Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 18 november 2024, nr. WJZ/ 89799993, houdende regels voor het verstrekken van specifieke uitkeringen in verband met de gebiedsinvesteringen Net op Zee (Regeling specifieke uitkeringen gebiedsinvesteringen Net op Zee)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, eerste lid, en artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkeringen eerste tranche
1.

De Minister kan overeenkomstig het bestuursakkoord gebiedsinvesteringen Net op Zee met elk van de onderscheiden regio’s een specifieke uitkering verstrekken aan:

2.

De ontvanger van de specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bestemt als regiokassier de middelen van de specifieke uitkering voor projecten en kosten per gemeente of provincie overeenkomstig de verdeling van de middelen in bijlage I.

3.

De specifieke uitkering wordt verstrekt voor verplichtingen die zijn of worden aangegaan in de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 maart 2026.

4.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor kosten die reeds uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd.

5.

De uitvoeringsperiode betreft voor de regio’s Zeeland en Maasvlakte de kalenderjaren 2020 tot en met 2030, betreft voor de regio Moerdijk, Geertruidenberg, Drimmelen en Oosterhout de kalenderjaren 2020 tot en met 2034, betreft voor de regio PAWOZ-Eemshave de kalenderjaren 2020 tot en met 2035 en betreft voor de regio Noordzeekanaalgebied de kalenderjaren 2020 tot en met 2037.

Artikel 3. Uitkeringsplafond en BTW eerste tranche
1.

Het uitkeringsplafond van de specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, gezamenlijk bedraagt € 210 miljoen, inclusief BTW.

2.

De betaling wordt verminderd met de kosten waarvoor de regio op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds voor compensatie in aanmerking komt.

Artikel 4. Verplichtingen
1.

De ontvanger van de specifieke uitkering draagt verantwoordelijkheid voor de besteding van de middelen overeenkomstig deze regeling en legt twee keer per jaar hierover verantwoording af met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.

2.

De regio wendt de specifieke uitkering zodanig aan dat geen sprake is van ongeoorloofde verlening van staatssteun.

3.

De regio beantwoordt aan de artikelen 9, 17, tweede lid, 22, eerste, tweede en derde lid, en 34, eerste lid, van Verordening (EU) 2021/241 van het Europees parlement en de raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PBEU L 57/17) zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/435 van het Europees parlement en de Raad van 27 februari 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/241 wat betreft REPowerEU-hoofdstukken in herstel- en veerkrachtplannen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013, (EU) 2021/1060 en (EU) 2021/1755 en Richtlijn 2003/87/EG (PbEU L 2023, nr. 63).

4.

De regio beantwoordt aan Verordening (EU) 2020/852 van het Europees parlement en de raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PbEU L 198/13).

5.

De regio draagt er zorg voor dat indien dit bij of krachtens paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet verplicht is voor acties een milieueffectrapportage wordt opgesteld.

6.

In de beschikking tot verstrekking van de specifieke uitkering kunnen nadere voorwaarden en verplichtingen voor de regio worden opgenomen.

7.

Voor specifieke uitkeringen die zijn verstrekt op grond van artikel 2a, eerste lid, is het derde lid uitsluitend van toepassing op de regio’s Zeeland, Maasvlakte en Noordzeekanaalgebied en op de regio PAWOZ-Eemshaven voor activiteiten voor de bestrijding van verzilting.

Artikel 5. Betaling eerste tranche
1.

De Minister verleent de ontvanger van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in de beschikking tot verstrekking van de specifieke uitkering voorschotten in twee of drie jaarlijkse termijnen van 2024 tot en met 2026.

2.

Uiterlijk op 1 september van de kalenderjaren 2025 en 2026 dient de ontvanger van de specifieke uitkering ten aanzien van de op grond van artikel 2, eerste lid, verstrekte specifieke uitkering een voorstel in voor de verdeling van het voorschot over de acties uit het regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee van de desbetreffende regio. De Minister neemt de acties en de verdeling van de uitkering over de acties per kalenderjaar op in bijlage II.

Artikel 6. Verantwoording
1.

De ontvanger van de specifieke uitkering verantwoordt de besteding van de specifieke uitkering uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar, zoals geregeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

De gemeente die een uitkering heeft ontvangen van de ontvanger van de specifieke uitkering legt verantwoording af over de besteding van desbetreffende uitkering met toepassing van artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 7. Vaststelling

De Minister stelt de uitkering binnen 22 weken nadat de Minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, ambtshalve overeenkomstig de verlening vast, tenzij:

Artikel 8. Terugvordering

Indien uit de verantwoordingsinformatie bedoeld in artikel 6 blijkt dat de specifieke uitkering in de uitvoeringsperiode niet volledig is besteed aan uitvoeringsactiviteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister worden teruggevorderd. De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

Artikel 9. Inwerkingtreding en horizon

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2038, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkeringen gebiedsinvesteringen Net op Zee.

Bijlage I. bij artikel 2, tweede lid

Verdeling middelen specifieke uitkering gebiedsinvesteringen Net op Zee naar provincie of gemeente onderverdeeld

Bijlage II. bij artikel 5, tweede lid

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2a. Specifieke uitkeringen tweede tranche en regiopakket
1.

De Minister kan overeenkomstig een administratieve overeenkomst inzake gebiedsinvesteringen Net op Zee met elk van de onderscheiden regio’s een specifieke uitkering verstrekken aan:

2.

De Minister kan overeenkomstig een bestuursakkoord inzake een regiopakket met elk van de onderscheiden regio’s een specifieke uitkering verstrekken aan:

3.

Indien de middelen worden besteed via een fonds, bedraagt het gedeelte dat via het fonds wordt besteed ten hoogste 20% per specifieke uitkering.

4.

De specifieke uitkering wordt verstrekt voor acties die zijn opgenomen in het definitieve regioplan. De acties in dat plan zijn niet aangegaan voor 1 februari 2020 en zijn uiterlijk vastgelegd op:

5.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd.

6.

De uitvoeringsperiode is:

Artikel 3a. Uitkeringsplafond en BTW tweede tranche
1.

Het uitkeringsplafond van de specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, gezamenlijk bedraagt € 245 miljoen, inclusief BTW.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.