in de aanvraag telt niet mee voor deze grens.

In afwijking van artikel 5.2.4 en 5.2.5 van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ controleert de NZa de aanvragen van opleidende zorgaanbieders waaraan een beschikbaarheidbijdrage is verleend van een bedrag minder dan € 125.000 (exclusief ziekenhuisopleidingen). De NZa raadpleegt hiervoor de overzichten van desbetreffende registratiecommissies. Wanneer de NZa significante afwijkingen constateert, neemt de NZa contact op met de zorgaanbieder. Indien de NZa het nodig acht heeft zij de bevoegdheid alsnog een assurance-rapport op te vragen bij de zorgaanbieder.

De beschikbaarheidbijdrage kan lager worden vastgesteld als:

De NZa kan gegevens van de registratiecommissies raadplegen voor de eigen controle van de aanvragen voor vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage. De NZa kan op basis van deze gegevens van de registratiecommissies de beschikking aanpassen.

Artikel 10. Berekening vaststelling beschikbaarheidbijdrage – vervolgopleidingen tot (medisch) specialist

De hoogte van de gerealiseerde fte’s voor de vervolgopleiding tot (medisch) specialist wordt door de NZa vastgesteld, waarbij:

De beschikbaarheidbijdrage kan naast de in artikel 9.5 genoemde omstandigheden lager worden vastgesteld als:

De NZa houdt er bij de vaststelling van de definitieve beschikbaarheidbijdrage van de opleidingen tot (medisch) specialist rekening mee dat:

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt vastgesteld, waarbij:

Artikel 11. Berekening vaststelling beschikbaarheidbijdrage – ziekenhuisopleidingen

De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor de ziekenhuisopleidingen wordt vastgesteld door het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen per ziekenhuisopleiding te vermenigvuldigen met het corresponderende vergoedingsbedrag. De vergoedingsbedragen voor ziekenhuisopleidingen zijn vastgesteld door de Minister en worden jaarlijks geïndexeerd door de NZa.

Voor de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor de ziekenhuisopleidingen geldt het volgende:

Artikel 12. Toepasselijkheid van deze beleidsregel

In afwijking van de Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2023 met kenmerk BR/REG-23136a en artikel 13 van de Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2024 is deze beleidsregel van toepassing op besluiten en aangelegenheden in het tijdvak 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de beleidsregel ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2023.

De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Artikel 14. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2023.

Bijlage 1. Vergoedingsbedragen beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen ggz-opleidingen en avg, huisarts en so

De beschikbaarheidbijdragen voor de ggz-opleidingen worden berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen genoemd in tabel 1 en tabel 2.

De beschikbaarheidbijdragen voor de opleidingen arts10Het vergoedingsbedrag voor de opleiding tot verslavingsarts is opgenomen in tabel 2. voorw verstandelijk gehandicapten, huisarts en specialist ouderengeneeskunde worden berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen genoemd in tabel 3.

De beschikbaarheidbijdrage voor de opleiding tot sportarts wordt genoemd in tabel 4.

Opleiding Staffel 0–10 Staffel 10–23 Staffel >23
Gezondheidszorgpsycholoog € 41.333 € 23.038 € 30.992
Psychotherapeut € 52.584
Klinisch psycholoog € 77.694 € 55.083 € 64.914
Klinisch neuropsycholoog € 81.527
Psychiater in de ggz € 78.445 € 59.200 € 67.568
Klinisch geriater in de ggz € 82.313
Verpleegkundig specialist in de ggz € 76.701 € 64.033 € 69.541
Opleiding Bedrag
--- ---
Verslavingsarts € 77.883
Opleiding Bedrag
--- ---
Arts voor verstandelijk gehandicapten € 103.998
Huisarts € 117.293
Specialist ouderengeneeskunde € 100.485
Opleiding Bedrag
--- ---
Sportarts € 148.661