Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 september 2024, nr. 2024-48056382, houdende instelling van de Ethische Commissie Dansen (Instellingsbesluit Ethische Commissie Dansen)
Gelet op artikel 2, eerste lid, van de van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- b. commissie: Ethische Commissie Dansen, zoals bedoeld in artikel 2;
- c. ministerie: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- d. ministeries: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport;
- e. dg’s: Directeur-Generaal Cultuur en Media, Directeur-Generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie, Directeur-Generaal Volksgezondheid;
- f. alliantie: Alliantie Dans Veilig;
- g. opvolgingscommissie: commissie bedoeld in Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen;
- h. stuurgroep: stuurgroep Alliantie Dans Veilig;
- i. expertgroepen: expertgroepen Alliantie Dans Veilig;
- j. onderzoek Schaduwdansen: “Schaduwdansen. Een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in het dansen”.
Artikel 2. Instelling en taak
Er is een onafhankelijke Ethische Commissie Dansen.
De commissie adviseert de alliantie en de dg’s over ethiek en integriteit in het kader van de uitvoering van de aanbevelingen uit het onderzoek Schaduwdansen, waaronder ook valt advisering aan de dg’s over de deelname van de beoogde leden van de opvolgingscommissie en aan de alliantie over de deelname van beoogde leden voor de stuurgroep en de expertgroepen.
De adviezen van de commissie zijn niet bindend. Wanneer de alliantie of de dg’s besluiten van het advies af te wijken, moeten zij dit schriftelijk motiveren.
De commissie heeft tot taak:
- a. gesprekken voeren met de beoogde leden van de opvolgingscommissie, de stuurgroep en de expertgroepen over het thema ethiek en integriteit, voorafgaand aan instelling of deelname van deze beoogde leden aan de genoemde commissie en groepen;
- b. op basis van de gesprekken adviseren over de deelname van de beoogde leden aan respectievelijk de minister voor de opvolgingscommissie en aan de alliantie voor de stuurgroep en de expertgroepen;
- c. door de dg’s gevraagd advies geven op het gebied van ethiek en integriteit aan de alliantie en de dg’s rondom de uitvoering van de aanbevelingen uit het onderzoek Schaduwdansen. De commissie en partijen in de Alliantie (stuurgroep, expertgroepen of de Alliantie) kunnen de dg’s vragen om een adviesvraag neer te leggen bij de commissie. De dg’s reageren binnen twee weken op een dergelijk verzoek.
Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag
De commissie bestaat uit drie tot vijf leden.
De commissie kan indien nodig en uitlegbaar aan opdrachtgever deskundigen uitnodigen om vast of incidenteel deel te nemen aan vergaderingen.
De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
De leden worden door de minister benoemd. Indien er in de loop van de zittingsperiode behoefte aan ontstaat, kan de minister een of meer extra leden benoemen.
Bij tussentijds vertrek van een lid zal de minister op voordracht van de overige leden een ander lid benoemen.
De leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
Wanneer uit feiten of omstandigheden blijkt dat een van de leden van de commissie zelf direct of indirect betrokkenheid heeft bij een adviesaanvraag dan zullen zij zich weerhouden van enige bemoeienis ten aanzien van de adviesaanvraag.
Artikel 4. Leden
Voor de instellingsduur worden tot lid van de commissie benoemd:
- a. R.A. Korver kantoorhoudend te Amsterdam, tevens voorzitter;
- b. M. Hoogsteyns te Badhoevedorp; A.C.P. Houterman te Amsterdam; C.S.A. van Rozendaal-Sengers te Haarlem.
De leden vullen, alvorens tot lid te worden benoemd, een belangenverklaring in, conform het model zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit.
Artikel 5. Instellingsdatum
De commissie wordt ingesteld voor de duur van twee jaar, van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025.
De minister kan, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de instellingsduur van de commissie verlengen.
Artikel 6. Secretariaat
De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.
Taken van het secretariaat zijn de organisatie van overleggen en het opstellen van vergaderverslagen.
De minister voorziet in het secretariaat.
Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de leden van de commissie.
Artikel 7. Werkwijze
De commissie stelt haar eigen werkwijze vast. De werkwijze van de commissie wordt gedeeld op de website van de alliantie.
De commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. Beide bewindspersonen kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 8. Vergoeding
Voor de periode vanaf 1 januari 2024 tot de datum van uitgifte van de Staatscourant ontvangen de leden van de commissie een vergoeding per vergadering.
De voorzitter ontvangt, indien de voorzitter daar gebruik van wenst te maken, en indien de voorzitter niet valt onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, een vergoeding per vergadering ter hoogte van 3% van de hoogste trede van schaal 18 conform de laatstelijk afgesloten CAO Rijk.
De andere leden ontvangen, indien zij daarvan gebruik wensen te maken, en indien zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, een vergoeding per vergadering ter hoogte van 2,31% van de hoogste trede van schaal 18 conform de laatstelijk afgesloten CAO Rijk.
Met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant ontvangen de leden van de commissie een vaste vergoeding per maand, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op de trede 10 van schaal 18 conform de laatstelijk afgesloten CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 4/36 voor de voorzitter en 3,5/36 voor de andere leden.
De deskundigen ontvangen, indien zij daarvan gebruik wensen te maken, en indien zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, een vergoeding per vergadering van 2,31% van de hoogste trede van schaal 18 conform de laatstelijk afgesloten CAO Rijk.
Artikel 9. Kosten van de Commissie
De kosten van de commissie worden, voor zover op basis van een goedgekeurde raming, gefinancierd door de minister.
Onder kosten wordt in ieder geval verstaan:
- a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen indien op een externe locatie; en
- b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid.
Artikel 10. Archiefbescheiden
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Erfgoed en Kunsten van het ministerie.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst, en werkt daarbij terug tot 1 januari 2024.
Artikel 12. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Ethische Commissie Dansen.
Bijlage 1. Belangenverklaringen van de leden van de commissie
Naam, voorzitter of lid
Vragenlijst inzake relaties, belangen en nevenfuncties
Deze vragenlijst is bedoeld om inzicht te krijgen in de relaties, belangen en nevenfuncties van u als lid van een commissie. Het formulier bevat tevens een check op de Wet Normering Topinkomens. Gelieve alle gele velden in te vullen.
Deze vragenlijst bevat vragen over uw huidige werkkring en nevenfuncties en over directe en indirecte belangen die kunnen leiden tot mogelijke beïnvloeding. Bij de beoordeling speelt mede een rol of de schijn van vooringenomenheid kan ontstaan. Dat kan namelijk zowel beschadigend zijn voor het gezag (van het advies) van de commissie als uw eigen reputatie. Als u twijfelt of u een bepaalde affiliatie moet melden, vraagt u zich dan af hoe deze op het algemene publiek zou overkomen. Deze vragenlijst is een formaliteit om er zeker van te zijn dat alles volgens de regelgeving verloopt.
Persoonlijke gegevens
Voorletters, naam en titulatuur:
Hoofdfunctie(s)
Graag functienaam en werkgever vermelden en bij meerdere functies de omvang per functie.
Nevenwerkzaamheden
Graag kort per functie de werkzaamheden vermelden en of deze betaald of onbetaald zijn.
Denkt u dat u met uw lidmaatschap van de commissie in combinatie met uw andere betaalde werkzaamheden onder het maximum blijft dat de wet normering topinkomens hanteert inzake de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector? (zie voor maxima 2024: https://www.topinkomens.nl/actueel/bezoldigingsmaxima)
Ja/nee
Vragenlijst
Deze vragenlijst gaat over uw financiële en zakelijke belangen, persoonlijke relaties en overige belangen. Bij de beantwoording kunt u onderstaande vragen in het achterhoofd houden, maaru hoeft deze niet te beantwoorden.
Financiële en zakelijke belangen
Zou u, een persoon of een instelling die met u in verband kan worden gebracht, direct of indirect, financieel of zakelijk voor- of nadeel kunnen hebben van het door u gegeven advies in deze commissie of lidmaatschap van de commissie in bredere zin? Denk bij zakelijke belangen ook aan intellectueel eigendom, bescherming van de eigen reputatie/positie of de positie van de werkgever of andere belangenorganisaties.
Ja/nee
Persoonlijke relaties
Zijn er mensen uit uw directe omgeving die baat hebben of schade kunnen ondervinden bij een bepaalde uitkomst van de adviezen van de commissie? Denk bijvoorbeeld aan uw partner, ouders, (klein)kinderen, vrienden en naaste collega’s. Denk ook aan relaties in het verleden.
Ja/Nee
Heeft u enige persoonlijke of professionele gezichtspunten of vooroordelen die ertoe kunnen leiden dat anderen redelijkerwijs zouden kunnen concluderen dat u niet de juiste persoon bent om deze adviezen te geven?
Ja/Nee
Overige belangen
Zijn er bij u of in uw omgeving andere dan de hierboven beschreven belangen die, als ze bekend worden, u, de commissie, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de in verlegenheid kunnen brengen?
Ja/Nee
Conclusie:
Kunt u gelet op bovenstaande naar uw oordeel zitting nemen in de commissie?
Ja/Nee
Ondertekening
Ondergetekende:
Verklaart naar eer en geweten hierboven een opsomming te hebben gegeven van alle relevante relaties en belangen die hij/zij heeft;
Verklaart het direct te zullen melden indien er tussentijds sprake is van wijzigingen in de gemelde relaties en belangen.
Naam
Datum
Bijlage 2. Overeenkomst houdende vrijwaring
Ondergetekenden
De Staat en [x], tezamen aangeduid als Partijen;
nemen het volgende in overweging:
Alternatief in geval van commissielid:
Vrijwaring
Toepasselijk recht
Deze overeenkomst is uitsluitend onderworpen aan Nederlands recht. Alle geschillen die in verband met deze overeenkomst ontstaan, geschillen over het bestaan en de geldigheid daarvan daaronder begrepen, zullen uitsluitend worden beslecht door de bevoegde rechter in Den Haag.
Ten bewijze waarvan:
Deze overeenkomst is ondertekend op de hieronder vermelde data:
Vertegenwoordigd door
[Functie]
[Namens deze [y]]
Dit besluit wordt met de daarbij behorende bijlage en toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.