Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 12 november 2024, nr. 5869441, houdende regels inzake subsidie voor het beproeven en doorontwikkelen van de werkwijze Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (Regeling subsidie proeftuinen Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, aanhef en onder a, 3 en 4, eerste lid, aanhef en onder a, b, c en d, van de Kaderwet overige JenV-subsidies en de artikelen 5, zevende lid, 7, tweede lid onder c, 10, eerste en tweede lid, 16, eerste lid, en 20, vierde lid, van het Kaderbesluit overige JenV-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidiabele activiteiten
1.

De Minister kan subsidie verstrekken aan de rechtspersonen die aan een regionaal verband deelnemen voor activiteiten die zij voor dat verband verrichten en die tot doel hebben:

2.

De Minister verstrekt geen subsidie voor activiteiten, bedoeld in het eerste lid, die worden verricht door de raad voor de kinderbescherming.

Artikel 3. Subsidiabele kosten

Subsidiabele kosten zijn uitsluitend de volgende kosten, voor zover deze kosten worden gemaakt voor het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 2:

Artikel 4. Subsidievoorwaarden met betrekking tot regionale verbanden

Om in aanmerking te komen voor subsidie op grond van deze regeling voorziet de penvoerder van het regionaal verband de aanvraag van voldoende onderbouwing dat in alle bij dat verband aangesloten gemeenten in 2024 respectievelijk 2025 aan de basis van de werkwijze Toekomstscenario is gewerkt en dat deze activiteiten en werkwijzen in 2025 respectievelijk 2026 in die gemeenten worden voortgezet. In ieder geval wordt schriftelijke informatie overlegd waaruit voldoende blijkt dat:

Artikel 5. Subsidievoorwaarden met betrekking tot de proeftuin
1.

Om in aanmerking te komen voor subsidie op grond van deze regeling voorziet de penvoerder van het regionaal verband de aanvraag voorts van voldoende onderbouwing dat dit verband in 2024 respectievelijk 2025 een proeftuin onderhoudt. De aanvraag wordt in ieder geval onderbouwd met schriftelijke informatie waaruit blijkt dat in 2024 respectievelijk 2025 in die proeftuin:

2.

De aanvraag gaat voorts vergezeld van een plan van aanpak voor de werkzaamheden van de proeftuin in 2025 respectievelijk 2026, waaruit in ieder geval blijkt:

Artikel 6. Vereisten met betrekking tot lokale teams

De lokale teams, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a:

Artikel 7. Vereisten met betrekking tot het regionaal veiligheidsteam

In het regionaal veiligheidsteam, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b:

Artikel 8. Vereisten met betrekking tot de ervaringen met veiligheidsproblematiek
1.

De gegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c, bevatten voldoende onderbouwing en tonen voldoende aan dat:

2.

De gegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder c, omvatten in ieder geval:

Artikel 9. Subsidieplafond
1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025 ten hoogste € 5.000.000 beschikbaar en is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026 ten hoogste € 3.000.000 beschikbaar.

2.

De Minister verdeelt het bedrag dat beschikbaar is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025 naar evenredigheid over het aantal voor die periode toegewezen aanvragen, nadat op al die aanvragen is beslist. De Minister verdeelt het bedrag dat beschikbaar is in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026 naar evenredigheid over het aantal voor die periode toegewezen aanvragen en wijzigingsaanvragen, nadat op al die aanvragen is beslist.

3.

De Minister kan per aanvrager die in aanmerking komt voor subsidie één subsidie verstrekken van ten hoogste € 1.000.000, waarvan ten hoogste € 500.000 wordt verstrekt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2025 en ten hoogste € 500.000 wordt verstrekt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026.

Artikel 10. Aanvraagtijdvak

Een subsidie op grond van artikel 2 kan worden aangevraagd vanaf het moment van inwerkingtreding van deze regeling tot 8 december 2025.

Artikel 11. Aanvraag
1.

Een aanvraag wordt door de penvoerder van het regionaal verband ingediend door middel van een daartoe door de Minister beschikbaar gesteld elektronisch aanvraagformulier.

2.

De penvoerder is in ieder geval gemachtigd om de aanvraag in te dienen namens de rechtspersonen in het regionaal verband die om subsidie op grond van deze regeling verzoeken.

3.

Bij de aanvraag wordt in ieder geval bijgesloten:

Artikel 12. Verplichtingen
1.

De subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 2, worden tussen 1 januari 2025 en 31 december 2026 uitgevoerd.

2.

De rechtspersonen die deelnemen aan het regionaal verband financieren gezamenlijk minimaal de helft van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 3.

3.

De penvoerder levert aan de Minister de gegevens die nodig zijn voor het monitoren van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 13. Verantwoording
1.

Het verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt door de penvoerder voorzien van:

2.

Het verzoek wordt uiterlijk 1 juli 2027 ingediend bij de Minister.

Artikel 14. Hardheidsclausule

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.