Regeling van de Minister van Financiën van 20 september 2024, houdende regels over de instelling, de inrichting en het beheer van agentschappen (Regeling agentschappen 2024)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4.20, tweede lid, aanhef en onder g, van de Comptabiliteitswet 2016;

Besluit:

Definities en toepassingsbereik

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begrippen
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Onverminderd het eerste lid zijn de begrippen van artikel 1.1 van de wet van overeenkomstige toepassing op deze regeling.

3.

Onverminderd de begrippen in de laatstelijk vastgestelde Regeling rijksbegrotingsvoorschriften en de begrippen in deze regeling zijn de begrippen in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving van overeenkomstige toepassing.

§ 2. Instellen en opheffen van een agentschap

Artikel 2. Aanvraag
1.

De Minister dient een aanvraag voor het instellen van een agentschap in bij de Minister van Financiën.

2.

De aanvraag wordt toegelicht. Uit de toelichting en de daarop gebaseerde stukken blijkt dat het in te stellen agentschap, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende instellingsvoorwaarden:

Artikel 3. Beoordeling aanvraag
1.

De Minister van Financiën beoordeelt of de aanvraag voldoet aan de instellingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

2.

Indien naar het oordeel van de Minister van Financiën niet voldaan is aan de instellingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt aangegeven welke voorwaarden nader door de Minister dienen te worden toegelicht.

3.

Indien naar het oordeel van de Minister van Financiën is voldaan aan de instellingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, legt de Minister, mede namens de Minister van Financiën, het voorgenomen besluit tot instelling van het agentschap voor aan de ministerraad.

Artikel 4. Instelling
1.

Indien de ministerraad instemt met de instelling van het agentschap, brengt de Minister het voorgenomen besluit hiertoe schriftelijk ter kennis van de Tweede Kamer der Staten-Generaal overeenkomstig artikel 2.20, derde lid, van de wet.

2.

Wanneer de procedure overeenkomstig artikel 2.20, tweede tot en met vierde lid, van de wet is doorlopen, wordt het besluit tot instelling van het agentschap ondertekend door de Minister en de Minister van Financiën.

3.

Het besluit tot instelling zal in de Staatscourant worden geplaatst

4.

De Minister zendt een kopie van het besluit tot instelling aan de Algemene Rekenkamer.

Artikel 5. Opheffing
1.

Een agentschap kan worden opgeheven indien:

2.

De Minister informeert de Tweede Kamer der Staten-Generaal over het besluit tot opheffing.

3.

Het besluit tot opheffing zal in de Staatscourant worden geplaatst.

4.

De Minister zendt een kopie van het besluit tot opheffing aan de Algemene Rekenkamer.

Verantwoordelijkheidsverdeling

§ 3. Werkafspraken

Artikel 6. Governance
1.

Ten aanzien van het agentschap is er één eindverantwoordelijke binnen het agentschap, één continuïteitsverantwoordelijke en tenminste één beleidsverantwoordelijke.

2.

De beleidsverantwoordelijke en eindverantwoordelijke binnen het agentschap bepalen in onderling overleg de activiteiten van het agentschap en deze worden zo concreet als mogelijk geformuleerd.

3.

De eindverantwoordelijke binnen het agentschap is verantwoordelijk voor:

4.

De continuïteitsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor:

Artikel 7. Meerjarige werkafspraken
1.

De eindverantwoordelijke binnen het agentschap, de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke maken werkafspraken over in ieder geval:

2.

De werkafspraken hebben in elk geval betrekking op de komende drie kalenderjaren.

3.

Het agentschap neemt de werkafspraken die betrekking hebben op het komend jaar op in het jaarplan van het agentschap of een daarmee vergelijkbaar document.

4.

De eindverantwoordelijke binnen het agentschap, de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke beheren de werkafspraken en monitoren de naleving en voeren daar periodiek overleg over.

5.

De continuïteitsverantwoordelijke, gehoord hebbende de eindverantwoordelijke binnen het agentschap en de beleidsverantwoordelijke, kan andere actoren vragen om deel te nemen aan en inspraak te leveren in het periodiek overleg, bedoeld in het vierde lid.

§ 4. Bekostiging en financiën

Artikel 8. Bekostiging
1.

Het agentschap wordt bekostigd voor hun taakuitvoering.

2.

De bekostiging van het agentschap vindt plaats door middel van:

Artikel 9. Rekening-courant en deposito
1.

Het agentschap houdt zijn liquide middelen aan in de schatkist van het Rijk via een rekening-courant bij het Ministerie van Financiën. Vanaf deze rekening-courant kan het agentschap deposito’s plaatsen.

2.

De Minister van Financiën bepaalt de rente voor de debet- en creditsaldi op de rekening-courant en termijndeposito’s. Artikel 4, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen is van overeenkomstige toepassing.

3.

De renteverrekening tussen het Ministerie van Financiën en het agentschap over de saldi op de rekening-courant vindt eenmaal per jaar plaats met als rentevervaldatum 31 december.

4.

Het agentschap kan beschikken over een krediet in de vorm van een debetstand op de rekening-courant ten behoeve van de eigen liquiditeitsbehoefte voor het doen van lopende uitgaven.

5.

Het rekening-courantkrediet bij de schatkist van het Rijk bedraagt voor een agentschap per 31 december maximaal € 500.000.

Artikel 10. Depositoprocedure en -voorwaarden
1.

Het agentschap kan een termijndeposito plaatsen indien de rekening-courant van het agentschap een toereikend creditsaldo heeft.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.