Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 8 oktober 2024, nr. WJZ/ 43866467, houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor het sluiten van veehouderijlocaties met diersoorten behorend tot kleinere sectoren voor de reductie van stikstofdepositie op natuurgebieden (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties kleinere sectoren)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1. begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. bepaling stikstofvracht
1.

De stikstofvracht wordt bepaald met gebruik van AERIUS Check.

2.

Bij de in het eerste lid bedoelde berekening wordt uitgegaan van:

3.

Indien de veehouder aannemelijk kan maken dat de situatie in 2021 niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, kan worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld is gehouden in 2019 of 2020.

Artikel 3. kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies

De artikelen 6, 22, 23, 26, 27, 36, 36a, 41, 43, 52 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 2. Criteria voor subsidieverstrekking

Artikel 4. grondslag
1.

De minister kan een veehouder die een veehouderij met diersoorten behorend tot kleinere sectoren drijft, op aanvraag subsidie verstrekken voor de onomkeerbare sluiting van een veehouderijlocatie indien:

2.

Het eerste lid, onderdeel b, geldt niet voor een veehouderijlocatie met vleeskalveren.

3.

Het eerste lid geldt alleen voor een veehouderij die voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 2472/2022 vastgestelde criteria.

Artikel 5. vereisten
1.

Er is sprake van een onomkeerbare sluiting van een veehouderijlocatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien:

2.

De minister kan ontheffing verlenen van het vereiste, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, voor zover de veehouder productiecapaciteit langdurig gaat gebruiken voor andere activiteiten dan voor een veehouderij, mits het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet, met dat gebruik instemt.

Artikel 6. afwijzingsgronden
1.

De aanvraag van de veehouder wordt afgewezen indien de veehouder op de veehouderijlocatie niet daadwerkelijk een veehouderij met diersoorten behorend tot kleinere sectoren drijft en voor zover de desbetreffende productiecapaciteit niet onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaande aan het tijdstip van indiening van de aanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze gebruikt is.

2.

De aanvraag wordt afgewezen indien de veehouder:

3.

Alleen indien de aanvrager voldoet aan de normen van de Europese Unie of de wettelijke vereisten voor het drijven van een veehouderij met diersoorten behorend tot kleinere sectoren, komt hij voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking. Een aanvraag wordt afgewezen indien de aanvrager niet aan de normen van de Europese Unie voldoet en zijn activiteiten als veehouder moet beëindigen.

§ 3. Subsidiebedrag

Artikel 7. subsidiecomponenten

De subsidie omvat:

Artikel 8. bijdrage waardeverlies en sloopkosten
1.

De in artikel 7, onderdeel a, bedoelde bijdrage bedraagt:

behoudens voor zover ontheffing van de verplichting tot afbraak en verwijdering van de productiecapaciteit is verleend op grond van artikel 5, tweede lid.

2.

De gecorrigeerde vervangingswaarde, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door per dierenverblijf het aantal m2 van het dierenverblijf te vermenigvuldigen met het bedrag dat in bijlage 3 is vermeld voor het desbetreffende dierenverblijf, uitgaand van de levensduur, uitgedrukt in jaren en maanden, van de romp van het dierenverblijf op het tijdstip dat is voldaan aan de vereisten, vermeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a en b.

3.

De in artikel 7, onderdeel b, bedoelde bijdrage wordt bepaald door per dierenverblijf het aantal m2 van het dierenverblijf te vermenigvuldigen met € 45,–.

§ 4. Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 9. openstellingsperiode en subsidieplafond
1.

Aanvragen voor subsidie op grond van artikel 4, eerste lid, kunnen worden ingediend in de periode van 18 november 2024 tot en met 20 december 2024.

2.

Het subsidieplafond voor de verstrekking van subsidies op aanvragen die zijn ingediend in de in het eerste lid bedoelde periode, bedraagt € 128.000.000,–.

Artikel 10. aanvraag subsidieverlening
1.

Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een daartoe door de minister ter beschikking gesteld middel.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.