Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 november 2024, nr. 2024-0000896682, houdende de vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling gericht op het uitvoeren van interventies ter uitbreiding van de arbeidstijd voor wetenschappelijk onderzoek in het kader van het programma Meer uren werkt! (Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd)
Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvraagtijdvak: een door de Minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;
- aanvrager: een organisatievorm, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, die de subsidie aanvraagt op basis van deze regeling, of in het geval van een samenwerkingsverband, de hoofdaanvrager;
- activiteit: een activiteit als bedoeld in artikel 2.2;
- bevoegd gezag van een school: het bevoegd gezag van een uit ’s Rijks kas bekostigde school, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
- brancheorganisatie: een organisatie die de belangen behartigt van leden die tot eenzelfde branche behoren;
- brutoloon: bruto jaarsalaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief overige vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;
- btw: omzetbelasting als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968;
- deelnemende organisaties: organisaties bij welke de activiteiten worden uitgevoerd met een minimum van vijftig werknemers per organisatie, waarbij eventuele verschillende vestigingen onderdeel zijn van de deelnemende organisatie en geen aparte deelnemende organisaties;
- deeltijdwerknemer: een werknemer van wie de werktijd korter is dan een arbeidsduur welke gemiddeld vijfendertig werkuren per week omvat;
- hoofdaanvrager: een organisatie als bedoeld in artikel 2.10, vijfde lid;
- interventiepartner: een organisatie, niet zijnde de kennisinstelling, die activiteiten uitvoert binnen de deelnemende organisaties, volgens de door de kennisinstelling voorgeschreven wetenschappelijk methode;
- Kaderregeling subsidies: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kennisinstelling: Universiteit Utrecht;
- Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- O&O-fonds: een stichting of vereniging die als doel heeft het optimaliseren van de werking van de arbeidsmarkt en die:
- a. is opgericht bij een bij de Minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
- b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties; of
- c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;
- onderzoekslocatie: een of meerdere vestigingen van een deelnemende organisatie met een groep deelnemers;
- samenwerkingsverband: een samenwerking tussen partijen genoemd in artikel 2.10, tweede lid;
- sector kinderopvang: de sectoren met sbi-code 88.91 en 88.99;
- sector onderwijs: de sectoren met sbi-codes 85.2 en 85.3;
- sector zorg en welzijn: de sectoren met sbi-codes 86, 87 en 88.1;
- subsidieontvanger: het samenwerkingsverband of de aanvrager waaraan subsidie is verleend op grond van deze regeling;
- voltijdwerknemer: een werknemer van wie de werktijd gelijk is aan dan wel langer is dan een arbeidsduur welke gemiddeld vijfendertig werkuren per week omvat;
- werkgeversorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers, die krachtens haar statuten de belangenbehartiging van werkgevers beoogt;
- werknemer: een werknemer in dienst van een deelnemende organisatie;
- werknemersorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, die krachtens haar statuten de belangenbehartiging van werknemers beoogt.
Artikel 1.2. Toepasselijkheid kaderregeling subsidies en benodigde formulieren
Op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van deze regeling is de Kaderregeling subsidies van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.1 en 7.1.
De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Hoofdstuk 2. Onderzoeksactiviteiten
Artikel 2.1. Doel
Het doel van deze regeling is dat aanvragers of samenwerkingsverbanden worden gestimuleerd tot het uitvoeren van activiteiten in het kader van wetenschappelijk onderzoek, in alle sectoren van de arbeidsmarkt en in het bijzonder in de sectoren zorg en welzijn, onderwijs en kinderopvang, gericht op:
- a. het wegnemen van drempels bij uitbreiding van het aantal te werken uren voor deeltijdwerknemers;
- b. contractuitbreiding en cultuurverandering in de maatschappij, inclusief concrete handvatten hoe deze in de praktijk kunnen worden gebracht; en
- c. het bevorderen van een maatschappelijke beweging en kennisontwikkeling gericht op het stimuleren van meer uren werken.
Artikel 2.2. Subsidiabele activiteiten
De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten die passen bij het doel van deze regeling en bedoeld zijn voor deeltijdwerknemers in de sectoren zorg en welzijn, onderwijs en kinderopvang:
- a. de activiteit genaamd ‘alternatieve roostersessies’, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt wat op maat gemaakte alternatieve roostering betekent;
- b. de activiteit genaamd ‘herstructureren van taken’, waarbij een andere verdeling van werkzaamheden wordt uitgeprobeerd;
- c. de activiteit genaamd ‘het goede gesprek’, waarin leidinggevende en werknemers wordt geleerd hoe zij gesprekken over contractuitbreiding op een goede manier kunnen voeren;
- d. de activiteit genaamd ‘combinatiebanen’, waarbij met de werknemer wordt onderzocht hoe het huidige werk met andere functies, rollen of taken kan worden gecombineerd om zo meer uren te kunnen werken;
- e. de activiteit genaamd ‘mantelzorgvriendelijke organisaties’, waarbij binnen organisaties informatie wordt verspreid over regelingen en mogelijkheden in het kader van mantelzorg.
De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten die passen bij het doel van deze regeling en bedoeld zijn voor voltijd- en deeltijdwerknemers in alle sectoren op de arbeidsmarkt:
- a. de activiteit genaamd ‘oudervriendelijke organisaties’, voor het stimuleren van een ‘oudervriendelijke’ organisatie, waarbij gendernormen worden geadresseerd binnen organisaties;
- b. de activiteit genaamd ‘financiële inzichten’, inhoudende het wegnemen van misverstanden rond marginale druk, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt wat voor de werknemer de financiële gevolgen zijn van meer of minder werken.
De activiteiten worden in samenwerking met de kennisinstelling uitgevoerd op basis van de samenwerkingsovereenkomst overeenkomstig het daartoe verstrekte format op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, geldt dat per aanvraag een tot tien deelnemende organisaties uit dezelfde sector deelnemen en het onderzoek op tien onderzoekslocaties wordt uitgevoerd.
Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geldt dat per aanvraag een tot tien deelnemende organisaties deelnemen en het onderzoek op tien onderzoekslocaties wordt uitgevoerd.
Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt dat per aanvraag een tot twintig deelnemende organisaties deelnemen en het onderzoek op twintig onderzoekslocaties wordt uitgevoerd.
Per aanvraag geldt, voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, en het tweede lid, onderdeel a, een minimumaantal deelnemers van 250, waarvan 130 werknemers deelnemen aan de activiteit en 120 deelnemen als controlegroep. Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geldt een minimumaantal deelnemers van 500, waarvan 260 werknemers deelnemen aan de activiteit en 240 deelnemen als controlegroep. Indien het aantal deelnemers hoger ligt dan het minimumaantal, worden de groepen volgens dezelfde verhouding ingedeeld.
Artikel 2.3. Subsidiabele kosten
Voor de subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
- a. directe loonkosten van de werknemers die zich in de organisatie van de aanvrager of een van de partijen in het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van de activiteit, op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend tarief op basis van het brutoloon van die personen vermeerderd met een opslag van 32% naar rato van de individuele gerealiseerde uren en uitgaande van 1.565 werkbare uren op jaarbasis bij een 40-urig voltijds dienstverband. Bij een afwijkend voltijds dienstverband kunnen de werkbare uren naar rato worden bijgesteld;
- b. externe kosten voor een interventiepartner tot een bedrag van € 65.000 voor de activiteit bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel b, en € 210.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, mits sprake is van marktconformiteit als bedoeld in het vierde of vijfde lid;
- c. externe kosten voor HR-ondersteuning voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, tot een bedrag van € 100.000, mits sprake is van marktconformiteit als bedoeld in het vierde lid;
- d. een toeslag van 15% op de kosten, bedoeld in onderdelen a en b. De kosten waarover de toeslag wordt berekend zijn gemaximeerd tot een bedrag van € 65.000 voor de activiteit bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel b, en € 210.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a;
- e. een forfaitair bedrag ter dekking van de kosten van een accountantsproduct ter hoogte van € 7.500, indien deze verplicht is op grond van artikel 2.14, derde lid, onderdeel b; en
- f. in rekening gebrachte btw, voor zover deze kosten niet verrekend kunnen worden en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op het BTW-compensatiefonds, genoemd in artikel 2 van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
De aanvrager kan in plaats van de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, € 10.000 per deelnemende organisatie ontvangen tot een bedrag van € 100.000. De subsidieontvanger is verplicht deze subsidie door te betalen aan de deelnemende organisaties.
De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van de activiteit zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering van de activiteit zijn toe te rekenen.
Voor externe kosten wordt de marktconformiteit van de kosten bepaald door:
- a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de aanvrager, indien de opdrachtwaarde onder de nationale aanbestedingsdrempel blijft en de in het project opgenomen kosten meer bedragen dan € 50.000; of
- b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
Een uurtarief van een interventiepartner wordt geacht marktconform te zijn, indien het uurtarief van de interventiepartner maximaal € 135 exclusief btw bedraagt of het uurtarief op maximaal dat bedrag is bepaald. Dit lid is niet van toepassing indien de Aanbestedingswet 2012 op de subsidieontvanger van toepassing is.
Werkzaamheden ten behoeve van de activiteiten zijn uitsluitend subsidiabel op basis van directe loonkosten, zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien deze zijn uitgevoerd door:
- a. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de aanvrager, in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband of een begunstigde;
- b. een organisatie waarin één of meer van dezelfde partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook:
- 1°. in het bestuur van de aanvrager zijn vertegenwoordigd;
- 2°. in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband zijn vertegenwoordigd; of
- 3°. in het bestuur van een begunstigde zijn vertegenwoordigd;
- c. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie, en die persoon ook werkzaam is voor:
- 1°. de aanvrager;
- 2°. een partij uit het samenwerkingsverband; of
- 3°. een begunstigde;
- d. een organisatie waarin de aanvrager, een partij uit het samenwerkingsverband, of een begunstigde, direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft; of
- e. een organisatie waarin zich een belangenconflict voordoet of kan voordoen als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor of andere persoon die bij de uitvoering van het project betrokken is, in gevaar is of in gevaar kan worden gebracht.
Het zesde lid is niet van toepassing op deelnemende organisaties.
Artikel 2.4. Niet-subsidiabele kosten
Niet voor subsidie komen in aanmerking:
- a. onredelijk en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van de activiteit of een onderdeel daarvan;
- b. kosten van de activiteit die niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties of hetgeen gebruikelijk is;
- c. kosten gemaakt buiten de projectperiode;
- d. kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege;
- e. opleidings- en scholingskosten;
- f. kosten voor verbruiksgoederen;
- g. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werknemers voor niet-werkbare uren als gevolg van deelname aan een subsidiabele activiteit; en
- h. externe kosten waarvoor geen factuur en betaalbewijs kan worden overgelegd.
Artikel 2.5. Subsidieplafond en hoeveelheid aanvragen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.