Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 oktober 2024, nr. 48828559, houdende regels inzake voltijdse opleidingen met een substantiële praktijkcomponent in het wetenschappelijk onderwijs en instemming van docenten met het gebruik van eenheden van leeruitkomsten

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7.3, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B, van de Wet leeruitkomsten hoger onderwijs in werking treedt.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Voltijdse wo opleidingen met een substantiële praktijkcomponent

De voltijdse opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een substantiële praktijkcomponent die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling, kunnen geheel of gedeeltelijk bestaan uit eenheden van leeruitkomsten.

Artikel 3. Procedurele voorschriften voltijdse wo opleidingen met een substantiële praktijkcomponent
1.

Een opleiding wordt in de bijlage opgenomen nadat het instellingsbestuur daartoe bij de minister deze opleiding elektronisch heeft aangemeld en uit de melding en de daarbij op grond van het tweede lid aan te leveren bescheiden blijkt dat sprake is van een opleiding met een substantiële praktijkcomponent.

2.

De melding gaat vergezeld van de volgende bescheiden:

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een clustermelding.

4.

De aanmelding van een of meer voltijdse opleidingen met een substantiële praktijkcomponent wordt gedaan op uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het studiejaar waarin de instelling de opleiding op basis van eenheden van leeruitkomsten wil verzorgen.

5.

De instelling doet uiterlijk met ingang van 1 maart voorafgaand aan het studiejaar met ingang waarvan de opleiding niet langer een substantiële praktijkcomponent omvat, melding hiervan aan de minister.

Artikel 4. Instemming voor bij de opleiding betrokken docenten
1.

De bij de opleiding betrokken docenten kunnen instemmen met het voornemen van het instellingsbestuur om een opleiding aan te bieden die bestaat uit eenheden van leeruitkomsten via:

2.

Het instellingsbestuur bepaalt welke van de in het eerste lid genoemde opties wordt gekozen.

Artikel 5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling leeruitkomsten hoger onderwijs.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Indien het bij Koninklijk Besluit van 20 juni 2022 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek houdende de verankering van eenheden van leeruitkomsten in de wet (Wet leeruitkomsten hoger onderwijs) (Kamerstukken 36 136) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel B, van die wet in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip treedt in werking.

Bijlage

RIO/ isat Instelling Opleiding

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.