Regeling van de Minister van Financiën van 20 september 2024, houdende regels over de instelling, de inrichting en het beheer van agentschappen (Regeling agentschappen 2024)
Gelet op artikel 4.20, tweede lid, aanhef en onder g, van de Comptabiliteitswet 2016;
Besluit:
Definities en toepassingsbereik
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- •. agentschap: een dienstonderdeel van een ministerie, dat op grond van artikel 2.20, eerste lid, van de wet, als baten-lastenagentschap is aangewezen;
- •. continuïteitsverantwoordelijke: de secretaris-generaal of zijn plaatsvervanger die verantwoordelijk is voor het toezicht op het beleid, op de algemene gang van zaken met betrekking tot het agentschap en op het stelsel van werkafspraken en governance zoals bedoeld in de artikelen 6 en 7;
- •. beleidsverantwoordelijke: de directeur-generaal of zijn plaatsvervanger of de directeur of zijn plaatsvervanger van een ministerie die het agentschap verzoekt om producten of diensten te leveren;
- •. centrale kas: liquide middelen die door het Agentschap van de Generale Thesaurie van het Ministerie van Financiën worden beheerd;
- •. doelmatigheid: de mate waarin de prestaties en effecten tegen de laagst mogelijke inzet van (financiële) middelen en ongewenste neveneffecten worden bewerkstelligd, dan wel de mate waarin met de inzet van een bepaalde hoeveelheid (financiële) middelen de maximale prestaties en effecten van beleid worden gerealiseerd tegen zo min mogelijk ongewenste neveneffecten;
- •. eindverantwoordelijke binnen het agentschap: de hoogstgeplaatste ambtenaar die binnen het agentschap de eindverantwoordelijkheid draagt voor het beleid en de algemene gang van zaken;
- •. initiële lening: de lening die wordt afgesloten bij de start van een agentschap in het kader van de openingsbalans ten behoeve van de financiering van over te nemen vaste activa van een ministerie;
- •. input-bekostiging: de bekostiging van ingezette middelen of arbeidskrachten die een direct verband houden met de activiteiten van het agentschap dan wel een indirect verband houden, of een combinatie van beide;
- •. jaarrekening van een agentschap: de balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht per 31 december met inbegrip van de toelichtingen, bedoeld in artikel 361, eerste lid, van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarop de agentschapsparagraaf in het departementale jaarverslag is gebaseerd;
- •. leenplafond: het maximale geldbedrag dat in de vorm van een of meer leningen in een jaar aan een agentschap kan worden toegekend;
- •. lening: de financiële middelen die tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd beschikbaar worden gesteld aan een agentschap vanuit de kas van de schatkist van het Rijk;
- •. Minister: de Minister die het aangaat;
- •. openingsbalans: de balans die wordt opgesteld bij de instelling van een nieuw agentschap en inzicht geeft in de bezittingen en schulden die in economisch beheer aan het agentschap zijn overgedragen;
- •. output-bekostiging: de bekostiging van een door een agentschap aangeboden dienst of product op basis van een vastgesteld tarief per geleverde prestatie;
- •. termijndeposito: het creditbedrag op een aan een rekening-courant gekoppelde depositorekening van de schatkist van het Rijk, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover het agentschap gedurende een vooraf vastgestelde periode niet vrij kan beschikken;
- •. wet: Comptabiliteitswet 2016.
Onverminderd het eerste lid zijn de begrippen van artikel 1.1 van de wet van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
Onverminderd de begrippen in de laatstelijk vastgestelde Regeling rijksbegrotingsvoorschriften en de begrippen in deze regeling zijn de begrippen in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving van overeenkomstige toepassing.
§ 2. Instellen en opheffen van een agentschap
Artikel 2. Aanvraag
De Minister dient een aanvraag voor het instellen van een agentschap in bij de Minister van Financiën.
De aanvraag wordt toegelicht. Uit de toelichting en de daarop gebaseerde stukken blijkt dat het in te stellen agentschap, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende instellingsvoorwaarden:
- a. het hebben van verwachte baten van meer dan € 50.000.000 per jaar;
- b. het aanwijzen van een agentschap bevordert een doelmatige taakuitvoering door in ieder geval aan een van de volgende twee voorwaarden te voldoen:
- 1°. doordat het in te stellen agentschap afzonderlijk identificeerbare producten of diensten gaat leveren waaraan direct kosten kunnen worden toegerekend; of
- 2°. doordat het in te stellen agentschap een product of diensten gaat leveren waarbij sprake is van een hoge kapitaalintensiteit, waarbij hoge kapitaalintensiteit wordt gemeten als de voorziene gemiddelde jaarlijkse afschrijvingskosten over de vaste activa van ten minste 5% van de totale lasten over een periode van drie jaar;
- c. er is een akkoord tussen de partijen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van deze regeling, over de conceptinrichting van de governance die voldoet aan artikel 6 van deze regeling, conceptwerkafspraken die voldoen aan artikel 7 van deze regeling, voorgenomen bekostiging van het agentschap die voldoet aan artikel 8 van deze regeling en de inrichting van het financieel beheer van het nieuw in te stellen agentschap.
Artikel 3. Beoordeling aanvraag
De Minister van Financiën beoordeelt of de aanvraag voldoet aan de instellingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
Indien naar het oordeel van de Minister van Financiën niet voldaan is aan de instellingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt aangegeven welke voorwaarden nader door de Minister dienen te worden toegelicht.
Indien naar het oordeel van de Minister van Financiën is voldaan aan de instellingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, legt de Minister, mede namens de Minister van Financiën, het voorgenomen besluit tot instelling van het agentschap voor aan de ministerraad.
Artikel 4. Instelling
Indien de ministerraad instemt met de instelling van het agentschap, brengt de Minister het voorgenomen besluit hiertoe schriftelijk ter kennis van de Tweede Kamer der Staten-Generaal overeenkomstig artikel 2.20, derde lid, van de wet.
Wanneer de procedure overeenkomstig artikel 2.20, tweede tot en met vierde lid, van de wet is doorlopen, wordt het besluit tot instelling van het agentschap ondertekend door de Minister en de Minister van Financiën.
Het besluit tot instelling zal in de Staatscourant worden geplaatst
De Minister zendt een kopie van het besluit tot instelling aan de Algemene Rekenkamer.
Artikel 5. Opheffing
Een agentschap kan worden opgeheven indien:
- a. de Minister de voorgenomen opheffing van het agentschap motiveert en aan de Minister van Financiën kenbaar maakt;
- b. binnen zes maanden na de beoogde datum van opheffing van het agentschap:
- 1°. er een slotbalans van het agentschap is opgesteld;
- 2°. de in de slotbalans opgenomen activa en passiva alsmede de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen van het agentschap zijn overgenomen door een ander agentschap indien de taken van het agentschap aan dat andere agentschap worden overgedragen;
- 3°. de activa en passiva alsmede de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen van het agentschap met de rechthebbenden zijn verrekend indien de taken van het agentschap niet worden overgedragen aan een ander agentschap; en
- 4°. de slotbalans is voorzien van een controleverklaring afgegeven door de Auditdienst Rijk.
De Minister informeert de Tweede Kamer der Staten-Generaal over het besluit tot opheffing.
Het besluit tot opheffing zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister zendt een kopie van het besluit tot opheffing aan de Algemene Rekenkamer.
Verantwoordelijkheidsverdeling
§ 3. Werkafspraken
Artikel 6. Governance
Ten aanzien van het agentschap is er één eindverantwoordelijke binnen het agentschap, één continuïteitsverantwoordelijke en tenminste één beleidsverantwoordelijke.
De beleidsverantwoordelijke en eindverantwoordelijke binnen het agentschap bepalen in onderling overleg de activiteiten van het agentschap en deze worden zo concreet als mogelijk geformuleerd.
De eindverantwoordelijke binnen het agentschap is verantwoordelijk voor:
- a. uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a;
- b. het begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering; en
- c. de verantwoording over het begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering.
De continuïteitsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor:
- a. de continuïteit van het agentschap op de lange termijn;
- b. de inrichting van het periodieke overleg, bedoeld in artikel 7, vierde lid;
- c. het toetsen en goedkeuren van de begroting, de tarieven, het jaarplan, de leenaanvragen, de aanvragen tot vormen van een bestemmingsfonds en de jaarrekening van het agentschap;
- d. het toetsen en goedkeuren van de afspraken over de wijze waarop de financiële gevolgen van onvoorziene ontwikkelingen worden toebedeeld aan het agentschap, de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke;
- e. het zorgdragen dat voor zover van toepassing een overschrijding van de grenzen van het eigen vermogen, bedoeld in artikel 11, derde en vierde lid, wordt hersteld; en
- f. het opstarten en tijdig afronden van de evaluatie, bedoeld in artikel 16.
Artikel 7. Meerjarige werkafspraken
De eindverantwoordelijke binnen het agentschap, de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke maken werkafspraken over in ieder geval:
- a. de activiteiten van het agentschap;
- b. de financiële kaders en de bekostiging van het agentschap, bedoeld in de artikelen 8 tot en met 13;
- c. de rapportage van de activiteiten die door het agentschap wordt opgesteld ten behoeve van de beleidsverantwoordelijke en continuïteitsverantwoordelijke;
- d. de wijze waarop de eindverantwoordelijke binnen het agentschap, de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke elkaar tijdig informeren bij onvoorziene ontwikkelingen en de wijze waarop de financiële gevolgen van onvoorziene ontwikkelingen worden toegedeeld aan het agentschap, de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke;
- e. voor zover van toepassing de wijze waarop innovatie en de kennisbasis binnen het agentschap wordt gestimuleerd en gefinancierd.
De werkafspraken hebben in elk geval betrekking op de komende drie kalenderjaren.
Het agentschap neemt de werkafspraken die betrekking hebben op het komend jaar op in het jaarplan van het agentschap of een daarmee vergelijkbaar document.
De eindverantwoordelijke binnen het agentschap, de beleidsverantwoordelijke en de continuïteitsverantwoordelijke beheren de werkafspraken en monitoren de naleving en voeren daar periodiek overleg over.
De continuïteitsverantwoordelijke, gehoord hebbende de eindverantwoordelijke binnen het agentschap en de beleidsverantwoordelijke, kan andere actoren vragen om deel te nemen aan en inspraak te leveren in het periodiek overleg, bedoeld in het vierde lid.
§ 4. Bekostiging en financiën
Artikel 8. Bekostiging
Het agentschap wordt bekostigd voor hun taakuitvoering.
De bekostiging van het agentschap vindt plaats door middel van:
- a. output-bekostiging;
- b. input-bekostiging; of
- c. een combinatie van de bekostigingswijzen, bedoeld in de onderdelen a en b.
Artikel 9. Rekening-courant en deposito
Het agentschap houdt zijn liquide middelen aan in de schatkist van het Rijk via een rekening-courant bij het Ministerie van Financiën. Vanaf deze rekening-courant kan het agentschap deposito’s plaatsen.
De Minister van Financiën bepaalt de rente voor de debet- en creditsaldi op de rekening-courant en termijndeposito’s. Artikel 4, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen is van overeenkomstige toepassing.
De renteverrekening tussen het Ministerie van Financiën en het agentschap over de saldi op de rekening-courant vindt eenmaal per jaar plaats met als rentevervaldatum 31 december.
Het agentschap kan beschikken over een krediet in de vorm van een debetstand op de rekening-courant ten behoeve van de eigen liquiditeitsbehoefte voor het doen van lopende uitgaven.
Het rekening-courantkrediet bij de schatkist van het Rijk bedraagt voor een agentschap per 31 december maximaal € 500.000.
Artikel 10. Depositoprocedure en -voorwaarden
Het agentschap kan een termijndeposito plaatsen indien de rekening-courant van het agentschap een toereikend creditsaldo heeft.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.