Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 november 2024, kenmerk 3999529-1074590-J houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering voor de transformatie gesloten jeugdhulp

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-11-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Algemene begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Awb en Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
1.

Op deze regeling zijn de artikelen 4:34, 4:35, 4:37, 4:38, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

2.

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Artikel 3. Doel van de regeling
1.

De minister kan aan een coördinerende gemeente een uitkering verstrekken voor activiteiten die tot doel hebben uitvoering te geven aan de transformatie gesloten jeugdhulp in de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2030:

2.

Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan:

Artikel 4. Dubbelfinanciering

Er wordt geen uitkering verstrekt voor activiteiten waarvoor de coördinerende gemeente reeds uit andere bron een vergoeding ontvangt.

Artikel 5. Uitkering per coördinerende gemeente en uitkeringsplafond
1.

De uitkeringsplafonds voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3 bedragen per hieronder genoemde coördinerende gemeente per genoemd jaar:

Coördinerende gemeente 2024 2025 2026
Amsterdam 10.831.721 6.189.555 4.796.905
Rotterdam 20.580.271 11.760.155 9.114.120
Roosendaal 4.264.990 2.437.137 1.888.781
Eindhoven 7.176.015 4.100.580 3.177.950
Groningen 6.905.222 3.945.841 3.058.027
Utrecht 3.723.404 2.127.660 1.648.936
Nijmegen 16.518.375 9.439.072 7.315.280
2.

Het uitkeringsplafond voor de in artikel 7 bedoelde herziening bedraagt in:

2025: € 11.666.6667;

2026: € 11.666.667; en

2027: € 11.666.667.

3.

De beschikbare bedragen uit hoofde van de in het tweede lid genoemde plafonds worden naar rato verdeeld indien het totaal te verlenen bedrag het plafond dat beschikbaar is, overschrijdt.

4.

Indien het uitkeringsplafond genoemd in het tweede lid na de aanvraagperiode in 2027 niet is uitgeput, wordt het resterende bedrag ambtshalve verstrekt aan de coördinerende gemeenten conform de verdeelsleutel aan de hand waarvan de bedragen in het eerste lid zijn bepaald.

5.

Met het in het vierde lid bedoelde bedrag mogen de in artikel 3, tweede lid, onderdelen a tot en met c, genoemde activiteiten worden verricht.

Artikel 6. Aanvraag tot verlening

De minister verleent ambtshalve de uitkering in het jaar 2024 bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, uiterlijk 31 december 2024.

Artikel 7. Aanvraag tot herziening
1.

Indien de in artikel 5, eerste lid, bedoelde bedragen per coördinerende gemeente niet toereikend zijn of dat naar verwachting niet zullen zijn, om de in artikel 3, tweede lid, onder a en b, genoemde activiteiten voor een bovenregionaal gebied te voltooien, kan een coördinerende gemeente voor een locatie gesloten jeugdhulp een herziening aanvragen voor de volgende categorieën bestedingen:

2.

Een aanvraag tot herziening als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend indien ten minste aan elke in het eerste lid genoemde categorie waarvoor de herziening wordt aangevraagd ten behoeve van de locatie gesloten jeugdhulp waarop de aanvraag tot herziening betrekking heeft, het in bijlage 2 genoemde bedrag is besteed of naar verwachting besteed zal worden.

3.

Voor de aanvraag tot herziening wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

De aanvraag tot herziening van de uitkering gaat vergezeld van de volgende documenten:

5.

Een aanvraag tot herziening wordt in de jaren 2025, 2026 en 2027 telkens gedurende de periode van 1 april tot en met 1 mei ingediend.

Artikel 8. Verlening en bevoorschotting
1.

De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag van de uitkering en de aanvraag tot herziening van de uitkering.

2.

Het besluit tot verlening van de uitkering vermeldt in elk geval:

3.

De minister verleent bij het besluit tot verlening van een uitkering op aanvraag en bij het besluit tot herziening, een voorschot van 100%.

Artikel 9. Verplichtingen verbonden aan de uitkering
1.

De aanvrager streeft ernaar dat:

2.

De aanvrager informeert de minister desgevraagd over de stand van zaken van de transformatie van de gesloten jeugdhulp.

3.

De aanvrager meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien:

4.

De aanvrager draagt er zorg voor dat de vanwege deze uitkering verstrekte middelen niet worden aangewend voor activiteiten waarvoor zij op andere wijze een vergoeding ontvangen.

Artikel 10. Verantwoording
1.

De aanvrager legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

De aanvrager vraagt uiterlijk op 15 juli na afloop van het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht, de vaststelling aan door verantwoordingsinformatie aan de minister te verstrekken op de wijze als bedoeld in het eerste lid.

3.

Daar waar sprake is van overdracht van middelen van een medeoverheid naar een andere medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing, conform artikel 17a, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 11. Vaststelling
1.

De minister besluit over de vaststelling van de uitkering uiterlijk 37 weken na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 10, tweede lid.

2.

Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde bestedingen tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

3.

Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen, aan de hand van de gegevens die tot het besluit tot vaststelling beschikbaar zijn gesteld.

Artikel 12. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover van toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.