Beleidsregel van het Commissariaat voor de Media over de procedure tot aanwijzing van regionale publieke media-instellingen (Beleidsregel aanwijzingsprocedure regionale publieke media-instellingen 2024)

Type ZBO-regeling
Publication 2024-10-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2.61 tot en met 2.69 van de Mediawet 2008, de artikelen 5 tot en met 9 van de Mediaregeling 2008 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

Besluit:

I. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

II. Aanvragen algemeen

Artikel 2. Verzorgingsgebied

Een aanvraag tot aanwijzing als regionale publieke media-instelling kan worden ingediend voor één provincie of meerdere aan elkaar grenzende provincies wanneer het Commissariaat de aanwijzingsprocedure heeft opengesteld, met inachtneming van de bepalingen opgenomen in deze beleidsregel.

Artikel 3. Openstelling aanwijzingsprocedure en moment van indiening aanvraag
1.

Het Commissariaat kondigt veertien maanden voorafgaand aan de datum waarop de aanwijzingsperiode van rechtswege eindigt, aan de provinciale staten van de betrokken provincie(s) aan wanneer de huidige aanwijzingsperiode eindigt en wat de uiterlijke indieningsdatum is waarop aanvragen bij het Commissariaat kunnen worden ingediend.

2.

Het Commissariaat maakt één jaar voordat de aanwijzingsperiode van rechtswege eindigt in de Staatscourant en aan de zittende regionale publieke media-instellingen bekend wat de uiterlijke indieningdatum is waarop geïnteresseerde partijen een aanvraag bij het Commissariaat kunnen indienen voor de volgende aanwijzingsperiode. Door de bekendmaking in de Staatscourant is de aanwijzingsprocedure opengesteld.

3.

Een aanvraag dient bij het Commissariaat te worden ingediend na openstelling van de aanwijzingsprocedure als bedoeld in het tweede lid en uiterlijk zes maanden voor het aflopen van de huidige aanwijzingsperiode. Dit geldt zowel voor aanvragen van zittende regionale publieke media-instellingen als voor aanvragen van andere geïnteresseerde partijen.

4.

Aanvragen die na afloop van de termijn als bedoeld in het derde lid worden ingediend, worden in beginsel afgewezen.

III. Vereisten aanvraag

Artikel 4. In te dienen documenten
1.

Voor het indienen van een aanvraag om aangewezen te worden als regionale publieke media-instelling dient gebruik te worden gemaakt van het (digitale) aanvraagformulier, zoals dat op de website van het Commissariaat ter beschikking is gesteld.

2.

Een aanvraag wordt ingediend en ondertekend door een daartoe bevoegd persoon en dient ten minste te bevatten:

3.

Naast de verplicht in te dienen documenten, zoals bedoeld in het tweede lid, beveelt het Commissariaat sterk aan om de volgende documenten in te dienen als onderdeel van de aanvraag, betrekking hebbend op de aanvragende rechtspersoon;

4.

In het geval dat een aanvraag niet voldoet aan de in het tweede lid genoemde vereisten, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen een termijn van twee weken aan te vullen. Indien de aanvrager geen gebruikmaakt van die gelegenheid of de verstrekte gegevens en documenten onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kan het Commissariaat de aanvraag buiten behandeling stellen.

Artikel 5. Aanvullende stukken

Stukken die in aanvulling of ter wijziging van de initiële aanvraag zijn ingediend na verloop van de indieningstermijn, zoals bedoeld in het derde lid van artikel 3 van deze beleidsregel, worden door het Commissariaat doorgestuurd naar de provinciale staten van de betrokken provincie(s), indien deze stukken gelet op de stand van het adviestraject redelijkerwijs nog meegenomen kunnen worden door de provinciale staten.

IV. Advisering provinciale staten

Artikel 6. Termijn doorsturen aanvragen voor advies naar provinciale staten
1.

Indien een aanvraag voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van deze beleidsregel, stuurt het Commissariaat de aanvraag uiterlijk twee weken na het verstrijken van de geldende indieningstermijn voor advies door naar de provinciale staten van de betrokken provincie(s).

2.

In het geval een aanvraag bij ontvangst door het Commissariaat niet voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van deze beleidsregel en deze aanvraag binnen de hersteltermijn van twee weken alsnog aan de indiengingsvereisten voldoet, stuurt het Commissariaat de aangevulde aanvraag uiterlijk twee weken na het verstrijken van de hersteltermijn door naar de provinciale staten van de betrokken provincie(s).

Artikel 7. Advies provinciale staten
1.

In het advies dat de provinciale staten op grond van artikel 2.61, derde lid, van de wet aan het Commissariaat uitbrengen, dienen de provinciale staten uitsluitend vast te stellen:

2.

Bij de beoordeling van het criterium genoemd in het eerste lid, sub c, dienen de provinciale staten in ieder geval te beoordelen of:

3.

Bij het uitbrengen van het advies aan het Commissariaat, dient de provincie mee te sturen:

Meerdere aanvragen voor één provincie

Artikel 8. Voorkeursadvies provinciale staten bij meerdere aanvragen
1.

In het geval dat meerdere aanvragen voldoen aan de wettelijke criteria als bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, van de wet, dient te worden beoordeeld welke van de aanvragers het beste in staat wordt geacht om de functie van regionale publieke media-instelling voor de provincie te vervullen. In dat kader vraagt het Commissariaat de provinciale staten van de desbetreffende provincie – in aanvulling op het advies als bedoeld in artikel 7 van deze beleidsregel – advies aan het Commissariaat uit te brengen, te noemen het voorkeursadvies.

2.

De provinciale staten dienen het voorkeursadvies, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, uit te brengen op basis van een beoordeling van de aanvragen aan de hand van de volgende criteria:

3.

Bij het uitbrengen van het voorkeursadvies aan het Commissariaat dient de provincie mee te sturen:

Artikel 9. Termijn uitbrengen (voorkeurs)advies door provinciale staten
1.

De provinciale staten brengen uiterlijk achttien weken na ontvangst van de door het Commissariaat doorgestuurde aanvraag of aanvragen advies uit aan het Commissariaat.

2.

De provinciale staten kunnen eenmalig en gemotiveerd het Commissariaat verzoeken om uitstel van de termijn van achttien weken voor het uitbrengen van advies. De termijn voor het uitbrengen van advies kan met maximaal vier weken worden verlengd.

3.

Van het tweede lid kan worden afgeweken als ten genoegen van het Commissariaat kan worden aangetoond dat sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor het niet redelijk wordt geacht dat de provinciale staten binnen de verlenging van vier weken advies uitbrengen.

V. Besluitvorming

Artikel 10. Toetsing advies van de provinciale staten
1.

Het Commissariaat beoordeelt de aanvraag in samenhang met het advies van de provinciale staten. Bij deze beoordeling toetst het Commissariaat of:

2.

Indien het advies voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, legt het Commissariaat dit advies in beginsel ten grondslag aan het besluit op de aanvraag, tenzij in de omstandigheden van het geval zwaarwegende gronden bestaan om van het advies af te wijken. Indien wordt afgeweken van het advies, wordt dit in het besluit op de aanvraag gemotiveerd.

3.

Indien het Commissariaat van mening is dat het advies niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, kan het Commissariaat de provinciale staten verzoeken een aanvullend advies uit te brengen. Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn het aanvullende advies dient te worden uitgebracht.

Artikel 11. Zienswijze bij voornemen tot (gedeeltelijke) afwijzing
1.

Indien het Commissariaat voornemens is een aanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen, maakt het Commissariaat dit voornemen kenbaar aan alle betrokken partijen en stelt het Commissariaat de betreffende aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst van het voornemen een zienswijze naar voren te brengen bij het Commissariaat.

2.

De betreffende aanvrager kan eenmalig en gemotiveerd het Commissariaat verzoeken om uitstel van de termijn van twee weken voor het indienen van een zienswijze.

3.

De inhoud van een zienswijze wordt meegenomen bij het nemen van het besluit op de aanvraag.

4.

Indien het Commissariaat vanwege een uitgebrachte zienswijze aanleiding ziet om nadere informatie op te vragen, worden partijen daarvan in kennis gesteld.

Artikel 12. Onverenigbare nevenfuncties
1.

Indien gedurende de aanwijzingsprocedure blijkt dat in de mediaraad van de aanvragende media-instelling leden zitting hebben die een nevenfunctie uitoefenen die de onafhankelijkheid van het media-aanbod kunnen beïnvloeden, kan het Commissariaat de aanvraag afwijzen.

2.

Met inachtneming van de status van de aanwijzingsprocedure wordt, alvorens het Commissariaat een besluit tot afwijzing neemt, de desbetreffende media-instelling een mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze geboden.

Artikel 13. Geen voorkeursadvies van de provinciale staten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.