Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van nr. IENW/BSK-2024/250268, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling collectieven mkb verduurzaming reisgedrag
Gelet op artikel 3, eerste lid, onderdeel f, van de Kaderwet subsidies I en M, en de artikelen 2, eerste lid, 4, 6, zesde lid, 7, derde lid, 8, eerste lid, 10, eerste, tweede en vierde lid, 13, 22, tweede lid, en 23, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;
BESLUIT:
Hoofdstuk 1. Inhoudelijke bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;
- kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd;
- Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- mkb-onderneming: onderneming in de zin van artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
- werkgebonden personenmobiliteit: woon-werkverkeer en zakelijk verkeer van medewerkers van de aanvrager en van medewerkers van de bij de aanvrager aangesloten werkgevers, met uitzondering van reizen uitgevoerd door medewerkers van ondernemingen gericht op vervoer van goederen, mensen of levende have;
- verduurzamen: het bereiken van CO2-reductie in de werkgebonden personenmobiliteit.
Artikel 1.2. Doel van de regeling
Deze regeling heeft als doel het stimuleren van een structurele verandering in de werkgebonden personenmobiliteit, uitmondend in het verder terugdringen van de inzet van fossiele brandstoffen.
Artikel 1.3. Subsidiabele activiteiten
De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij deze regeling, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een project bestaande uit het wegnemen van barrières of knelpunten die in de weg staan aan het structureel verduurzamen van werkgebonden personenmobiliteit.
Artikel 1.4. Aanvrager
Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door rechtspersonen die aantoonbaar namens een groep werkgevers optreden.
Artikel 1.5. Vereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a. onder de bij de aanvrager aangesloten werkgevers is ten minste 50% mkb-onderneming;
- b. de aanvrager rondt het project af binnen 24 maanden na het toekennen van de subsidie.
Artikel 1.6. Subsidiabele kosten
De volgende kosten komen in aanmerking voor subsidie:
- a. personeelskosten voor het uitvoeren van het project door direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen, werkzaam bij de aanvrager of de daarbij aangesloten werkgevers, berekend door het aantal uren dat deze personen ten behoeve van deze activiteiten maken te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 60 waarin zowel de directe loonkosten als de daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen;
- b. kosten derden voor het uitvoeren van het project, niet zijnde kosten van de aanvrager, bij de aanvrager aangesloten werkgevers of daarmee verbonden ondernemingen.
Het subsidiabele uurtarief bedraagt maximaal € 125 per uur exclusief btw indien een aanvrager kosten van een externe adviseur opvoert als kosten derden.
Artikel 1.7. Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt 75% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 100.000.
Artikel 1.8. Subsidieplafond en wijze van verdelen
Het subsidieplafond bedraagt:
- a. voor het jaar 2025 € 2.500.000;
- b. voor het jaar 2026 € 2.500.000;
- c. voor het jaar 2027 € 2.500.000;
- d. voor het jaar 2028 € 2.500.000.
De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 1.9. Aanvraagperiode
De aanvraag voor subsidieverlening kan worden ingediend:
- a. voor het jaar 2025, van 14 januari 2025, 9:00 uur, tot en met 1 oktober 2025, 12:00 uur;
- b. voor het jaar 2026, van 13 januari 2026, 9:00 uur, tot en met 1 oktober 2026, 12:00 uur;
- c. voor het jaar 2027, van 12 januari 2027, 9:00 uur, tot en met 1 oktober 2027, 12:00 uur;
- d. voor het jaar 2028, van 10 januari 2028, 9:00 uur, tot en met 29 september 2028, 12:00 uur.
Artikel 1.10. Aanvraag tot verlening
Een aanvrager kan bij de Minister een aanvraag om subsidie indienen door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.
Een aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10 van het Kaderbesluit genoemde gegevens ten minste:
- a. een projectplan waarbij:
- 1°. gebruik is gemaakt van de inhoudsopgave projectplan zoals opgenomen in bijlage 1 en dat de daarin opgenomen onderdelen bevat;
- 2°. een sluitende en realistische begroting is opgesteld volgens de vereisten in bijlage 2;
- b. de hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies van andere bestuursorganen;
- c. een de-minimisverklaring.
Artikel 1.11. Afwijzingsgronden
In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:
- a. de te verstrekken subsidie lager is dan € 10.000; of
- b. de te verlenen subsidie per kilo CO2-reductie hoger is dan € 0,75.
Artikel 1.12. Subsidieverstrekking
Subsidies van minder dan € 25.000 worden na verlening ambtshalve vastgesteld.
De ontvanger van een subsidie als bedoeld in het eerste lid toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een prestatieverklaring over de procentuele reductie van CO2-emissie waartoe de in het project gemaakte afspraken leiden.
Artikel 1.13. Verplichtingen subsidieontvanger
In aanvulling op artikel 17 van het Kaderbesluit is de subsidieontvanger verplicht het project binnen 24 maanden na de subsidieverlening af te ronden.
De Minister kan op verzoek van de subsidieontvanger een eenmalige ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat de benodigde tijd voor de realisatie van het project langer is dan 24 maanden.
De ontheffing, bedoeld in het tweede lid, betreft maximaal zes maanden.
Artikel 1.14. Voorschot
De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 90%.
Artikel 1.15. Subsidievaststelling
Binnen dertien weken nadat de activiteit is afgerond, dient de subsidieontvanger van een subsidie van € 25.000 of meer een aanvraag tot subsidievaststelling in met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat op de website van RVO wordt geplaatst.
In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in elk geval een prestatieverklaring over de procentuele reductie van CO2-emissie waartoe de in het project gemaakte afspraken leiden.
Artikel 1.16. Staatssteun
De subsidie wordt verleend op basis van de de-minimisverordening.
Hoofstuk 2. Slotbepalingen
Artikel 2.1. Evaluatie
De Minister publiceert voor 14 oktober 2029 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.
Artikel 2.2. Inwerkingtreding en horizonbepaling
Deze regeling treedt in werking met ingang van 14 oktober 2024 en vervalt met ingang van 14 oktober 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor laatstbedoelde datum zijn aangevraagd.
Artikel 2.3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling collectieven mkb verduurzaming reisgedrag.
Bijlage 1. bij artikel 1.10, tweede lid, van de Tijdelijke subsidieregeling collectieven mkb verduurzaming reisgedrag
Het projectplan maakt een essentieel onderdeel uit van uw aanvraag. De inhoudelijke beoordeling van uw voorstel vindt plaats op basis van de informatie die u in dit projectplan verschaft en de eventuele bijlagen waar u naar verwijst.
Voor het projectplan geldt dat de hier gepresenteerde inhoudsopgave met toelichting per hoofdstuk leidend is voor de onderwerpen waar u duidelijkheid over moet verschaffen. De toelichting biedt per onderwerp nadere uitleg. Voor sommige onderwerpen zijn formats beschikbaar. Deze kunnen u helpen bij het geven van de informatie die gevraagd wordt en die u zelf ook nodig heeft. Gebruik van deze formats is niet verplicht (anders dan de hoofdstukindeling).
Inhoudsopgave Projectplan
Bijlage 2. bij artikel 1.10, tweede lid, van de Tijdelijke subsidieregeling collectieven mkb verduurzaming reisgedrag
De gespecificeerde begroting bevat ten minste de volgende onderdelen:
-
- Een onderbouwing van het geraamde aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken functies maken, bestaande uit:
- –. per functie het aantal personen dat de activiteiten uitvoert en het aantal uur;
- –. per functie de activiteiten die worden verricht;
- –. een uitsplitsing over de projectperiode van deze activiteiten.
-
- Een onderbouwing van de geraamde kosten derden.
-
- Een kostenoverzicht waaruit blijkt welke kosten u verwacht te maken voor de uitvoering van activiteiten. Ook geeft u aan hoe de kosten die niet worden vergoed met de subsidie (het eigen aandeel) worden gefinancierd.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Inhoudsopgave Projectplan
1. Managementsamenvatting
In dit hoofdstuk geeft u kort weer wat u met de subsidie wilt bereiken en waarom u denkt dat dit resultaat voor de partijen waarmee en waarvoor u dit project vormgeeft wenselijk is. U geeft ook aan welke barrières en knelpunten u met deze subsidieaanvraag in ieder geval verwacht te kunnen aanpakken.
2. Beschrijving van de aanvrager
Een algemene beschrijving van het bereik of de doelgroep van uw organisatie. Om hoeveel werkgevers gaat het, wat is het aantal werknemers en wat zijn de voorkomende branches. U verklaart dat ten minste 50% van de bij u aangesloten werkgevers mkb-onderneming is.
3. Doel van het project
U beschrijft hier de situatie die u wilt bereiken als het subsidietraject is afgerond. Dit zal de situatie zijn met een structureel lagere CO2 uitstoot in werkgebonden personenmobiliteit. De subsidie zal daar een bijdrage aan leveren. Belangrijk daarbij is dat u aangeeft wat het tastbare resultaat of de tastbare afspraak(en) wordt dat u voornemens bent te bereiken met de partijen waarvoor en waarmee u het project vormgeeft.
4. Barrières en knelpunten
Hierbij beschrijft u de barrières en knelpunten die tot nu toe in de weg staan aan het bereiken van het onder 3) genoemde doel.
5. Aanpak om het project te realiseren
Voor de aanpak (zie vraag 6) geeft u de concrete acties weer die u wilt doen om het aangegeven doel te halen.
6. Tijdplanning en uitwerking activiteiten.
Het project heeft een looptijd van maximaal 2 jaar. Deze periode is bedoeld voor zowel het identificeren en het daadwerkelijk wegnemen van genoemde barrières als voor het toepassen van de gemaakte afspraken en maatregelen door medewerkers daadwerkelijk gebruik te laten maken van de afgesproken maatregelen voor het verlagen van de CO2-emissie in de werkgebonden personenmobiliteit.
U kunt voor de tijdsplanning en acties gebruik maken van het format planning dat beschikbaar is via de website van RVO.
7. Nadere uitwerking van het doel van het project om bij de deelnemende partijen verduurzaming van de werkgebonden personenmobiliteit te bereiken.
Hierbij gaat u in ieder geval in op:
Bijlage 2. bij artikel 1.10, tweede lid, van de Tijdelijke subsidieregeling collectieven mkb verduurzaming reisgedrag
De gespecificeerde begroting bevat ten minste de volgende onderdelen:
-
- Een onderbouwing van het geraamde aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken functies maken, bestaande uit:
- –. per functie het aantal personen dat de activiteiten uitvoert en het aantal uur;
- –. per functie de activiteiten die worden verricht;
- –. een uitsplitsing over de projectperiode van deze activiteiten.
-
- Een onderbouwing van de geraamde kosten derden.
-
- Een kostenoverzicht waaruit blijkt welke kosten u verwacht te maken voor de uitvoering van activiteiten. Ook geeft u aan hoe de kosten die niet worden vergoed met de subsidie (het eigen aandeel) worden gefinancierd.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.