Besluit van 9 november 2024, houdende regels over maatschappelijke ondersteuning en de bestrijding van huiselijk geweld en kindermishandeling op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES)

Type Amvb Bes
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. Maatschappelijke ondersteuning

Hoofdstuk 3. Bestrijden huiselijk geweld en kindermishandeling

Hoofdstuk 4. Verwerking van persoonsgegevens

Hoofdstuk 2. Maatschappelijke ondersteuning

Artikel 6.1
1.

Indien een cliënt onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop hoofdstuk 2 in werking treedt een maatwerkvoorziening ontvangt, behoudt deze cliënt een maatwerkvoorziening tot de eerste dag van het tweede kalenderjaar na dat tijdstip, tenzij deze cliënt niet meer op een maatwerkvoorziening is aangewezen of eerder een besluit als bedoeld in artikel 2.8 of artikel 2.9 wordt genomen.

2.

Met betrekking tot een cliënt als bedoeld in het eerste lid, verstrekt de aanbieder van maatschappelijke ondersteuning aan Onze Minister en het bestuurscollege zo spoedig mogelijk:

3.

Het bestuurscollege voert, met overeenkomstige toepassing van artikel 2.6, tweede tot en met het vierde lid, zonder melding als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, het in dat artikel bedoelde onderzoek uit op een zodanig tijdstip dat de cliënt bij Onze Minister een aanvraag als bedoeld in artikel 2.7 kan doen of het bestuurscollege een besluit als bedoeld in artikel 2.9 kan nemen.

Artikel 6.2

In afwijking van artikel 2.23, eerste lid, zijn de op grond van dat lid bij regeling aangewezen aanbieders van maatschappelijke ondersteuning voor beroepskrachten en andere personen die beroepsmatig met diens cliënten in contact kunnen komen en op het tijdstip van inwerkingtreding van dat lid voor hem werkzaam zijn uiterlijk binnen een bij regeling van Onze Minister vast te stellen termijn na dat tijdstip in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag die niet eerder dan drie maanden voor het verstrijken van de vastgestelde termijn is afgegeven. De termijn kan voor verschillende groepen beroepskrachten verschillend worden vastgesteld.

Artikel 6.3

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel 6.4

Wijzigt het Besluit zorgverzekering BES.

Artikel 6.5

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2025, met uitzondering van de artikelen 4.9 en 6.4. Artikel 4.9 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Artikel 6.4 treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2022.

Artikel 6.6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning en bestrijding huiselijk geweld en kindermishandeling BES.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 7 juli 2023, kenmerk 3627843-1049128-WJZ;

Gelet op artikel 18.4.5 en 18.4.7i Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en artikel 3.5 van de Wet kinderopvang;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 6 december 2023, no. W13.23.00170/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 november 2024, kenmerk 3988477-1073792-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1.2
1.

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt:

2.

Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien de betrokkenen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

3.

Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:

4.

Bij regeling van Onze Minister:

Artikel 1.3
1.

Een ingezetene komt overeenkomstig de bepalingen van dit besluit in aanmerking voor een voorziening.

2.

Ingezetene in de zin van dit besluit is degene die rechtmatig op het grondgebied van een openbaar lichaam woont.

3.

Waar iemand woont wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

4.

Een vreemdeling komt voor het verstrekken van een maatwerkvoorziening slechts in aanmerking indien deze:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.